Wat kost dat nou, zo’n boycot?

In het verlengde van het bericht van Thijs, eerder vandaag:  Nederlandse media melden dat die boycot ons een half miljard zou kosten:

Bedrijven voerden vorig jaar namelijk voor een kleine vijfhonderd miljoen euro uit aan goederen, die nu uit het land worden geweerd.

Die schade is dus schromelijk overdreven. De totale waarde van goederen die naar Rusland ging, was een half miljard; als Rusland ze niet meer wil betekent dat nog niet dat we al die kaas, peren en wrongel dus maar weg moeten gooien. Allicht dat we ze elders nog van de hand kunnen doen. In een ideale wereld met volledige mededinging zou het effect zelfs nihil zijn. Ga maar na: Rusland koopt zijn peren nu gewoon van buiten de EU, de totale wereldperenvraag blijft onveranderd, het aanbod ook en dus is er geen enkel effect op de wereldperenprijs en daarmee op de positie van de Nederlandse perenboer te verwachten.

Sancties

De Russen willen geen vlees, vis, fruit en zuivel meer uit Nederland en 27 andere landen. Deze sancties zijn een straf voor de eerdere sancties tegen Rusland zelf, waarbij de verkoop van wapens aan banden werd gelegd. Nou is het best waar dat Nederlandse telers hier last van hebben, maar straffen door minder van ons fruit af te nemen is toch een beetje merkwaardig.

Internationale handel betekent dat wij een gedeelte van onze productie aan de Russen leveren, en zij een gedeelte van hun productie aan ons. Daar worden we beiden beter van. Nu wil Rusland ons dwars zitten; je zou zeggen dat zoiets het best kan door te stoppen met het leveren van hun eigen productie. Dit is het soort van sanctie dat bijvoorbeeld aan Noord Korea wordt opgelegd, en eerder ook aan Rusland zelf . Maar in plaats daarvan besluiten de Russen onze productie te weigeren, terwijl we gewoon door kunnen gaan met het invoeren van Russische producten. De Russische douanebeambte ziet de stroom appels en peren die het land inging verdwijnen, terwijl het gas gewoon door blijft stromen naar het Westen. Wie is hier nu slechter af?

Nou ja, de fruitteler dus. Die kunnen we helpen door de hoeveelheid schoolfruit nog eens op te voeren. Een geluk bij een ongeluk dat de Russen vooral gezond eten boycotten.

Maar wacht even – tegenover elke goederenstroom staat een geldstroom de andere kant op. Door de Russische sancties neemt het (toch al ruime) overschot op de lopende rekening van Rusland nog verder op. Is dat dan niet erg?

Nee, zou ik zeggen. Als Rusland een groter overschot gaat draaien komt dat terecht in Russische tegoeden in het buitenland. Hoe hoger die zijn, hoe beter het werkt als die tegoeden bevroren worden.

Outsource jezelf

Een geweldig verhaal deed deze week de ronde op het internet, zie hier. Een programmeur bij een groot Amerikaans infrastructuurbedrijf blijkt al geruime tijd zijn eigen baan (salaris: $250.000 per jaar) te hebben uitbesteed aan een Chinese programmeur in Shenyang:

Bob was paying a Chinese firm about $50,000 a year to do his work, then spent the day surfing the web, watching cat videos and updating his Facebook page.

Hoe lang dat dealtje al liep is onduidelijk, want “de log-files gaan maar een half jaar terug”. Al een behoorlijke tijd dus. Inmiddels was de baas meer dan tevreden over het geleverde werk:

Quarter after quarter, his performance review noted him as the best developer in the building.

Een en ander kwam aan het licht toen het bedrijf beveiliger Verizon inschakelde wegens verdachte activiteit op het netwerk, zie hun oorspronkelijke bericht.

De cruciale vraag is natuurlijk waarom de werkgever zelf niet op het idee is gekomen om het werk van deze programmeur uit te besteden en dus 80% te besparen. En of ze dat nu wel gaan doen.

En nog bedankt

Nederlandse kinderen hebben het erg getroffen, houd ik de mijne regelmatig voor. Stabiliteit, rijkdom, vrijheid – kom er maar eens om in de rest van de wereld. Veel indruk maakt het niet, maar sinds deze week kan ik zoon- en dochterlief om de oren slaan met dit artikel in The Economist. Daarin wordt bevestigd dat Nederland het op-zeven-na-beste land is om ter wereld te komen, en zelfs het beste in de eurozone. Hoewel het gevaar natuurlijk groot is dat mij vervolgens wordt nagedragen dat we niet bijtijds naar de nummer één, Zwitserland, zijn verhuisd.

