Altijd wel gedacht

In zijn kerstverhaal in ESB (link voor abonnees) neemt Philip Hans Franses de hele economenwereld kostelijk op de hak. In zijn versie van 2014 komen allerlei voorspellingen plotseling uit. Mijn favoriete passage is deze:

De lente

Mede dankzij de rap stijgende huizenprijzen gaat ook de inflatie flink omhoog. Een zeer bekende economieprofessor neemt het woord in vele televisieprogramma’s waarin hij laat weten al bijna tien jaar lang te waarschuwen voor het inflatiespook, en zo roept hij triomfantelijk: “Zie je wel, het is zover! Ik heb het altijd al geweten.” En: “Ja, het is soms even wachten op een stijging van inflatie, in mijn geval zelfs acht volle jaren,maar ja, als het dan gebeurt, dan ben je natuurlijk erg trots op je eigen inzichten.”

Zijn Nobelprijswinnaars rabiaat rechts?

Op Twitter woede vorige week een korte maar hevige discussie naar aanleiding van een nogal curieuze column van Ewald Engelen waarin deze de Nobelprijs economie afdeed als een “effectieve witwasmachine voor rabiaat rechts economisch denken”, wat op Twitter leidde tot lijstjes van winnaars die toch best links zijn. Uiteindelijk bleek hij vooral de oorsprong van de prijs te bedoelen, niet de winnaars.

Hoe dan ook. Voor wie geinteresseerd is in de het gedachtengoed van Economieprijswinnaars is er nu het definitieve antwoord. Dit document geeft een gedegen analyse van 71 prijswinaars, hun politieke orientatie en, vooral, hoe die tijdens hun carriere opgeschoven is. Dat levert een erg mooi overzicht op voor iedereen met interesse in de recente geschiedenis van het economisch denken (via @economiewurm).

Ik moet toegeven dat ik nog niet de complete 467 pagina’s heb gelezen, maar figuur 2 op pagina 20 geeft al een aardige samenvatting, met Frisch, Leontief en Tinbergen als zeker uiterst links (of liever: least classical liberal) en Becker, Coase, Friedman, Hayek en Smith als zeker uiterst rechts (most classical liberal). Er staan zelfs meer economen aan de rechterkant van de tabel (en dus aan de linkerkant van het politieke spectrum, verwarrend genoeg) dan aan de linkerkant, maar dat kan een definitiekwestie zijn. Rabiaat rechts zijn ze gemiddeld dus zeker niet.

#economendag

De economendag vandaag kon qua drukte rustig wedijveren met de Libelle zomerweek. Een verslag van de ochtend staat hier bij Mathijs Bouman. Zelf was ik er pas in de middag, voor de hoofdact: vers Nobelprijswinnaar Robert Shiller die de Tinbergenlezing verzorgde.

Voor de vele economenfans die niet naar DNB konden komen staat hieronder mijn Twitter-verslag. Het is de tweede keer dat ik zoiets probeerde (hier de eerste keer) en ik moet zeggen, het houdt je goed bij de les. Tegenwoordig is er zelfs op dit vlak concurrentie: kijk vooral ook bij Mathijs Bouman (opnieuw) en bij @emsent, ook live vanuit de zaal.

Bij de (oergezellige) borrel achteraf merkte iemand nog op dat Shiller wel uitgebreid inging op Eugene Fama, zijn mede-winnaar, maar met geen woord gesproken heeft over Lars Peter Hansen, de derde laureaat. Dat is wel een beetje het lot van de econometrist, maar toch niet heel erg aardig.

Lees verder “#economendag”

Ze hebben de crisis niet voorspeld

Op diverse plekken woedt weer het (terugkerende) debat over het nut van de econoom. Economen spreken elkaar de hele tijd tegen, opgejut door de pers, en daardoor lijkt het wel of economie geen wetenschap is. Zie ook Paul Tang eerder dit jaar.

In zijn inleiding bij de DWDD-versie van dit verhaal herhaalt Matthijs van Nieuwkerk de aantijging die je wel vaker hoort: economen voorspelden de crisis niet. Het is wellicht de moeite om eens even na te denken wat de presentator ons hier verwijt.

