Zijn Nobelprijswinnaars rabiaat rechts?

Op Twitter woede vorige week een korte maar hevige discussie naar aanleiding van een nogal curieuze column van Ewald Engelen waarin deze de Nobelprijs economie afdeed als een “effectieve witwasmachine voor rabiaat rechts economisch denken”, wat op Twitter leidde tot lijstjes van winnaars die toch best links zijn. Uiteindelijk bleek hij vooral de oorsprong van de prijs te bedoelen, niet de winnaars.

Hoe dan ook. Voor wie geinteresseerd is in de het gedachtengoed van Economieprijswinnaars is er nu het definitieve antwoord. Dit document geeft een gedegen analyse van 71 prijswinaars, hun politieke orientatie en, vooral, hoe die tijdens hun carriere opgeschoven is. Dat levert een erg mooi overzicht op voor iedereen met interesse in de recente geschiedenis van het economisch denken (via @economiewurm).

Ik moet toegeven dat ik nog niet de complete 467 pagina’s heb gelezen, maar figuur 2 op pagina 20 geeft al een aardige samenvatting, met Frisch, Leontief en Tinbergen als zeker uiterst links (of liever: least classical liberal) en Becker, Coase, Friedman, Hayek en Smith als zeker uiterst rechts (most classical liberal). Er staan zelfs meer economen aan de rechterkant van de tabel (en dus aan de linkerkant van het politieke spectrum, verwarrend genoeg) dan aan de linkerkant, maar dat kan een definitiekwestie zijn. Rabiaat rechts zijn ze gemiddeld dus zeker niet.

Meer Nobelprognose

De Wall Street Journal geeft een overzicht van alle, maar dan ook alle) mogelijke kandidaten. Knap werk als de winnaar daar niet tussen zit.

Op Twitter tipt Joshua Gans een prijs voor  Dixit, Sutton en Tirole, en dat zou helemaal geen gek idee zijn (al ben ik wat monder enthousiast over Sutton in dat rijtje). Iets richting econometrie zou ook niet gek zijn; Hanson, Angrist en Deaton zijn dan kansrijk.

Maar goed, dat zijn bespiegelingen voor volgend jaar. Uiteraard gaat de prijs dit jaar naar groeitheorie (en wel hierom). Thijs tipt Acemoglu, maar die lijkt me veel te jong. Eigenlijk is het volstrekt duidelijk. In huize Barro kan de champagne alvast koud worden gezet. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gaat de prijs dit jaar immers naar Robert Barro. Maandag om 13:00 uur weten we het zeker.

Wie nog terug wil kijken: deze website geeft een fraai panorama van het kantoor van Alvin Roth, een van de winnaars van vorig jaar. Wie goed rondkijkt ziet wat zijn geheim is: hij is eigenlijk met zijn drieën. En ik wil ook zo’n whiteboard.

Tot slot nog een aardige anekdote (via). Winnaars die bericht krijgen uit Stockholm geloven vaak niet dat ze echt hebben gewonnen. Dat geldt met name voor economen. Een van de eerste telefoontjes komt namelijk van de editor van de Nobel website, voor een interview. Zijn naam? Adam Smith.

Hier is het gesprek met mevrouw Phelps nog terug te luisteren.

Nobelprognose

Voor wie zich nog enige illusies maakt over de standing van het vakgebied economie, dit is hoe nu.nl de resterende Nobelprijzen aankondigt:

Vrijdag maakt het Nobelcomité in Oslo bekend naar wie de belangrijke Nobelprijs voor de Vrede gaat. Maandag staat dan nog de toekenning van de prijs voor Economie op het programma.

Juist. De gebruikelijke voorspelling van Thomson Reuters is hier te vinden, zij denken aan empirische micro, tijdreeks-econometrie of de theorie van de regulering. Allemaal fout natuurlijk, want vorig jaar meldde Marco op deze plek al dat we, op grond van het Nobelsymposium 2012, een prijs kunnen verwachten voor economische groei en ontwikkeling.

Een belangrijk, maar ook groot vakgebied, dus qua namen nog keuze genoeg. We noemden al Barro en Romer (de groei-Romer, niet de macro-Romer of die met drie handen). Maar als we in de richting van instituties en groei gaan, toch een belangrijk gebied, kan het comité haast niet om Daron Acemoglu heen. En dat zou weer een interessante keuze zijn, vanwege zijn prille 46 jaar. Een prijs voor Acemoglu zou betekenen dat de Nobelprijs economie niet langer een oeuvre-prijs zou zijn, maar een echte prijs voor een wetenschappelijke doorbraak. Daarmee schuiven we van de categorie Literatuur een beetje richting Natuur- en Scheikunde, iets waar elke econoom stiekem van droomt. Maandag meer!

Nobel in de pers

Eindelijk weer eens een Nobelprijs die uit te leggen valt, en gelukkig springt de pers er flink op in:

Pieter Gautier en Mathijs Bouman bij de Wereld Draait Door.

