Hoe win ik de voetbalpool?

In economenblad ESB staat vandaag een bijzonder intrigerend artikel van Loek Groot en Michel van de Velden over het voorspellen van voetbaluitslagen en, meer concreet, het invullen van de WK-po0l. De auteurs beginnen met wat eenvoudige tips (voorbeeld: als je punten krijgt voor elk goed voorspelde aantal doelpunten dat een team maakt vul dan altijd een 0 in, wat dat is nu eenmaal de meest voorkomende score). Vervolgens geven de auteurs op basis van Poisson parameters en Elo– en Voros-ratings een schatting van winkansen en meest waarschijnlijke uitslagen.

Toch heb ik mijn twijfels of het verstandig is om op basis hiervan je WK-pool in te vullen. De impliciete suggestie (zeker in het artikel op Z24) lijkt dat je de po0l zodanig moet invullen dat je je verwachte score maximaliseert door steeds de meest waarschijnlijke antwoorden te geven (zie bijvoorbeeld ook hier). En volgens mij is dat niet verstandig.

Natuurlijk, wie betaald wordt op basis van de score die hij haalt, moet de meest waarschijnlijke uitkomsten invullen. Maar de meeste pools werken zo niet. Alleen degene met de hoogste score krijgt een prijs. En daarom kan het verstandig zijn om te speculeren door juist niet de meest waarschijnlijke scores in te vullen. Wie op safe speelt zal nooit een uitschieter zijn. En wie geen uitschieter is, zal nooit de pool winnen. Het maximaliseren van de kans op winst is heel iets anders dan het maximaliseren van je verwachte score.

Een eenvoudig voorbeeld. Stel Brazilie heeft 80% om van Ivoorkust te winnen, andersom is de kans 20%. U doet mee aan een pool met 10 deelnemers, waarvan de andere 9 allemaal Brazilie tippen. Dat land heeft immers de grootste kans om te winnen. Wat doet u? Als u ook Brazilie tipt, heeft iedereen dezelfde voorspelling, zal de winnaar willekeurig worden getrokken, en heeft u dus 10% kans de pool te winnen. Maar als u Ivoorkust tipt, dan is er slechts een kans van 20% dat u gelijk heeft, maar als u gelijk heeft, wint u ook zeker de pool. Ergo: de kans dat u de pool wint is dan 20%, en dat is meer dan wanneer u het favoriete Brazilie tipt.

Misschien dat ik toch maar ga inzetten op een finale Japan — Honduras.

TFP en de vrije stijl

Bij economische productie komen mensen, machines en kennis bij elkaar en resulteert een product. Om wat grip te krijgen op dit proces gebruiken economen vaak een productiefunctie, zeg Y=AF(K,L). Productie Y komt dan voort uit kapitaal K en arbeid L en de efficiëntie van het proces wordt bepaald door de term A, die vaak de totale factorproductiviteit (TFP) wordt genoemd. Uit de eigenschappen van de functie F kun je veel nuttige inzichten en modellen afleiden.

Maar dan die A, de TFP. Als je die nou eens zou kunnen verhogen, dan schiet het nog eens op met de groei. Op basis van die gedachte ontstond in de jaren ’80 de endogene groeitheorie. Die A, zo stelden de aanhangers, stond voor ideeën en met nieuwe ideeën kunnen oude machines en mensen efficiënter werken. Maar zit de innovatie niet vaak juist in nieuwe machines, in plaats van ideeën? Toen ik nog groeitheorie doceerde, kende ik maar één goed voorbeeld voor een rechtstreekse TFP-verhoging: nieuwe software voor de computer (meestal).

Groot was dus mijn blijdschap toen ik gisteravond een gaaf nieuw voorbeeld ontdekte. Tijdens de teamsprint vrije stijl (gewonnen door de Noren, gefeliciteerd) vertelde de commentator dat deze manier van langlaufen nog niet zo oud is. In het traditionele langlaufen beweegt men de skis langs elkaar door een spoor. In de jaren ’80 (alweer) ontdekte de Fin Pauli Siitonen dat je veel sneller kunt door met de skis een schaatbeweging te maken. Sindsdien kent het langlaufen wedstrijden in de “vrije stijl”, die een stuk sneller verlopen worden. Hebt u dat? Zelfde mensen, zelfde skis, nieuw idee en dus sneller vervoer. Dat is winst in de afdeling TFP.

