De lijn doortrekken

Dit artikel van Frank Kalshoven op de site van de Volkskrant heeft een leuk interactief spel. Het kijkt terug op de afgelopen vijf jaar en om de paar paragrafen mag de lezer proberen om de lijn van een economische variabele juist door te trekken. Zie hieronder mijn benadering van het Nederlandse consumentenvertrouwen (stippellijn) versus de werkelijkheid.

Economen houden van grafieken, maar dit houdt volgens mij ook de normale lezer wel wakker. Door de grafieken tussen de tekst te plaatsen, kan bovendien per thema bekeken worden of je eigen gevoels-waarneming wel klopte.

“Dit artikel krijg je cadeau” zei de Volkskrant tegen mij – best aardig. Degenen die minder geluk hebben kunnen iets vergelijkbaars doen op de site van het Britse bureau voor statistiek, met de ontwikkeling van economische grootheden sinds het Brexit-referendum.

Why-ai-ai-ai

Een beetje frustrerend is het wel. Jarenlang zit je te ploeteren op belangwekkend en maatschappelijk relevant onderzoek, krijg je vervolgens vooral citaties en aandacht voor een geinige regressie die je ooit deed voor het Eurovisie Songfestival. (Eerder hier en hier).

Vanochtend, 10 jaar na dato, haalt dat onderzoek dus zelfs de Telegraaf. De journalist van dienst (die in eerste instantie langs kwam voor dit boek) was wat verbaasd dat economen zich met zo’n futiel onderwerp bezig houden (zie het eind van het bericht). En wij maar betogen dat we ook uiterst belangwekkend en maatschappelijk relevant onderzoek doen naar bijvoorbeeld kartels. Maar ja, liet ik mij nog ontvallen, “als we daar over schrijven, dan zien we de Telegraaf hier niet”. Die quote heeft de krant niet gehaald.

Maar goed. Verder is het best een heel aardig artikel. En het gebeurt niet elke dag dat een verwijzing naar een “econometrisch model” de krant van wakker Nederland haalt.

Bepaalde getallen

getallen

Voor op de Volkskrant (vandaag gratis te lezen) haalt Arnon Grunberg de schrijver J.M. Coetzee aan, die schrijft

Bepaalde getallen die hoog waren, zijn plotseling laag geworden, en als gevolg daarvan zijn we armer. (…)Er is niets veranderd behalve de getallen

waarop Grunberg opmerkt dat deze getallen op beeldschermen ook nog eens “weinig tot geen relatie hebben met de werkelijkheid waarin wij leven”. Je kunt daar moedwillig onbegrip in lezen, maar in die opmerkingen klinkt ook de echo van de alles doet het nog-gedachte die je vlak na de crisis in 2008 wel eens hoorde: waarom gaan we eigenlijk niet door met waar we mee bezig waren? Dat ging toch prima? Waar is die crisis nou voor nodig?

Nou is het  niet moeilijk om het op te nemen voor  getallen op schermen in het algemeen. Ze zijn ook maar de boodschapper,  de hartslag op de monitor naast het ziekenhuisbed, de maximumsnelheid op het bord boven de snelweg. Interessanter is wat de getallen proberen weer te geven.

Daar ligt de sleutel van het verhaal, de verklaring voor de macht van de getallen.  Coetzee en Grunberg hebben het, neem ik aan, over prijzen op financiële markten. Dat is een bijzonder soort getal, omdat het niet alleen iets zegt over het heden maar ook over de verwachte toekomst. Heel de handel in aandelen, obligaties, derivaten en wat dies meer zij draait om de vraag wat er morgen, overmorgen, en daarna gebeurt. Vrijwel alle stukken zijn contracten om in de toekomst tot een overdracht te komen. Als de toekomst tenminste op een bepaalde manier uitpakt.