Hans Peters bij Met Het Oog op Morgen (start op 33:20).

Thijs ten Raa op Radio 2.

Pieter Gautier op BNR. Sylvester Eijffinger op BNR.

En natuurlijk ondergetekende op Radio 1 en op Radio 2.

In het Engels staat  hier een leeslijstje.

Lloyd Shapley and Alvin Roth!

De Nobelprijs gaat naar “stable matchings”, eigenlijk zijn dat marktachtige omgevingen waarbij er geen markt is.

Beschouw het volgende probleem: er zijn n mannen en n vrouwen. Ieder heeft het andere geslacht gerangschikt op basis van voorkeur. Kunnen we dan n huwelijken verzinnen zodanig dat er geen man en vrouw zijn die liever met elkaar trouwen dan met hun huidige partner? Zo niet, dan is er sprake van een stable matching. Gale and Shapley ontwikkelden een algoritme dat aantoont dat er altijd zo’n stable matching is. David Gale overleed in 2008, dus gaat de prijs naar Shapley.

Roth heeft veel gedaan aan het in de praktijk brengen van dergelijke mechanismen, bijvoorbeeld bij het uitwisselen van nieren, zie hier. Andere voorbeelden zijn het matchen van stagiairs met bedrijven, en het matchen van nieuwe dokters met ziekenhuizen. Bij dat soort problemen kunnen natuurlijk ook nog allerlei andere complicaties optreden, bijvoorbeeld dat de verse dokter een echtgenoot heeft die graag bij hetzelfde ziekenhuis wil werken. Roth introduceerde hij en passant een nieuw vakgebied dat bekend staat als market design: het ontwerpen van markten.

Uitleg van het Nobelcomite voor deskundigen en leken. Meer in het Nederlands hier.

Voor de auditief ingestelden; luister naar het commentaar van uw trouwe blogger op radio 1 hier.

Nobelprognose 2012 en 2013

Nog drie nachtjes slapen en hij is er weer: de Nobelprijs Economie. Trouwe lezers weten inmiddels dat we elk jaar een poging doen (ook hier, hier, hier, hier, en hier) de winnaar te voorspellen. Soms zelfs succesvol.

Voor een lijstje met favorieten kunnen we eenvoudig verwijzen naar voorgaande prognoses. Fama is nog steeds goed mogelijk. Tirole noemen we ook al jaren, het argument was vaak dat hij nog te jong was, maar zo langzamerhand begint het misschien eens tijd te worden. Thomson (eerder) noemt dit jaar Stephen Ross, Atkinson en Deaton, en Shiller. Geen van drieen lijkt me heel waarschijnlijk, hoewel met name Atkinson/Deaton een aardige suggestie is. Pieter Gautier hoopt op Tirole en Holmstrom en dat lijkt me een uitstekende keuze. Naast Tirole hoop ik zelf ook nog steeds op Dixit.

De afgelopen jaren is de prijs akelig vaak richting macroeconomen gegaan. Maar toch. Binnenkort kon dat wel eens opnieuw gebeuren. Belangrijke aanwijzing: ruim een maand geleden is er een Nobel symposium georganiseerd over economische groei en ontwikkeling. In het verleden gebeurde het nogal eens dat het Nobelcomite zo’n symposium gebruikte om te evalueren wie in een bepaald vakgebied de prijs zou verdienen, leg het lijstje van symposia en winnaars maar eens naast elkaar: de symposia van 1990, 1991, 1993, 2001 en 2008 leidde steeds tot een winnaar op het vakgebied van dat symposium een jaar later. Alleen in 1995 en 1999 werden de Nobelwatchers op het verkeerde been gezet.

Volgend jaar gaat de prijs dus naar groei. Topfavoriet lijkt dan Barro, ook al onze tip in 2008, met Romer als gevaarlijke outsider. Laten we dit jaar dan maar de wens de vader van de gedachte laten zijn. Sowieso is het de hoogste tijd dat microeconomen de prijs weer mee naar huis nemen.  Tirole en/of Dixit gaan maandag dus winnen. Waarvoor precies, dat is nog onduidelijk, beide hebben te veel bijdragen om op te noemen. Maar daar vindt het Nobelcomite vast wel iets op.

De Nobelzeepbel doorgeprikt

Ultieme ironie. Wegens de economische crisis en daarmee gepaard gaande tegenvallende beleggingsresultaten is de Nobelprijs economie dit jaar 20% lager dan voorheen.

Hetzelfde geldt overigens ook voor de andere prijzen. Dat is dan wel weer sneu.

Maar ach, dat betekent dat we in reele dollartermen weer precies terug zijn op het niveau van 1901. Eigenlijk was het dus gewoon een bubbel.

