Het reuzenrad

Hier om de hoek, vlak bij de waterkant, staat een reuzenrad te draaien. Het tilt je voor een tientje tot ongeveer halverwege de kantoorgebouwen die ernaast staan. Toch is het uitzicht niet slecht, en loopt de attractie best aardig. Een stukje Neerlands trots, gebouwd door een bedrijf in Vlodrop.

Dit vredige tafereel werd onlangs verstoord door de gemeenteraad, die het nodig vond om het terrein rondom het rad opnieuw te veilen. De winnaar was een andere partij, die van plan was om op dit stukje land, jawel, een reuzenrad uit te baten.

En zo kwamen we terecht in de mooie situatie van de enkele koper en de enkele verkoper. Allicht is het voor alle partijen beter om het oude rad te laten staan en een goede prijs te maken, maar wat is een goede prijs? Zoals we eerder schreven op deze site, in een dergelijk geval is het maar de vraag of je meer hebt aan economie of psychologie. Het is een kwestie van goed onderhandelen.

En dat deden de partijen. Het rad wordt donderdag afgebroken, stelde de krant maandag. We wilden toch al liever een kleiner rad, had de koper de dag ervoor laten optekenen. Bekende zakenlui bemoeiden zich met de zaak; de gemeenteraad sprak dreigende woorden. Inmiddels werden de graafmachines al in gereedheid gebracht.

Totdat gisteravond, uren voor de deadline, het rad van eigenaar wisselde. Voorspelbaar, maar de quotes na afloop zijn kostelijk. “Het was niet makkelijk”, aldus de koper. “Er is in deze stad nog niet eerder een reuzenrad verkocht.” Een gemeenteraadslid wil een commissie om deze toestand in de toekomst te voorkomen. En de verkoper gaf toe dat hij, ondanks zijn sloopplannen, al het personeel in dienst had gehouden.

Toppublicatie kopen!?

Voor collega’s die nog wanhopig op zoek zijn naar een toppublicatie: op economenarbeidsmarktroddelwebsite econjobrumors.com verscheen vorige week de volgende advertentie:

I have a new paper that I consider my best work. For a variety of reasons, the marginal return professionally for this paper is very small for me. But I think it has an excellent shot a top journal, I would estimate 1/3 at the AER (I have published there before). So I am offering it for sale.

En dan per opbod natuurlijk. Al hebben zelfs sommige economen hun twijfels over de ethiek van een en ander, een intrigerende optie is het wel. Uiteraard wordt flink gespeculeerd over hoe echt dit allemaal is. Het ziet er op zijn minst verdraaid serieus uit. De betalingscondities bijvoorbeeld:

4. Your bid is for an AER or QJE. If it ends in Restud, you pay 65%. If it ends in the Journal of Labor Economics, Journal of Public Economics, or EJ, you pay 35%. Other journals are negotiable. […]

6. Half of payment is due with a revise and resubmit. I will also make the needed changes. The final half is due with final acceptance.

Afijn, mocht ik binnenkort in de American Economic Review staan, dan weet u nu hoe dat komt.

Meest hilarische reactie is overigens:

is there a discount if I buy it twice? cheers, bruno

Spookprijs

(Een gastbijdrage van Marcel Canoy)

Stel je bent eigenaar van een sexy merknaam, bijvoorbeeld Heineken (avant la lettre). Heineken verkoopt links en rechts frisdrankjes en heeft wat lokale bekendheid. Probleem is dat je eigenlijk helemaal niet in staat bent deze merknaam op een hoger plan te tillen. Dan kom je toevallig ene Freddy in de kroeg tegen. Die blijkt grote plannen te hebben, maar zoekt een goede naam. Al snel smeden jullie samen een plan. Freddy mag de naam voeren en na drie jaar kijken jullie wat er van geworden is. Voortvarend als hij is, weet Freddy de naam Heineken met zijn bedrijf om te turnen tot een succesvol biermerk dat na drie jaar al enkele miljarden waard is.

Nu wil het toeval dat je een hekel aan bier hebt en jouw bedrijf niet wenst te associëren met dat product. Je wilt de naam dus graag terug na drie jaar. Maar wie betaalt wat voor deze transactie? Vreemd genoeg blijkt dit probleem geen redelijke oplossing te hebben. Het zou bijvoorbeeld erg onredelijk zijn als Freddy zijn naam om niet moet inleveren bij de eigenaar. Immers heeft hij flink geïnvesteerd in de naamsbekendheid en is de waarde van de merknaam vooral te danken aan zijn inspanningen. Omgekeerd zou het een beetje bizar zijn als jij een miljard moet betalen voor iets dat je al bezit en ook moeilijk kan verkopen (behalve aan Freddy misschien maar daarheb je geen zin in). Ook tussenoplossingen zoals 50-50 lossen niets op. En sowieso ben je vergeten de waarde van de merknaam te meten voor Freddy aan de slag ging en is de huidige waarde ook al niet makkelijk objectief vast te stellen, waardoor het niet eens duidelijk is waarvan je dan 50% zou moeten nemen. En als je het al geprobeerd had, was je er achter gekomen dat het beroepmerknaamtaxateur vrij zeldzaam is.

