Tijd rekken is ook cultuur

Diplomaten die in hun thuisland een corrupte cultuur gewend zijn, betalen in het buitenland hun verkeersboetes niet. Bekend onderzoek waarvan de conclusie ook in Nederland standhoudt, zo lieten we eerder zien. Nu is het niet betalen van boetes door diplomaten slechts één mogelijke vorm van semi-illegaal gedrag. Een andere bezigheid uit het grijze gebied kunnen we dagelijks op het WK voetbal in Brazilië aanschouwen: een blessure faken en uitgebreid op de grond liggen kermen als de tijd in je voordeel tikt.

De data-journalistiek die de laatste jaren sterk in opkomst is, weet daar wel raad mee. Vandaag staat in de Wall Street Journal een mooi overzicht van de tijd die ieder team dit kampioenschap op de grond heeft doorgebracht, terwijl de speler na afloop gewoon op kon staan om door te spelen. De meeste “blessures” had het team van Brazilië, de minste dat van Bosnië-Herzegovina. De grote vraag is natuurlijk: houdt het aantal minuten kermen verband met de cultuur van corruptie in het thuisland? We nemen van ieder land de positie in de meest recente corruption perception index en zetten die uit tegen de tijd die opging aan blessures. Op deze schaal zijn landen aan de rechterkant relatief corrupt; de blessuretijd staat verticaal.

auauau

Dat is een redelijk verband. De correlatie is 0,35 en inderdaad zijn meer corrupte landen langer bezig het spel te vertragen. Gemiddeld genomen dan; Frankrijk, Chili en de VS (het plukje linksboven) vragen opmerkelijk veel blessuretijd, gegeven hun relatief betrouwbare thuisland. Het sportieve gedrag van Nederland was niet anders verwacht (1 minuut 39), en een positieve verrassing is het team van Bosnië-Herzegovina met slechts 24 seconden.

Wie moet wereldkampioen worden?

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar door die enorme oranje tsunami die je overspoelt als je de deur uitgaat, de TV aanzet of de winkel ingaat heb ik er nu eigenlijk alweer genoeg van, dat hele WK. Tijd voor een nuchtere analyse. Hoe graag willen we het nu eigenlijk echt, die wereldtitel? Het economisch bureau van ING zocht het uit, en de Wall Street Journal rapporteert.

Inderdaad, de gemiddelde landgenoot heeft er een schamele 39 euro voor over dat Nederland de wereldtitel pakt. Internationaal gezien worden we in desinteresse slechts met een neuslengte geklopt door nota bene de VS. Misschien heeft het iets te maken met een afnemende meeropbrengst van al dat oranje.

Lees “Wie moet wereldkampioen worden?” verder

Voetbal!

Ik heb een collega die na jaren in de VS weer in Nederland werkt en die maar over één ding klaagt: tijdens de lunch ouwehoeren die Nederlandse economen constant over voetbal. En het klopt, hoor. Vorige week op congres in Zweden (vandaar het intermezzo hier, excuses) nam ik plaats aan de Nederlandse tafel en hup, daar werd het resultaat van Ajax alweer besproken. Gelukkig was het niveau van de conversatie hoog en later op de avond hoorde ik nog een fraai staaltje analyse.

Het was niet helemaal spontaan, want ik zat te praten met Loek Groot die er een heel boek over geschreven heeft, maar toch. Zijn stelling is dat de rol van het geluk in het voetbal (scheidsrechterlijke dwaling, balletje net onder de keeper door etc.) essentieel is in het handhaven van een precair evenwicht. Door geluk, en het doorgaans kleine verschil in goals, kan een slechtere ploeg toch winnen.

En dat is belangrijk, want als de beste ploeg altijd wint komt er een dynamiek op gang die de rijke ploegen nog rijker maakt, waardoor ze nog beter worden, tot er niets meer aan is. Bij sporten met cameratoezicht of een groot verschil in score dreigt dit gevaar en moeten allerlei lapmiddelen worden ingezet om de boel weer recht te trekken. Verrassende conclusie: laat de scheidsrechters maar lekker dwalen en maak de goals vooral niet groter, want anders houden we geen competitie meer over.

Later die week besprak ik deze theorie met een gekende expert op het gebied van voetbal (mijn vader, die sinds zijn pensioen wel erg veel eredivisie live kijkt) die het probleem onmiddellijk onderkende. Hij stelde voor om periodetitels in de eredivisie te introduceren. Op die manier valt er met wat geluk nog meer te halen.

[Eerder over Loek Groot. Overigens bleken zijn ideeën onafhankelijk te zijn ontwikkeld in de Donald Duck.]

Premies voor het EK

Zo langzaamaan lekken de bedragen uit die voetballers ontvangen bij succes op het aanstaande EK. Twee mogelijke opvattingen worstelen bij mij om voorrang. Ten eerste zou je denken dat voetballers in nationale elftallen toch al rijk zijn, meedoen voor de eer en dat de premies geen effect hebben op het gedrag. Maar de bedragen zijn fors en dus denken de voetbalbonden, die de spelers beter kennen dan ik, daar kennelijk anders over.

Maar gegeven dat het ontvangen van honderdduizend euro een voetballer motiveert, is het dan niet gevaarlijk om de hele beloningsstructuur van tevoren bekend te maken? Zo wordt het wel erg makkelijk voor de tegenstander om het op een akkoordje te gooien. Stel dat een verder kansloos land Duitsland in de poule van een plaats in de kwartfinales af kan houden. Het is bekend dat de Duitsers bij plaatsing daarvoor minimaal 50.000 euro ontvangen. Dat is belangrijke informatie om tijdens de rust eens te onderhandelen over medewerking aan een gunstige uitslag. (We besteedden hier eerder aandacht aan.)

Voetballers moeten zelf natuurlijk onmiddelijk hun recht op premie ruilen met dat van de tegenstander. Een Nederlandse voetballer kan, door short te gaan in zijn eigen premie en long in die van de tegenstanders, zijn verwachte opbrengst flink verhogen. Wint hij het EK, dan zijn de overige inkomsten (beter contract, reclame) hoog, om niet te spreken van het geluk. Verliest hij, dan keert één van zijn premies uit. Nederlandse supporters kunnen ook beter niet wedden op Oranje.