Piek arbeidsmarkt – afgelast

Bijna 8 jaar geleden vroeg ik mij hier af of we in Nederland inmiddels de maximale grootte van de arbeidsmarkt gezien hadden. Het was een logisch moment: in bijna alle prognoses van het CBS tot dan toe, lag de piek van het aantal 20-65 jarigen in Nederland in 2011. Daarna zou die groep afnemen, als gevolg van de vergrijzing en het pensioneren van de baby-boom generatie. Met het krimpen van de potentiële beroepsbevolking lag het voor de hand dat ook het aantal werkende mensen zou gaan dalen. Toename van de participatie en een afname van de werkloosheid zouden nog een tijdje tegenwicht kunnen bieden, maar dat kan niet oneindig doorgaan.

Het was het begin van een enerverende (maar langzame) tocht langs de statistieken, waarin we twee jaar geleden het record werkzame personen uit 2008 zagen sneuvelen. Dat was het gevolg van een opmerkelijke bijstelling van de demografie: in plaats van de voorziene daling, was het aantal 20-65 jarigen weer aan het stijgen geslagen. De verwachte piek lag nu “ergens in de jaren 20”.

Eens kijken waar we inmiddels zijn. Er is een nieuwe demografische prognose en we hebben weer twee jaar arbeidsmarktsdata. Eerst de demografie. De grafiek hieronder laat zien hoe het verhaal door de jaren veranderd is: we zien de voorspelde piek in 20-65 jarigen in 2011 (de blauwe lijn van observaties) en de opleving van die groep na 2014 – ondanks de voorspelde daling. De prognose uit 2016 legt een nieuwe piek in 2021, waarna de daling alsnog komt. Maar in de laatste prognose toppen we in 2059 weer gewoon over het lokale maximum, dat nu in 2025 ligt en een stuk hoger uitkomt.

Het aantal Nederlanders tussen de 20 en 65 jaar, observaties en drie prognoses – data CBS (2014, 2016, 2019).

Waarom wijkt de omvang van deze groep zo af van de verwachtingen? “Het zal de migratie wel zijn”, schreef ik twee jaar geleden. Daar lijkt het wel op: hieronder de verwachte aanwas van de bevolking door migratie, in de prognoses van 2014 en 2019. Niet alle nieuwkomers zijn in de leeftijd 20-65, maar er zijn er genoeg om de arbeidsmarkt nog even door te laten groeien.

Prognose van het migratiesaldo (immigratie min emigratie, per jaar) – data CBS (20142019).

Dat brengt ons bij het aantal mensen, actief op de Nederlandse arbeidsmarkt. Ik doe niet aan seizoenscorrectie maar kijk naar het werkelijke aantal werkenden. Dat piekte voor de crisis in juli 2008, een record dat pas in juli 2017 werd gebroken. Met het stijgen van de potentiële beroepsbevolking en het dalen van de werkloosheid zien we in juli 2019 weer een nieuw record: er zijn dan 7,943,000 mensen aan het werk, bijna 400 duizend meer dan in 2008.

Omvang van de Nederlandse arbeidsmarkt (niet-seizoensgecorrigeerd) in duizenden personen – data CBS.

Tenzij we volgend jaar in een onverwachte recessie verzeild raken, gaat ook dit record nog wel scherper gesteld worden. En zelfs als we na 2025 even de daling inzetten, kunnen we nog niet spreken van Piek Nederlandse Arbeidsmarkt: de jaren ’50 beloven weer nieuwe records.

Ik weet het, ook deze demografische prognose kan weer bijgesteld worden. Maar vooralsnog las ik de piek arbeidsmarkt even af.

kleine update – 16 januari

Het CBS komt zelf deze week met een bericht over het record-aantal werkenden in Nederland. Volgens het bureau gaat het voor het eerst over meer dan 9 miljoen mensen. Dat is meer dan in de grafiek hierboven, en dat komt omdat het CBS kijkt naar een andere definitie van werkenden. Ik ga hier uit van de groep 15-65 jarigen die minstens 12 uur per week werken; het CBS van 15-75 jarigen zonder ondergrens op het aantal uren. Dat zijn er dus ruim een miljoen meer.

