De dalende dollar

Internetters die al Googlend op deze site terechtkomen zijn vaak op zoek naar informatie over een vallende dollar, iets waar we bijna twee jaar geleden over schreven (en later nog eens). Om aan de vraag uit de markt tegemoet te komen: hoe is het nu met de dollar?

Met de crisis op de financiële markten een paar weken geleden, waarbij vooral Amerikaanse producten minder waard bleken dan gedacht, leek het moment daar dat de dollar een flinke uitglijder kon maken. De logica: Amerika heeft maandelijks grote buitenlandse investeringen nodig om zijn tekorten te dekken, maar wie wil nog investeren als de aangeboden effecten van lage kwaliteit blijken te zijn? Bij uitblijvende kopers moet de prijs omlaag.

Zoals de Economist deze week vaststelt is dat erg meegevallen. De dollar daalt wel, maar er is geen sprake van een val. En dat is mooi. Een daling van de dollar is op zich niet slecht, zelfs niet voor de Amerikanen, als er maar geen paniek uitbreekt waardoor het financiële systeem kapot gaat. Vergelijk het met een menigte die een stadion verlaat: één voor één is prima, met z’n allen tegelijk door de deur en het gaat mis.

Een stabiliserende factor blijken de bijzondere marktpartijen te zijn: de centrale banken maar ook de Chinese overheid. Die rennen niet meteen weg als er verliezen geleden worden en voorkomen zo een vlucht naar de deur. Nog niet zolang geleden werd het feit dat staatsbeleggers aan meer denken dan alleen de winst nog gezien als gevaarlijke eigenschap. Maar dat ging over aandelen, en aan het aanhouden van valuta kleven geen rechten van inspraak.

Zagen

Een groot aantal activiteiten waarmee op dit moment Europeanen hun brood verdienen kan goedkoper worden gedaan door Chinezen, transportkosten incluis. Voordeel: het leven wordt goedkoper. Nadeel: die Europeanen moeten iets anders gaan doen. Wat te doen?

De meningen over handel, globalisering, outsourcing, variëren vaak precies met de portemonnee van de ondervraagde persoon. Bedreigde producenten: tegen, het kopend publiek: voor. Het debat is eeuwen oud en economen vertellen al net zo lang hoe het zit: uiteindelijk is iedereen beter af bij vrije handel.

En toch stopt het nooit, de vraag om bescherming voor de eigen industrie. Luister naar deze reportage, vanochtend op Radio 1, en hoor de geïnterviewde vrolijk om heffingen vragen om te voorkomen dat wij, zijn klanten, goedkoper uit zijn. Een passend antwoord voor deze meneer stamt uit 1845.

Het gouden aandeel

De Tweede Kamer wil het gouden aandeel terug. Met een gouden aandeel wordt bedoeld het scheiden van eigendom en zeggenschap voor beleggers, een lange Nederlandse traditie die je ook terugziet in het uitgeven van certificaten van aandelen. De reden: buitenlandse beleggers zijn steeds vaker staatsbedrijven, waardoor vreemde regeringen invloed zouden kunnen uitoefenen in ons land.

Het is hinken op twee gedachten. Aan de ene kant wil je beleggers en ondernemers hun gang laten gaan omdat economische vrijheid leidt tot welvaart en vooruitgang, aan de andere kant wil de overheid geen afstand doen van de uiteindelijke macht. Toch moet je een keuze maken: een bedrijf dat een gouden aandeel bij de overheid gestald heeft is veel minder waard. Bovendien leidt bescherming tegen vijandige overnamen tot luiheid bij de managers.

Maar belangrijker nog is de volgende overweging: hoewel het aantal buitenlandse eigenaren van Nederlandse bedrijven toeneemt zijn we nog altijd een zeer grote netto investeerder in het buitenland. Dat wil zeggen: Nederlanders bezitten meer buitenlandse bedrijven dan omgekeerd. Als we hier gaan morrelen aan het eigendomsrecht van investeerders, of erger nog, Europese initiatieven in die richting steunen, gaat dat uiteindelijk ten koste van ons eigen geld.

update: Dit artikel van econoom Larry Summers gaat in op de risico’s van staatsbeleggingen. Eén van de belangrijkste punten, de mogelijkheid dat de nieuwe eigenaar om politieke gunsten vraagt voor zijn bedrijf, is niet op te lossen met een gouden aandeel. Idee van Summers: laat landen uitsluitend via vermogensbeheerders beleggen.