Dat verwachtingen een relatie hebben met de werkelijkheid waarin wij leven, is onomstotelijk waar. Vrijwel iedereen doet zijn werk onder invloed van verwachtingen. De bakker bakt voor de klant van morgen, de bouwer bouwt voor het gezin dat nog moet beslissen om een huis te kopen. Als blijkt dat de verwachting niet klopt,  stopt het werk. Het hoge getal dat laag wordt, geeft iets belangrijks aan: we verwachten niet langer dat onze bezigheid zal leiden tot iets nuttigs. Voor de  kantoren die we aan het bouwen zijn, is helemaal geen belangstelling. In veel gevallen komt er nog een tweede laag verwachtingen overheen: we verwachten ons contract in de toekomst niet langer door te kunnen verkopen aan iemand anders met hoge verwachtingen.

Grunberg schrijft over SNS, waarvan de redding ook maar een veranderend getal zou zijn. Dat zal wel, maar dat doet geen recht aan de torenhoge verwachtingen, de vermoorde dromen, de stommiteiten en de angst achter de reeks van getallen. Van een schrijver zou je toch beter verwachten.

Hoeveel belasting betaal je in je leven?

Dat is de leukste vraag die het blad Quest dit jaar binnenkreeg van zijn lezers. Ze lieten het uitrekenen door het Nibud en het antwoord blijkt te zijn: 1,1 miljoen euro.

Dat getal roept meer vragen op dan het beantwoordt. Goed, het gaat kennelijk om een modelgezin en de accijnzen, BTW en de overdrachtsbelasting worden ook meegenomen. Maar alle belasting over een mensenleven, die betaal je over een periode van decennia. Hoe wordt al dat geld contant gemaakt? Of is een gulden die ik in 1980 aan BTW betaalde hetzelfde waard als de 45 eurocent die ik vandaag inleverde? We moeten wachten tot het tijdschrift uitkomt, maar ik ben er niet gerust op.

Geïnteresseerden kunnen beter even even dit paper van Harry ter Rele en Claudio Labanca van het CPB ophalen. In figuur 3.3 laten de auteurs precies zien hoeveel belasting Nederlanders van alle leeftijden gemiddeld betaalden in het jaar 2008: “Hoeveel belasting betaal je in je leven?” verder lezen

Nobel in de pers

Eindelijk weer eens een Nobelprijs die uit te leggen valt, en gelukkig springt de pers er flink op in:

Pieter Gautier en Mathijs Bouman bij de Wereld Draait Door.

Hans Peters bij Met Het Oog op Morgen (start op 33:20).

Thijs ten Raa op Radio 2.

Pieter Gautier op BNR. Sylvester Eijffinger op BNR.

En natuurlijk ondergetekende op Radio 1 en op Radio 2.

In het Engels staat  hier een leeslijstje.

Economie van boven

Het beoefenen van de economie vraagt veel van de verbeelding. Abstract vakgebied, waarbij van alles in grafieken en tabellen gebeurt maar nooit een keer een reageerbuis netjes blauw of rood kleurt.

Maar het wordt beter. Het CBS heeft een bestand vrijgegeven op postcodeniveau, met allerlei sociaal-economische indicatoren. Nijvere journalisten van de NRC hebben er vervolgens deze prachtige app van gemaakt. Dat brengt ons een stuk dichter bij de scheikunde. Een aanrader is het niveau van het fiscaal maandinkomen, en de manier waarop dat fluctueert over Nederland. Fascinerend.

De goede en de verkeerde kant van het spoor in Amersfoort. [eerder over buurten]

Predikantenvakbond

Economie en religie, het is geen gelukkige combinatie. Dacht ik altijd. Het volgende bericht vanochtend in Trouw laat zien dat spiritualiteit en marktdenken wel degelijk samen gaan:

Een predikant die zijn kerkelijke werkzaamheden gratis verricht, is een bedreiging voor de beroepsgroep en een oneerlijke concurrent voor andere dominees. Dat zegt directeur Sjaak Verwijs van de Bond van Nederlandse predikanten […] Verwijs reageert daarmee op een novum in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN): die kent vanaf zondag de eerste predikant die afziet van een traktement.

Het wordt nog leuker:

Een inkomen verwerft hij uit zijn andere deeltijdbaan: directeur van een bankfiliaal.