Waarom is Nederland zo geweldig? The Economist leidt het af uit onze rijkdom, goede gezondheid, tevreden bevolking. Een logische vraag is vervolgens of andere landen zouden moeten proberen om meer op Nederland te lijken. Hoewel dit idee lang een pijler onder ons buitenlands beleid is geweest, is het maar de vraag of een wereld vol Nederlanden überhaupt mogelijk zou zijn. Het antwoord luidt waarschijnlijk nee, blijkt uit een leuk paper dat ster-econoom Acemoglu en twee coauteurs vorige maand lieten verschijnen (een korte versie staat op VoxEU).

De crux van het verhaal is dat landen niet geïsoleerd van elkaar bestaan. Met name op het gebied van de technologische vooruitgang zijn er veel externaliteiten tussen landen onderling. Van de techniek die het leven in Nederland zo aangenaam maakt komt maar een klein gedeelte uit ons land zelf. Veel kennis krijgen we, min of meer gratis, uit de rest van de wereld. Acemoglu probeert vervolgens aan te tonen dat het ontwikkelen van nieuwe kennis geremd wordt als een land teveel nivelleert. Een groot sociaal vangnet vermindert de prikkels voor ondernemers, uitvinders en investeerders, omdat de opbrengst van hun risico en werk (relatief, ten opzichte van gewone werknemers) te klein is. Als dat klopt, kan het dus zo zijn dat het land met de snelste technologische vooruitgang wel het rijkste is, maar niet per se het prettigste om in te wonen. Terwijl dat land tegelijkertijd ook zorgt voor de rijkdom en ontwikkeling van meer prettige, egalitaire, landen.

Het is duidelijk waar dit verhaal naar toe gaat. In onze wereld is het land dat het verst is qua technologische ontwikkeling, tevens één van de meest harde landen op sociaal-economisch gebied. De Verenigde Staten staan slechts zestiende op het lijstje van The Economist, je kunt nog beter geboren worden in België. Maar zonder de VS, zegt Acemoglu, geen Zwitserland, Denemarken en Nederland. We kunnen niet allemaal Scandinaviërs zijn.

Is het waar? Er zijn, naast het harde kapitalisme, vast nog wel andere aspecten van het Amerikaanse leven die meehelpen aan de technologische ontwikkeling. En wellicht zitten uitvinders nou eenmaal graag bij elkaar, en zijn ze toevallig in Amerika verzeild geraakt (Acemoglu is Turks). Maar het is niet te ontkennen dat we hier in ons land met name zo rijk zijn door de inspanningen van anderen, en dat ons geluk mede wordt veroorzaakt doordat het zo moeilijk is om technologie voor jezelf te houden. En dat de wens van de Amerikanen om overal het beste in te zijn ertoe leidt dat anderen hen voorbijstreven in geluk, is goedbeschouwd een beetje tragisch.

Windhandel

Deze week stond er plots een mevrouw voor de deur die probeerde mij Eneco HollandseWind aan te smeren. Zij kwam met de volgende argumenten:

  1. Energie uit Nederland halen is veel goedkoper dan het uit het buitenland te importeren, zoals andere maatschappijen doen. Dan moet je immers invoerrechten betalen.
  2. En zeg nu zelf, energie uit Nederland halen is toch sowieso beter.
  3. Met HollandseWind liggen uw energietarieven voor de komende 3 jaar vast. En dat is gunstig, want iedereen weet dat door de huidige economische crisis de energieprijzen zullen stijgen.

Ik probeerde nog iets te mompelen over interne markt, over dat ik toch liever het uitzicht in Noorwegen verpest zie door windmolens dan dat in Nederland en over dat crisis doorgaans minder energievraag en dus lagere prijzen betekent, maar ik kreeg de indruk dat ze toch niet echt zat te wachten op een inhoudelijke discussie op basis van economische argumenten.

