De Balkenendenorm

Wat krijgt een leidinggevende in de publieke sector in ruil voor zijn of haar inspanningen? Strikt genomen kun je die vraag beantwoorden met een blik op de salarisstrook, maar ik zou willen stellen dat we dan twee belangrijke elementen over het hoofd zien. Ten eerste zijn sommige baantjes nu eenmaal leuker dan andere. Hoewel je soms hoort dat minister zijn zwaar en ondankbaar werk is, moet er ook een zekere mate van plezier gepaard gaan met de continue media-aandacht, in de houding springende bedienden en andere emolumenten. Ten tweede is het huidige salaris niet altijd de enige vorm van compensatie voor een baan. Het is goed mogelijk dat een ministerschap op het cv het salaris bij de vólgende baan flink verhoogt. Denk Wim Kok als commissaris van ING, Wouter Bos als consultant.

Deze overwegingen zijn van belang omdat het (kale) salaris van publieke leidinggevenden steeds vaker wordt gehanteerd als maximum voor alle baantjes die onder de leidinggevende ressorteren, met het argument dat die baantjes onmogelijk zwaarder kunnen zijn dan die van de eindverantwoordelijke. Niet alleen miskent die redenatie de praktijk van vraag en aanbod van verschillende types arbeid, maar dit soort Balkenendenormen schat het inkomen van de bestuurder ook nog eens te laag in.

Minister van wat?

Er mag in Nederland dan wel geklaagd worden dat de nieuwe minister van Economische zaken een historicus is, in Frankrijk kunnen ze er ook wat van. Lees mee.

Door de stokkende aanvoer van benzine is de situatie bij veel tankstations chaotisch: er is geen brandstof, óf er staat een lange rij wachtenden. Typische situatie van vraag groter dan aanbod. De manier van verdelen is nu weinig efficiënt: wie het langst wil wachten en goed tegen onzekerheid kan, heeft de meeste kans op een volle tank. Dat kan natuurlijk beter. Met een hogere benzineprijs die de huidige schaarste weerspiegelt wordt er geen tijd verspild, gooit niet iedereen de tank helemaal vol en verdwijnt de paniek die lange rijen oproepen.

Maar dat is buiten de minister van Economie (!) gerekend. Christine Lagarde

constateert dat sommige pomphouders misbruik maken van de dreigende schaarste en hun prijzen opvoeren. „Ik zal er persoonlijk op toezien dat pomphouders die zich niet aan de regels houden, op hun vingers worden getikt”, dreigde ze.

(Liefhebbers verbazen zich hier in het Frans. Deze Franse blogger heeft het goed door.)

Halve allrisk!?

Deze week zag ik de nieuwe commercial van Inshared (al vaker onderwerp van deze weblog). De innovatieve verzekeraar heeft weer iets nieuws bedacht: het is nu ook mogelijk een ‘halve allrisk’ af te sluiten:

Halve allrisk is een autoverzekering waarbij u toch nog de helft van de schade aan uw eigen auto vergoed krijgt, ook al is het uw schuld of is de tegenpartij onbekend. […] Uit onze ervaring blijkt namelijk dat mensen het na een paar jaar zonde vinden om hun auto nog allrisk te verzekeren, maar dat de auto tegelijkertijd nog te nieuw en te goed is om schades niet meer te laten repareren.

Wie door de premieberekeningsmodule heen gaat, leert dat de premie voor de halve allrisk ook keurig de helft is van de premie van de volledige allrisk. Maar, vraag ik mij dan af, waarom zou iemand dan in vredesnaam voor die halve allrisk kiezen!?

Stel u bent bang voor een schade. Om het risico te dekken moet u een bepaalde premie betalen. Uiteraard zal de premie hoger zijn dan de verwachte schade (de verzekeraar moet er immers ook aan verdienen), maar als u voldoende risico-avers bent is het voor u de moeite waard om die verzekering af te sluiten. Tot nu toe nog niks aan de hand.

Maar nu komt het: iemand die voldoende risico-avers is om die halve allrisk af te sluiten zal zeker ook bereid zijn een dubbel zo grote premie te betalen om een dubbel zo grote schade te voorkomen. Immers: de dubbele schade is voor een risicoaverse automobilist meer dan twee keer zo beangstigend en dus zal die persoon altijd bereid zijn de dubbele premie te betalen. Geen enkel weldenkend mens (in de zin van de klassieke homo economicus) zal dus voor de halve allrisk gaan. Toch!?

