Minister van wat?

Er mag in Nederland dan wel geklaagd worden dat de nieuwe minister van Economische zaken een historicus is, in Frankrijk kunnen ze er ook wat van. Lees mee.

Door de stokkende aanvoer van benzine is de situatie bij veel tankstations chaotisch: er is geen brandstof, óf er staat een lange rij wachtenden. Typische situatie van vraag groter dan aanbod. De manier van verdelen is nu weinig efficiënt: wie het langst wil wachten en goed tegen onzekerheid kan, heeft de meeste kans op een volle tank. Dat kan natuurlijk beter. Met een hogere benzineprijs die de huidige schaarste weerspiegelt wordt er geen tijd verspild, gooit niet iedereen de tank helemaal vol en verdwijnt de paniek die lange rijen oproepen.

Maar dat is buiten de minister van Economie (!) gerekend. Christine Lagarde

constateert dat sommige pomphouders misbruik maken van de dreigende schaarste en hun prijzen opvoeren. „Ik zal er persoonlijk op toezien dat pomphouders die zich niet aan de regels houden, op hun vingers worden getikt”, dreigde ze.

(Liefhebbers verbazen zich hier in het Frans. Deze Franse blogger heeft het goed door.)

Demonstreren tegen jezelf

De eerste reactie is natuurlijk een glimlach: middelbare scholieren die protesteren tegen de pensioenhervorming in Frankrijk. Wie de foto bekijkt ziet al snel waar het deze scholieren om gaat: klimmen op een vrachtwagen is veel leuker dan een proefwerk. Toch schijnen er honderdduizenden te zijn, in Frankrijk, die serieus menen dat de pensioenleeftijd niet omhoog mag. En ik herinner mij onze eigen Museumplein-protesten ook niet als uitsluitend bezocht door baby-boomers. En dat is vreemd, want feitelijk vragen de jonge demonstranten om niets anders dan een forse belastingverhoging, te betalen door henzelf.

In dit verhelderende artikel (voor abonnee’s ) werpt de VK-correspondent in Frankrijk enig licht op de zaak. Franse jongeren zijn ontevreden over het leven, de discipline op school,

En, laatste argument, het feit dat het voor jongeren sowieso bijna ondoenlijk is een baan te vinden, maakt een verhoging van de pensioenenleeftijd onredelijk.

Met dit soort argumenten kunnen we toch alleen maar constateren dat de Franse regering nodig eens een econoom op de PR-afdeling moet zetten. Eentje die uit kan leggen hoe hogere premies en werkloosheid samenhangen. En dan maar hopen dat de Franse jeugd één en ander nog kan bevatten.

(update quote verbeterd, met dank aan Enno.)

Een lager BTW-tarief

Het regent zo hard dat ik nog even teruggrijp op mijn vakantiefoto’s. In het zonnige Frankrijk zag ik deze zomer op menig menukaart de volgende aanduiding:

Dit product profiteert van de gehele BTW verlaging

Zelfs op vakantie wil de econoom daar graag het fijne van weten. Thuis vond ik de verklaring (oefen uw Frans) op deze website: de restaurants vallen sinds een jaar onder het lage BTW-tarief. Voor de meeste beleidsmakers houdt het daar zo’n beetje op; je wacht of de prijzen meezakken met de lagere belasting en hoopt dat de vraag dan stijgt en de werkgelegenheid toeneemt. Als er genoeg concurrentie is dan gebeurt dit alles vanzelf.

Maar dat was de Fransen kennelijk niet genoeg. Restauranthouders werden via de branche-organisatie overgehaald  om “vrijwillig” de gehele verlaging van het tarief door te rekenen op tenminste zeven producten uit een lijst van tien. Na deze minimale inspanning (zie de rest van de menukaart voor een indruk) mag een logo worden getoond en kan de toorn van de consument worden afgewend.

Schudden van het lachen, natuurlijk, vooral om die lijst met tien producten en het idee dat er contrôleurs rondlopen die dit alles gaan observeren. Wat vertrouwen in de vrije prijsvorming zou niet gek zijn. Tegelijkertijd kan ik mij de zorgen wel voorstellen: vaak gaat bij dit soort dingen in ieder geval het gerucht dat ondernemers elk voordeel onmiddellijk in de eigen zak steken. Zou dat hier anders ook gebeuren?

Alsof ik nog in de horeca was werd ik een paar dagen geleden op mijn wenken bediend: een vriendelijke Fin presenteerde dit onderzoek [pdf] naar de effecten van een lagere BTW op kappers in Finland. Geen verdere ingrepen en zie, de prijsvorming werkt redelijk: de kappers rekenden vanzelf rond de 50% van de verlaging door in de prijs. Zorgelijk is dat de (netto) omzet eigenlijk niet reageert. De belastingverlaging wordt gedeeld door de burger en de winkelier, maar extra banen komen er niet bij. Althans, niet bij de kappers.

