Terwijl we wachten op de Nobelprijs van dit jaar, komt het bericht dat Maurice Allais, de winnaar van 1988, op 99-jarige leeftijd is overleden. Allais is vooral bekend van de Allais Paradox, en dus eigenlijk een voorloper van de huidige stroom aan behavioral economics. Verder blijkt de man onder meer ook grondlegger van het overlapping generations model, en houder van een eredoctoraat van de Rijksuniversiteit Groningen.
Categorie: Nobelprijs
Nobel!
Ze beginnen al weer te vallen, de Nobelprijzen. Zoals gebruikelijk is die van Economie weer de laatste, want geen echte Nobelprijs. De prijs wordt volgende week maandag na 1 uur Nederlandse tijd bekend gemaakt. De hoogste tijd dus om in te zetten.
Volgend jaar tipten we Nordhaus, omdat het tijd was voor een outsider. Op zich bleek die observatie correct, alleen bleek de prijs te gaan naar twee andere outsiders. Dit jaar zal het weer tijd zijn voor een mainstream econoom. Nordhaus lijkt daarom niet kansrijk.
Topfavoriet volgens Ladbrokes vorig jaar was Eugene Fama, dit jaar lijkt het (nog) niet mogelijk om bij deze bookmaker te wedden. De andere favorieten waren Romer, Fehr, French, Nordhaus, Barro, Rabin en Tirole. Thomson noemt dit jaar Alesina, Kiyotaki, Moore en Murphy. Kiyotaki en Moore doen dingen die relevant lijken voor de actualiteit, en daar is het Nobelcomite altijd gevoelig voor. Murphy is een briljant empirisch econoom, maar lijkt te jong (mooie analyse over leeftijd en Nobelprijs staat hier) en voorzover ik kan inschatten ook niet baanbrekend genoeg. Marginal Revolution noemt Thaler/Schiller, Weitzman/Nordhaus, “3 econometristen”, Tirole/Hart, (Douglas) Diamond, Jorgenson.
Bij ons vaste rijtje voorspellers voegen zich dit jaar, curieus genoeg, de Simpsons. Ja heus. In de eerste aflevering van dit jaar in de VS schijnen Lisa en drie vrienden een pooltje te hebben voor alle Nobelprijswinnaars. De aflevering is in Nederland niet te zien, maar hier staat een screenshot. De genoemde economen: Bhagwati, Holmstrom, Dixit, Helpman. Helemaal geen onaardig rijtje.
Fama en Barro verdienen um zeker, maar zijn politiek nog te gevoelig. Tirole’s kansen nemen met het jaar toe, maar is nog steeds jong. Op zich is het ook weer eens tijd voor een econometrist, Jerry Hausman misschien? Vooralsnog hou ik het op Peter Diamond, een econoom die ontstellend veel gedaan heeft, en inmiddels ook de juiste leeftijd heeft. Bovendien is hij met name bekend om zijn werk over sociale zekerheid, dus daar kan het Nobelcomite zich niet echt een buil aan vallen.
Nobel 2009 (2)
Zoals gebruikelijk geeft het Nobelcomite weer uitstekende achtergrondinfo [pdf] over de winnaars van dit jaar. Oliver Williamson houdt zich bezig met organisatietheorie: waarom worden sommige transacties op een markt afgehandeld en andere “transacties” binnen een bedrijf. Met andere woorden, hoe en waarom beslist een autofabrikant om, zeg, de ruitenwissers voor een auto extern in te kopen of juist zelf te produceren. Elinor Ostrom krijgt de prijs voor haar bestudering van de “Tragedy of the Commons” (die al veel vaker figureerde in onze kolommen). Ze schijnt op dat gebied uitgebreide case studies te hebben gedaan en verzameld en daar algemene lessen uit te hebben getrokken, en ook nog eens experimenten te hebben gedaan.
Het Nobelcomite presenteert de prijs als eentje voor organisatietheorie; beide economen bestuderen immers hoe een bedrijf of overheidsdienst het beste bestuurd zou kunnen worden (governance). De prijs voor Williamson ligt duidelijk in het verlengde van die voor Coase in 1991; de prijs voor Ostrom heeft een gedragseconomisch en experimenteel tintje en ligt ook wat in het verlengde van de prijs voor Aumann in 2005. Opmerkelijk is dat beide auteurs niet echt van de hevige wiskunde zijn, en dat is in het verleden wel eens anders geweest.