Maakt het iets uit voor het patroon in de tijd? Een beetje, zie de figuur hieronder. Het record uit 2008 sneuvelt wat eerder, en de groei sindsdien is iets hoger. Dat zal vooral samenhangen met het meenemen van de groep 65-75, die steeds meer is gaan werken.

Omvang van de Nederlandse arbeidsmarkt (niet-seizoensgecorrigeerd) in duizenden personen, met verschillende definities – data CBS (1,2)

Kilogrammen

Als trouw lezer van “Alles van CBS” ben ik gewend om inderdaad van alles aan mij voorbij te zien trekken. Meestal is de kop van het bericht genoeg, soms lees ik door voor de leuke weetjes, maar af en toe komt het voor dat een statistiek me niet meer loslaat.

Dit bericht van vorige week spookt nog steeds door mijn hoofd. De nijvere statistici blijken bij te houden hoeveel goederen ons land binnenkomen en weer verlaten, als onderdeel van de internationale handel. Handelsstatistieken, nogal wiedes zegt u terecht, maar wist u dat ze dat ook doen in termen van gewicht? Kijk naar onderstaande figuur (bron) en verwonder.

We zien hier dat jaarlijks 604 miljard kilogram goederen het land bereikt. De uitgaande stroom bedraagt 545 miljard kilo. Een gedeelte van de goederen is slechts op bezoek, en vormt de doorvoer of wederuitvoer (midden, zo’n 200 mrd kg). Er blijft 296 miljard kilo achter (17,330 kilo per Nederlander!) maar we voeren ook 226 miljard kilo eigen product weer uit.

Het fascinerende is dat er dus jaarlijks 59 miljard kilo meer materiaal ons land binnenkomt dan er uitgaat. Stel, het betrof louter hardsteen, dan konden we er een berg van 282 meter van bouwen, niet veel kleiner dan de Vaalserberg. En dat jaar na jaar. Waar zouden al die spullen blijven?

Nee wacht – dit is alleen de handel. Als we wijn importeren uit Frankrijk en het vocht via de afwatering ons land weer verlaat, dan staat het wel bij de import maar niet bij de export. Idem voor verstookte brandstof – die trouwens een wonderlijk groot aandeel van de vervoerde kilo’s blijkt te zijn. We kunnen dus niet zien hoeveel materiaal er jaarlijks in Nederland bijkomt.

Waarom houdt het CBS het gewicht bij? Het lijkt geen nuttige economische indicator. Maar in het bijbehorende paper staat een goede reden: de toegevoegde waarde per kilo product van Nederlandse uitvoer is 20 keer zo hoog als die van de doorvoer. Het beslag op de infrastructuur van beiden is gelijk, en de externe effecten (vervuiling, geluid) ook. Dat leidt tot interessante overwegingen.

Nog even rekenen. Hoe verhoudt de totale goederenstroom zich tot het water dat door de Rijn stroomt? Met het huidige volume bij Lobith gaan er in iets meer dan drie dagen evenveel kilo’s door de Rijn als de hele jaarlijkse handelsstroom door Nederland.

Piek arbeidsmarkt (update 3)

De tijd gaat altijd door, zoveel is zeker. Wie dit bericht over het pieken van de Nederlandse beroepsbevolking las toen het uitkwam, is inmiddels vijf jaar ouder. Maar afgezien van het feit dat iedereen elke twaalf maanden een jaar ouder wordt, is die demografie nog een lastig vakgebied.

Het idee was destijds simpel. Door de vergrijzing van de Nederlandse bevolking en de aanstaande pensionering van de babyboom-generatie leek het erop dat de arbeidsmarkt in Nederland wel eens over zijn hoogtepunt heen kon zijn, dat we het moment gepasseerd waren waarop het maximale aantal mensen in Nederland aan het werk was. Het aantal 15-64 jarigen was al sinds 2011 aan het krimpen, en de voorspelling was dat dit tot circa 2040 door zou gaan.