De Coalitiemarkt

Nu het nieuwe kabinet op het bordes heeft gestaan, is het eindelijk gedaan met onze coalitiemarkt. Anders dan bij de politieke aandelenmarkt is het onmogelijk om iets te zinnigs te zeggen over hoe onze markt het gedaan heeft: als de kans op de uiteindelijke coalitie continu was ingeschat op 10%, dan wil dat niet zeggen dat de markt het slecht gedaan heeft: misschien was die kans al die tijd ook wel 10%. Maar toch. Hier is het historisch koersverloop van de belangrijkste aandelen:

coalitiemarkt 

De groene lijn geeft de coalitie ‘Anders’ die het uiteindelijk ook geworden is. De gele lijn weerspiegelt Paars Plus, de lichtblauwe een CDA/VVD/PVV kabinet. Paars Plus was lang favoriet, zeker vlak na de verkiezingen, maar stortte in Juli in elkaar met het stuklopen van de onderhandelingen over dat kabinet. ‘Anders’ nam toen het stokje over, met een flinke dip begin september.

Uiteindelijk werden er op de markt 3025 transacties uitgevoerd. Dit zijn de grootverdieners:

1 areyouthebundscoach 34.107,47 6 sbalen 2.911,66
2 macaron 19.445,25 7 Dealy99 1.879,85
3 robvandervelde 9.364,66 8 eribarijder 1.841,03
4 kuulke 6.704,36 9 henkm 1.356,98
5 fhwpeters 5.826,23 10 Jorg 245,37

Van harte! Vergelijken we deze lijst met de uitslag van de PAM, dan valt vooral fhwpeters op, die daar bovenaan stond en hier plaats 5 inneemt.

Mortensen en Pissarides

Het werk van Diamond leverde een flinke literatuur op over markten met zoekfricties, bijvoorbeeld in de Industriële Organisatie, mijn vakgebied (zie bijvoorbeeld deze uiterst interessante bijdrage…). In die latere literatuur variëren consumenten bijvoorbeeld in hun zoekkosten, of zijn producten gedifferentieerd, waardoor de uitkomsten wat minder extreem zijn dan die van Diamond.

Een belangrijk toepassingsgebied van dergelijke zoekmodellen is de arbeidsmarkt, en dat is waar Mortensen en Pissarides actief zijn. In plaats van consumenten die een product zoeken gaat het dan om werkgevers die een geschikte werknemer zoeken, en werknemers die een geschikte baan zoeken. Ook dat levert fricties op, zodat er werkloosheid kan bestaan zelfs als er meer vacatures zijn dan werklozen. In zo’n wereld zijn werkloosheidsuitkeringen niet noodzakelijk verstorend, maar kunnen ze juist leiden tot een beter functionerende arbeidsmarkt, omdat ze werknemers de gelegenheid geven om rustig te zoeken naar een baan die echt bij ze past. Sowieso is het in markten met zoekfricties niet evident dat de vrije markt tot de meest ideale oplossing leidt, bijvoorbeeld omdat mijn zoekintensiteit gevolgen heeft voor jouw kansen op een baan (negatief), maar het werkgevers helpt om een goede werknemer te vinden (positief).

Zoals altijd heeft het Nobelcomite meer info (voor leken zowel als deskundigen)

Diamond heeft um! (en Mortensen en Pissarides)

Ach, het zoet der overwinning. Zoals deze weblog al als een der weinigen voorspelde heeft Peter Diamond zojuist de Nobelprijs gewonnen, voor “markten met zoekfricties”. Oh ja, Mortensen en Pissarides mochten ook meedelen.

Diamond krijgt um dan vooral voor zijn werk over de Diamond Paradox. Stel dat er een aantal bedrijven concurreert op prijs. Normaal gesproken zou je volgens het Bertrand model dan verwachten dat iedereen een prijs zet die gelijk is aan marginale kosten. Maar stel nu eens dat er zoekkosten zijn: een consument moet een klein beetje moeite doen om achter de prijs van een bedrijf te komen. Dat kost een consument s per bedrijf. Als alle bedrijven dan een prijs gelijk zetten aan hun marginale kosten, dan kan een van de bedrijven daar van profiteren door z’n prijs net een tikje (maar minder dan s) te verhogen. Voor een consument die daar terecht komt is het dan niet de moeite waard om naar een ander bedrijf te gaan (immers: de extra zoekkosten wegen niet op tegen de lagere prijs). Een prijs gelijk aan marginale kosten is dan geen evenwicht, omdat elk bedrijf een prikkel heeft zijn prijs net iets hoger te zetten.  Maar met hetzelfde argument is een iets hogere prijs ook al geen evenwicht. De enige prijs waarbij niemand nog een prikkel heeft om die iets te verhogen is de monopolieprijs. Door de introductie van kleine zoekkosten klapt het evenwicht dus van een volledig competitieve prijs naar de monopolieprijs, en dat is verontrustend.

(later meer)

Nobel!

Ze beginnen al weer te vallen, de Nobelprijzen. Zoals gebruikelijk is die van Economie weer de laatste, want geen echte Nobelprijs. De prijs wordt volgende week maandag na 1 uur Nederlandse tijd bekend gemaakt. De hoogste tijd dus om in te zetten.

Volgend jaar tipten we Nordhaus, omdat het tijd was voor een outsider. Op zich bleek die observatie correct, alleen bleek de prijs te gaan naar twee andere outsiders. Dit jaar zal het weer tijd zijn voor een mainstream econoom. Nordhaus lijkt daarom niet kansrijk.

