Gratis schoolboekenlobby

De nieuwe regering heeft besloten dat schoolboeken voortaan niet langer hoeven worden betaald door ouders van de schoolgaande kinderen in kwestie, maar door alle belastingbetalers gezamenlijk. Schoolboeken heten dan ‘gratis’.

Maatschappelijk gezien zou dat een voordeel kunnen opleveren: wanneer de overheid als grote inkopende partij in staat is om een korting te bedingen waartoe individuele ouders niet in staat zijn, dan zou dat een welvaartswinst opleveren. Maar of dat er werkelijk van komt valt te betwijfelen. De eerste tekenen zijn in ieder geval niet bemoedigend. In het AD zet de lobby van schoolboekenuitgevers stevig in:

Nu betalen ouders voor ongeveer een miljoen kinderen jaarlijks gemiddeld ongeveer 290 miljoen euro, maar met dat bedrag denken de uitgeverijen niet uit te komen. De Valk [directeur van Wolters Noordhoff]: ,,Wij denken aan een bedrag tussen de 350 en 400 miljoen euro. Wat we heel belangrijk vinden is de toekomst, met alleen een prijscompensatie komen we er niet.”

Hu!? “Met dat bedrag denken de uitgeverijen niet uit te komen”!? Dat doen ze nu toch ook? En uiteraard denken de uitgevers helemaal niet aan hun eigen portemonnee, welnee, ze denken natuurlijk alleen maar aan het Algemeen Belang:

… laten we er geen kostendiscussie van maken, het gaat om goed onderwijs. Daarbij past dat als een onderwijsmethode verandert er ook nieuwe boeken moeten worden ontwikkeld.

Uitstelklok

Geloof het of niet, maar veel economen houden zich tegenwoordig bezig met uitstelgedrag (zie bijvoorbeeld hier). Op zich ook niet onbelangrijk, want wie teveel uitstelt, spaart bijvoorbeeld ook te weinig voor zijn pensioen, met alle gevolgen van dien.

Wie voortdurend uitstelt, komt altijd te laat. Sommige mensen hebben daarom hun horloge permanent een paar minuten voor lopen. Maar ja, wie slim is, houdt daar gewoon rekening mee en trekt bij voorbaat al die paar minuten van de tijd op zijn horloge af. Eigenlijk hebben we dus een klok nodig die een paar minuten voor loopt, maar waarvan we niet weten hoeveel precies. Goed nieuws: die is er. Klik hier en krijg een klok die ergens tussen de nul en 15 minuten voor loopt [via]. Maar je weet nooit precies hoeveel. Overigens ben ik er nog niet helemaal uit in hoeverre het gebruik van deze klok consistent is met theoretische modellen van uitstelgedrag, maar dit terzijde.

Ik had trouwens al veel eerder over deze klok willen berichten, maar het kwam er maar steeds niet van.

Koopzondag

D66-leider Pechtold voert vandaag actie voor het behoud van de koopzondag. Op zich zijn daar goede argumenten voor, maar de volgende klinkt toch wat curieus:

Ook zouden de huren van winkeliers hoger liggen omdat ze op zondag open mogen blijven. Als hun winkels op zondag nu dicht moeten, kunnen ze hun huren niet meer betalen, stelt D66.

Verdere uitleg lijkt me overbodig. Nou, vooruit dan, speciaal voor D66: Als huren hoog zijn omdat winkels op zondag open mogen, dan gaan die huren dus weer naar beneden als de winkels op zondag dicht moeten.

Gladstrijken

Stel u wint de loterij. Wat te doen met al dat geld?

Hier is alvast een tip: voor iedere periode geldt dat meer dingen kopen leuk is, maar dat het leuke effect van nóg meer dingen kopen steeds minder wordt. U heeft last van afnemend marginaal nut. Daaruit volgt onmiddelijk dat een optimale besteding van uw prijs bestaat uit het netjes uitsmeren van de consumptie over de rest van uw leven. Niet meteen een dure auto kopen maar gewoon het geld op de bank zetten en dan elk jaar een beetje opmaken.

Een rekenvoorbeeld. Als u op uw 34e ineens 85 miljoen wint, heeft u naar verwachting nog 38 jaar te leven. Met een rendement van 4% en een tijdsvoorkeurvoet van 2% geeft u 3,1 miljoen per jaar uit en geniet u maximaal van het geld.

