Winststijging

Goed nieuws voor het Brits-Nederlandse Shell: de winst is in het afgelopen jaar met 12% gestegen. De winst in Amerikaanse dollars, om precies te zijn.

In de Britse pers neemt men die kwalificatie in acht: daar schrijft men dat de winst vorig jaar met 1% gestegen is. Logisch, want in het afgelopen jaar daalde de dollar ten opzichte van het pond met zo’n 10%.

Hoe zit het in de Nederlandse pers? Immers, de dollar verloor ook zo’n 8% op de euro het afgelopen jaar. Maakt niks uit: alle bronnen die ik kan vinden houden het op een winststijging van 12%.

(zie eerder ook dit staaltje.)

Structurele aanpassing

Interview in de New York Times met Dani Rodrik, de invloedrijke ontwikkelingseconoom. Hij praat over vrijhandel, populair onder economen maar veel minder onder het volk. Dat is niet zo gek: economen weten dat vrijhandel uiteindelijk efficiënt is, maar de structurele aanpassingen die nodig zijn als we industriële goederen gaan importeren in plaats van produceren vallen op de schouders van de (ontslagen) werknemers. Rodrik zegt daarom dat vrijhandel niet kan zonder een goed sociaal vangnet. Dat zou algemeen bekend moeten zijn, maar dat is het zeker niet.

In de VS, waar het vangnet nog wel eens hapert, gaan steeds meer stemmen op tegen vrijhandel. In Nederland is die discussie niet actueel, hoewel dat wel zou kunnen. Dat komt mede door ons, ten opzichte van de Verenigde Staten, superieure sociale vangnet. Dat maakt mijn werk weer wat makkelijker.

Stuitend

Al vaak genoeg schreven wij over zogenaamde beleggingsexperts. Daarom moet iemand het wel heel bont maken om nog het vermelden waard te zijn. Gelukkig is daar Adriaan Hiele. Columnist bij het NRC, een krant waar verder best wel zinnige dingen in staan. In zijn laatste column van afgelopen zaterdag (“Mijd de index”, pg. 27, niet gratis online) ageert hij tegen indexbeleggen. Indexfondsen worden steeds populairder, en dat is niet voor niets. Door te beleggen in een fonds dat nauwgezet de index volgt, hoef je niet te betalen voor dure fondsbeheerders die denken het beter te weten en door een actief beleggingsbeleid alleen maar hogere transactiekosten genereren die ten koste gaan van jouw winst. Immers, de markt valt niet te verslaan. Maar dat is grote onzin, weet Hiele. En de economen hebben het gedaan:

[Over een lange periode de markt verslaan] kan in ieder geval niet volgens de geleerden van de universiteiten. Die lui beschikken over tijd, geld en geduld om historische koersen (en andere indicatoren) te bestuderen en daarop een pakkende theorie te baseren. Als het een beetje meezit, kan je met zo’n bedenksel een Nobelprijs winnen. Vaak ben je dan al op leeftijd en drukker met je gezondheid in de weer dan met de centen. Helaas. Volgens die geleerden kan je de markt niet verslaan.

Goed. Inderdaad, kant noch wal. Dat je de index niet kunt verslaan is dus maar een theorietje om een Nobelprijs te winnen. Die stelling is op zijn minst inconsistent. Wie een Nobelprijs wil winnen, zal toch met iets nieuws moeten komen. Waarom hollen al die economen dan achter deze ene theorie aan? Economen kunnen immers geen geld verdienen met informatie die al bekend is. Net zo min als beleggers trouwens.
Lees verder “Stuitend”

Taxi!

Ik lees de columns van Ronald Plasterk graag. Hij heeft meestal gelijk en zo niet, dan zijn de argumenten toch de moeite waard. Het is jammer dat de Volkskrant ze niet online zet, zo wordt het een beetje moeilijk om ze hier te bespreken. Vandaag is het nog erger, want Plasterk’s column bespreekt twee artikelen die beide alleen voor abonnees te zien zijn. Dit wordt dus een lastig (en voor de doorzetters, een duur) debat.

Maar goed. De column heet de de heilige markt en u vindt hem op pagina 13. Het onderwerp is de taxibranche, die geliberaliseerde markt waar de prijzen hoog blijven en de kwaliteit afneemt. Lees verder “Taxi!”

