Het meest gelezen van 2015

Gelukkig nieuwjaar! Daar is-ie weer, het traditionele lijstje van meest gelezen berichten van het voorbije jaar. Wegens de reeds gememoreerde lage produktie in 2015 haalden veel oudere berichten de eindlijst. Meest gelezen was merkwaardig genoeg onze Nobelprognose. Van vorig jaar. Hier de volledige lijst, eventuele positie vorig jaar tussen haakjes:

1. (10) Nobelprognose 2014 okt 2014
2.   Schoolstrijd jun 2015
3.   De econoom in de kaartenbak mei 2015
4.   Best lastig, kansrekening jul 2015
5.   (2) Slepen met goud nov 2014
6.   Stemadvies mrt 2015
7.   (4) Vragen voor Larry Summers okt 2014
8.   (8) Fed-beleid en het buitenland okt 2014
9.   Een waterdicht BTW-systeem aug 2015
10.   De machtigste wetenschapper mei 2015

2015

Een jaar met 23 berichten, het kon dus ook nog minder dan vorig jaar (31). Maar ook: een jaar met een jubileum, gequoot worden door de Telegraaf en een nieuw uiterlijk. Dat laatste was bittere noodzaak, omdat onze antieke 2005-pagina steeds slechter doorkwam op de kleine schermpjes van tegenwoordig. En tenslotte, opmerkelijk, kunnen we een kleine groei in het aantal bezoekers melden:

2015

Het zal het grote archief wel zijn, dat iedereen die googlet op een economische term subiet naar deze site verwijst.Nog even en we zijn weer terug op het niveau van 2013.

We zullen wel weer het een en ander schrijven, het komende jaar, en hopen opnieuw op uw onregelmatige bezoek in 2016. Alvast het beste!

Gratis boeken

Binnen de nieuwe groeitheorie (nou ja, nieuw in de jaren ’90 van de vorige eeuw) wordt veel nadruk gelegd op het feit dat sommige geproduceerde diensten nonrival zijn: als ik de dienst gebruik, kan iemand anders hem tegelijkertijd gebruiken. De dienst die de Nederlandse dijken ons leveren is bijvoorbeeld nonrival, maar vrijwel altijd gaat het in de groeitheorie over kennis. Want als ik een idee gebruik, is het niet verdwenen voor de andere geïnteresseerden.

Het zusterbegrip dat snel opduikt als het over rivaliteit gaat, is excludability. Netflix is een voorbeeld van een nonrival dienst waar de eigenaar wel degelijk geld voor kan vragen aan iedere gebruiker. Sommige nonrival diensten zijn niet op die manier te beheersen: de goede mop die ik heb bedacht is niet geheim te houden, nadat ik hem in het café verteld heb. De mop is non-excludable.

Opnieuw gaat het al snel over kennis. Patenten en copyrights maken nieuwe kennis enigszins excludable, maar de kopieermachine, en later het internet, ondergraven de praktische uitvoerbaarheid van die juridische middelen. Bovendien is de vraag of het wenselijk is om diensten, die in principe gratis geleverd kunnen worden, aan het publiek te onthouden. Ja, gaat dan het argument, want als degene die de kennis creëert er niets aan kan verdienen, dan komt er ook geen nieuwe kennis bij.

Midden in deze discussie staan de uitgevers van wetenschappelijke literatuur. Hun bedrijfsmodel stamt uit het excludable houden van kennis, maar dat is bijna niet vol te houden als die kennis met publieke middelen wordt opgebouwd. Het nieuwe model lijkt te worden dat de onderzoeker vooraf betaalt voor publicatie, waarna de kennis vrij beschikbaar wordt. Het is nog onduidelijk of er in dit systeem een werkelijke taak voor de uitgevers overblijft.

Maar wat doen we dan met de grote berg kennis die nog onder het oude systeem is gepubliceerd? Dat verschilt vooralsnog per uitgever. De meesten lijken tot in lengte van dagen voor de kennis betaald te willen worden, maar er is hoop: uitgeverij Springer heeft onlangs haar collectie van boeken ouder dan 10 jaar open op de website gezet. Hier staat de lijst met 3,539 economieboeken van voor 2006, met onder meer een Engels-Frans-Duits-Nederlands economiewoordenboek.

Een fijn kerstcadeau. Hoewel. Nu kennis weer wat minder schaars geworden is, neemt jammer genoeg de schaarse factor tijd weer in belang toe. 3,539 boeken! [Gevonden via Hacker news]

Dani Rodrik: Economics Rules

Het lijkt tegenwoordig in de mode om af te geven op economen. Economie is veel te wiskundig, claimen critici. Het is losgezongen van de echte wereld, en moet veel pluralistischer. Economen denken dat de markt alles oplost, en hebben te weinig oog voor bijvoorbeeld sociologische factoren.

Die kritieken snijden niet altijd evenveel hout. Dani Rodrik komt met een boek waarin hij aangeeft waarom de critici vaak ongelijk hebben, maar ook laat zien wat er dan wel mis is met economen. Onderweg geeft hij een mooie inkijk in hoe economen en hun modellen functioneren. (Bespreking na de knip!)