Olympisch

Aan de vooravond van de Olympische winterspelen een mooi verhaal over transparentie, kartels en, eh, kunstschaatsen. De strekking: vroeger waren juryleden nogal eens geneigd om hoge cijfers te geven aan landen die aan hun schaatsers ook hoge cijfers geven. In een poging dat te voorkomen zijn de regels veranderd en wordt niet meer bekend gemaakt wie welke cijfers heeft gegeven. Het gevolg: het is allemaal alleen nog maar erger geworden omdat ook voor het publiek niet meer te controleren valt wie de zaak zit te flessen.

Vrouwen en medailles

Naarmate de Olympische Spelen vorderen, wordt steeds duidelijker dat de Nederlandse vrouwen het veel beter doen dan de Nederlandse mannen. Van de 13 medailles gingen er slechts 2 naar mannen, 10 naar vrouwen en 1 naar een gemengd team. Hoe dat komt? Atletiekcoach Kraaijenhof komt met de volgende verklaring:

Volgens Kraaijenhof is er één aspect dat zeer nadrukkelijk in het voordeel van de vrouwen spreekt. ,,Ze zijn doorgaans gemotiveerder en vasthoudender. Ze bijten door. Ze gaan, zoals dat heet, tot het gaatje. Als ze zich een doel hebben gesteld, dan gaan ze er niet voor honderd maar voor honderdenéén procent voor.”

Natuurlijk is dat onzin. Nou ja, niet noodzakelijk dat vrouwen tot het gaatje gaan, maar wel dat dat zou leiden tot meer medailles voor de Nederlandse dames. Immers: Nederlandse vrouwen moeten concurreren met andere vrouwen, die net zo goed tot het gaatje gaan. Terwijl Nederlandse mannen mogen concurreren met andere mannen, die al net zulke lapzwansen zijn. Dat Nederlandse vrouwen het relatief beter doen dan Nederlandse mannen, wordt daarmee niet verklaard.

Waarschijnlijk zit er veel meer in een andere verklaring, die coach Westphal en Kraaijenhof ook geven:

In veel culturen speelt de vrouw nog een ondergeschikte rol. In Nederland zijn vrouwen geëmancipeerd, ze krijgen meer kansen en grijpen die met beide handen aan. Wij vinden het niet gek als ze net zo hard trainen als mannen, of zelfs harder.

Inderdaad, dat kan wel verklaren waarom Nederlandse vrouwen in een internationaal vrouwenveld het relatief beter doen dan Nederlandse mannen in een internationaal mannenveld. Ook hier gaat het dus om de comparatieve voordelen, niet om de absolute.

Zo. Heb ik er toch nog een economische draai aan weten te geven.

Olympische Spelen

U heeft het waarschijnlijk al gehoord. Aanstaande vrijdag beginnen de Olympische Spelen en Nederland gaat 20 medailles halen, vier keer goud, zeven keer zilver en negen keer brons. Tenminste, volgens economen Kuper en Sterken in de ESB van anderhalve week geleden. Voor wie er toegang toe heeft, staat het oorspronkelijke artikel hier. De voorspelling is gebaseerd op uitslagen van wereldkampioenschappen enerzijds, en anderzijds een model gebaseerd op dingen als het gemiddeld inkomen, aantal inwoners en aantal deelnemers. Het Parool schrijft er vandaag weer over. En hier legt Elmer Sterken het allemaal nog eens uit aan Humberto Tan bij Radio 538.

De marktwaarde van Fernando Torres

Mooi doelpunt, gisteravond, van de Spaanse voetballer Fernando Torres. Commentator Frank Snoeks vond dat ook en maakte daarbij een opmerking over de marktwaarde van Torres, die “na dit doelpunt wel met 20 miljoen Euro omhoog is gegaan.”

Zou dat kloppen? Snoeks heeft verstand van voetbal en weet ook het een en ander van transfers. Maar hoe zit het met economie? Ik kan vier redenen bedenken waarom een goal in de EK-finale de marktwaarde verhoogt.

