Koopzondag

Altijd mooi als economisch onderzoek invloed heeft op de beleidsdiscussie. Gemeenten moeten zelf maar bepalen op welke zondagen hun winkels open mogen, vinden D66 en GroenLinks, die recent onderzoek in De Economist aanhalen dat dezelfde conclusie trekt. Saillant detail is dat een van de auteurs van dat onderzoek Elbert Dijkgraaf is, nu prominent kamerlid van de SGP, een partij die fel tegenstander is van het plan.

In het bewuste artikel verklaren de auteurs het aantal koopzondagen waar een gemeente voor kiest uit een aantal demografische en politieke variabelen. Die blijken een duidelijke invloed te hebben. Met andere woorden: gemeenten zijn prima in staat hun eigen beslissingen op dit punt te nemen. Echter

Dijkgraaf stelt dat zijn D66-collega [van der Ham] verkeerd uit zijn stuk citeert. Volgens hem gaat het er om dat gemeenten binnen de marge van de landelijk vastgelegde maximum van twaalf koopzondagen zelf moeten beslissen of ze een koopzondag willen. “Omdat het een wetenschappelijke analyse is zou mijn conclusie nooit kunnen zijn zoals Van der Ham die stelt”, aldus Dijkgraaf. “Simpelweg omdat gemeenten die volledige vrijheid niet hadden en die cijfers er dus ook niet waren.”

Nogal flauw en opportunistisch. Hier blijkt haast sprake van PVV-logica: de situatie is anders, dus kunnen we er niets over zeggen. De conclusie van het artikel luidt immers:

Clearly, by taking into account [of] these differences a clear-cut case exist[s] to decentralize the decision on Sunday shopping opening compared with rules on a national level.

en daar is geen woord Chinees bij.

Een saillant detail dat onvermeld blijft is dat de co-auteur van het stuk Raymond Gradus is, directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA.

Telefoon!

Overheden bemoeien zich soms met markten als er een nieuwe standaard moet worden gezet, en soms zelfs met succes. Zo wordt de gezamenlijke keuze van Europese overheden voor GSM vaak aangehaald als reden dat mobiele telefonie in Europa veel succesvoller is dan in de VS.

De EU dreigt nu opnieuw in te grijpen in de markt voor mobiele telefonie, met een poging de opladers te standaardiseren. Dat kan interessante concurrentie-effecten hebben. Een standaard oplader maakt het eenvoudiger over te schakelen naar een concurrende telefoon, waardoor de concurrentie scherper wordt. Anderzijds: mobieltjesmakers lijken vooral te verdienen op onfortuinlijken zoals ik die hun oplader kwijt raken en vervolgens worden gedwongen tegen absurde woekerprijzen een nieuwe aan te schaffen. Vervalt die inkomstenbron, dan zouden de prijzen van de telefoons zomaar omhoog kunnen gaan, al lijken de netto welvaartseffecten me dan nog steeds positief.

Het blijkt de EU echter niet om concurrentie te gaan, maar om het milieu. Als elke telefoonmaker dezelfde oplader gebruikt, hoeven er minder te worden weggegooid, is de redenering. Het lijkt mij dat dat effect verwaarloosbaar is ten opzichte van het concurrentie-effect waar niet op in wordt gegaan.

Overigens staan hier meer kritische kanttekeningen.

Inefficiënties in de luchtvaart

Als nieuwe luchtvaartmaatschappij is het vrijwel onmogelijk om op een luchthaven als bijvoorbeeld Heathrow aan de bak te komen. Wie daar wil vliegen, heeft zogenaamde landing slots nodig; het recht om te landen en op te stijgen. Het is een curieus systeem. Wie in het verleden zulke rechten heeft weten te bemachtigen, is spekkoper. Op Heathrow is dat vooral British Airways. Wie ze niet heeft, is de pineut. Er is immers geen vrije markt in landing slots. De huidige eigenaars staan ze niet zo maar af, want meer concurrentie, daar zit niemand op te wachten, en wie weet ben je die landing slots later zelf weer nodig. Op vliegvelden moet gevlogen worden, daarom is iemand die een landing slot heeft, ook verplicht er gebruik van te maken.

Inefficiënt, zegt u? Reken maar. Zo meldde the Times vorige week dat luchtvaartmaatschappij bmi voorlopig met vrijwel lege vliegtuigen gaat vliegen om te voorkomen dat ze haar landing slots kwijt raakt. [via]

In het zelfde artikel (en ook hier) wordt melding gemaakt van prijsbreker Flybe. Die vliegt op Norwich, maar krijgt van de luchthaven een boete van een paar ton als er minder dan 15,000 passagiers per jaar worden gegenereerd. Het gevolg? Flybe zoekt naar acteurs om tegen betaling heen en weer te vliegen.

Als er weer van die spotgoedkope vliegtickets worden aangeboden, dan weet u nu waarom.

De mededingingswet

De mededingingswet is tien jaar oud en alsook haar uitvoerder, de NMa. Wat heeft de gewone consument eigenlijk aan die wet?

Bondig samengevat kun je stellen dat de wet voor de kopende consument voor twee dingen zorgt:

  1. Er moet iets te kiezen zijn. Behoudens hele speciale gevallen moet je als koper kunnen kiezen tussen meerdere aanbieders van hetzelfde goed of dienst.
  2. De aanbieders mogen ook niet stiekem als één opereren, door afspraken te maken over prijs of beschikbaarheid.