Economen: altijd prima advies, nooit iemand die ernaar luistert. De verhalen van de meeste loterijwinnaars eindigen met scheiding, armoe en verdriet. Hoe geweldig is het daarom om het verhaal van deze man te lezen, die het advies daadwerkelijk lijkt op te volgen.

Monopolisten

Een tekort aan marktwerking zorgt er niet alleen voor dat de klant teveel betaalt. Misschien wel een groter probleem is de machtspositie van de leverancier, die met de klant kan doen wat-ie wil. Het is allemaal bekend.

Toch is het goed om af en toe een voorbeeld uit de praktijk te bezien. Zie bijvoorbeeld de ‘kleine monopolist‘ die als enige in staat is de diensten te leveren die zorgen voor het tellen van de stemmen bij verkiezingen:

De overheid is zo afhankelijk van Groenendaal dat op dit moment in Nederland zonder de hulp van zijn bedrijf geen verkiezingen kunnen worden georganiseerd. […] Uit deze correspondentie blijkt dat Groenendaal en de Nederlandse overheid ten tijde van de Tweede Kamerverkiezingen een soort afpers-relatie hadden. (Lees hier het hele verhaal).

Bij het doornemen van de emails die de directeur van dit bedrijf aan zijn klant, de minister, verstuurt kan de lezer beurtelings lachen en huilen. Het is te hopen dat het ministerie zich snel uit haar afhankelijke positie bevrijdt.

Tot de verkiezingen steunen we de stichting WVSN met een banner op deze site.

Babyprikkels

Het schijnt dat er in Duitsland een bescheiden baby-boom gaande is. Lokaal wordt gesproken van 10-15% meer babies dan normaal. Volgens Der Spiegel komt dat allemaal door het WK voetbal dat negen maanden geleden plaatsvond. Dat lijkt mij redelijk onwaarschijnlijk: Duitsland is nog wel eens verder gekomen op een WK in eigen land en zover mij bekend was er toen ook geen sprake van meer babies. Een veel waarschijnlijker verklaring lijken mij de fiscale prikkels waardoor het sinds 1 januari een stuk aantrekkelijker is om babies te krijgen. Zie bijvoorbeeld ook de wetenschappelijk onderbouwde ervaringen in Australie.

Ook in China wordt een baby-boom verwacht, zo meldt de Economist, maar dat komt omdat het Jaar van het Varken net is aangebroken, en volgens de Chinezen brengt dat geluk.

Leiders in het noordoosten van India zijn bang dat het eigen volk door toenemende migratie in de minderheid raakt. Wat doen ze er aan? Precies, een subsidie voor vrouwen met meer dan twaalf kinderen.

Op Cyprus tenslotte wordt juist gevreesd voor een abortus-boom: het lijkt er op dat er een fikse subsidie komt voor vrouwen met meer dan drie kinderen en, zo luidt de theorie, daarom laten vrouwen die net zwanger zijn nu een abortus uitvoeren om dat vierde kind pas te krijgen als de subsidie is ingevoerd.

Rode diesel

De Economist heeft een aardig artikel over een ernstige misstand: verschillende belastingtarieven op brandstof voor verschillende groepen gebruikers. De aanleiding is dat verlaagde tarieven voor watersporters en pleziervliegtuigjes onlangs door de EU zijn verboden.

De belastingen op brandstof zorgen ervoor dat negatieve externe effecten van het verbruik in de prijs opgenomen worden. De twee belangrijkste externe effecten van het gebruik van benzine en diesel zijn milieuvervuiling en files. Voor wat betreft het laatste is er inderdaad iets voor te zeggen om vliegtuigen en bootjes vrij te stellen. Maar voor het milieu zal het uiteraard worst zijn of de uitlaatgassen uit een schip of uit een auto komen.

De externe effecten op het verkeer zullen op termijn worden beprijsd door middel van het rekeningrijden. De invoering daarvan zou een mooi moment zijn om in Nederland de rode diesel voor boeren af te schaffen. Of misschien al eerder: de negatieve externe effecten van tractoren in het verkeer zijn zeker niet nul, weet iedereen die er wel eens met een slakkengangetje achter heeft gereden.

Arbeidstekort

Onderzoek van het Amsterdamse SEO Economisch Onderzoek haalt vandaag de krant. De belangrijkste quote: “Het werknemerstekort in de Europese Unie loopt in 2050 op tot bijna 32 miljoen arbeidskrachten.”