  1. Informatie. De goal laat kwaliteiten van de voetballer zien waarvan we het bestaan niet vermoedden. Dat is niet zo’n gek idee: je kunt niet zo vaak laten zien dat je kunt scoren onder de druk van de finale van een groot tournooi. Die kwaliteiten zijn de productiefactor van een voetbalclub, en clubs zullen nu meer willen betalen.
  2. Kopers. Scoren in de EK-finale zorgt voor naamsbekendheid en waardoor zich meer kopers melden. Dat drijft de prijs op. Iets dergelijks zit volgens mij onder meer achter de oplopende beurskoers van Apple in 2006 en 2007, meer nog dan hogere winstverwachtingen.
  3. Bekendheid. Het pure feit dat je de doelpuntenmaker uit de EK-finale op het veld brengt doet de toeschouwers toestromen, en maakt de speler meer waard. Voetbal doet er niet toe. Zoals bij de gele-trui-drager uit de Tour in het criterium van Boxmeer.
  4. Scoren maakt beter. Juist door het maken van het winnende doelpunt wordt Torres een betere voetballer. Zelfvertrouwen, nietwaar? Dit punt, versus #1, lijkt wel wat op de discussie over de waarde van onderwijs.

Het lijkt mij sterk dat punten 1 en 2 veel gewicht hebben. De markt voor spelers is er te groot en te liquide voor. Alle informatie zou al in de huidige prijs verwerkt moeten zitten. Ik geloof ook niet heel erg in 4. Maar is punt 3 zoveel geld waard? Misschien wel: Beckham krijgt een miljoen per week voor zijn werk in een matige competitie. In dat geval is het voor Torres beter om met 1-0 te winnen en de enige doelpuntenmaker te zijn, dan met bijvoorbeeld 5-0.

EK-koorts

Luttele uren voor de eerste wedstrijd van Oranje meld ik nog even dat we de bovenkant van de site vervangen hebben door de marktprijs EURO.08.HOLLAND van Tradesports. Dat aandeel geeft de procentuele kans weer dat Nederland over twee en een halve week met de cup in handen staat. De handel is wat dun maar de huidige 6.5 procent lijkt mij ballpark correct. De koers bij het EK-beleggen (pas op: zware sponsoring) staat op 12 procent. Dat niemand iets aan dit verschil doet geeft aan dat de markten nogal wat beperkingen kennen.

Ik hoop dat mijn buurman, als het zover is, zijn huis weer snel beige zal verfen. Tegen die tijd komt ook onze 50 gulden weer terug.

6+5 en de buitenlandse voetballers

De FIFA, de wereldvoetbalbond, lijkt langzaam maar zeker af te stevenen op een regel die zegt dat clubs maximaal vijf spelers op mogen stellen die niet voor het eigen nationale elftal uit mogen komen. Doel van de regel is onder meer het beschermen van de kansen van jonge spelers in landen waar het grote geld de competitie over heeft genomen (Engeland wordt vaak als voorbeeld genoemd). De Europese Commissie dreigt met een verbod op de regel, die niet strookt met het vrije verkeer van personen in de EU.

Dat vrije verkeer van personen is een belangrijk recht, dat economisch goed uitpakt. Het idee is dat elke EU-burger overal in de Unie mag werken, en als de burger daarbij kiest voor het hoogste loon dan leidt dat tot efficiënte uitkomsten. Efficiënt omdat bedrijven het best mogelijke team samen kunnen stellen, en efficiënt omdat lokale economische schokken makkelijker opgevangen kunnen worden.

Maar je kunt je afvragen of voor voetbalteams dezelfde principes gelden. Een efficiënt bedrijf, met de beste werknemers van over de hele wereld, maakt zijn klanten blij door een hoge productie en een lage prijs. Daarbij is iedereen gebaat. Een efficiënt voetbalteam, opgebouwd uit de beste spelers ter wereld, wint van iedere tegenstander. Dat is leuk voor de fans, maar vervelend voor de rest van de teams. Het zero-sum-product voetbal is veel meer gebaat bij teams die ongeveer even goed (of slecht) zijn, zodat het resultaat onvoorspelbaar is. Onvoorspelbaarheid is ook één van de doelen die de FIFA zegt te dienen met de 6+5-regel.