Het voorspellen van de crisis, hadden de economen dat goed gedaan, is het voorkomen van de crisis. Als de gehele beroepsgroep in een vroeg stadium had gezien dat in de financiële sector een onhoudbaar spel gespeeld werd, op basis van alsmaar stijgende huizenprijzen en moeilijk te begrijpen, doorverkochte, risico’s, dan had de toezichthouder ingegrepen voordat de boel uit de hand liep. Dan was het allemaal met een sisser afgelopen. Maar had er dan ook iemand gezegd: “die crisis hebben de economen toch maar mooi aan zien komen”? Nee natuurlijk. Bij gebrek aan een grote crash blijft het volk onwetend.

Omgekeerd betekent dat, dat het best mogelijk is dat economen diverse andere crises wél aan hebben zien komen, waardoor we ervan verschoond zijn gebleven, maar ook kunnen fluiten naar de erkenning.

Tja. Het is wellicht sterker om hier met een goed voorbeeld te komen. Laat ik het eens proberen. Eind jaren ’70 van de vorige eeuw toonden de economen Kydland and Prescott overtuigend aan dat het geen goed idee was om beleidsmakers al te veel keuzevrijheid te geven bij het herhaaldelijk uitvoeren van dezelfde taak, als ze daarbij de burgers voor de gek konden houden. Dat inzicht leidde uiteindelijk tot het systeem van de onafhankelijke centrale bankier, die alleen geacht wordt op de inflatie te letten.

Je kunt stellen dat economen hiermee de grote inflatiecrisis van 2012 voorzien hebben. Ze zagen al aankomen dat Europese politici niet in staat zouden zijn de verleiding te weerstaan, om hun grote schulden met de geldpers op te lossen. Daarin waren ze zo succesvol, dat de grote inflatiecrisis van 2012 nooit heeft plaatsgevonden.

Graag gedaan.

Coase is dood

Met 102 jaar was hij de oudst nog levende Nobelprijswinnaar, en bovendien een van mijn grote helden, maar Ronald Coase is niet meer. Mooi stuk hier. Nog niet eens zo lang geleden schreven we nog over hem.  Vaste lezertjes kennen hem natuurlijk ook van onze onregelmatig verschijnende reeks Coase is overal. meer in onze archieven over hem hier.

Wat vooral briljant aan de man was dat hij uitermate diepe inzichten volledig intuitief en verbaal kan kon weergeven, waarop anderen vervolgens aantoonden dat het allemaal wiskundig nog keurig klopte ook. Denk met name aan het Coase conjecture, dat in essentie zegt dat een producent van duurzame goederen in het meest extreme geval helemaal geen monopoliemacht heeft, omdat slimme consumenten gewoon afwachten tot hij de prijs gaat verlagen, later formeel aangetoond in dit artikel.

Uiteraard is Coase vooral bekend om twee artikelen: the Nature of the Firm (geschreven op zijn 25e!) en met name The Problem of Social Cost: als er vrij onderhandeld kan worden in een frictieloze wereld, zijn externe effecten geen probleem en komt er toch wel een efficiënte uitkomst tot stand, ongeacht de aanvankelijke verdeling van eigendomsrechten. Zie eerder bijvoorbeeld  hier. The Economist had een mooi artikel bij zijn 100e verjaardag.

Ik liep de man ooit tegen het lijf (letterlijk, vrees ik) op een conferentie in 1998, en toen was hij al heel oud.

Op welke bekende econoom lijkt u het meest?

Thijs was in de rechterkolom al eens lyrisch over het economenpanel van MeJudice, dat Nederlandse economen naar hun mening vraagt over actuele vraagstukken, en gemodelleerd is op het IGM forum in de VS.

Deze website doet nog iets leuks: in plaats van de meningen bij de econoom te zoeken, zoekt het de econoom bij de meningen. Geef aan in welke mate u het eens bent met een aantal stellingen en de website rekent op basis van de IGM-data uit met welke econoom uw mening het meest overeenkomt, op een manier die verdraaid veel wegheeft van een veredelde stemwijzer. Een flink aantal stellingen vereist stevige kennis van Amerikaans beleid en instituties, maar die mag u gewoon overslaan: met 20 antwoorden is er al een betrouwbare match te maken.

Het MeJudice panel heeft nog net iets te weinig stellingen om een soortgelijke zoek-je-favoriete-econoom voor Nederland te bouwen. Maar waarchijnlijk dat is een kwestie van tijd.

