Bestaat de waardevrije econoom niet!?

Op MeJudice is een nieuw stuk verschenen van van Dalen, Klamer en Koedijk, naar aanleiding van hun enquete onder economen van ruim een  jaar geleden. Ook nu leidt de analyse tot nogal boude uitspraken en grote claims. De vraag is in hoeverre die claims daadwerkelijk uit de analyse volgen. Het antwoord is ontkennend (zie hier over een eerder artikel in dezelfde serie).

Allereerst de belangrijkste conclusie: politieke voorkeuren zouden “een grote rol spelen in de uitspraken die economen doen”, een conclusie waarmee bijvoorbeeld de Volkskrant meteen aan de haal ging. Die conclusie blijkt gebaseerd op het feit dat de mate waarin economen het met een bepaalde stelling eens zijn, meestal blijkt te correleren met hun zelfgerapporteerde politieke voorkeur. Maar uiteraard wordt politieke voorkeur ook bepaald door je mening over bepaalde zaken. Misschien was een betere conclusie dus geweest: de uitspraken die economen doen spelen een grote rol bij het bepalen van hun politieke voorkeur.

“Bestaat de waardevrije econoom niet!?” verder lezen

Lucratief

Een van de meest lucratieve beleggingen van de laatste jaren? Wie op 1 juli 2010 bij de invoering van de cijferpostzegel al zijn spaarcentjes had omgezet in zegels met het cijfer 1 betaalde destijds 44 cent per stuk, terwijl diezelfde zegels per 1 januari 2016 al voor 73 cent van de hand gaan. Een rendement van 66%, ofwel 9.6% op jaarbasis.

En nu niet aankomen met dat het achteraf makkelijk praten is. Thijs waarschuwde u destijds al.

Stapel

Bij zo’n kwestie als die van Stapel die vorige week weer uitgebreid in het nieuws was, vraag je je als wetenschapper natuurlijk meteen af of zoiets in jouw vakgebied ook zou kunnen gebeuren. Ik denk dat die kans niet heel groot is. Binnen de economie wordt immers ook aan theorie gedaan en dat is belangrijk, betoogt taalkundige van Oostendorp in misschien wel het meest lezenswaardige artikel over de kwestie:

Wanneer men in een vak werkt aan een theorie, betekent dit dat men in gesprek is met elkaar. Die theorie brengt al die weetje samen in een groter bouwwerk, zodat je makkelijker kunt zien wat wel of niet betekenisvol is. Er zijn voor- en tegenstanders van een theorie die elkaar proberen te overtuigen van hun eigen gezichtspunt door nieuwe gegevens naar boven te halen. Maar ze zullen ook allebei hun uiterste best doen om de ‘bewijzen’ van de andere kant omver te werpen. Er zal daarom kritisch naar die gegevens gekeken worden.

In een vak waar de voornaamste ambitie lijkt om grappige correlaties naar boven te halen, maakt het nauwelijks uit wat voor correlaties je collega’s allemaal produceren. Dat kost allemaal maar nodeloze tijd, die je ook kunt besteden aan je eigen sexy correlaties.

Lachen en huilen met multipliers

Het is natuurlijk een treurige crisis waar we met z’n allen inzitten. Gelukkig valt er af en toe nog wat te lachen. Van de week bijvoorbeeld. Het begon, zoals zo vaak, met een tweet:

Slightly wonkish, dat klinkt als een lekkere versnapering tussen het serieuze wonk-werk door. “Lachen en huilen met multipliers” verder lezen

140 dates!

Datingwebsites zijn notoir terughoudend in het verstrekken van informatie over hoe succesvol ze nu eigenlijk zijn bij het helpen vinden van een vaste partner. Maar wie slim rekent komt een heel eind. Zo berekent Lex Borghans op het ESB blog dat de gemiddelde gebruiker van lexa.nl 58 dates nodig heeft een vaste relatie.

Ik vrees dat dat een schromelijke onderschatting is. De laatste commercial claimt op last van Maurice de Hond dat er “dankzij lexa.nl elke week 35.000 dates zijn”. Tegelijkertijd meldt de website en een eerdere commercial dat er “elke 45 minuten een nieuw succesverhaal begint op lexa.nl”, waarbij met succesverhaal klaarblijkelijk een vaste relatie wordt bedoeld.

Eens rekenen. Elke 45 minuten een relatie, dat zijn er 36 per dag, ofwel 250 per week. Zetten we dat af tegen die 35.000 dates, dan komt dat neer op een gemiddelde van 140 dates voordat je via lexa.nl dan toch de ware hebt gevonden.

