Nobel in de pers

Eindelijk weer eens een Nobelprijs die uit te leggen valt, en gelukkig springt de pers er flink op in:

Pieter Gautier en Mathijs Bouman bij de Wereld Draait Door.

Hans Peters bij Met Het Oog op Morgen (start op 33:20).

Thijs ten Raa op Radio 2.

Pieter Gautier op BNR. Sylvester Eijffinger op BNR.

En natuurlijk ondergetekende op Radio 1 en op Radio 2.

In het Engels staat  hier een leeslijstje.

Meer over Diamond/Mortensen/Pissarides

Verreweg de beste Nederlandstalige inleiding op het werk over markten met zoekfricties is de oratie van Pieter Gautier, vorig jaar afgedrukt in TPE (zie ook de column van Mathijs Bouman hierover, zijn bijdrage bij RTL-Z meldde hij al in de opmerkingen). Bij Mejudice hebben Gautier en van der Klauw het over de prijs. Mooi is ook het verhaal van Ed Glaeser in de New York Times. Paul Krugman is het roerend eens met de toekenning. Ook Marginal Revolution heeft weer veel info, hier bijvoorbeeld.

Wat ook aardig is om te melden is dat Peter Diamond in de running is voor een toppositie bij de Amerikaanse Centrale Bank, maar dat die benoeming tot nu door de republikeinen werd geblokkeerd. Deze Nobelprijs kon daar wel eens verandering in brengen.

Mortensen en Pissarides

Het werk van Diamond leverde een flinke literatuur op over markten met zoekfricties, bijvoorbeeld in de Industriële Organisatie, mijn vakgebied (zie bijvoorbeeld deze uiterst interessante bijdrage…). In die latere literatuur variëren consumenten bijvoorbeeld in hun zoekkosten, of zijn producten gedifferentieerd, waardoor de uitkomsten wat minder extreem zijn dan die van Diamond.

Een belangrijk toepassingsgebied van dergelijke zoekmodellen is de arbeidsmarkt, en dat is waar Mortensen en Pissarides actief zijn. In plaats van consumenten die een product zoeken gaat het dan om werkgevers die een geschikte werknemer zoeken, en werknemers die een geschikte baan zoeken. Ook dat levert fricties op, zodat er werkloosheid kan bestaan zelfs als er meer vacatures zijn dan werklozen. In zo’n wereld zijn werkloosheidsuitkeringen niet noodzakelijk verstorend, maar kunnen ze juist leiden tot een beter functionerende arbeidsmarkt, omdat ze werknemers de gelegenheid geven om rustig te zoeken naar een baan die echt bij ze past. Sowieso is het in markten met zoekfricties niet evident dat de vrije markt tot de meest ideale oplossing leidt, bijvoorbeeld omdat mijn zoekintensiteit gevolgen heeft voor jouw kansen op een baan (negatief), maar het werkgevers helpt om een goede werknemer te vinden (positief).

Zoals altijd heeft het Nobelcomite meer info (voor leken zowel als deskundigen)

Paul Krugman

Degenen die een politiek statement verwachten achter de toekenning van de Nobelprijs voor Economie aan Paul Krugman zullen niet hard hoeven zoeken. De columnist van de New York Times die sinds zijn aantreden van leer trok tegen George W. Bush en zijn beleid kreeg als eerste de classificatie shrill, waarmee gedoeld werd op het onbeleefde van zijn aanhoudende commentaar op de president. Kon hij niet ook eens wat aardigs schrijven?

Maar dat Krugman de prijs ook gekregen had zonder zijn columnistenschap staat buiten kijf. Als academisch econoom heeft hij maar liefst drie belangrijke innovaties op zijn naam. De eerste twee vonden plaats in het gebied van de internationale economie. Krugman ontwierp eind jaren tachtig het model van het gedrag van wisselkoersen die in een target zone zitten, een destijds veel voorkomend geval. Onder meer de landen van de huidige EU hielden op die manier hun munten losjes aan elkaar gekoppeld.

De andere innovatie was de handelstheorie op basis van monopolistische concurrentie. Waar de klassieke theorie alle handel verklaart uit comparatieve voordelen was het duidelijk dat dit in de praktijk niet klopte: tussen landen vond veel intra-industriële handel plaats, bijvoorbeeld in auto’s. Franse auto’s gingen naar Duitsland, Duitse naar Frankrijk. Dat kan niet als er alleen op basis van statische productiviteitsvoordelen gehandeld wordt.