Het zou een mooie boel worden als iedereen zo maar gratis zou gaan staan preken onder het mom dat het een roeping is, zo betoogt de predikantenvakbond:

Als dit vaker voorkomt, zullen we in actie komen. Dit is een uitholling van de inkomenspositie van de beroepsgroep.

Nobel in de pers

  • NRC: Thomas Sargent (New York University) heeft aangetoond hoe structural macroeconometrics kunnen worden gebruikt […] Christopher Sims (Princeton University) heeft een methode ontwikkeld op basis van zogenaamde vector autoregressie. (en bedankt voor de uitleg – 0 punten)
  • Elsevier: Sargent en Sims hebben volgens het Nobelcomité methoden ontwikkeld die antwoord geven op macro-economische vraagstukken. (nee maar – 0 punten)
  • NOS: Het onderzoek van de twee Amerikanen richt zich vooral op de gevolgen van macro-economisch-beleid en de voorspellingen die daaruit voortkomen. (klopt, maar dat kan preciezer – 2 punten)
  • NU: Daarbij richtte het onderzoek van Sims  zich op onverwachte en tijdelijke veranderingen in de economie, terwijl Sargent structurele veranderingen in de economie onderzocht. (Dit is wel een aardige zin, de rest van het artikel is minder – 4 punten)
  • FD: Hoogleraar Sylvester Eijffinger van de Universiteit van Tilburg spreekt van een ‘goedmakertje’. (Dit artikel citeert wel erg veel letterlijk uit het juryrapport. Het woord methoden komt 2x voor, dat is in de goede richting – 6 punten)
  • en we hebben een winnaar: dit stuk op Wetenschap24 stelt het het mooist (10 punten):

De economie verandert continu. Tijdelijk, maar ook permanent. Door beleid, maar ook door onvoorziene gebeurtenissen. Door verwachtingen, maar ook door reacties op die verwachtingen. Hoe kun je onder zulke omstandigheden nog bepalen wat oorzaak en gevolg is? De Nobelprijswinnaars voor de economie van dit jaar ontwierpen instrumenten om daarbij te helpen

[Vorig jaar]

Wat verder opvalt is dat overal wordt herhaald dat Jan Tinbergen de enige Nederlandse winnaar van de prijs is (zie bijvoorbeeld hier).  Hoewel dat technisch correct is, is het toch een beetje sneu voor Tjalling Koopmans.

 

Conjunctuurindicator

Moet ik vandaag aandelen kopen of juist verkopen? Dat hangt af van de waarde van de bedrijven ten opzichte van de prijs. Die waarde wordt bepaald door de toekomstige winsten. Voor bedrijven die in Nederland verkopen hangen die weer samen met de staat van de Nederlandse economie. Groeien we nog een beetje of zit de klad erin? Wie het weet kan een leuke cent verdienen op de beurs.

Maar het is nog niet zo makkelijk om te weten hoe het er op dit moment voor staat. Het CBS heeft vorige week net berekend hoeveel we het tweede kwartaal gegroeid zijn. Dat gaat over de periode tot en met juni, al weer drie maanden geleden. Hoe is het nu?

Er zijn indicatoren die een beeld geven. Al twee weken na het verstrijken van een maand weten we het werkloosheidscijfer. Na een week weten we al wat de prijzen deden. En als alles goed loopt weten de inkoopmanagers als eerste hoe het met de bedrijvigheid staat. De leek kan overigens ook naar de beurskoersen zelf kijken, maar daar is weer geen geld mee te verdienen.

In dit drukke veld verwelkomen we vandaag de Z24-stand van Nederland indicator. Een barometer die de groei voor de lopende en de komende maand voorspelt. Ingrediënten zijn de (trage) CBS-cijfers maar daarbij, en dat moet uitmaken, gegevens van bedrijven die een vinger aan de pols van de economie hebben. Er is data van een vervoerder van energie, een vacaturesite, een bank en de autobranche. Een econometrist van de VU deed het zware werk [pdf]. De uitkomst: lichte krimp in september en oktober.

Leuk idee, uit de koker van de alomtegenwoordige Mathijs Bouman. En het kan zomaar werken. Maar dat weten we pas over drie maanden.