Lenen bij de cijferbank

De lokale krant schrijft vanochtend over een intrigerende innovatie op een internationale school in Nanjing: leerlingen die zakken voor een examen kunnen punten bijlenen bij een nieuw opgerichte cijferbank. De lening moet wel worden terugbetaald (met rente!) door op een volgend proefwerk méér dan een zes te halen. Het systeem is bedacht in samenwerking met ouders, die werken in de bankensector.

Zoals altijd ontbreken de cruciale details. Worden leningen van tevoren beoordeeld door een kredietafdeling? Moet de terugbetaling gebeuren met punten uit hetzelfde vak? Wat is de rente? En als je eerst een hoog cijfer haalt en dan pas een onvoldoende, staat je hoge cijfer dan ook op de bank?

Maar het idee is stimulerend, omdat opeens een collectie aparte, schaarse, goederen fungibel wordt, dat wil zeggen, verhandelbaar. Onmiddellijk herinner ik mij weer de klasgenoot die alle vakken gemakkelijk kon halen, maar bleef zitten op zijn vier voor Frans. Daar had de cijferbank goed werk kunnen verrichten, helemaal als het Nibud hem in de eerste klas gewaarschuwd had om altijd minstens een 6½ te halen.

Voor zover mijn (stokoude) kennis nog relevant is, kon je in Nederland altijd al compenseren binnen hetzelfde vak – met de gevleugelde uitdrukking “ik mag voor wiskunde een 3½ halen” tot gevolg. Binnen dat systeem is de student slachtoffer van de min of meer willekeurige afbakeningen tussen vakken, waardoor een onvoldoende bij wiskunde A wel gecompenseerd wordt door een hoog cijfer voor datzelfde vak, maar niet door een 10 bij wiskunde B. Dat is pure financiële repressie. Het idee van een cijferbank schetst een wereld waarbij de verhandelbaarheid van cijfers flink toeneemt, met een verhoogde welvaart tot gevolg.

Tenminste. De vraag is natuurlijk of kennis net zo fungibel is als cijfers bij de cijferbank. Wie wil er naar een dokter die zijn vier voor het examen infectieziekten heeft gecompenseerd met een acht voor sportblessures?

Ik neem aan dat tegoeden bij de cijferbank niet overdraagbaar zijn tussen leerlingen. Niet dat ik nou denk dat die ambitieuze Chinese studenten elkaar een beter rapport cadeau gaan doen, maar hoe zou het zijn om je eigen zoon of dochter te laten genieten van het tegoed dat je nog bij de cijferbank hebt staan? Een kleine cijfer-erfenis voor junior.

Niet eerlijk natuurlijk. Maar nu vraag ik mij af waarom we gewone erfenissen dan wel acceptabel vinden.

Loting is een rotsysteem

Zeg niet dat er nooit iets ten goede verandert in Nederland. Vanaf 2017 is het afgelopen met de praktijk dat de schaarste aan opleidingsplaatsen, bijvoorbeeld bij geneeskunde, wordt opgelost door middel van een loterij. Het nieuwe systeem voorziet in selectie op basis van twee (per opleiding vast te stellen) eigenschappen. Of het allemaal zo transparant gaat worden als de minister voorziet, staat nog te bezien; de opleidingen zijn nog bezig met de precieze invulling. Maar allicht is dit nieuwe systeem te prefereren boven de lottoballetjes.

Althans. Dit weekend verscheen een opinie-artikel in de Volkskrant waarin Aleid Truijens zich afvraagt of loting, hoewel een rotsysteem, misschien niet tóch de minst slechte manier van selecteren is. Want wie zegt dat de criteria van opleidingen wel de beste studenten selecteren? Een meetfout is zo gemaakt. En niet iedereen komt even vroeg tot bloei:

Een lamlendige zesjesscholier kan, als hij eenmaal de geest heeft gekregen, een bevlogen dokter worden.