Mijn hemel.

Economie van boven

Het beoefenen van de economie vraagt veel van de verbeelding. Abstract vakgebied, waarbij van alles in grafieken en tabellen gebeurt maar nooit een keer een reageerbuis netjes blauw of rood kleurt.

Maar het wordt beter. Het CBS heeft een bestand vrijgegeven op postcodeniveau, met allerlei sociaal-economische indicatoren. Nijvere journalisten van de NRC hebben er vervolgens deze prachtige app van gemaakt. Dat brengt ons een stuk dichter bij de scheikunde. Een aanrader is het niveau van het fiscaal maandinkomen, en de manier waarop dat fluctueert over Nederland. Fascinerend.

De goede en de verkeerde kant van het spoor in Amersfoort. [eerder over buurten]

Windhandel

Deze week stond er plots een mevrouw voor de deur die probeerde mij Eneco HollandseWind aan te smeren. Zij kwam met de volgende argumenten:

  1. Energie uit Nederland halen is veel goedkoper dan het uit het buitenland te importeren, zoals andere maatschappijen doen. Dan moet je immers invoerrechten betalen.
  2. En zeg nu zelf, energie uit Nederland halen is toch sowieso beter.
  3. Met HollandseWind liggen uw energietarieven voor de komende 3 jaar vast. En dat is gunstig, want iedereen weet dat door de huidige economische crisis de energieprijzen zullen stijgen.

Ik probeerde nog iets te mompelen over interne markt, over dat ik toch liever het uitzicht in Noorwegen verpest zie door windmolens dan dat in Nederland en over dat crisis doorgaans minder energievraag en dus lagere prijzen betekent, maar ik kreeg de indruk dat ze toch niet echt zat te wachten op een inhoudelijke discussie op basis van economische argumenten.

De suggestie dat HollandseWind reuzegoedkoop is omdat het 108 euro korting kan opleveren afhankelijk van de gemiddelde windsnelheid is natuurlijk ook ietwat misleidend.  Uit de kleine lettertjes blijkt dat je bij HollandseWind 1,1 cent per kWh meer betaalt dan bij Ecostroom 3 jaar vast, wat vast ook heel milieu is (zie hier en hier). Bij een gemiddeld verbruik van 3350 per jaar, waar Eneco van uit gaat, ben je dan in 3 jaar 110 euro duurder uit. Grappig dat dat vrijwel gelijk is aan de maximale “korting” die je kan krijgen.

Vuurwerkaccijns

Het jaar loopt op zijn einde op de gebruikelijke wijze: terugblikken, gedoe met vuilnisbakken, geknal in de straat en de jaarlijkse ingezonden brief van een oogarts. Die gaat vandaag weer flink los:

In Nederland krijgen we het voor elkaar om door privé-pretvuurwerk in twee jaarwisselingen meer oogletsels te veroorzaken dan alle 512 oogtrauma’s opgelopen door Amerikaanse troepen gedurende vier jaar militaire vijandelijkheden in Irak. […] Als er ergens in de wereld een reisbestemming zou zijn met een zo hoog risico op letsel door explosieven als ons eigen land rond oud en nieuw, dan zou onze regering voor een dergelijk land een negatief reisadvies afkondigen.

De man wil uiteraard een verbod op het afsteken van vuurwerk. Dat gaat er niet komen, vanwege de “maatschappelijke weerstand” (zie artikel en reacties hier voor een voorbeeld, en is deze man serieus?). Er zijn nou eenmaal veel mensen die graag het risico op medische schade lopen voor hun pleziertje. Hoogstens kun je je afvragen of de externe effecten (vervuiling, zorgkosten, lawaai) niet wat groot zijn.

Wie er even over nadenkt ziet de overduidelijke parallel tussen vuurwerk en dat andere volksvermaak: de sigaret. Slecht voor de gezondheid, ook voor die van anderen, vervuilend, verslavend, geliefd en gehaat. En niet verboden; de negatieve effecten van het roken worden alleen beperkt door een Pigou-belasting, de accijns op tabak. Een forse heffing die de externe effecten beprijst, de overheid veel geld oplevert en de welvaart verhoogt.