Uurtarief

Hoe kun je boos blijven op de Tweede Kamer, dat instituut dat ons iedere dag weer een glimlach op de lippen tovert? De nieuwe fracties zijn koud binnen en de eerste wilde plannen halen de pers alweer:

Een groot deel van de Tweede Kamer is het beu dat mensen die bellen naar een helpdesk niet alleen de gesprekskosten betalen voor de daadwerkelijke hulp, maar ook voor de tijd dat ze moeten wachten tot ze iemand aan de lijn krijgen.

Het is inderdaad verschrikkelijk, bellen met het 0900-nummer van de kabelmaatschappij en dan moeten wachten tot je aan de beurt bent. Maar wat die verschrikking bestaat uit meer dan het lijntarief. De wachtende beller had, in de verloren minuten, andere activiteiten kunnen ontplooien. De waarde van die activiteiten weten we niet, maar het feit dat de beller niet aan het werk is geeft ons een ondergrens: het netto uurloon van de beller. Dat zal in de meeste gevallen hoger liggen dan het uurtarief van de hulplijn. Het wordt tijd dat de wachtende beller die minuten kan declareren bij de partij aan de andere kant.

Gasreserve neemt toe!

We schrijven 10 januari en ik ben vandaag zonder jas naar de broodjeszaak om de hoek gelopen. Oftewel, de winter is ongekend warm, de verwarming staat zacht, en het aardgasverbruik is laag.

Dat aardgas komt uit de Nederlandse bodem, en dus gaan de opbrengsten naar de Nederlandse overheid. Die heeft daarmee een gedeelte van haar vermogen letterlijk opgepot zitten. De snelheid waarmee dat vermogen geliquideerd wordt hangt samen met het gasverbruik, en dus kopt de Volkskrant vandaag Staat loopt miljard mis door warme winter.

Misleidend. Ten eerste wordt het gasvermogen wel langzamer geliquideerd, maar niet verminderd. De staat loopt net zomin inkomsten mis als de burger die een kapotte pinautomaat treft. Ten tweede hebben dit soort hikjes in de inkomsten, dankzij de scheidende MF, geen invloed op de bestedingen (tenzij we tegen de Europese tekortnorm opbotsen- niet waarschijnlijk).

Aan de andere kant is het verstoken van minder gas ontegenzeggelijk goed: voor het milieu, voor den burger’s portemonnee en voor de gasreserves. Zou die typering van het dagblad dan toch kloppen?

Elasticiteit (vervolg)

Weet u het nog? Het Ministerie van Landbouw stelde in april een miljoen beschikbaar om de vraagelasticiteit van biologische landbouwproducten (mbt. de eigen prijs en het prijsverschil met niet-biologische producten) te meten. Het resultaat is nu binnen.

Het blijkt dat consumenten voor een product dat biologisch geproduceerd is een kwart meer willen betalen. Tenminste, zoveel valt op te maken uit het persbericht, waarin staat:

Consumenten zijn naar eigen zeggen bereid 20 tot 25 procent meer te betalen voor biologische producten.

De mysterieuze woorden zijn hier `naar eigen zeggen’. Ik had de indruk dat er gemeten werd aan het daadwerkelijke gedrag, en niet naar wat mensen zeggen te doen. Want om Gregory House te parafraseren: consumers always lie. In dit geval kun je ervan uitgaan dat mensen meer biologisch zeggen te willen kopen, maar het in de winkel niet doen. Toch maar even wachten tot Landbouw het rapport vrijgeeft.

Chinese cijfers

Soms lijken de media er vooral op uit om een bepaald beeld te bevestigen, al dan niet onbewust. Een beeld dat momenteel populair is, is dat van de Toenemende Chinese Economische Dreiging. Ons land wordt overspoeld door een, eh, tsunami van goedkope Chinese produkten, en die vloedgolf wordt steeds sterker, zo willen de media ons doen geloven. En die vloedgolf schijnt ook iets te zijn waar we bang van moeten worden.

Nu was dat beeld ook wel in overeenstemming met de cijfers: het handelsoverschot van China was voortdurend aan het stijgen. Maar in november is het gedaald. Wat moet je dan, als je toch graag dat beeld van die Toenemende Chinese Dreiging in stand wil houden? Het ANP kwam met een werkelijk briljante oplossing en kopte gisteren: “Handelsoverschot China blijft net onder record“, Bijna een record! Dat klinkt nog steeds alsof het heel erg is, en je hoeft er niet bij te zeggen dat het eigenlijk een daling was.