De quote lijkt te betekenen dat de vraag naar arbeid in 2050 32 miljoen FTE groter is dan het aanbod. Hoe weten de onderzoekers wat vraag en aanbod over 43 jaar zullen zijn? Het aanbod is makkelijk berekend: Eurostat publiceert een demografisch scenario waaruit blijkt hoeveel Europeanen in 2050 tussen de 15 en 64 zullen zijn. Aangenomen dat de participatie niet verandert geeft dat het aanbod. Voor de vraag neemt men aan dat die net zo groot is als op dit moment.

Waar gaat het allemaal fout?

  • Vraag. De totale werkgelegenheid van vandaag als arbeidsvraag van 2050 veronderstellen is, laten we zeggen, arbitrair. De vraag naar arbeid hangt af van veel zaken, zoals daar zijn productiviteit, prijs, bestedingen en de aanwezigheid van complementaire factoren zoals kapitaal. Allemaal zullen die in 43 jaar aanmerkelijk veranderen.
  • Aanbod. Misschien dat we in 2050 terugkijken naar vandaag en hartelijk moeten lachen om onze definitie van working age. Vooral de grens van 64 lijkt rekbaar. Ook verandert de participatie continu; toegegeven, daar schrijven de onderzoekers wel over maar dat haalt de krant niet. Beide factoren hebben te maken met het vergeten derde deel van het diagram:
  • Prijs. Stel, er zijn inderdaad 32 miljoen arbeidskrachten te weinig. Wat denkt u dat er gebeurt met de lonen? En zou een stijging van de lonen er misschien toe leiden dat er, zeg, minder vraag en meer aanbod zal komen?
  • Handel. Veel van de huidige vraag in Nederland komt uit het buitenland. Wij hebben een exportoverschot, wat ertoe leidt dat we vermogen opbouwen in het buitenland. Dat geeft ons het recht om op een zeker moment, zeg 2050, een importoverschot te creëren. Daarmee kunnen we aan een gedeelte van de vraag van gepensioneerden voldoen zonder dat er Nederlandse arbeid voor nodig is.

Het is erg lastig om iets te zeggen over de situatie in 2050 en zelfs economen die met al het bovenstaande rekening houden maken grote voorbehouden bij hun projecties. Het goed zijn als iets van die onzekerheid ook in de pers ter harte werd genomen.

Kartel en stabiliteit

Vorige week gaf de EU de hoogste kartelboete uit haar geschiedenis. Vijf lift- en roltrapproducenten krijgen in totaal 992 miljoen euro boete omdat ze tien jaar lang in vier landen hun afnemers hebben belazerd met kunstmatig hoge prijzen. Het NRC van afgelopen zaterdag geeft een commentaar (afkomstig van breakingviews.com) dat de wenkbrauwen doet fronsen. Een paar fragmenten:

Sommige van die Europese kartels hebben weinig te maken met zakkenvullen en buitensporige winsten. Neem de liftsector. De operationele winstmarge ligt rond de tien procent, niet bepaald indrukwekkend […] Het liftkartel was niet zozeer een opzetje om snel rijk te worden, maar eerder een manier om de markt stabiel te houden […] Als een van de bedrijven een te agressief prijsbeleid gaat voeren, kan het met verliezen worden geconfronteerd die het zouden dwingen de sector te verlaten […] Dat zou ironisch zijn – een pro-concurrentiebeleid dat minder concurrentie oplevert.

Toegegeven, uiteindelijk concluderen de columnisten dat het een goede zaak is dat het kartel is aangepakt. Maar bovenstaande redenering is wat vreemd. Natuurlijk is vier bedrijven die concurreren altijd nog beter dan vijf bedrijven die een kartel vormen. Het feit dat de winstmarges in de liftsector niet al te hoog zijn, duidt er juist op dat het kartel nog meer maatschappelijke schade heeft toegebracht dan alleen maar hogere liftprijzen: blijkbaar zijn er inefficiente liftbedrijven die alleen maar het hoofd boven water kunnen houden omdat er een kartel is. Door het loslaten van prijsafspraken gaan die bedrijven verdwijnen. En dat is alleen maar goed.

Kartels voeren vaker als argument aan dat hun prijsafspraken ‘noodzakelijk zijn om de markt stabiel te houden’. Meestal bedoelen ze daarmee dat door het kartel inefficiente en overbodige bedrijven het hoofd boven water kunnen houden. Het kenmerk van gezonde concurrentie is nu juist dat dergelijke bedrijven verdwijnen en plaats maken voor iets beters. Wij willen helemaal geen stabiliteit.