Het luxepaper

Wie een huis in Nederland koopt moet rekening houden met het risico van overstroming. Dat risico vermindert de waarde van het huis en inderdaad wordt voor een laaggelegen huis zo’n €3000 minder betaald dan voor een hoger gelegen, vergelijkbare, woning. Dat zeggen althans mijn oud-collega’s bij de UU, de heren Garretsen, Bosker, Marlet en Van Woerkens in een nieuw boek, zo las ik vorige week op nu.nl.

Deze economen hebben geluk, want de verschijning van hun boek valt precies samen met de discussie over een verplichte verzekering tegen overstromingen voor alle Nederlanders (ligt niet voor de hand gegeven de korting op het huis, schrijft het kwartet) en de nodige wateroverlast over de grens. De pers nam hun conclusie veelvuldig over.

Snel het boek besteld om de volgende dag het naadje van de kous te achterhalen. En dat, beste lezers, is waar het me eigenlijk om te doen is. Die volgende dag bracht de postbode een kleine envelop waarin een minuscuul werkje opgeborgen bleek. Het boek van de vier economen was een gepopulariseerde versie van een wetenschappelijk artikel, dat eveneens in 2013 verschijnt. Mijn oud-collega’s hadden een working paper in het Nederlands vertaald en rijkelijk voorzien van foto’s van stromend water dat traag door oneindig laagland, afijn, de bekende plaatjes. Er stonden enkele prachtige kaarten in, dat wel. Maar de slechts twee tabellen en verwijzingen naar “complexe cijfermatige analyses” zonder die te laten zien (het gaat om fixed effects paneldata) zijn toch niet helemaal gericht op de econometristen onder ons.

Toch voelde ik me niet bekocht, eerder kwam er bewondering in me op voor de slimme collega’s die een heel nieuw genre in de wetenschap hadden weten te introduceren. Naast hun moeilijk te verteren, zwart-wit uitgevoerde, wetenschappelijk verslag was hier sprake van een luxepaper, dat zomaar door een gemiddelde Nederlander gelezen kon worden. Aansprekend onderwerp, een goed te begrijpen resultaat en een heldere aanbeveling in een makkelijk te behappen boekje. Iets om uit de tas te toveren op verjaardagen, maar ook een werk dat zomaar door een beleidsmaker serieus genomen kan worden.

In de discussie over media-economen waarvan niet altijd duidelijk is waar onderzoek overgaat in eigen mening, is dit wellicht een goed voorbeeld. Er is een wetenschappelijk resultaat, maar ook een publieksvriendelijk formaat met plaatjes en voorbeelden. Het één lijdt niet onder het ander en (economen let op) er lijkt zelfs een markt voor te zijn.

boekje

Over economie

(als beleidswetenschap)

Economics is a highly sophisticated field of thought that is superb at explaining to policymakers precisely why the choices they made in the past were wrong. About the future, not so much. However, careful economic analysis does have one important benefit, which is that it can help kill ideas that are completely logically inconsistent or wildly at variance with the data. This insight covers at least 90 percent of proposed economic policies.

Ben Bernanke.

Sloddereconomie

Voor het onwaarschijnlijke geval dat u het gemist heeft; gisteren ontplofte het economeninternet bijkans door deze kwestie. In een nogal invloedrijke paper in de American Economic Review van 2010 laten Reinhart en Rogoff zien dat landen met een schuld boven de 90% minder hard groeien. Dat resultaat geldt als belangrijke onderbouwing voor de stevige bezuinigingen die her en der worden doorgevoerd. Wat blijkt? Er zijn wat foutjes gemaakt bij de data-analyse. Of, nou ja, Reinhart en Rogoff bedienden zich van praktijken waar we tot nu toe vooral sociaal-psychologen van beschuldigden:

Three main issues stand out. First, Reinhart and Rogoff selectively exclude years of high debt and average growth. Second, they use a debatable method to weight the countries. Third, there also appears to be a coding error that excludes high-debt and average-growth countries. All three bias in favor of their result, and without them you don’t get their controversial result.

Dat laatste is met name koddig: er bleek een foutje te zitten in de Excel-spreadsheet waarmee de regressie gedaan werd, waardoor een paar landen niet meegenomen werden. Tja. Wat eigenlijk vooral schokkend is, is dat de analyse blijkbaar zo weinig robuust is dat zulke keuzes en foutjes uberhaupt het oorspronkelijk gepubliceerde resultaat volledig onderuit halen.

Pijlsnel kwamen Reinhart en Rogoff met een reactie, die vooral als onthutsend zwak wordt beschouwd.

Meer hier en hier.