Veiligheid

Het gaat niet goed met verkeersdeelnemers zonder auto om zich heen. Ze worden regelmatig aangereden en daarom moeten autorijders beter opgeleid worden. Een logische relatie tussen de nieuwsberichten vandaag, nietwaar?

Niet helemaal. De Britse econoom en schrijver Tim Harford legt in een prachtig stuk het ware probleem bloot: de auto’s van tegenwoordig zijn veel te veilig. Voor de bestuurder, in ieder geval. Airbags, gordels en kooiconstructies zorgen ervoor dat de persoon achter het stuur tegenwoordig een veel kleinere kans op verwondingen loopt dan een aantal jaar geleden. En die kennis beïnvloedt het gedrag van bestuurders, die ervoor kiezen om meer risico te nemen in het verkeer. Die gedragsverandering doet een gedeelte van de veiligheidsmaatregelen teniet, en is rampzalig voor de overige verkeersdeelnemers.

De oplossing? Maak autorijden weer risicovol. Zonder gordel en met de airbag uit let de bestuurder tenminste een beetje op.

Boeteverzekering

Een kleine mediahype, afgelopen zaterdag: het radionieuws en teletekst openen ermee, internet zoemt rond, politici spreken schande. Wat is er aan de hand?

Een Zweeds bedrijf blijkt verzekeringen aan te bieden voor verkeersboetes, en wil dat ook in Nederland gaan doen. Het principe: u betaalt een jaarlijkse premie en het bedrijf neemt, onder bepaalde voorwaarden, uw snelheidsboetes over. Schande, roept tout Den Haag. De Nederlander mag niet straffeloos met 150 langs de flitspaal.

Maar laten we even het hoofd koel houden. Bisso, het bedrijf in kwestie, rekent € 30 per jaar en dekt twee boetes, tot 15 km/h in de bebouwde kom en tot 30 km/h op de snelweg, met 15% eigen risico. De boetetabel geeft aan dat die boetes lopen van € 14 tot € 149. Ervan uitgaande dat onder de 10 km/h niet geflitst wordt is dat gemiddeld € 50 in de bebouwde kom en € 85 op de snelweg. Bisso gaat er dus vanuit dat de gemiddelde bestuurder minder dan één keer per twee jaar geflitst wordt.

Dat is misschien wel zo, maar er spelen twee dingen tegen de Zweden: ten eerste zal de groep die zo’n verzekering neemt meer dan gemiddeld te snel rijden, en ten tweede zullen houders van zo’n verzekering minder behoedzaam omgaan met het gaspedaal. Voor economen: endogene selectie en moral hazard spelen een rol. Reken dus maar dat die premie binnen de kortste keren omhoog gaat. Bisso is tenslotte geen liefdadigheidsinstelling.

Dan gebeurt er iets moois: voor de groep bestuurders die het minst vaak te hard rijdt, wordt de verzekering te duur. Ze moeten meebetalen aan de boetes van notoire hardrijders en zijn goedkoper uit als ze zichzelf verzekeren. Die houden er dus mee op, en daarmee stijgen de gemiddelde kosten. Opnieuw moet de premie omhoog, en zo voort totdat uiteindelijk niemand meer mee wil doen. Het is een omgekeerde Market for lemons, waarmee Akerlof de Nobelprijs won (eigenlijk zouden Zweden dat moeten weten). De beste reactie voor bezorgde politici is dus: even wachten, het lost zichzelf op.

De prijs voor de domste opmerking over dit onderwerp gaat overigens naar kamerlid Van der Ham, D66:

Het kan niet zo zijn dat mensen met een dikkere portemonnee op zo’n manier onder boetes uitkomen.

Hah! Niet alleen heeft inkomen hier natuurlijk helemaal niks mee te maken, de verzekering biedt juist arme mensen de kans om ook eens lekker te scheuren op kosten van een ander.

Deflatie!

Inflatie is de vijand van het volk. Ga een willekeurige bar binnen, vraag wat de clientèle vindt van de prijsontwikkeling en u hoort het zelf. Maar hoe zou men het vinden als de prijzen alsmaar zouden dalen? Geen in-, maar deflatie. Klinkt goed, niet?