Maar het bleek ingewikkelder te liggen. Een jaar later zagen we toch weer een opleving in deze groep. Was het een laatste stuiptrekking? Toen we in 2013 weer keken was de groep weer aan het dalen, schijnbaar voorgoed.

Eens kijken wat het CBS er nu van zegt. We halen de bevolking 15-64 op, met de meest recente voorspelling erbij en, ter vergelijking, de voorspelling uit 2014.

Het beeld in 2014 is dat we de top drie jaar geleden gehad hebben. Maar dan begint het aantal 15-64 jarigen ineens weer op te lopen, en zitten we in oktober vorig jaar nog maar net onder het maximum van 2011. De prognose is inmiddels dat we daar nog ruim overheen gaan. Het zal de migratie wel zijn, het meest onvoorspelbare deel van de bevolkingsgroei, die de prognose zo heeft veranderd.

Met meer mensen in de werkzame leeftijd wordt het minder waarschijnlijk dat we de piek in de Nederlandse arbeidsmarkt al gehad hebben. Het record aan werkende Nederlanders stond tot dusver in de maand juli 2008.* Vorig jaar bleven we daar nog net een procentje onder.  Maar in juli 2017 sneuvelde het record van 8 jaar geleden. Er waren toen 7.601.000 mensen aan het werk, meer dan ooit tevoren. (Update: hier dezelfde data in de nieuwe Statline.)

Is dat dan de piek in de Nederlandse arbeidsmarkt? Door de seizoensinvloeden daalt het aantal werkenden inmiddels weer, maar op de achtergrond loopt de beroepsbevolking verder op. Zolang er geen recessie komt, is er een grote kans dat we in juli volgend jaar een nieuwe piek kunnen meten. En afgaande op de demografische prognose valt het uiteindelijke maximum nu ergens in de jaren ’20. Als er tussentijds niets verandert.

* Ik gebruik hiervoor het daadwerkelijke aantal werkenden, niet seizoensgecorrigeerd. Net als in de sport erken ik de invloed van externe factoren, maar ik ga er niet voor corrigeren.

Piek arbeidsmarkt (update 2)

De groep mensen  die in dit jaar 65 werd is ongeveer 10,000 personen groter dan de groep die dit jaar 15 werd (CBS). Omdat de groep 15-64 de potentiële beroepsbevolking omvat, kunnen we daarom stellen dat de Nederlandse arbeidsmarkt dit jaar in potentie gekrompen is. Dat proces is al aan de gang sinds maart 2011, toen we (opnieuw volgens het CBS) een maximum in het aantal 15-64 jarigen bereikten van 11.156.280 personen.

bevolking2013

Voor de komende jaren blijft de groep 15-64 krimpen, totdat we over een jaar of 25 iets meer dan 7% verloren zijn. Dat is de vergrijzing van de Nederlandse economie en er was een tijd dat onze premier dit een fundamentele omslag noemde. Want als de potentiële beroepsbevolking krimpt, kun je wachten op krapte op de arbeidsmarkt, stijgende lonen, en een verslechterde concurrentiepositie.

Het is maar een paar jaar geleden, maar hoe anders was het beeld in 2013. Van krapte geen sprake, de werkloosheid liep op, is inmiddels meer dan twee keer zo hoog als in 2008. En het arbeidsaanbod, zagen we vorig jaar, nam gewoon toe omdat (door de crisis?) een groter gedeelte van die groep 15-64 zich aan ging bieden op de arbeidsmarkt.

De demografische verschuivingen zijn ook maar klein, vergeleken met de stromen op de arbeidsmarkt. Maar ze zijn er wel ieder jaar, en uiteindelijk moeten ze effect hebben. Ergens in deze jaren gaan we de maximale omvang van de Nederlandse arbeidsmarkt meemaken.