Lui

Waarom zijn de inwoners van Afrika arm? Omdat ze te lui zijn om te werken. Geloof het of niet, volgens dit artikel in de Volkskrant is dat de strekking van dit boek van tropisch landbouwkundige Toon van Eijk.

‘Als je ze uitbetaalt, komen ze niet meer todat het geld op is. Ze zijn niet gericht op het leveren van kwaliteit. Zo kun je geen project afmaken […] In de praktijk hoor je iedereen over dat arbeidsethos klagen, zeker onder blanke ontwikkelingswerkers.

Er is een eenvoudige manier om te zien dat dit onzin is: zet een Afrikaan in Amerika of Europa neer en hij of zij werkt net zo hard als de Westerlingen. Maar niet alleen de analyse van de oorzaak klopt niet, ook de oplossing is twijfelachtig:

Afrika moet een protectionistisch beleid voeren. Want bij liberalisering van de markten hoort ook een concurrerend arbeidsethos. Dat kun je alleen opbouwen door jezelf af te schermen.

Twee keer fout: (1) door het voeren van een protectionistisch beleid bescherm je laag-productieve activiteiten. De noodzaak om, bijvoorbeeld door harder te werken, productiever te worden ontbreekt. (2) wie de handel stillegt voorkomt welvaartsverhogende ruil (en maakt Afrikanen dus onmiddelijk nog armer) en verhindert de opname van nieuwe technologie. Dom, dom, dom. Er is een reden dat ik geen adviezen geef over tropische landbouw: ik heb er geen verstand van.

(Overigens valt er wel degelijk een intelligent debat te voeren over ontwikkeling en protectionisme. Zie recentelijk Rodrik en DeLong, zeer aan te raden.)

Digitale camera’s

Digitale camera’s dreigen duurder te worden:

Een commissie van de EU wil dat de camera’s onder dezelfde regels vallen als videocamera’s, omdat je er ook korte filmpjes mee kan maken. Dat betekent een extra heffing van 12,5%, ofwel zo’n 35 euro per camera.

Wat opvalt in alle reacties, is dat niemand zich lijkt op te winden over het feit dat die meerprijs van enkele tientallen euro’s dus blijkbaar al geldt voor camcorders. Dat wist ik niet. En die heffing lijkt me minstens zo verwerpelijk als dat fotocamera’s nu onder hetzelfde regime dreigen te vallen. De Consumentenbond is tegen de heffing op fotocamera’s. Immers:

“Importheffingen zijn bedoeld om eigen landelijke of Europese fabrikanten te beschermen. Maar vrijwel alle digitale camera’s worden buiten Europa geproduceerd”.

Hetzelfde geldt voor videocamera’s, zou ik zeggen. En sowieso, waarom zou de consument flink meer moeten betalen om de markt voor multinationals als, ik noem maar wat, Siemens en Philips af te schermen? De EU was toch tegen staatssteun? Of geldt dat niet als die steun verplicht door consumenten wordt gegeven?

Outsourcing

Wie voor z’n opleiding een opstel moet schrijven en daar geen zin in heeft, kan tegenwoordig een verhaal kopen. Met een beetje geluk maakt dat voor je toekomstige inkomen niet uit. Maar deze praktijken worden moeilijker nu Google weigert luie studenten door te verwijzen naar de zogenaamde essay mills. [via] Daarmee komen opstellen-op-bestelling terecht in dezelfde categorie als drank, drugs, vuurwapens en tabak. Eigenaren van essay mills klagen steen en been (of hebben een goed geformuleerde klacht overgeschreven van iemand anders, wie weet).

Moeten ze niet doen. Als de praktijk van drank, drugs, vuurwapens en tabak iets uitwijst is het wel dat (semi-) illegaliteit geweldig is voor het opdrijven van de prijs. Door het verminderen van de openlijke concurrentie en het ontbreken van juridische ondersteuning bij klachten kan nu elke domme student straffeloos getild worden. Het laatste dat eigenaren van essay mills zouden moeten willen is een respectabele sector worden.

Structurele aanpassing

Interview in de New York Times met Dani Rodrik, de invloedrijke ontwikkelingseconoom. Hij praat over vrijhandel, populair onder economen maar veel minder onder het volk. Dat is niet zo gek: economen weten dat vrijhandel uiteindelijk efficiënt is, maar de structurele aanpassingen die nodig zijn als we industriële goederen gaan importeren in plaats van produceren vallen op de schouders van de (ontslagen) werknemers. Rodrik zegt daarom dat vrijhandel niet kan zonder een goed sociaal vangnet. Dat zou algemeen bekend moeten zijn, maar dat is het zeker niet.