Maar als onvoorspelbaarheid het doel is, zijn er dan geen andere middelen die niet tegen het vrije verkeer van personen ingaan? Een logische kandidaat is het draft-systeem van de Amerikaanse NFL.

The fundamental principle of the draft is that the team with the worst record from the previous season will have the first choice of players, and the team with the next worst record will choose next, and so forth.

Een dergelijk systeem heeft ook als voordeel dat de allocatie van jonge spelers op een georganiseerde markt plaatsvindt en niet onderhands, zoals nu vaak het geval is. Dat is beter voor de jonge spelers zelf, die daarmee een groter gedeelte van hun waarde incasseren. Wel is het waarschijnlijk dat er dan meer buitenlanders in elk team spelen.

Het zal mij benieuwen hoe deze krachtmeting tussen de FIFA en de EU uitpakt. De EU is de baas, maar de FIFA kan een joker inzetten met schier eindeloze krachten: JC is voor 6+5. Update 5/6 De NRC vindt dat het geld, niet de spelers, eerlijker verdeeld moet worden.

De EK-poule

Twee jaar geleden was het WK voetbal, een evenement waar we destijds op deze site veel aandacht aan besteed hebben. Het is een kleine moeite om de berichten van toen naar de tegenwoordige tijd om te zetten, met betrekking op het aanstaande EK. Zoals dit bericht, dat meldde dat het aandeel Nederland op de WK-markt bij Tradesports 0.057 noteerde. De kans dat Nederland op het moment van schrijven de EK op zijn naam schrijft ligt, volgens dezelfde bron, tussen de 6 en de 7,5%. Duitsland is favoriet.

En mag ik ook nog even wijzen op mijn eigen commentaar van destijds? Wie maximaal gelukkig wil worden moet in zijn EK-poule, als fan van oranje, inzetten op verlies van Nederland. Dan is er namelijk altijd iets te vieren. Nog steeds een goed advies, maar luisteren, ho maar.

Moet Duitsland Europees kampioen worden?

Volgens economen is er sprake van een efficiente allocatie als goederen terecht komen bij degene die er de hoogste waardering voor heeft. Wat betekent dat voor het komende EK voetbal? De ING heeft het uitgezocht [pdf, zie ook hier] . De gemiddelde Nederlander heeft er 30 euro voor over als Nederland kampioen wordt. Een verrassend laag bedrag, overigens. Met 16.5 miljoen inwoners [bron], waarbij we voor het gemak alle zuigelingen en anderszins niet handelsbekwamen ook maar even meerekenen, komt dat op een totale nationale willingness to pay van een half miljard euro. ING heeft het ook uitgezocht voor een aantal andere Europese landen. Via een soortgelijke berekening komen we dan op 300 miljoen voor Belgie (30 per inwoner), 790 miljoen voor Frankrijk (13), 3 miljard voor Engeland (59), 3,5 miljard voor Italie (60) en een verpletterende 6,7 miljard voor Duitsland (80 per inwoner). Andere landen zijn helaas niet onderzocht, maar komen vast niet hoger uit.

Op basis hiervan lijkt het wel duidelijk wie er Europees kampioen moet worden. Hoewel. Stel nu eens dat we alle niet-Duitse Europeanen vragen hoeveel zij er voor over hebben als Duitsland geen Europees kampioen wordt. Ik vrees dat dat een behoorlijk bedrag gaat opleveren, misschien nog wel meer dan wat de Duitsers bereid zijn op te hoesten voor een titel. En natuurlijk moeten we ook dat bedrag meenemen als we de totale Europese welvaart berekenen. De Engelsen en Italianen hebben ook zo hun vijanden, zij het waarschijnlijk in wat mindere mate dan de Duitsers. Bijna iedereen, daarentegen, vindt het Nederlands elftal sympathiek.

Misschien kunnen we zo toch nog op economische gronden argumenteren dat het Nederlands elftal de Europese titel moet winnen.

Overigens staat hier de theorie achter dergelijke veilingen met externaliteiten. Van een Duitse, een Franse en een Italiaanse econoom.