Topfavoriet volgens Ladbrokes vorig jaar was Eugene Fama, dit jaar lijkt het (nog) niet mogelijk om bij deze bookmaker te wedden. De andere favorieten waren Romer, Fehr, French, Nordhaus, Barro, Rabin en Tirole. Thomson noemt dit jaar Alesina, Kiyotaki, Moore en Murphy. Kiyotaki en Moore doen dingen die relevant lijken voor de actualiteit, en daar is het Nobelcomite altijd gevoelig voor. Murphy is een briljant empirisch econoom, maar lijkt te jong (mooie analyse over leeftijd en Nobelprijs staat hier) en voorzover ik kan inschatten ook niet baanbrekend genoeg.  Marginal Revolution noemt Thaler/Schiller, Weitzman/Nordhaus, “3 econometristen”, Tirole/Hart, (Douglas) Diamond, Jorgenson.

Bij ons vaste rijtje voorspellers voegen zich dit jaar, curieus genoeg, de Simpsons. Ja heus. In de eerste aflevering van dit jaar in de VS schijnen Lisa en drie vrienden een pooltje te hebben voor alle Nobelprijswinnaars. De aflevering is in Nederland niet te zien, maar hier staat een screenshot. De genoemde economen: Bhagwati, Holmstrom, Dixit, Helpman. Helemaal geen onaardig rijtje.

Fama en Barro verdienen um zeker, maar zijn politiek nog te gevoelig. Tirole’s kansen nemen met het jaar toe, maar is nog steeds jong. Op zich is het ook weer eens tijd voor een econometrist, Jerry Hausman misschien? Vooralsnog hou ik het op Peter Diamond, een econoom die ontstellend veel gedaan heeft, en inmiddels ook de juiste leeftijd heeft. Bovendien is hij met name bekend om zijn werk over sociale zekerheid, dus daar kan het Nobelcomite zich niet echt een buil aan vallen.

Lachwekkende belastingen

Op dit weblog mogen wij ons nog wel eens vrolijk maken over absurde douanebepalingen, zie bijvoorbeeld hier en hier. Ook de Zwitserse minister van Financiën ziet van dergelijke absurditeiten de humor wel in, getuige dit optreden in het parlement.

Volgens Google Translate zegt hij

In overeenstemming met aantekening 6 op hoofdstuk 2 van de GN, heeft de douane ook wel Zwitserse opmerkingen gepubliceerd op het douanetarief. Daarna bepaalde producten nog steeds geclassificeerd in hoofdstuk 2, die is verergerd in de productie van specerijen, op voorwaarde dat het karakter van de goederen van dit hoofdstuk niet wordt gewijzigd (bijvoorbeeld lucht gedroogd rundvlees). Uitgezonderd van dit hoofdstuk is echter vlees dat de kruiderijen distribueert op alle oppervlakken van het product met het blote oog worden waargenomen.

en dat is inderdaad vrij lachwekkend.

Kwakzalverij

Wie Wesley Sneijder nomineert voor kwakzalver van het jaar kan rekenen op grote mediaaandacht. Maar op deze plek moeten we het toch even hebben over de nominatie van de Triodos bank voor dezelfde prijs. De bank heeft geld geïnvesteerd in producenten van homeopatische middelen en in antroposofische gezondheidscentra.

De Vereniging tegen de Kwakzalverij is verdrietig dat de bank haar geld steekt in methoden en middelen die geen enkel medisch effect sorteren. Maar dat is natuurlijk niet het juiste criterium om een investering te beoordelen. Wie wil verdienen vraagt zich liever af of er een markt is voor dit soort producten.

En die markt is er natuurlijk. Nederlanders kopen met veel plezier middelen waarvan iedereen kan nagaan dat ze geen meetbaar effect hebben. Zolang de verkopers geen onjuiste claims doen over de werking lijkt me dat geen enkel probleem. Dat de bank er een goede investering in ziet is geen kwakzalverij.

Misschien helpt het om de namaak-geneeskunde te beschouwen als een vorm van theater. De gebeurtenissen op het podium zijn natuurlijk niet echt, maar het publiek is tevreden. In deze schrale tijden voor de kunstsector moeten we de succesvolle artiesten niet teveel opjagen.

Alles is te koop

De oogst van de afgelopen week:

  1. Aandelen een slechte belegging? Nu is de markt voor postzegels ook al ingestort.
  2. In de VS blijkt marihuana aan de westkust een stuk goedkoper dan aan de westkust oostkust. Wie echt op een koopje uit is gaat echter naar Canada. Of Amsterdam natuurlijk. [via]
  3. In Afghanistan blijkt een stem voor de verkiezingen van aanstaande zaterdag in de rustige provincie Kunduz zo’n 15 dollar kosten, maar in het onrustige Kandahar slechts 1 dollar.