In de VS, waar het vangnet nog wel eens hapert, gaan steeds meer stemmen op tegen vrijhandel. In Nederland is die discussie niet actueel, hoewel dat wel zou kunnen. Dat komt mede door ons, ten opzichte van de Verenigde Staten, superieure sociale vangnet. Dat maakt mijn werk weer wat makkelijker.

iPod Index

Economen hebben een probleem als ze het inkomen in twee landen met elkaar willen vergelijken. Verschillende landen gebruiken vaak verschillende valuta en de wisselkoers weerspiegelt lang niet altijd de correcte relatieve waarde van die valuta. Daarom wordt gebruik gemaakt van Purchasing Power Parity: de wisselkoers waarbij de valuta dezelfde koopkracht hebben. In de praktijk komt dat neer op het bepalen van een mandje met goederen die de gemiddelde inwoner van het gemiddelde land consumeert, uitrekenen wat dat mandje in elk land kost, en op basis daarvan de ware wisselkoers bepalen.

Inderdaad, een heel gedoe. The Economist kwam daarom twintig jaar geleden met een mandje waarvan de waardebepaling een stuk eenvoudiger is: de Big Mac. Dat was niet eens zo’n gek idee, vooral omdat de onderdelen van een Big Mac meestal lokaal worden geproduceerd. De kosten van het produceren van een Big Mac zijn dus een redelijke afspiegeling van het prijsniveau in een land, en zolang McDonald’s de prijs van een Big Mac baseert op de productiekosten, is ook de prijs van een Big Mac een niet onaardige weerspiegeling van het algehele prijsniveau. Sterker nog, wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de Big Mac Index een verrassend goede voorspeller is van wisselkoersbewegingen.

Na de Big Mac Index introduceert een Australische bank nu de iPod Index, waarin de lokale prijzen van de 2 GB iPod Nano met elkaar vergeleken worden [via]. Helaas is zo’n iPod Index helemaal geen goed idee. Lees “iPod Index” verder

Recycling in China

Op steeds grotere schaal wordt er papier vanuit het Westen naar China geexporteerd om daar gerecycled te worden, zo leren wij in een artikel gisteren in het NRC over een Chinese vrouw die schatrijk met deze handel is geworden.

Maar papier is niet het enige dat in China gerecycled wordt. Kent u ze nog, de Leeuwenhose die Bavaria kado gaf bij het laatste WK voetbal? De overtallige oranje broeken-met-staart duiken nu op, geloof het of niet, in een Chinees gezelschapspel. Op YouTube staat zelfs de originele Chinese commercial, die overigens vrij hilarisch is. [via]

Binnenstadklonen

Probeer eens het volgende voor een beeld van ons land eind 2006: Kijk goed rond in je eigen binnenstad, stap op de trein, reis naar het volgende intercitystation en kijk opnieuw. Vaak is het een kwestie van zoek de 10 verschillen: tussen dezelfde HEMA, Bakker Bart, Etos en Blokker als thuis staat misschien nog een lokale snackbar, maar dat is het dan wel.

Is dat erg? Sommige mensen vinden van wel: al reizend door Nederland is er nooit iets nieuws te zien, allemaal dezelfde grauwe middenmaat. Maar dit artikel over hetzelfde fenomeen in de VS bevat een aardige gedachte: hoe vervelend ook voor mensen die veel reizen, voor mensen die nooit de stad verlaten zijn winkelketens geweldig! Je kunt de keten namelijk ook zien als een manier om winkelconcepten die goed werken (en waar consumenten dus tevreden over zijn) snel landelijk door te voeren. Want stel je voor dat de HEMA alleen in Amsterdam zat en Bakker Bart alleen in Nijmegen. Slechts een kleine groep mensen zou kunnen profiteren van datgene dat duizenden klanten nu naar die winkels drijft.

Het artikel over de VS lezend vraag ik me af hoe we er in Europa aan toe zijn. Zijn Europeanen zo verschillend dat we inderdaad verschillende typen winkels willen? Of is het wachten tot de Franse hypermarche hier zijn intrede doet? Het enige succesvolle pan-Europese concept dat ik zo kan bedenken is de Ierse pub, die in werkelijk elk gat te vinden is.