De suggestie dat HollandseWind reuzegoedkoop is omdat het 108 euro korting kan opleveren afhankelijk van de gemiddelde windsnelheid is natuurlijk ook ietwat misleidend.  Uit de kleine lettertjes blijkt dat je bij HollandseWind 1,1 cent per kWh meer betaalt dan bij Ecostroom 3 jaar vast, wat vast ook heel milieu is (zie hier en hier). Bij een gemiddeld verbruik van 3350 per jaar, waar Eneco van uit gaat, ben je dan in 3 jaar 110 euro duurder uit. Grappig dat dat vrijwel gelijk is aan de maximale “korting” die je kan krijgen.

Wereldhandelgroeivertragingsverschillen

Gisteren meldde de OECD dat de wereldhandel in het tweede kwartaal minder sterk is gestegen dan in het eerste. Even opletten nu: de stijging is minder sterk dan die was, maar de wereldhandel groeit dus nog steeds. Is deze subtiliteit aan Nederlandse journalisten besteed? Natuurlijk niet.

Wereldwijde handel sterk gedaald.

koppen nu.nl en Volkskrant gretig. Nee, dan het NRC. Die slaat wat door naar de andere kant en gaat enthousiast tweede afgeleides vergelijken:

De exportgroei [van de VS] daalde iets minder [dan de importgroei].

Ik heb er lang over nagedacht waarom dit een interessant dan wel relevant gegeven zou kunnen zijn, maar ik ben er niet uitgekomen. Dat wereldwijd (goed, G7 plus Brics, maar dat is haast hetzelfde) de exportgroei minder sterk daalt dan de importgroei (wat ook uit het artikel blijkt) is sowieso wat moeilijk plaatsbaar: wereldwijd zou immers toch moeten gelden dat wat er uit gaat er ook weer in komt, als u begrijpt wat ik bedoel. Verder lijkt deze journalist het wel ongeveer te begrijpen, maar in de laatste zin van het bericht gaat het toch nog mis:

Het enige andere land naast China dat ook meer heeft gehandeld is Brazilië. Daar bedroeg de importgroei 11,2 procent, waar in het eerste kwart van het 2011 een toename van 5,7 werd genoteerd.

Fout. Brazilië en China zijn niet de enige landen die meer hebben gehandeld, het zijn de enige landen die meer meer dan eerst hebben gehandeld. Of zo.

Suikerfeest

In de min of meer vrije economie van de Verenigde Staten is er in ieder geval één product waarvan de consument door een kleine groep producenten in de tang wordt genomen. De markt voor suiker is al sinds 1812 “beschermd” waardoor producenten meer dan de wereldmarktprijs krijgen. Dat heeft allerlei maffe gevolgen, bijvoorbeeld dat Coca Cola in thuisland Amerika slechter smaakt dan in Europa omdat er geen suiker maar mais inzit (echt waar!).

Maar lachen om deze toestand is voor Europeanen geen goed idee. Lees dit artikel in de New York Times voor een beschrijving van de situatie op de Europese suikermarkt waar alles nog tien keer erger is. Uiteraard doet de EU ook aan subsidies en quota. En dat leidt tot de gebruikelijke verstoringen (Finland, jawel, Finland breidde de productie van suiker uit na een stelselhervorming) en een heleboel fraude. En de rechtbanken zijn er maar druk mee.

One 2004 case in the Netherlands involved a Belgian company that mixed sugar with dried peas. The peas could later be easily separated out, leaving only the sugar. A Dutch court rejected the company’s argument that this was a processed food subject to lower tariffs.

Verspilling, we hadden het er al eerder over. Behalve een beperkt aantal boeren zou heel Europa beter af zijn als we hier eens mee op zouden houden.

Kapper

In de internationale economie maakt men onderscheid tussen verhandelbare en niet-verhandelbare goederen. Bij verhandelbare goederen ligt het voor de hand dat prijzen overal op de wereld hetzelfde zijn. Bij niet-verhandelbare goederen is dat niet het geval. Het klassieke voorbeeld was altijd de kapper. Immers, als in land A de kapper veel goedkoper is dan in land B, zullen kapbeurten niet massaal geexporteerd worden totdat de prijzen in beide landen weer gelijk zijn.

Gisteravond meldde het NOS journaal dat het tijd wordt voor een nieuw voorbeeld. Klik hier voor de video, het bewuste fragment begint op 4:14.