Dit is allemaal waar en toch is loting een waardeloze manier van selecteren. De reden daarvoor is dat de loten machteloos maakt. Het maakt niet uit of de scholier zich uit de naad werkt, of zijn dagen slijt als lamlendige zesjesscoorder. Dit is op zichzelf al onverdraaglijk, maar het heeft bovendien het zeer schadelijke effect dat het de prikkel wegneemt om te presteren. Wetende dat na het diploma de loting wacht, kan de scholier de kantjes er rustig vanaf lopen.

De denkfout van loters is dat de groep kandidaat-studenten niet verandert door het systeem dat ze bij de poort van de vervolgopleiding te wachten staat. Gegeven de groep die zich meldt, kun je allerlei verhalen ophangen over eerlijkheid en rechtvaardigheid. Maar hoe die groep eruit ziet, wordt direct beïnvloed door het gewicht dat aan eerdere prestaties wordt toegekend.

Als dat er toe leidt dat scholieren zich bekwamen in nutteloze, maar indrukwekkende, kwaliteiten zoals babbelkunde dan krijgen we uiteindelijk nog geen betere dokteren. Maar als de selectie competent gebeurt, zal het nieuwe systeem ertoe leiden dat zich scholieren aandienen met betere kwaliteiten om uiteindelijk de opleiding goed te doorlopen.

Dit zijn geen nieuwe ideeën (zie eerder 2007, 2009) en met een beetje geluk zijn ze de reden dat de loting straks zijn laatste slachtoffers eist. Als het goed is, leidt het nieuwe systeem straks tot betere studenten. Dat moet, circa 2021, makkelijk aan te tonen zijn.

De loterij voor geneeskunde

Allocatie van schaarse middelen, het lijkt zo saai maar wie kan dit hartverscheurende verhaal van Jaron van de Wardt lezen zonder zich op te winden over zijn lot? Jaron is voor de zoveelste keer uitgeloot voor de studie geneeskunde, en beschrijft de hemeltergende willekeur die opleidingsplaatsen verdeelt over aspirant-artsen.

We leggen er in de Nederlandse economieopleiding niet zoveel nadruk op, maar er is een belangrijke connectie tussen markteconomie en vrijheid. Wie schaarste oplost met vraag en aanbod kan last hebben van hoge prijzen, maar de koper en verkoper hebben hun lot altijd in eigen hand. Wie iets écht graag wil kan het krijgen, desnoods door heel veel andere dingen te laten. Het frustrerende van de loterij is dat de deelnemer is overgeleverd aan de lottoballetjes en niets kan doen om zijn droom te verwezenlijken. Dat dit leidt tot lummelgedrag op de vooropleiding bespraken we al eerder. Bovendien gaat het ten koste van de kwaliteit van onze medische stand, omdat uitgelote studenten hun heil over de grens zoeken.

Helaas voor Jaron geef ik zijn smeekbede onder de huidige minister niet veel kans. Misschien dat hij in het buitenland meer kansen heeft.

Europees economieonderwijs

Dit artikel in het blad Foreign Policy schetst een verschrikkelijk beeld van het economieonderwijs in Duitsland en Frankrijk. Over die laatste hadden we het eerder. Er wordt teveel nadruk gelegd op nadelen van kapitalisme, rechten van werklozen en de gevaren van een vrije markt, vindt de auteur. In tegenstelling met de Amerikaanse opleidingen, waar straightforward, classical economics op het menu staat.

Ik ben niet overtuigd. Volgens de auteur leidt dit onderwijs tot een aversie tegen het ondernemerschap, maar ondernemingen zijn er in Frankrijk en Duitsland genoeg. En om meteen de lijn door te trekken naar heel Europa is wel erg snel geredeneerd. Het economieonderwijs in Nederland wordt opgezet volgens de lijnen van dit rapport, en die zien er zeer verantwoord uit (zie vooral sectie 3.2). En op de universiteit? Daar worden grotendeels Amerikaanse boeken gebruikt. [via]