Williamson heb ik ooit eens als student in Groningen gezien, waarschijnlijk in het kader van zijn toenmalige eredoctoraat. Hij bleek toen, ehm, niet echt een begenadigd spreker, met veel onverstaanbaar Amerikaans gemompel en nogal onleesbare teksten op het bord. En dat geeft de burger toch weer moed.
Williamson en Ostrom!?!?
Zojuist werd bekend dat de Nobelprijs Economie dit jaar naar Oliver Williamson en Elinor Ostrom gaat. Dat zijn met recht outsiders te noemen, dus op z’n minst hadden we dat gedeelte van onze voorspelling goed?¦ Williamson heeft, niet onbelangrijk, een eredoctoraat aan de Universiteit van Groningen en werd meermalen door ons getipt (maar ja, wie niet). Ostrom is vrouw (de eerste!), Zweeds Amerikaanse met Scandinavische achternaam en complete outsider.
Later meer.
Nobel 2009
Nog maar drie nachtjes slapen en het is weer zo ver: de Nobelprijs Economie. Inmiddels hebben wij de goede traditie om jaarlijks te speculeren over de winnaar (hier bijvoorbeeld, en hier en hier).
Goed. Een prijs voor macro lijkt er niet echt in te zitten, na de economische ontwikkelingen van het afgelopen jaar en het compleet failliet verklaren van het vakgebied door Paul Krugman, nota bene de winnaar van vorig jaar. Dat zou ook betekenen dat Barro, mijn topfavoriet van vorig jaar, het wel kan schudden. Fama en French lijken me ook politiek nogal incorrect. Dixit staat nog steeds als een persoonlijk favoriet, maar nu co-auteur Krugman hem vorig jaar al heeft gekregen, is ook dat niet erg waarschijnlijk.
Wie dan wel? Mankiw geeft de noteringen bij bookmaker Ladbrokes. Frontrunners: Fama (een onwaarschijnlijk hoge 2/1), Romer, Fehr, French, Nordhaus, Barro, Rabin, Tirole. De Wall Street Journal gaat dieper in op dat lijstje. Tirole zou bijzonder terecht zijn maar lijkt me (nog steeds) te jong, Rabin en Fehr al helemaal, Romer te macro. Nordhaus is interessant, want milieueconoom (modieus!) en vaker genoemd.
Net als in voorgaande jaren geeft Thomson (meer info hier) ook weer een lijstje. Wat mij betreft een wat curieuze rij namen: Fehr, Rabin, Nordhaus, Weitzman, Thaler, Gali, Gertler.
De topfavoriet lijkt dus Fama. Maar ik zet mijn geld op Nordhaus. Een beetje een outsider, maar gezien het moeizame imago van de economische wetenschap gedurende het afgelopen jaar is dat waarschijnlijk een pre. En ik hoop op Tirole.
Meer Krugman
Zoals gebruikelijk heeft de Nobelsite weer een uitgebreid overzicht van het werk van de winnaar, zowel voor leken als voor deskundigen. Het is al net zo gebruikelijk dat Marginal Revolution een uitstekende verzameling links heeft, en een uitleg van ’s mans werk.
Zeer lezenswaardig is dit stuk, van Krugman zelf, waarin hij vertelt over zijn werkwijze, hoe hij zijn beste ideeen kreeg, en tips geeft voor jonge en aanstormende economen. [via]. Hier staat een hele trits lezenswaardige dingen over en van Krugman (begin te lezen onder het kopje ‘October 13’). Vermakelijk: ook de beste artikelen van Krugman werden aanvankelijk afgewezen.
De Nederlandse pers maakt er dit jaar gelukkig niet zo’n zootje van als afgelopen jaren. Bij RTL wordt het zelfs goed uitgelegd, door Mathijs Bouman.
Paul Krugman
Degenen die een politiek statement verwachten achter de toekenning van de Nobelprijs voor Economie aan Paul Krugman zullen niet hard hoeven zoeken. De columnist van de New York Times die sinds zijn aantreden van leer trok tegen George W. Bush en zijn beleid kreeg als eerste de classificatie shrill, waarmee gedoeld werd op het onbeleefde van zijn aanhoudende commentaar op de president. Kon hij niet ook eens wat aardigs schrijven?
