Ingenieurs

Het is een gegeven paard, ik weet het, maar soms maken de redacteuren van Intermediair er een potje van. Deze week twee pagina’s over capaciteitsproblemen op het 3G netwerk, het netwerk waarover uw mobiele internetverbinding loopt.

Hoe moet dat verder? Valt er iets te doen aan het dreigende capaciteitsprobleem? Welzeker.

En dan komt het. Meer basisstations, femtocellen, prioriteitprotocollen, gemoduleerde bitstromen. Zou het allemaal helpen?

Voorlopig kunnen we nog even vooruit, maar met iedere verruiming in mogelijkheden die er komt, bedenkt men weer een applicatie die die ruimte gaat opslokken. Zo is het een eeuwigdurende ratrace.

Het zijn natuurlijk schatten, de ingenieurs die onze wensen maar blijven vervullen, maar dit is toch echt een klassiek probleem van schaarste. Dat kun je proberen op te lossen met meer aanbod, maar het is misschien ook een idee om de ruimte op het netwerk wat duurder te maken. Om vraag en aanbod wat meer in overeenstemming te brengen, als het ware. Gelukkig lijkt het management wel opgelet te hebben bij de economieles. [eerder]

De Balkenendenorm

Wat krijgt een leidinggevende in de publieke sector in ruil voor zijn of haar inspanningen? Strikt genomen kun je die vraag beantwoorden met een blik op de salarisstrook, maar ik zou willen stellen dat we dan twee belangrijke elementen over het hoofd zien. Ten eerste zijn sommige baantjes nu eenmaal leuker dan andere. Hoewel je soms hoort dat minister zijn zwaar en ondankbaar werk is, moet er ook een zekere mate van plezier gepaard gaan met de continue media-aandacht, in de houding springende bedienden en andere emolumenten. Ten tweede is het huidige salaris niet altijd de enige vorm van compensatie voor een baan. Het is goed mogelijk dat een ministerschap op het cv het salaris bij de vólgende baan flink verhoogt. Denk Wim Kok als commissaris van ING, Wouter Bos als consultant.

Deze overwegingen zijn van belang omdat het (kale) salaris van publieke leidinggevenden steeds vaker wordt gehanteerd als maximum voor alle baantjes die onder de leidinggevende ressorteren, met het argument dat die baantjes onmogelijk zwaarder kunnen zijn dan die van de eindverantwoordelijke. Niet alleen miskent die redenatie de praktijk van vraag en aanbod van verschillende types arbeid, maar dit soort Balkenendenormen schat het inkomen van de bestuurder ook nog eens te laag in.

Liegen tegen de klant

Heeft u ook GPS-navigatie in uw auto? Die van mij geeft aan hoe snel de auto rijdt, en dat blijkt tegen te vallen. Gemiddeld is het zo’n 10% minder dan de snelheidsmeter van de auto zelf denkt. Toeval misschien, maar ik geloof er niets van. Autofabrikanten hebben er baat bij dat de klant denkt dat de auto hard rijdt, snel optrekt, want hoe harder de klant denkt dat hij gaat, hoe tevredener hij is. En dat hij bij “130 km/h” toch geen boete krijgt is helemaal mooi. Verbeelding is onderdeel van het geleverde product.

Van auto’s kan ik het nog niet bewijzen, maar een vergelijkbaar geval komt aan het licht als deze verslaggever van Esquire de broekmaten in modezaken na gaat meten. Een broek van “36 inch” blijkt rustig uit te kunnen lopen naar 41 inch. En why not? Klant blij, verkoper blij. Het product blijkt meer dan een lapje stof, de winkel verkoopt verbeelding. En daar is altijd vraag naar.

Postzegels zonder prijs

Filatelisten opgelet, de Nederlandse postzegels krijgen vanaf 1 juli een nummer in plaats van een voorgedrukte prijs. Normale brief binnenland is 1, zware brief 2 en zo nog wat. Verandert de prijs van de dienst, dan blijft de oude postzegel geldig. Voorheen moest er in zo’n geval bijgeplakt worden.