Vreemd genoeg blijkt deflatie één grote ellende. Wetende dat prijzen constant dalen, zien slimme mensen in dat ze beter kunnen wachten met de aanschaf van allerlei goederen. Daardoor loopt de omzet van winkels terug, waardoor die moeten besluiten de prijzen nog verder te verlagen. Het proces houdt zichzelf dus in stand. Ondertussen zijn mensen met schulden de klos, want het wordt steeds moeilijker genoeg te verdienen om die af te betalen. Na een tijdje komt de economie in een depressie. De ECB heeft aangegeven alles te doen om deflatie te voorkomen.

Af en toe kom je een mini-deflatie tegen in de praktijk. De onderstaande foto maakte ik vandaag in de supermarkt. U leest het goed: men kondigt een toekomstige prijsdaling aan. De onderliggende tafel mandarijnen was nog helemaal vol.

dalende prijzen

Leegstand

Er staat in Nederland 6,3 miljoen m2 kantoorruimte leeg, 8% meer dan eind vorig jaar. Volgens een rapport uit de koker van een makelaar is loopt de vraag naar kantoorruimte echter ook op, zodat de toename van de leegstand binnenkort voorbij is. Goed nieuws!

Het zijn berichten als deze die mij ‘s nachts wakker houden. Wat is er toch mis met die vastgoed-types? Hun dure kantoren staan leeg, brengen helemaal niets op, en ondertussen vertellen ze aan iedereen die het horen wil dat het prima gaat. Waarom niet de huurprijs wat verlaagd, totdat zich een klant meldt? Het is toch altijd beter om je kantoor voor iets minder te verhuren dan het twee jaar leeg te laten staan, zoals al voor de helft van het aanbod geldt? Een nachtje woelen bracht mij niet echt verder; ik kom tot de volgende mogelijke verklaringen:

  • Collusie. Er is een type aanbieder dat met opzet de prijs (te) hoog houdt en toch de maximale winst behaalt: monopolisten. Als er genoeg kantooroppervlakte in handen van een paar aanbieders is, kan het voor die groep optimaal zijn om afspraken over de prijs te maken. Dat zou tot leegstand kunnen leiden. Niet erg waarschijnlijk, gezien de aantallen marktpartijen. Ook strafbaar.
  • Optiewaarde. Een kantoor verhuren voor een lagere prijs betekent ook dat je waarschijnlijk afziet van de optie om het volgend jaar te verhuren voor een hogere prijs. Huurverhogingen of uitzetting zijn lastig en duur, en als je verwacht dat de vraag binnenkort toeneemt kan het optimaal zijn om daarop te wachten. Resultaat: leegstand. Dit lijkt mij de meest waarschijnlijke verklaring. Daarbij geldt ook:
  • Loss aversion. De kantorenbezitter die de huurprijs halveert moet aan zichzelf (of zijn baas) toegeven dat eerdere verwachtingen niet uitgekomen zijn. Het is bekend dat mensen een hekel hebben aan dit soort verliezen, en liever irrationeel wachten dan dat ze hun ongelijk toegeven. Vergelijkbaar geval: bezitters van gekelderde aandelen die geloven dat ze geen verlies hebben, zolang ze de aandelen maar niet verkopen.

Het is wat mager, maar verder kom ik niet. Commentaar is welkom.

Keuzestress

Mensen die recent een simpel belegd broodje besteld hebben kennen het verschijnsel misschien: een overschot aan keuzes. Wilt u bruin of wit? Mayo of ketchup? Sla of komkommer? Meenemen of hier opeten? We spraken er al eerder over, een uitbreiding van de keuzes wordt niet altijd door iedereen op prijs gesteld. Onderzoek toont nu ook aan: 58% van de consumenten heeft last van keuzestress.