Nobel in de pers

  • NRC: Thomas Sargent (New York University) heeft aangetoond hoe structural macroeconometrics kunnen worden gebruikt […] Christopher Sims (Princeton University) heeft een methode ontwikkeld op basis van zogenaamde vector autoregressie. (en bedankt voor de uitleg – 0 punten)
  • Elsevier: Sargent en Sims hebben volgens het Nobelcomité methoden ontwikkeld die antwoord geven op macro-economische vraagstukken. (nee maar – 0 punten)
  • NOS: Het onderzoek van de twee Amerikanen richt zich vooral op de gevolgen van macro-economisch-beleid en de voorspellingen die daaruit voortkomen. (klopt, maar dat kan preciezer – 2 punten)
  • NU: Daarbij richtte het onderzoek van Sims  zich op onverwachte en tijdelijke veranderingen in de economie, terwijl Sargent structurele veranderingen in de economie onderzocht. (Dit is wel een aardige zin, de rest van het artikel is minder – 4 punten)
  • FD: Hoogleraar Sylvester Eijffinger van de Universiteit van Tilburg spreekt van een ‘goedmakertje’. (Dit artikel citeert wel erg veel letterlijk uit het juryrapport. Het woord methoden komt 2x voor, dat is in de goede richting – 6 punten)
  • en we hebben een winnaar: dit stuk op Wetenschap24 stelt het het mooist (10 punten):

De economie verandert continu. Tijdelijk, maar ook permanent. Door beleid, maar ook door onvoorziene gebeurtenissen. Door verwachtingen, maar ook door reacties op die verwachtingen. Hoe kun je onder zulke omstandigheden nog bepalen wat oorzaak en gevolg is? De Nobelprijswinnaars voor de economie van dit jaar ontwierpen instrumenten om daarbij te helpen

[Vorig jaar]

Wat verder opvalt is dat overal wordt herhaald dat Jan Tinbergen de enige Nederlandse winnaar van de prijs is (zie bijvoorbeeld hier).  Hoewel dat technisch correct is, is het toch een beetje sneu voor Tjalling Koopmans.

 

Macro methodologie

Ja, die Nobelprijs. Het is conventionele macro van de soort die het niet zo erg goed deed in de kredietcrisis, maar zoals bekend is dit toch meer een oevre-prijs waarbij we niet teveel op recent nieuws moeten letten. De invloed van beide heren is zonder meer groot geweest en hun bijdrage nuttig. Ik zal hier kort uiteenzetten wat volgens mij één van de grote vernieuwingen uit de koker van Sargent en Sims is geweest.

Het is verleidelijk om bij macroeconomie te kijken naar de verhoudingen tussen twee variabelen en daar dan een regel van te maken. Neem bijvoorbeeld rente en investeringen; een korte studie naar de twee suggereert een lineair verband en al snel rekent de econoom met een vaste functie I=f(r).

Het probleem van de economie is dat dit soort simpele verbanden compleet voorbij gaat aan de warboel van oorzaak en gevolg die er in werkelijkheid is. Natuurlijk reageren investeringen op de rente, maar de centrale bank (die de korte rente vaststelt) reageert ook op de economische omstandigheden (waaronder investeringen) en zowel investeerders en bankiers gebruiken verwachtingen over elkaar. 

De grote bijdrage van Sims is dat hij een statistische methode populair heeft gemaakt die, zonder theorie, vaststelt wat op wat reageert. Daarbij is het ook mogelijk dat er wisselwerking tussen de twee is. Door tijdreeksen te analyseren kun je met die methode een impuls-respons diagram opstellen waarin uit één oogopslag blijkt hoe bijvoorbeeld prijzen op de rente reageren. Dat is vaak geen vaste verhouding, maar een dynamische aanpassing. In het lekenrapport [pdf] staat een voorbeeld:

Hier zie je dat er het eerste kwartaal niet veel gebeurt, daarna gaan de prijzen iets omhoog en daarna zakken ze (de rode lijn; het gearceerde gebied geeft de onzekerheid aan). Door deze bijdrage van Sims is er in ieder geval duidelijkheid over het soort verschijnselen dat macroeconomen zouden moeten verklaren. Als je dat eenmaal weet, dan gaat het met de rest een stuk makkelijker. Lees je tegenwoordig werk van toegepaste macroeconomen dan gaat het meestal op deze manier: we stellen vast wat de impuls-response van een aantal variabelen is, en we laten zien dat ons theoretische model dezelfde karakteristieken kan genereren. In het theoretische model krijgen ook de verwachtingen hun plaats, en dat is het terrein waarop Sargent veel gedaan heeft.

Volgens mij moeten we de prijs van vandaag dan ook te zien als een waardering voor ontwikkelingen in de macro methodologie. De methode van Sims geeft aan wat macroeconomen zouden moeten kunnen. Dat het verder nog niet allemaal perfect werkt, daar komen we later nog wel uit.