Consequenties: het wordt voor TNT makkelijker om de prijs aan te passen door een verlaging van de menu costs. Meer prijsflexibiliteit is goed voor de economie, en helpt recessies voorkomen (op een heel kleine schaal). Maar cynici onder u zien de bui al hangen (zie de reacties): op deze manier kan TNT natuurlijk veel makkelijker de prijs verhogen.

Niet erg. Wie bang is voor een prijsverhoging kan op 1 juli inslaan en een groot aantal nummerzegels kopen. Die worden vanzelf meer waard als de prijs van postbezorging inderdaad stijgt. Daar kan een mens nog aardig mee verdienen. Zo krijgt de belegger er weer een hedge tegen inflatie bij.

Kwakzalverij

Het blijkt nog verrekte lastig om beoefenaars van de medische wetenschap een kwakzalver te noemen. Je hebt zo een rechtszaak aan je broek en de bewijslast lijkt bij de scepticus te liggen. Ik sta dan ook niet te springen om iets dergelijks in de economische wetenschap te proberen, maar af en toe wordt het me wel ongemakkelijk. Als nietsvermoedende burger kreeg ik vandaag op IEX de volgende advertenties te zien:

Uiteraard moet ik eerst een abonnement nemen op de Gratis Nieuwsbrief om aan te tonen dat de claim linksboven niet klopt, maar in ieder geval is er overweldigend wetenschappelijk bewijs dat dit soort informatie niet bestaat. Voor een index zeker niet en de claim rechtsonder is ook dubieus (540%-geen 539?) . In de VS blijkt dit soort tips vaak frauduleus. Linksonder geloof ik best en als ik 200 aandelentips geef zullen er ook wel een paar gouden tussen zitten, maar dan nog is dit een resultaat uit het verleden.

Je vreest voor de mensen die op zo’n link klikken, maar ik heb de tijd en juridische kennis niet om er werk van te maken. Wie wel?

Lenen van de telefoonmaatschappij

Kent u dit soort internetpagina’s? Ze bestaan uit een grote tabel met verticaal een type mobiele telefoon en horizontaal een type abonnement. U kiest een abonnement en een mobieltje en in de tabel vindt u de prijs van het toestel. Hoe duurder het abonnement, en hoe langer de looptijd, hoe goedkoper het toestel. Het is een vorm van subsidie: wie zich lang vastlegt op maandelijkse betalingen krijgt vandaag een bedrag cash terug.

Bij het zien van dit soort cijferbrij mag ik graag de spreadsheet opstarten. Welk verband bestaat er eigenlijk tussen de subsidie en het maandelijkse bedrag? Een manier om dat uit te rekenen is aan te nemen dat het een pure lening betreft: ik krijg een bedrag ineens van de telefoonmaatschappij en los dat in maandelijkse termijnen af. Dat ik dan ook nog mag bellen neem ik op de koop toe. Van deze lening kunnen we het rentepercentage berekenen.

Omdat het moeilijk te bepalen is wat een telefoon precies mag kosten heb ik dit eens voor eerste verschillen gedaan. Dus: als ik overstap naar een abonnement dat een klasse duurder is, betaal ik maandelijks iets meer maar krijg ik ook meer korting. Hoe verhoudt die korting zich met het maandelijkse bedrag? De uitkomst is op zijn minst verrassend. Hier is een typisch voorbeeld: de rentepercentages (op maandelijkse basis) voor Telfort:

100-150 150-200 200-300 300-500 500-1000
laagste -3.4 -16.3 -3.8 4.9 129
mediaan 3 -4.5 5.7 21.4 571

Op de eerste rij staat de overstap, dus van 100 naar 150 etc. De verrassing zit in de negatieve percentages. Die betekenen dat het bedrag dat ik nu terug krijg groter is dan het totale bedrag dat ik extra aan abonnement betaal. Ook al gebruik ik de extra minuten dus nooit, dan nog is het duurdere abonnement voordeliger. Bij Telfort kun je in meer dan de helft van de gevallen beter een 200- dan een 150-abonnement nemen.

