Festival

Het begon in Ierland, inmiddels tien jaar geleden, toen in Kilkenny iemand op het curieuze idee kwam om comedians en economen samen op een podium te zetten, toen nog naar aanleiding van de economische crisis. Inmiddels zijn ze daar nu al toe aan de tiende editie van Kilkenomics.

In Nederland gaat het vandaag ook gebeuren. In Groningen. Het Standup Economics festival. Al had Groninomics wellicht meer voor de hand gelegen.

In Ierland weten ze inmiddels Dan Ariely en Paul Krugman te strikken. In Groningen moet u het vooralsnog doen met mensen al ondergetekende (in deze sessie). Inmiddels is het festival vrijwel volledig uitverkocht (toch nog iets gemeen met Paul Krugman), maar misschien biedt de zwarte markt uitkomst.

Veel beloven

Jaha, hij is er weer, de tienjaarlijkse lijst van The Economist van de meest veelbelovende economen van dit moment. Een traditie die begon in 1988, toen onder andere latere Nobelprijswinnaars Paul Krugman en Jean Tirole op het lijstje stonden. Dit weblog is inmiddels al zo stokoud dat we ook aandacht besteedden aan de vorige versie van het lijstje, zie hier, waar ook de achttallen van de eerdere edities te vinden zijn.

Goed, dan het lijstje van deze keer: Melissa Dell, Isaiah Andrews, Nathaniel Hendren, Stefanie Stantcheva, Parag Pathak, Heidi Williams, Emi Namakura, Amir Sufi. 

Opvallend: vier vrouwen en vier mannen.  Misschien komt het dan toch ooit nog eens goed met vrouwen en de economische wetenschap.

Rode lijn; allemaal doen ze empirisch door op een slimme manier naar data te kijken of juist die data op een slmme manier op te duikelen. Tegelijkertijd zijn meer dan hun voorgangers geinteresseerd in wezenlijke vragen dan in slimme trucjes. Volgens de Economist dan.

In short, our picks of 2018 are looking for the intellectual keys to important social puzzles; they are willing to move lampposts, turn on headlights or light candles to find them.

Maar lees vooral het hele stuk. Nuttig ook voor mensen die nog steeds beweren dat economen zich alleen bezig houden met esoterische wiskunde los van elke werkelijkheid.

De Tinbergenlezing 2018

Net als vorig jaar was ik vandaag bij de economendag in Amsterdam. Een vermakelijke en informatieve dag die eigenlijk door geen econoom over mag worden geslagen. De Tinbergenlezing werd verzorgd door Ed Glaeser (eerder op deze site), een klassieke Amerikaanse motor mouth die zeker een record vestigde voor het aantal woorden, uitgesproken tijdens deze lezing.

Ik deed een verslag in tweets; na de klik staat het archief.

Lees “De Tinbergenlezing 2018” verder

Economentaal

Bas Haring schrijft op MeJudice dat economische inzichten het beste aan de man gebracht kunnen worden met behulp van woorden, in plaats van wiskunde. Wiskundige modellen en statistiek hebben een rol, maar zouden niet leidend moeten zijn. Simpele inzichten kunnen beter door tekst worden overgebracht.

Dat doet denken aan de campagne van Wereldbankeconoom Paul Romer tegen “mathiness”, waarmee hij de praktijk aanduidt om wiskunde te gebruiken om wazige ideeën te laten lijken op harde wetenschap. Daarbij ergert hij zich vooral aan het verschijnsel dat verschillende economische scholen voortbestaan, ieder met een eigen waarheid en een eigen model, zonder dat er zicht is op een eindoordeel.

Daar konden nog wel eens problemen van komen, en inderdaad: lees hier Tim Harford over de rel die rondom Romer ontstond toen hij probeerde de economen van de Wereldbank bij te scholen. Een verrassende wending is dat Romer zich in dit geval niet boos maakte om de wiskunde, maar juist om het nietszeggende proza van de Bank. Daar had hij trouwens wel gelijk in: dit taalkundige rapport laat mooi zien hoe de Wereldbankrapporten over de jaren steeds waziger werden. Desondanks is Romer, als dank, uit zijn managementfunctie ontheven.

Mooie boel: wiskunde maakt het te moeilijk, en ook in de tekst kunnen economen niet altijd overreden. Al eerder meldden we dat Paul Krugman tot vergelijkbare inzichten kwam. Dat bericht eindigt met wat optimistische ideeën over mogelijke oplossingen. De pessimistische invalshoek is dat er nu eenmaal goede en slechte economen zijn, en dat voor meesterschap een zeldzame combinatie van talenten nodig is. De rest van de beroepsgroep moet helaas voortploeteren, in moeilijk te begrijpen tekst of vergelijkingen.