Nou ben ik geen expert, maar vijf minuten googelen (naar hier en hier) geven aan dat er in Nederland slechts BTW op vuurwerk wordt geheven, maar geen accijns. Dat lijkt me een mooie inkopper voor de volgende begroting: er is geen reden waarom vuurwerk (omzet 2010: 65 miljoen) niet minstens onder hetzelfde tarief als tabak (accijns: zo’n 50%) zou moeten vallen. Zowel direct als via de bespaarde zorgkosten zou dat miljoenen opleveren.

De 99%

Het was te verwachten: ook bij de Nederlandse occupy demonstraties stond op de borden dat de 99% van de bevolking de uitbuiting van de top-1% zat is. Een pakkende slogan die ook in de VS door demonstranten gebezigd wordt. En een goede gelegenheid om eens te kijken hoe het in Nederland met de ongelijkheid tussen de 99 en 1% gesteld is.

In de VS is het overigens niet mals. Dit nuttige stuk in Slate vat de belangrijkste kenmerken samen: de top-1% neemt daar 21% van het inkomen voor haar rekening. Dat aandeel is bovendien al jaren stijgende. De ongelijkheid brengt herinneringen boven aan de Gilded age in de jaren 20 van de vorige eeuw, zoals Paul Krugman jaren geleden al eens schreef.

Cijfers over de Nederlandse inkomensverdeling zijn op procentniveau moeilijk te krijgen. Het CBS publiceert wel gegevens per deciel, maar in de top-10% kan nog veel ongelijkheid zitten. Een tijdje spitten op de CBS-site leverde mij wel dit stuk van een paar jaar geleden op [pdf], dat helemaal gaat over inkomensongelijkheid. Er staat een groot aantal maatstaven in, waaronder de bekende Parade van Pen. Die is vergezeld van het volgende figuur, waaruit we iets kunnen afleiden:

In de originele parade lopen alle Nederlanders op volgorde van inkomen achter elkaar. Hun lengte is proportioneel met hun inkomen, zodat we beginnen met dwergen en eindigen met reuzen. Deze figuur stopt Nederlanders in 1%-groepen, en daarmee kunnen we (voor 2004) zien hoe het gemiddelde inkomen van de top-1% zich verhoudt tot het gemiddelde inkomen van iedereen. In het betreffende jaar is het totale gemiddelde inkomen “iets onder de 20.000 euro” en het gemiddelde in de top zo te zien iets onder de 100.000. Dat betekent dat de top 1-% zo’n 5% van het totale inkomen pakt. Dat is een heel ander verhaal dan de 21% die in Amerika gemeten wordt, en dat klopt met de bewering dat Nederland een relatief egalitair landje is. Een demonstratie is natuurlijk altijd leuk, maar een schrijnend probleem lijkt dit niet.

Enig voorbehoud is nodig: inkomen is iets anders dan vermogen en dat laatste is ook van belang bij de ongelijkheid. Voor cijfers daarover hou ik me graag aanbevolen. In deze cijfers zit overigens wel het inkomen uit vermogen. Het betreft verder besteedbaar inkomen, dus nadat  belastingen en premies eraf zijn, gecorrigeerd voor gezinsgrootte. Dat maakt de ongelijkheid een stuk minder, maar het lijken me wel de juiste cijfers voor deze vergelijking.

update: Economics in pictures heeft tijdreeksen met data over de top-1% in Nederland, Zweden, Frankrijk en de VS. Opnieuw alleen inkomen. De 5% hierboven lijkt te kloppen, en de rest van de lijntjes zijn ook interessant! Wel is de schatting voor de VS een stukje lager. [via @bertsmid]

Bij ons valt niet te bezuinigen

Nu de overheid aan het snoeien slaat is aan elke manager in publieke dienst de taak zich zo onmisbaar mogelijk voor te doen. Een mooi voorbeeld is deze uitlating van het hoofd van de staats-popradio.

“De kosten van het technische uitzendproces bedragen omgerekend zo’n 30 euro per uur”, zegt Mutsaers. “Als er beparingen bij de publieke omroep moeten worden doorgevoerd, is er bij 3FM dus weinig te halen.”

In zijn plaats zou ik misschien hetzelfde hebben gezegd, maar Mutsaers ziet hier wel even over het hoofd dat zijn station een frequentie gebruikt die je voor zeker een miljoen of 40 zou kunnen verkopen aan een commerciële partij.

Meer in het algemeen geldt dat bij bezuinigingen de eerste vraag zou moeten zijn: “moet de overheid deze taak nog wel uitvoeren?” Als dat niet het geval is, kan er pas echt geld worden bespaard.