Vreemd, een normaal lijkende transactie, maar prijsvorming lijkt onmogelijk. Dit probleem had voorkomen kunnen worden als je de naam Heineken meteen aan Freddy verkocht had (en wie weet had je dan geschiedenis gemaakt), maar dat heb je nu eenmaal niet gedaan. Dan de huiskamervraag: falende prijsvorming duidt op marktfalen. Met welk marktfalen hebben we hier te maken?

Dit probleem heb ik nu met Ecorys, waar ik hoofdeconoom ben. Wij zijn de gelukkige bezitter van de domeinnaam economie.nl (tot ongenoegen van Marco en Thijs om een reden die niet moeilijk is te verzinnen). Wij kunnen als bedrijf deze naam niet goed exploiteren en zijn op zoek naar een goede huisvader. Maar wat als die huisvader er een gierend commercieel succes van maakt op een manier die ons niet aanstaat? Wat doe we dan na drie jaar?

Alles is te koop

De oogst van de afgelopen week:

  1. Aandelen een slechte belegging? Nu is de markt voor postzegels ook al ingestort.
  2. In de VS blijkt marihuana aan de westkust een stuk goedkoper dan aan de westkust oostkust. Wie echt op een koopje uit is gaat echter naar Canada. Of Amsterdam natuurlijk. [via]
  3. In Afghanistan blijkt een stem voor de verkiezingen van aanstaande zaterdag in de rustige provincie Kunduz zo’n 15 dollar kosten, maar in het onrustige Kandahar slechts 1 dollar.

Liegen tegen de klant

Heeft u ook GPS-navigatie in uw auto? Die van mij geeft aan hoe snel de auto rijdt, en dat blijkt tegen te vallen. Gemiddeld is het zo’n 10% minder dan de snelheidsmeter van de auto zelf denkt. Toeval misschien, maar ik geloof er niets van. Autofabrikanten hebben er baat bij dat de klant denkt dat de auto hard rijdt, snel optrekt, want hoe harder de klant denkt dat hij gaat, hoe tevredener hij is. En dat hij bij “130 km/h” toch geen boete krijgt is helemaal mooi. Verbeelding is onderdeel van het geleverde product.

Van auto’s kan ik het nog niet bewijzen, maar een vergelijkbaar geval komt aan het licht als deze verslaggever van Esquire de broekmaten in modezaken na gaat meten. Een broek van “36 inch” blijkt rustig uit te kunnen lopen naar 41 inch. En why not? Klant blij, verkoper blij. Het product blijkt meer dan een lapje stof, de winkel verkoopt verbeelding. En daar is altijd vraag naar.

Moskee

Economen geven de voorkeur aan het prijsmechanisme wanneer het gaat om het alloceren van schaarse goederen. Maar er zijn alternatieven. Een wachtrij bijvoorbeeld, denk aan de huizenmarkt of de gezondheidszorg. Soms proberen mensen het product al in een zo vroeg mogelijk stadium te claimen. Plaatsjes op een Amsterdamse straat bijvoorbeeld, op Koninginnedag. Of kuilen en ligstoelen op het strand van Scheveningen, vaak door Duitse toeristen. Wie slim is, reserveert gewoon zelf een plekje en verkoopt hem vervolgens door aan de meest gefortuneerde Duitser, zie ook hier. Economisch gezien helemaal geen gekke oplossing, want de kuil komt dan terecht bij degene die er het meest voor over heeft en dat is efficiënt.

In Saoedi-Arabië moet je echter niet met dat soort geintjes aankomen. Daar zijn twee mannen gearresteerd wegens het verhuren van onrechtmatig gereserveerde bidplaatsen in de Grote Moskee. Ja heus.

Eigenlijk zouden ze die plekjes natuurlijk gewoon moeten veilen. [via]

L’arbitrage

Het was een fijne tijd daar in Frankrijk maar ik zie dat het goed is dat ik terug ben. Ook van mij de komende tijd weer een opgefriste blik op de economie.

Van de Fransen is bekend dat het grote sociale ingenieurs zijn. Van de 35-urige werkweek (ooit) tot de ouderwetse industriepolitiek, de Fransen leggen het liefst de hele economie contractueel vast. Toen ik bij het eerste wegrestaurant dan ook een kindermaaltijd voor 1 euro zag dacht ik dan ook dat het een verplicht menu-item ter bestrijding van kinderhonger zou zijn, maar volgens de kassière betrof het een gewone aanbieding. Je moest er wel een kind voor meenemen.

Aan de tafel naast ons nam een gezin met twee kleintjes plaats dat zojuist voor 2 euro kindermaaltijden gekocht had. Het waren behoorlijke gerechten. De kinderen kregen elk het Mona-toetje, terwijl de ouders het bord warm eten en de fles sap tot zich namen. Wie weet verhuurden ze de kinderen daarna aan mensen die nog moesten halen.