Maar dat Krugman de prijs ook gekregen had zonder zijn columnistenschap staat buiten kijf. Als academisch econoom heeft hij maar liefst drie belangrijke innovaties op zijn naam. De eerste twee vonden plaats in het gebied van de internationale economie. Krugman ontwierp eind jaren tachtig het model van het gedrag van wisselkoersen die in een target zone zitten, een destijds veel voorkomend geval. Onder meer de landen van de huidige EU hielden op die manier hun munten losjes aan elkaar gekoppeld.
De andere innovatie was de handelstheorie op basis van monopolistische concurrentie. Waar de klassieke theorie alle handel verklaart uit comparatieve voordelen was het duidelijk dat dit in de praktijk niet klopte: tussen landen vond veel intra-industriële handel plaats, bijvoorbeeld in auto’s. Franse auto’s gingen naar Duitsland, Duitse naar Frankrijk. Dat kan niet als er alleen op basis van statische productiviteitsvoordelen gehandeld wordt.
De invloed van Krugman op academici was groot. Zo hing op de gang van de afdeling algemene economie van de RuG een serie portretten van klassieke economen, allemaal van voor de tweede wereldoorlog. Daarin dook eind jaren tachtig, niet ver van David Ricardo, ook een foto van Krugman op, uitgeknipt en wat onhandig in een lijst gefrommeld. Een rebellendaad ongetwijfeld op het moment van ophangen, maar met de toekenning van de hoogste economeneer vandaag niet eens zo onlogisch.
Inmiddels begon de academicus Krugman ook boeken voor het grote publiek te schrijven, met name uit frustratie over de lage kwaliteit van het publieke debat. Peddling prosperity en Pop internationalism zijn nog steeds goed leesbare en leuke boeken. Maar het was nog niet voorbij met de ontdekkingen. Krugman bedacht dat hij de theorie van Monopolistische Concurrentie ook kon gebruiken om een oud probleem uit de economie op te lossen, dat van de lokatietheorie. De verklaring van de grootte van steden en de lokaties van industrie als natuurlijke uitkomsten van handel en specialisatie zette hij uiteen in het leuke boekje Geography and Trade, dat leidde tot de geboorte van huidige Economische Geografie. Het Nobelcomité geeft aan dat hij de prijs krijgt “for his analysis of trade patterns and location of economic activity”, de laatste twee innovaties dus.
De modellen van Krugman zijn technisch zeer doortimmerd maar ook nog eens erg relevant. Het is een combinatie die maar weinig voorkomt binnen de economie. Een prima keuze voor de prijs. Al had het comité zich misschien wat meer bewust moeten zijn van de schaarste van dit soort mogelijkheden. Zoals Marco al aangaf was het goed mogelijk geweest deze prijs mede toe te kennen aan Avinash Dixit. Niet voor niets heet het model van monopolistische competitie het Dixit-Stiglitz model, en de laatste van die twee had de prijs al eerder gekregen.
Wij wachten op de Nobelprijs Economie
Nog een laatste rondje langs de velden. Ladbrokes noemt toch Fama en French als grote favorieten (zie ook dit artikel in de Wall Street Journal), voor Barro en Sims/Hansen/Sargent. In de pool op Harvard is Barro het meest genoemde individu, maar de combinatie Sims/Hansen/Sargent scoort nog vaker. Tyler Cowen hoopt op Hart en Tirole.
Uw dagelijks Nobelnieuws
Deze website sluit weddenschappen af op de winnaar van de Nobelprijs Economie. Verrassende koploper is Martin Feldstein, een naam die ik nog niet eerder hoorde noemen. Andere favorieten: Sargent, Barro, Romer, Bhagwati, Krugman. [via]
Ignobel
Goed, het duurt nog een week voordat de winnaar van de Nobelprijs economie bekend wordt gemaakt, maar de Ignobel prijs is inmiddels gevallen. Ooit begonnen als parodie op de Nobelprijzen, “voor onderzoek dat je eerst doet lachen, en daarna aan het denken zet“, maar inmiddels flink uit de hand gelopen en uitgegroeid tot een jaarlijks evenement.
Hier staat het lijstje met winnaars van dit jaar. De economieprijs gaat naar het onderzoek dat laat zien dat lapdancers (v) meer verdienen in de vruchtbare periode van hun menstruele cyclus. Wij berichtten er al eens over. En er viel nog een econoom in de prijzen: Dan Ariely, bekend gedragseconoom, deelde de medicijnenprijs vanwege onderzoek dat laat zien dat mensen placebopillen heilzamer vinden als ze denken dat die duurder zijn.
De BBC meldt ook de andere prijzen.