Arrow is dood

Gister overleed Kenneth Arrow, waarschijnlijk de grootste econoom van de vorige eeuw. In 1972 won hij de Nobelprijs (met Hicks) voor algemene evenwichten, maar hij had er met het grootste gemak nog een paar kunnen krijgen, bijvoorbeeld voor het impossibility theorem, dat er in feite op neer komt dat er niet zo iets bestaat als De Wil Van Het Volk (eerder). Of als grondlegger van de gezondheidseconomie. Of innovatie. Of endogene groeitheorie.

Hier een erg mooi overzicht van zijn werk een paar jaar geleden in een IMF-publicatie. Hier geeft Arrow zelf een ooggetuigeverslag van ontwikkelingen in de economische theorie sinds 1940.

Arrow kreeg niet alleen zelf een Nobelprijs, zijn studenten wonnen er ook 4: Harsanyi, Spence, Myerson en Maskin. De familiebanden zijn ook intrigerend. Larry Summers was een neef, Paul Samuelson de broer van zijn zwager.

Lees vooral dit weblog, dat deze week een vierdelige serie over de bijdragen van de man belooft.

Thomas Schelling

Thomas Schelling, strateeg en speltheoreticus, winnaar van de Nobelprijs (en ontvanger van een eredoctoraat van de EUR), is gisteren overleden.

Hij was misschien wel de econoom die we over de jaren het vaakst aangehaald hebben, omdat zijn inzichten van pas komen in de meest uiteenlopende situaties. Of gewoon omdat zijn boeken zo goed geschreven waren.

Wie nog nooit een Schelling las, begint het beste hier. En (her)lees ook nog eens dit bericht, één van mijn favoriete stukken op deze site.

®andomiseren

De economen Kwast en Kwant werken jarenlang aan een onderzoek. In de publicatiefase nemen ze econoom Aantjes erbij voor wat laatste inzichten en daarmee gaat hun paper de wereld in als Aantjes et al.

Het sorteren op alfabet kan oneerlijk zijn, ook als de auteurs redelijk en van goede wil zijn. Misschien dat Aantjes het niet erg vindt om met Kwant, Kwast en Aantjes te gaan, en dan geeft de volgorde informatie over de relatieve inspanning. Maar als Aantjes toevallig Zwart geheten had, dan zegt de volgorde weer niets over de bijdrage die hij geleverd heeft, want bij Kwant, Kwast en Zwart kan er net zo goed op alfabet gesorteerd zijn.

In de muziek lost men dit probleem op door de groep een eigen naam te geven. Dat geeft mooi een extra vrijheidsgraad en zet de willekeur van de achternaam buiten spel. Maar dan wordt het wel weer lastig als de bandnaam bekendheid krijgt en één van de leden opstapt: moet de band dan ook van naam veranderen? (Zie ook: Frank en de zes Mirellas)

Dit voorstel van Ray ® Robson (2016) doet een andere poging: het symbool ® vertelt de lezer dat de volgorde van de namen bij toeval is vastgesteld. Dat is dus informatiever dan Ray en Robson (2016), wat ook gewoon de alfabetische volgorde had kunnen zijn. Maar wie een naam met een accent heeft weet dat het gebruik van niet-alfanumerieke tekens grote gevaren met zich meebrengt (zie ook: Gerard ’t Hooft). Bovendien geeft randomisatie maar één mogelijkheid: iedereen heeft gelijk bijgedragen aan het product.

De economische oplossing lijkt mij om aandelen uit te geven in ieder paper, en op de voorpagina de eigendomsverhoudingen te geven, desnoods per hoofdstuk. Het citeren van het paper gaat dan via de titel, die net zoals een tweet maximaal uit 140 (alfanumerieke) tekens mag bestaan. En wie zijn naam echt heel graag terug wil zien, zet 'm gewoon in de titel.

Selten is dood

Pas nu is bekend geworden dat Reinhard Selten een dikke week geleden is overleden. Selten deelde de Nobelprijs in 1994 met John Harsanyi en John Nash. (De laatste overleed ruim een jaar geleden; zijn prijs van hem wordt overigens half oktober geveild)

Selten kennen we vooral van het subgame perfect equilibrium, een verfijning van het Nash evenwicht dat het gebruik van loze dreigingen uitsluit, en de chain store paradox. Later legde hij zich vooral toe op experimenten.

Hier een biografie, of een autobiografie op de Nobel website.

Sannikov

De John Bates Clark medal, u weet wel, de prijs voor de beste econoom werkzaam in de VS van onder de 40 (eerder) gaat dit jaar naar Yuliy Sannikov, Rus Oekraiener, en werkzaam op Princeton.

Ging de prijs sinds 2010 steeds naar toegepaste micro-economen (zie bericht vorig jaar), dit jaar is er dan eindelijk weer een hardcore theoreticus aan de beurt. Sannikov bouwt dynamische speltheoretische modellen in continue tijd, over onderwerpen die tot voor kort vooral in discrete tijd werden gemodelleerd (kartels, principal-agent, maar ook corporate finance en macro). Nogal geavanceerd allemaal (de man won niet voor niets drie gouden medailles op wiskunde-olympiades), maar hier staat een zeer goed en relatief toegankelijk overzicht.