Wat heeft de consument aan die keuze? Het lijkt misschien wel makkelijker om gewoon met één aanbieder van doen te hebben, dat scheelt keuzestress en zoekkosten. Het grote voordeel van keuze is dit: doordat er mededinging is, worden alle aanbieders gedwongen de consument de best mogelijke deal te bieden.

(Dit alles als voorbereiding voor een optreden op Radio 1, woensdag; update inmiddels hier te beluisteren [28,1Mb MP3] of klik hier [8,6Mb MP3] voor alleen uw blogger. Hieronder gaat het verder, bij voorbaat dank voor uw op- of aanmerking!)
“De mededingingswet” verder lezen

Inhalende vrachtwagens

Uitzicht vanuit mijn auto op de snelweg in Denemarken Een lange autorit vanuit Denemarken. Ik tufte lekker door maar werd om de paar kilometer getrakteerd op dit uitzicht: twee vrachtwagens die elkaar, tergend langzaam, aan het inhalen waren. Deze rijdende blokkade zorgde voor een sliert vertraagde auto’s in de linkerbaan, wachtend op het einde van deze manoeuvre.

Inefficiënt, zoveel is duidelijk. Is het te voorkomen? Ja, want in de buurt van steden geldt in de spits een inhaalverbod voor zwaar verkeer. Maar dat is weer niet efficiënt voor de chauffeur van de snelle vrachtwagen die gevangen zit achter een langzame collega.

Al tuffend achter een dergelijk duo kwam het bij mij op dat er een simpele oplossing bestaat: de inhalende partij kan waarschijnlijk niet sneller, maar als de chauffeur van de wagen die wordt ingehaald eventjes het rempedaal aan zou raken, dan loopt het snelheidsverschil op en is de blokkade van korte duur. Maar waarom gebeurde dat dan niet?

“Inhalende vrachtwagens” verder lezen

Prijsbinding

Opmerkelijk nieuws uit de VS: Het Hooggerechtshof heeft, met een nipte 5-4 meerderheid, het verbod op verticale prijsbinding, dat al bijna een eeuw gold, afgeschaft. De facto mogen fabrikanten nu aan winkeliers voorschrijven welke prijs zij aan de consument in rekening brengen. De meerderheid van het hof claimt dat dat goed is voor de consument (winkeliers krijgen een prikkel om meer service te leveren: consumenten kunnen immers niet langer zich uitgebreid laten voorlichten bij winkelier A, om het product vervolgens bij discounter B aan te schaffen), terwijl tegenstanders juist claimen dat het zal leiden tot hogere prijzen (zulke beperkingen maken het makkelijker om op last van de fabrikant een kartel in de lucht te houden).

In Nederland was een paar jaar geleden nog een dergelijke kwestie in het nieuws toen Peijnenburg weigerde om nog koeken te leveren aan Albert Heijn, omdat die ze volgens Peijnenburg tegen een te lage prijs in de schappen legde.

Hier staat de mening van Greg Mankiw, met uitgebreide discussie in de comments. Persoonlijk ben ik geneigd het met de minderheid van het Hof eens te zijn.

(Dank aan Gertjan)

Nieren ruilen

We hadden het al eens over de wenselijkheid van een vrije handel in nieren. In de VS werd een vijfvoudige niertransplantatie uitgevoerd. Eigenlijk heel omslachtig, zo betoogden wij, het zou een stuk eenvoudiger en efficienter zijn als nieren gewoon vrij verhandelbaar zijn.

Wat blijkt? Zelfs een ruil zoals die in de VS plaats vond, zit er in Nederland niet in. Als het aan de Gezondheidsraad ligt, tenminste. Waarom? Het is Niet Eerlijk:

Volgens de Gezondheidsraad is dit in strijd met het recht op gelijke behandeling. ‘Niet iedere nierpatiënt heeft een ander die in staat en bereid is als donor op te treden’, stelt de raad.

Dat is nogal spijtig. Zou een dergelijke ruil wel mogelijk zijn, dan zouden er meer nieren worden aangeboden, waardoor er minder mensen overlijden. De gelijke behandeling die de gezondheidsraad voorstaat, betekent dus vooral dat nu tenminste iedereen overlijdt.

Onbedoelde gevolgen

Het wil nog wel eens gebeuren dat overheden goedbedoelde beleidsmaatregelen nemen zonder de micro-economische gevolgen daarvan al te goed te overdenken. Een favoriet van mededingingseconomen is bijvoorbeeld het verhaal van de Deense cementindustrie, waar de overheid meer transparantie wilde bewerkstelligen door alle prijzen te publiceren, wat als gevolg had dat die prijzen omhoog vlogen omdat diezelfde transparantie het ook voor producenten veel makkelijker maakte om een kartel in stand te houden. Je kunt immers meteen zien wie zich niet aan de afgesproken prijs houdt.

Een ander voorbeeld duikt nu op in de VS. In sommige van de Verenigde Staten bestaat de verplichting dat in winkels elk individueel item van een prijsje wordt voorzien. De consument moet immers weten waar hij aan toe is, en dan schijnt een prijsaanduiding op het schap niet voldoende. Het gevolg? Deze studie laat zien dat de prijzen in winkels die aan deze verplichting moeten voldoen liggen 8 tot 10% hoger dan de prijzen in de winkels waarvoor dat niet geldt. Immers: winkeliers worden opgezadeld met hogere kosten en af en toe eens iets in de aanbieding gooien is er ook niet meer bij, want veel te veel gedoe. [via]