Voor klassieke economen is dat een wonderlijk fenomeen: een uitbreiding van de keuzes maakt de kans groter dat je een product vindt dat precies aansluit bij je wensen, en is dus meestal een vooruitgang. Klassieke economen houden er echter geen rekening mee dat het bekijken van elk alternatief extra tijd kost, en tijd is een schaars goed waarvan de prijs de laatste jaren steeds hoger oploopt. Het voordeel van de extra keuzes weegt misschien niet op tegen de kosten van de verloren tijd.

In deze tijden van keuzestress kan het geen kwaad de voordelen van de keuzevrijheid nog eens te benadrukken. Het is natuurlijk mooi dat u een verzekering af kunt sluiten die precies op uw wensen is afgesteld, als u die al heeft. Maar dat is niet het belangrijkste: omdat u kunt kiezen, staat er voor de producent iets op het spel. Bij wanprestatie kunt u namelijk uw keuze wijzigen. Keuzevrijheid is dus macht, en hoe meer macht er bij de consumenten ligt, hoe beter dat is voor de kwaliteit van het gebodene. (Voor een goede demonstratie van dit principe mag u proberen vandaag nog snel even uw paspoort te verlengen.)

In feite maken de gestresste consumenten een fout: de vrijheid om te kiezen is iets anders dan de plicht om alle opties af te wegen. Als uw tijd u te dierbaar is, kies gewoon het eerste alternatief dat voorbij komt. Als het niet bevalt kunt u altijd nog wijzigen.

Bureaucratie

Het aantal mensen dat fraudeert met het theorie-examen voor het rijbewijs groeit. […] De opheffing van het versnelde examen voor mensen met een buitenlands rijbewijs in april van dit jaar heeft volgens het CBR tot de toename van fraude geleid.

schrijft nu.nl (zie ook hier). U kent het misschien nog wel: het theorie-examen. Op zich niet moeilijk, maar voor velen een hindernis. Met name door de bureaucratische manier waarop het afgenomen wordt: op een beperkt aantal momenten, altijd onder werktijd, op slechts dertig plaatsen in het land waar de kandidaat uiteraard met het openbaar vervoer naartoe moet. Allemaal niet vreselijk, maar het kost wel een hoop tijd.

Verplaatst u zich nu eens in de positie van een buitenlands werknemer van een duur bedrijf. Al die verloren tijd is misschien niet zo vreselijk voor een achttienjarige met een uurloon van € 8, maar voor een veertigjarige manager loopt het al gauw in de papieren. Geen wonder dat er dan naar alternatieven gezocht wordt. Volgens het CBR wordt er op dit moment tot € 250 voor een plaatsvervanger betaald.

Fraude mag niet, en dus volgt de gebruikelijke ambtelijke reactie:

Het CBR, dat jaarlijks honderdduizenden examens afneemt, geeft zijn personeel extra training in het herkennen van gezichten en valse documenten. Ook komt er betere apparatuur om vast te stellen of iemand valse identiteitspapieren heeft.

Doodzonde, elke marktpartij had hier inmiddels een geweldige profit opportunity gezien. Ik stel voor: het premium-theorie examen. Voor € 245 mag de kandidaat op een zelf te kiezen plaats en tijdstip examen doen bij een ambtenaar van het CBR. Tien tegen één dat de fraude afneemt, en het CBR kan weer met minder belastinggeld toe.

Volgens plan

“Het kan nog veel harder. Als eind december de omstandigheden hier net zo goed zijn is het zeer goed mogelijk dat deze tijd nog wordt verbeterd.”

Aan het woord is schaatser Carl Verheijen, de nieuwe wereldrecordhouder op de 10,000 meter. En hij heeft gelijk: van zijn vandaag gereden 12.57,92 kan volgend jaar nog zo’n twee en een halve seconde af.

Dat weten we al sinds 2001, toen de Groninger economen Gerard Kuper en Elmer Sterken een voorspelling deden over de toekomst van diverse wereldrecords op de schaats. Ze gebruikten daarvoor een statistische methode die de snelheid van de schaatser ontleedt in een afstand-specifiek deel en een deel dat met uithoudingsvermogen te maken heeft. De trend in beiden voorspelt de toekomst van het record, en voorlopig lijkt het te werken. Knap, want toen de voorspelling werd gedaan stond het record nog op 13.03,40 en leken de 13 minuten een onslechtbare barrière.

