Strategisch stemgedrag bij de FIFA

De keuze van Rusland als organisator van het WK voetbal in 2018 heeft vooral in Engeland nogal wat stof doen opwaaien. Dat land waande zich favoriet en de ontzetting was dan ook groot toen ze er met slechts twee stemmen in de eerste ronde al uitvloog.

Zoals altijd kun je je afvragen of de uiteindelijke keuze ook echt de voorkeur van de commissieleden weerspiegelt. Uit de sociale keuzetheorie weten we dat er geen enkele methode bestaat om de voorkeuren van een groep mensen op een adequate manier te aggregeren (eerder en eerder, ook hier) en waarschijnlijk is deze verkiezing daar een mooi voorbeeld van.

In elke ronde mochten 22 afgevaardigden kiezen uit een aantal opties. In elke ronde viel de optie met de meeste stemmen af, net zo lang tot er een optie over was met een absolute meerderheid. Net als elke stemprocedure is ook deze gevoelig voor strategisch gedrag en dus voor manipulatie.

Stel bijvoorbeeld dat u lid bent van de commissie, uw eerste voorkeur is Engeland, uw tweede voorkeur is Nederland/Belgie. De verwachting is dat Engeland sowieso wel doorgaat naar ronde 2. Wat doet u dan? Inderdaad, u stemt op Nederland/Belgie, want met die Engelsen komt het vast wel goed, en zo vergroot u de kans dat u uw tweede voorkeur in de race houdt. Echter, als iedereen er zo over denkt, dan gaat er toch iets mis en misschien is dat wel precies wat er gebeurd is.

“Strategisch stemgedrag bij de FIFA” verder lezen

Stemparadox in Meppel

Vorige week nog beweerde Thijs dat stemmen eigenlijk weinig zin heeft omdat de kans dat jouw stem de doorslag geeft uiterst miniem is.

Nu betekent een kleine kans natuurlijk niet dat het nooit gebeurt. We gaven al eens wat voorbeelden uit de VS. En zowaar, in Meppel haalden PvdA en Christenunie allebei precies 550 stemmen, waardoor voor de laatste raadszetel geloot moest worden.

Een aantal thuisblijvende Meppelse Christenuniesympathisanten trekt zich momenteel de haren uit het hoofd.  Hun stem had wel degelijk de doorslag gegeven.

Verkiezingen

We hebben het hier bij gelegenheid over verkiezingen en de stemparadox gehad: de kans dat je stem doorslaggevend blijkt is zo klein, dat het verwonderlijk is hoeveel mensen de moeite om te stemmen. Toch toont onderzoek aan dat mensen met meer democratische rechten gelukkiger zijn [eerder]. Dat kan zijn omdat hun overheid beter luistert en daarom de publieke diensten beter aansluiten op de vraag. Maar waarschijnlijker is dat er een vorm van procedural utility speelt: het uitbrengen van zijn stem zelf brengt de mens geluk.

Zoals altijd wordt geluk met name bepaald door relatief bezit. De auteur van bovenstaand onderzoek vertelde mij ooit dat mensen die niet mogen stemmen terwijl de rest dat wel mag (zoals buitenlanders), verdrietiger zijn dan inwoners van een land waar niemand mag stemmen. Denk dus vandaag even aan mij en al die andere inwoners van Nederlandse gemeenten waar vandaag, door omstandigheden, nog geen verkiezingen zijn.

Stemparadox?

Economen begrijpen nog steeds niet waarom er bij verkiezingen massaal gestemd wordt. Ga maar na: er zijn kosten verbonden aan het uitbrengen van je stem, en de kans dat jouw stem de uitslag beïnvloed, is verwaarloosbaar klein. Nu is het grappige dat er recent een paar verkiezingen zijn opgedoken waarbij een individuele stemmer wel degelijk invloed op de uitslag had kunnen hebben.

Bewijsstuk A: In Syracuse, New York werd gestemd voor de Democratische presidentskandidaat. De uitslag: 6001 stemmen voor Obama, en, eh, ook 6001 stemmen voor Clinton. Hier wordt uitgebreid gediscussieerd over de kans op zo’n uitslag. De schattingen lopen uiteen van een op 2000, tot een op een miljoen. In het eerste geval is het natuurlijk ook weer niet zo bijzonder, vooral als je rekening houdt met het aantal steden in de VS waar een dergelijke verkiezing plaatsvindt.

Bewijsstuk B: Nog leuker: in Tamarac, Florida werden verkiezingen gehouden voor iets waarvan de essentie mij even ontgaat. Maar daar gaat het ook niet om. Het aantal mogelijke stemmers bedroeg 68. Het aantal voorstemmers: 0. Aantal stemmen tegen: ook 0. Wie wel de moeite had genomen om te stemmen, had dus in z’n eentje de uitslag bepaald.