En er zijn er meer. De gevallen met mediane rente kleiner dan nul zijn

T-mobile 15-20 -3.8
T-mobile 20-25 -11.9
Vodafone 100-150 -6.6
Vodafone 150-200 -6.3
Hi online 13,96-16,95 -0.1

De vraag is dus: kiest iemand ooit voor een T-mobile 15 abonnement? Of een Vodafone 100? [Eerder over mobiele abonnementen]

Coase op Schiphol

Na geruime tijd volgt hier weer een bericht uit onze langlopende serie Coase is overal, waarin externe effecten geïnternaliseerd en afgekocht worden.

Ooit nam ik met mijn lieve vriendin een binnenlandse vlucht in de VS, waarbij het arme kind een nogal corpulente Amerikaan met vliegangst naast zich trof. De man had ernstige twijfels over het vliegvermogen van ons toestel en die bleken na een tijdje besmettelijk. Vooral vanwege zijn (achteraf wat overtrokken) opmerking we’re all gonna die hadden we misschien toch liever naast een lege stoel gezeten.

Het kan, tegenwoordig. Voor €25 per enkeltje koop je gemoedsrust en wat armruimte op weg naar de vakantie. Geen geld!

Reiziger betaalt 17 procent te veel voor ov

Kijk, met zo’n kop heeft reizigersvereniging Rover meteen onze aandacht. We gaan er eens goed voor zitten, ons verheugend op een degelijk stukje economische analyse. Benieuwd waar die 17% op gebaseerd is. Een mooie maatschappelijke kostenbatenanalyse misschien, waaruit blijkt dat de positieve externe effecten van openbaar vervoer onvoldoende zijn weerspiegeld in de prijs van het product? Of nee, wacht, misschien wordt aangetoond dat de openbaar vervoerders teveel marktmacht hebben en daardoor een prijs zetten die 17% hoger is dan bij volledige mededinging! Of anders een fraai stukje benchmarking waaruit blijkt dat het OV in Nederland 17% duurder is dan in omliggende landen met een vergelijkbare structuur?

Vergeet het maar. Lees het persbericht en huiver:

Tussen 2002 en 2009 stegen de prijzen van het stads- en streekvervoer ruim 17% meer dan de inflatie.

Ja maar. Dat is alles!? Dit slaat natuurlijk helemaal nergens op. Allereerst: waarom 2002? Kies een ander jaar en je krijgt een ander getal. Dit suggereert dat de prijs in 2002 precies goed zou zijn geweest, en vervolgens ook nog eens dat bijvoorbeeld de kostenontwikkeling in het OV sindsdien hetzelfde is geweest als die in de rest van de economie.  Dat zijn twee aannames die volledig uit de lucht zijn gegrepen.

Volksverlakkerij, dat is het.

Gehaktstaaf

ingwinst

De daling van de winst van ING valt nog best mee als je naar bovenstaande grafiek kijkt. Jammer dat er geen hout van klopt. De eenheden verticaal zijn, afgaande op de linker staaf van 1920 miljoen, tientallen miljoenen. De rechter staaf is dan zo’n 900 miljoen lang, in plaats van de werkelijke 71 miljoen.

Natuurlijk wel beter zichtbaar zo, maar met de manier waarop mensen met grote getallen omgaan zou ik het toch niet zo in beeld brengen. (Eerder gezeur over grafieken.)

Spa rood

Beste mede-Spa-rood drinkers van Nederland. Is er iemand die wakker ligt van het feit dat we op terrassen regelmatig kraanwater met bubbels geserveerd krijgen? Ik in ieder geval niet. Nederlands kraanwater smaakt prima en op deze manier bewijzen we het milieu ook nog een dienst.

Maar vooral dit: wie bubbelwater bestelt op een terras is het vaak helemaal niet te doen om het drankje. De dienst die de uitbater verleent bestaat uit een stoel en een tafel op een aantrekkelijke locatie. Plus wat te drinken. In mijn inschatting is de hoofdmoot van de dienst het eerste element, en niet de consumptie.

Maar dat dat systeem van afrekenen via de drankjes is natuurlijk wel voor verbetering vatbaar. Zie onder meer hier.