Bubbel

Het is bekend, de prijzen van de Nederlandse huizen stijgen al jarenlang in een straf tempo. Onderhand is het peil bereikt waarop veel starters er niet meer in slagen een hypotheek bij elkaar te lenen. Wat nu? Zitten we dan werkelijk op de top? Is het moment bereikt dat de huizenprijzen niet verder omhoog kunnen gaan?

Vrees niet, het kan altijd gekker. Met behulp van de Vereniging Eigen Huis (grapje zeker, die naam) en de Rabobank vinden ook armlastige starters nieuwe manieren om zich in de schulden te steken. Zorgt dat voor extra huizen? Welnee. Maar het prijsniveau zal nog wel even omhoog blijven gaan.

Paternalisme

Marktwerking, dat is mooi. Door de energiemarkt vrij te laten en burgers hun energiebedrijf te laten kiezen wordt stroom goedkoper. Maar helaas wordt de burger ook tijdens het eten gestoord door telemarketers van alle nieuwe energiebedrijven. En moet hij straks uitzoeken welke verzekeraar de ziektekosten het goedkoopst dekt. En welke taxichauffeur het minste vraagt. Weegt het voordeel van de lagere prijs wel op tegen het nadeel van al dat kiezen?

Nee, schreef Olav Veldhuis enkele weken geleden in een paginagroot artikel in de Volkskrant. Laat de overheid maar lekker kiezen, dan hoeft de burger al dat gezeur niet aan te horen. Paternalisme is zo slecht nog niet.

Ja, zegt nu Harvard-hoogleraar Edward Glaeser. Juist als kiezen vervelend en lastig is, moet je het niet aan de overheid laten. Immers, voor een ambtenaar is het net zo vervelend als voor een consument. Maar de juiste man omkopen is zo gebeurd, terwijl miljoenen consumenten permanent bij de neus nemen veel lastiger is. Bovendien zijn de belangen van een consument groter als hij of zij iets koopt dan wanneer er gestemd moet worden. En dus wordt aan dat eerste meer aandacht besteed. Logisch eigenlijk.

De dag dat de dollar valt

Gisteren maar eens gekeken naar die documentaire over de gevolgen van een crash van de dollar. De scenarioschrijver, Maarten Schinkel, had het goed voor elkaar: in Hong Kong en New York mocht hij dramatisch naar de horizon wijzen onder het uitspreken van wijsheden als “hier gebeurt het allemaal”. Ik moest meteen denken aan een oud NOVA-item over globalisering, waarin hoogleraar De Haan in de Groningse V&D op de uitgestalde koopwaar wees en uitriep “allemaal geïmporteerd!”. Nee, dat had Schinkel toch beter voor elkaar. Maar klopt zijn scenario?

De documentaire beschrijft de (toekomstige) dag waarop de Amerikaanse dollar een flinke val maakt. Dat is een waarschijnlijke gebeurtenis, omdat de dollar nu wordt gesteund door Aziatische centrale banken die hun land willen helpen bij de export naar de VS. Die centrale banken kunnen daar in principe elk moment mee ophouden, en dan is het feest voorbij. Maar ja, dat lijkt iets tussen Amerika en Azië; wat hebben wij daarmee te maken? “Van alles!” roepen de makers, en er volgt een rij onwaarschijnlijke gebeurtenissen. De bron van alle ellende is een zogenaamde bank run in Europa: onze banken maken een enorm verlies door de dalende dollarkoers, een faillisement dreigt, het vertrouwen loopt terug en men begint en masse zijn geld van de bank te halen. Chaos is het gevolg. Maar loopt het zo’n vaart? Waarschijnlijk niet. Uw tegoed bij de bank is verzekerd tegen dit soort gebeurtenissen, juist om paniek tegen te gaan. Wat gebeurt er dan wel?

Lees verder “De dag dat de dollar valt”