De invloed van Krugman op academici was groot. Zo hing op de gang van de afdeling algemene economie van de RuG een serie portretten van klassieke economen, allemaal van voor de tweede wereldoorlog. Daarin dook eind jaren tachtig, niet ver van David Ricardo, ook een foto van Krugman op, uitgeknipt en wat onhandig in een lijst gefrommeld. Een rebellendaad ongetwijfeld op het moment van ophangen, maar met de toekenning van de hoogste economeneer vandaag niet eens zo onlogisch.

Inmiddels begon de academicus Krugman ook boeken voor het grote publiek te schrijven, met name uit frustratie over de lage kwaliteit van het publieke debat. Peddling prosperity en Pop internationalism zijn nog steeds goed leesbare en leuke boeken. Maar het was nog niet voorbij met de ontdekkingen. Krugman bedacht dat hij de theorie van Monopolistische Concurrentie ook kon gebruiken om een oud probleem uit de economie op te lossen, dat van de lokatietheorie. De verklaring van de grootte van steden en de lokaties van industrie als natuurlijke uitkomsten van handel en specialisatie zette hij uiteen in het leuke boekje Geography and Trade, dat leidde tot de geboorte van huidige Economische Geografie. Het Nobelcomité geeft aan dat hij de prijs krijgt “for his analysis of trade patterns and location of economic activity”, de laatste twee innovaties dus.

De modellen van Krugman zijn technisch zeer doortimmerd maar ook nog eens erg relevant. Het is een combinatie die maar weinig voorkomt binnen de economie. Een prima keuze voor de prijs. Al had het comité zich misschien wat meer bewust moeten zijn van de schaarste van dit soort mogelijkheden. Zoals Marco al aangaf was het goed mogelijk geweest deze prijs mede toe te kennen aan Avinash Dixit. Niet voor niets heet het model van monopolistische competitie het Dixit-Stiglitz model, en de laatste van die twee had de prijs al eerder gekregen.

Nobel!!!

Iedere econoom weet dat als buiten de bladeren gaan vallen, hetzelfde binnen afzienbare tijd ook geldt voor de Nobelprijs Economie. Jawel! Over tien dagen is het weer zover. U bent inmiddels van ons gewend dat wij naar hartelust speculeren wie de prijs gaat winnen, vorig jaar bijvoorbeeld en het jaar daarvoor ook.

Door deze voortdurende berichtgeving schijnt uw nederige verslaggever inmiddels dan ook al wijd en zijd bekend te staan als DE deskundige bij uitstek op het gebied van de Nobelprijs Economie. Toen economenvakblad ESB op zoek ging naar een expert om een licht te laten schijnen op de vraag wie dit jaar de prijs gaat winnen, kwam men dan ook al snel terecht bij ondergetekende. U vindt mijn reactie hieronder, of in de ESB van vandaag.

Overigens houdt Thomson (zie ook hier) het dit jaar op Hansen, Sargent en Sims.

Lees “Nobel!!!” verder

Lezen en kijken in de kerstvakantie

Wie nog een kadootje zoekt voor de kerstdagen kan eens een kijkje nemen op dit lijstje met de beste economieboeken van het afgelopen jaar. Onderaan het bericht staan ook wat links naar video’s met pratende economen. Nog niet op het lijstje maar vast en zeker de moeite waard (ik heb ze nog niet bekeken) zijn de Nobellezingen van de drie winnaars die afgelopen zaterdag plaatsvonden. Hier staan links. Hier staat een interview met Maskin en Myerson. Amusant is met name de naam van de interviewer: Adam Smith. Echt waar. Hij ziet er nog best jong uit.

Meer nieuws van het boekenfront: op 15 januari komt de nieuwe Tim Harford uit. Wij zijn benieuwd. En geloof het of het niet, maar kaskraker Freakonomics gaat verfilmd worden. Inderdaad: Freakonomics, The Movie. Het wachten is nu op de musical.

Hurwicz-Maskin-Myerson

Daar is-tie dan, de Zweedse-rijksbank-prijs in de economische wetenschap ter-ere-van Alfred Nobel 2007. Voor mechanism design theory, dat klinkt wat obscuur, maar denk incentive compatibility, revelation principle en instituties in het algemeen. Benieuwd hoe de pers dit gaat brengen. Marco noemde Maskin en Myerson in zijn (lange) lijst, de laatste zelfs als gedroomde winnaar. Gefeliciteerd!