Daarvoor moeten we kijken naar wat er precies gebeurt binnen de groep 15-64. Van de potentiële werkenden biedt zich maar een gedeelte aan, en daarvan heeft ook maar weer een gedeelte echt werk. In 2013 zagen we dat het aanbod een maximum bereikte in juli, en daarna licht terugliep (sommige analisten weten waarom). Qua banen ging het harder: in november waren er 70.000 minder werkenden dan in januari (CBS).

bevolking2013_2

Daardoor blijft de piek in het aantal werkenden liggen waar hij vorig jaar ook al lag: in het derde kwartaal (om precies te zijn: juli) 2008. Voor wat betreft het arbeidsaanbod noteren we een nieuw maximum in juli 2013. Voor beiden geldt dat er een kans is dat we hier de komende decennia niet meer overheen komen, maar gegeven is dat niet. Vooral het aantal werkenden kan nog wel eens over dit maximum, door het hogere aanbod en het langzame tempo van de demografische afkalving. Maar dan moeten we wel eerst de crisis uit.

Piek arbeidsmarkt, update

Het is al weer bijna een jaar geleden dat ik hier een berichtje schreef over de omvang van de Nederlandse arbeidsmarkt. Met de uitstroom van de babyboomers is het aantal 15-64 jarigen aan het afnemen, en ik vroeg me af of we de maximale omvang van de Nederlandse arbeidsmarkt inmiddels al gezien hadden. We zijn, qua data, een jaar verder en er is inmiddels het een en ander gebeurd. Ten eerste: dat aantal 15-64 jarigen, dat zo netjes aan het dalen was, doet inmiddels dit (CBS):

Hier zien we duidelijk hoe lastig het is om demografische voorspellingen te doen. Voor zover ik kan nagaan is de toename van dit cohort de laatste twee kwartalen onverwacht. Dat moet haast wel een gevolg zijn van schommelingen in de migratie. Dan de beroepsbevolking. De grafiek hieronder geeft de potentiële beroepsbevolking en de werkzame beroepsbevolking (en die laatste is uiteraard lager; CBS).

En daar heb je het gedonder. De omvang van de potentiële beroepsbevolking is vorig kwartaal op een nieuw record uitgekomen, waarmee Q3-2009 toch niet het maximum was. Daarmee zijn de berichten over het krimpen van de Nederlandse arbeidsmarkt vooralsnog overdreven. Voor de werkzame beroepsbevolking zitten we nog wel onder de piek, en blijft het derde kwartaal van 2008 de periode waarin de meeste Nederlanders aan het werk waren. Het laadt zich raden wat er ondertussen met het verschil tussen de reeksen is gebeurd.

Hebben we nu al wel of niet een maximum in het aantal werkzame Nederlanders achter ons? Dat hangt af van het verdere verloop van de economische crisis waarin we verzeild zijn geraakt. Er zijn voldoende mensen die willen werken, hun aantal staat op recordhoogte. Als de economie opleeft voordat de potentiële beroepsbevolking inzakt kunnen we nog makkelijk over Q3-2008 heen.

Economie van boven

Het beoefenen van de economie vraagt veel van de verbeelding. Abstract vakgebied, waarbij van alles in grafieken en tabellen gebeurt maar nooit een keer een reageerbuis netjes blauw of rood kleurt.

Maar het wordt beter. Het CBS heeft een bestand vrijgegeven op postcodeniveau, met allerlei sociaal-economische indicatoren. Nijvere journalisten van de NRC hebben er vervolgens deze prachtige app van gemaakt. Dat brengt ons een stuk dichter bij de scheikunde. Een aanrader is het niveau van het fiscaal maandinkomen, en de manier waarop dat fluctueert over Nederland. Fascinerend.

De goede en de verkeerde kant van het spoor in Amersfoort. [eerder over buurten]

Piek beroepsbevolking?

Met de pensionering van de babyboomers is de grote uitstroom van de Nederlandse arbeidsmarkt begonnen. Ergens in deze jaren moet het moment daar zijn dat het aantal mensen op de Nederlandse arbeidsmarkt niet meer stijgt maar daalt. Het CBS schrijft daarover [pdf]:

Die grafiek ziet er trouwens nogal dramatisch uit,

hoewel de herziening (van stippellijn naar doorgetrokken lijn) ook nogal fors is. Hoe dan ook, we zouden eens moeten kijken naar de omvang van de beroepsbevolking in de data om te zien of de piek al in zicht is.