[Eerder over de Franse interventiedrift.]

Paiement contre l’absence

of hoe het dan ook heet in het Frans. Bij Parijs wordt een proef gehouden om scholieren te betalen als ze minder spijbelen. Lees vooral ook de boze (Nederlandse!) belastingbetaler die reageert.

Hoe dan ook, je zou zeggen dat de opbrengst van schoolgaan zo hoog is dat dit soort betalingen niet nodig zou moeten zijn. Het rendement op een jaar school is makkelijk 10 procent (zie hier, of hier bijvoorbeeld) en dat is beter dan op een spaarrekening. Maar het is mogelijk dat scholieren problemen hebben die zorgen dat ze toch uitvallen. Gebrek aan geld en geen mogelijkheid om het te lenen, bijvoorbeeld. Of geen kennis over de hoge opbrengst van onderwijs.

In dat geval gaat dit programma ze niet helpen want de uitvoering is van een zeer hoge klungeligheid. Ten eerste hangt de uitbetaling af van het spijbelgemiddelde van de hele klas; de individuele prikkel is dus laag. Vervolgens wordt er uitbetaald in “bijzonder lesmateriaal” in plaats van harde cash. Alsof potentiële spijbelaars daarop zitten te wachten. En dan is het ook nog eens zo dat de eerste €2000 al wordt gestort voordat er iets gepresteerd is. (Overigens hebben de Fransen niet het alleenrecht op dit soort dommigheid, zie eerder hier.)

L’arbitrage

Het was een fijne tijd daar in Frankrijk maar ik zie dat het goed is dat ik terug ben. Ook van mij de komende tijd weer een opgefriste blik op de economie.

Van de Fransen is bekend dat het grote sociale ingenieurs zijn. Van de 35-urige werkweek (ooit) tot de ouderwetse industriepolitiek, de Fransen leggen het liefst de hele economie contractueel vast. Toen ik bij het eerste wegrestaurant dan ook een kindermaaltijd voor 1 euro zag dacht ik dan ook dat het een verplicht menu-item ter bestrijding van kinderhonger zou zijn, maar volgens de kassière betrof het een gewone aanbieding. Je moest er wel een kind voor meenemen.

Aan de tafel naast ons nam een gezin met twee kleintjes plaats dat zojuist voor 2 euro kindermaaltijden gekocht had. Het waren behoorlijke gerechten. De kinderen kregen elk het Mona-toetje, terwijl de ouders het bord warm eten en de fles sap tot zich namen. Wie weet verhuurden ze de kinderen daarna aan mensen die nog moesten halen.

Overheidssteun

De Franse staat gaat haar autofabrieken steunen (hier met meer details in het Frans, 10% van de Franse beroepsbevolking doet iets in de autoindustrie). Het zou gaan om €5 à 6 mrd.

Eens even rekenen. De Amerikaanse automakers vroegen om $25 mrd, dat is zo’n €19,3 mrd oftewel €63 per Amerikaan. Grote consternatie, Bush geeft net genoeg geld om van het probleem af te zijn en de heersende opinie is dat er nu echt geherstructureerd moet worden.

Stel dat het bij 5 miljard euro blijft, in Frankrijk. Dat is €77 euro per Fransman, zo’n 21% meer dan wat de Amerikanen hadden moeten betalen. Maar van een publieke oproer geen spoor.

(Overigens: maakt u zich zorgen over wisselkoersen en arbeidsparticipatie bij dit soort berekeningen? Eenhedenvrij is het verschil nog groter: de Amerikaanse steun zou 0,18% van het BBP zijn, de Franse steun 0,26% van het BBP).

Europees economieonderwijs

Dit artikel in het blad Foreign Policy schetst een verschrikkelijk beeld van het economieonderwijs in Duitsland en Frankrijk. Over die laatste hadden we het eerder. Er wordt teveel nadruk gelegd op nadelen van kapitalisme, rechten van werklozen en de gevaren van een vrije markt, vindt de auteur. In tegenstelling met de Amerikaanse opleidingen, waar straightforward, classical economics op het menu staat.

Ik ben niet overtuigd. Volgens de auteur leidt dit onderwijs tot een aversie tegen het ondernemerschap, maar ondernemingen zijn er in Frankrijk en Duitsland genoeg. En om meteen de lijn door te trekken naar heel Europa is wel erg snel geredeneerd. Het economieonderwijs in Nederland wordt opgezet volgens de lijnen van dit rapport, en die zien er zeer verantwoord uit (zie vooral sectie 3.2). En op de universiteit? Daar worden grotendeels Amerikaanse boeken gebruikt. [via]