(Eerder ook al bij Greg Mankiw)

Een goede buur

Tijdens de depressiejaren (de jaren ’30 van de vorige eeuw) lieten veel landen zich in met zogenaamd beggar-thy-neighbour beleid. Door import extra te belasten werden binnenlandse producenten een handje geholpen ten koste van het buitenland. Een overblijfsel hiervan is de oude slogan “Koopt Nederlandsche waar, zo helpen wij elkaar”.

Zoiets kan inderdaad werken, als het buitenland maar niet hetzelfde probeert. En aangezien men daar ook niet gek was, volgde vaak snel een tegentarief en kwam de handel uiteindelijk stil te liggen. Zo was iedereen ten slotte slechter af.

Goed nieuws. Hoewel er mensen zijn die stellen dat een nieuwe depressie op de loer ligt, heeft de Nederlandse douane deze maand de tarieven op aankopen in het buitenland verlaagd. Dat is het omgekeerde beleid, enrich-thy-neighbour, en daarmee laat Nederland zien niet opnieuw in dezelfde val te trappen. Nu het buitenland nog.

Paul Krugman

Degenen die een politiek statement verwachten achter de toekenning van de Nobelprijs voor Economie aan Paul Krugman zullen niet hard hoeven zoeken. De columnist van de New York Times die sinds zijn aantreden van leer trok tegen George W. Bush en zijn beleid kreeg als eerste de classificatie shrill, waarmee gedoeld werd op het onbeleefde van zijn aanhoudende commentaar op de president. Kon hij niet ook eens wat aardigs schrijven?

Maar dat Krugman de prijs ook gekregen had zonder zijn columnistenschap staat buiten kijf. Als academisch econoom heeft hij maar liefst drie belangrijke innovaties op zijn naam. De eerste twee vonden plaats in het gebied van de internationale economie. Krugman ontwierp eind jaren tachtig het model van het gedrag van wisselkoersen die in een target zone zitten, een destijds veel voorkomend geval. Onder meer de landen van de huidige EU hielden op die manier hun munten losjes aan elkaar gekoppeld.

De andere innovatie was de handelstheorie op basis van monopolistische concurrentie. Waar de klassieke theorie alle handel verklaart uit comparatieve voordelen was het duidelijk dat dit in de praktijk niet klopte: tussen landen vond veel intra-industriële handel plaats, bijvoorbeeld in auto’s. Franse auto’s gingen naar Duitsland, Duitse naar Frankrijk. Dat kan niet als er alleen op basis van statische productiviteitsvoordelen gehandeld wordt.

De invloed van Krugman op academici was groot. Zo hing op de gang van de afdeling algemene economie van de RuG een serie portretten van klassieke economen, allemaal van voor de tweede wereldoorlog. Daarin dook eind jaren tachtig, niet ver van David Ricardo, ook een foto van Krugman op, uitgeknipt en wat onhandig in een lijst gefrommeld. Een rebellendaad ongetwijfeld op het moment van ophangen, maar met de toekenning van de hoogste economeneer vandaag niet eens zo onlogisch.

Inmiddels begon de academicus Krugman ook boeken voor het grote publiek te schrijven, met name uit frustratie over de lage kwaliteit van het publieke debat. Peddling prosperity en Pop internationalism zijn nog steeds goed leesbare en leuke boeken. Maar het was nog niet voorbij met de ontdekkingen. Krugman bedacht dat hij de theorie van Monopolistische Concurrentie ook kon gebruiken om een oud probleem uit de economie op te lossen, dat van de lokatietheorie. De verklaring van de grootte van steden en de lokaties van industrie als natuurlijke uitkomsten van handel en specialisatie zette hij uiteen in het leuke boekje Geography and Trade, dat leidde tot de geboorte van huidige Economische Geografie. Het Nobelcomité geeft aan dat hij de prijs krijgt “for his analysis of trade patterns and location of economic activity”, de laatste twee innovaties dus.

De modellen van Krugman zijn technisch zeer doortimmerd maar ook nog eens erg relevant. Het is een combinatie die maar weinig voorkomt binnen de economie. Een prima keuze voor de prijs. Al had het comité zich misschien wat meer bewust moeten zijn van de schaarste van dit soort mogelijkheden. Zoals Marco al aangaf was het goed mogelijk geweest deze prijs mede toe te kennen aan Avinash Dixit. Niet voor niets heet het model van monopolistische competitie het Dixit-Stiglitz model, en de laatste van die twee had de prijs al eerder gekregen.