Lees “Piek beroepsbevolking?” verder

Rijke outliers

Het CBS heeft het gemiddelde inkomen per gemeente berekend en publiceert over de extreme waarden. Dat de gemeenten aan de rand niet noodzakelijk “arm” of “rijk” zijn, zoals de kop beweert, bespraken we al eerder. Toch is het leuk om de gegevens even te bekijken. Ze worden geleverd in percentage boven of onder gemiddeld, dat is aan de onderkant begrensd dus plot ik de verdeling van log(1+0.01P):

Tot mijn verrassing is het een vrij normale verdeling, behalve aan de rechterkant. Als je de steekproef beperkt tot logp<0.25 kun je de hypothese van een normale verdeling niet meer verwerpen. Met die normale verdeling in het achterhoofd is het dus niet zo opmerkelijk dat er plaatsen als Pekela en Stadskanaal bestaan, maar is het wel vreemd dat er een Bloemendaal en een Wassenaar zijn.

Nu nog een theorie. Het is mogelijk dat veelverdieners verhuizen om bij elkaar te gaan wonen (en weinigverdieners niet) of het kan dat de mogelijkheden om veel te verdienen in sommige gemeenten groter zijn dan in anderen. Uiteraard speelt er een endogeen effect: misschien levert het bij elkaar wonen (theorie 1) nog weer extra inkomen op door netwerkmogelijkheden (theorie 2). Daar zit een mooi proefschrift in.

Een goed halfjaar

In een opmerkelijk stukje technische analyse heeft (nota bene) het CBS berekend dat aandelen in Nederland beter renderen in de eerste helft van het jaar. Het bewijs: van de zes decennia met data is in vijf gevallen “het koersrendement in het eerste halfjaar substantieel hoger dan in het tweede halfjaar”.

Dat kan haast geen toeval zijn. Of misschien toch? Als het meest renderende halfjaar willekeurig wordt bepaald met kans 1/2 dan is de waarschijnlijkheid van deze gebeurtenis, even rekenen, 9,4%. Niet echt significant weinig, en dat is eigenlijk wel opmerkelijk omdat de Amerikaanse aandelenmarkten tijdens de periode van analyse een heus Januari-effect kenden. Zoals dat gaat is ook die regelmatigheid inmiddels bezweken aan zijn bekendheid [pdf].

Meer banen, toch crisis

De logica in de economie is soms ver te zoeken. Neem nou dit bericht in de Telegraaf, gebaseerd op deze persverklaring van het CBS:

Het aantal banen groeit door. In het vierde kwartaal van afgelopen jaar waren er 108.000 banen van werknemers meer dan in hetzelfde kwartaal in 2007.

‘Ja maar, het is toch crisis?’ vraagt de leek zich af. Is ook zo. Maar het aantal banen van werknemers is een slechte statistiek om de voortgang van de crisis mee te volgen. Kijk maar eens naar deze data.

Er waren eind 2008 zo’n 108.000 banen meer dan eind 2007. Dat was mooi, maar er waren ook 110.000 extra mensen die wilden werken. Deze ‘mutatie beroepsbevolking’ treedt op omdat er nog wat groei zit in de cohorten 20-64 (die groep neemt toe met zo’n 20.000 mensen) en omdat mensen toetreden na bijvoorbeeld een studie, of minder met vervroegd pensioen gaan. En dus neemt de werkloosheid vanaf de zomer toe, ondanks het grotere aantal banen. Die werkloosheid is een veel betere peilstok voor de ontwikkeling van de recessie (en voor de conjunctuur in het algemeen, zie bijvoorbeeld hier).

Nog wat verdere details voor de liefhebbers. De werkloosheid neemt sneller toe dan het verschil tussen 108 en 110 duizend; hier wreekt zich het feit dat het over werknemers gaat waardoor failliete ondernemers en zzp’ers niet meetellen als banenverlies. En het is vrij normaal dat er banen bijkomen als meer mensen toetreden tot de arbeidsmarkt. Wie denkt dat een vast aantal banen  wordt verdeeld begaat de lump of labor fallacy.