Lees verder “Dani Rodrik: Economics Rules”

Lucratief

Een van de meest lucratieve beleggingen van de laatste jaren? Wie op 1 juli 2010 bij de invoering van de cijferpostzegel al zijn spaarcentjes had omgezet in zegels met het cijfer 1 betaalde destijds 44 cent per stuk, terwijl diezelfde zegels per 1 januari 2016 al voor 73 cent van de hand gaan. Een rendement van 66%, ofwel 9.6% op jaarbasis.

En nu niet aankomen met dat het achteraf makkelijk praten is. Thijs waarschuwde u destijds al.

Nog een rondje Deaton

In het Nederlands:

Robert Inklaar bij MeJudice

Arthur van Soest bij economie.nl

Jesse Frederik bij de Correspondent

Mathijs Bouman bij RTL-Z (met bewegend beeld!)

 

In het Engels:

Justin Wolfers in de New York Times

Cass Sunstein bij Bloomberg

Angus Deaton over zichzelf, een biografisch essay

En, oh ja, lees vooral niet Peter de Waard in de Volkskrant vanochtend. Zelden zo’n zuur en slecht geinformeerd stuk gelezen.

Deaton over ontwikkelingshulp

Unfortunately, the world’s rich countries currently are making things worse. Foreign aid — transfers from rich countries to poor countries — has much to its credit, particularly in terms of health care, with many people alive today who would otherwise be dead. But foreign aid also undermines the development of local state capacity.

This is most obvious in countries — mostly in Africa — where the government receives aid directly and aid flows are large relative to fiscal expenditure (often more than half the total). Such governments need no contract with their citizens, no parliament, and no tax-collection system. If they are accountable to anyone, it is to the donors; but even this fails in practice, because the donors, under pressure from their own citizens (who rightly want to help the poor), need to disburse money just as much as poor-country governments need to receive it, if not more so.

What about bypassing governments and giving aid directly to the poor? Certainly, the immediate effects are likely to be better, especially in countries where little government-to-government aid actually reaches the poor. And it would take an astonishingly small sum of money — about 15 US cents a day from each adult in the rich world — to bring everyone up to at least the destitution line of a dollar a day.

Yet this is no solution. Poor people need government to lead better lives; taking government out of the loop might improve things in the short run, but it would leave unsolved the underlying problem. Poor countries cannot forever have their health services run from abroad. Aid undermines what poor people need most: an effective government that works with them for today and tomorrow.

One thing that we can do is to agitate for our own governments to stop doing those things that make it harder for poor countries to stop being poor. Reducing aid is one, but so is limiting the arms trade, improving rich-country trade and subsidy policies, providing technical advice that is not tied to aid, and developing better drugs for diseases that do not affect rich people. We cannot help the poor by making their already-weak governments even weaker.

Het hele verhaal staat hier (via).

Deaton

We zaten er niet ver naast. De Nobelprijs Economie gaat inderdaad naar micro-econometrie en —empirie. De gelukkige is echter niet Blundell, maar landgenoot Angus Deaton, voor “zijn analyse van consumptie, armoede en welvaart”. Deaton’s werk heeft altijd op een of andere manier te maken met het schatten van consumptiegedrag van individuele connsumenten, en daarmee ook met het schatten van de levensstandaard van die consumenten. De press release staat hier. Uitgebreide achtergrondinformatie hier, meer publieksvriendelijke info hier.

Het Nobelcomite framet het als iets wat micro is, maar ook belangrijk voor macro. Bovendien heeft de man een belangrijke bijdrage geleverd aan ontwikkelingseconomie.

De publieksinfo noemt expliciet de Eerste Belangrijke Bijdrage het AIDS (Almost Ideal Demand System) van Deaton en Muellbauer, een systeem waarmee structuur wordt opgelegd aan schattingen van consumptiefuncties. De inzichten die daaruit verkregen worden, zo wordt beweerd, zijn ook belangrijk zijn voor de macro; traditioneel maakt macro gebruik van een representatieve consument, door het werk van Deaton is dat niet langer noodzakelijk. Tweede bijdrage: het bestuderen van fluctuaties in consumptie over de tijd. Derde bijdrage: het revolutionaliseren van ontwikkelingseconomie, van macro- naar micro-georienteerd, door het opzetten van surveys en, opnieuw, het gebruik van micro-data.

Net als vorig jaar zijn alle vakgenoten er over eens dat de prijs meer dan verdiend is. Ook mooi dat de prijs opnieuw naar slechts 1 persoon gaat. Dat heeft wel wat.

Meer bij Marginal Revolution.

Nobelprognose

Jawel. Het is herfst. Ze beginnen weer te vallen. De Nobelprijzen. Traditiegetrouw is de economieprijs als laatste aan de beurt, volgende week maandag. Als grote finale en apotheose. En al even traditiegetrouw doen wij weer een gooi naar de winnaars (In het verleden hier, hier , hier, maar ook hier, hier, hier, hier, hier, en hier) Meestal zitten we er naast. U kent dat wel, economen en voorspellen. Maar soms hadden we het zelfs goed. Of, nog beter, was de uitslag als gehoopt.

Thomson (eerdere berichtgeving) komt dit jaar met een heel respectabel rijtje: Richard Blundell, John List, en Charles Manski. (Terzijde: de methodologie van Thomson kan ik niet helemaal volgen. Men beweert dat hun voorspelling is gebaseerd op citaties, toch is hun lijstje van dit jaar volledig anders dan het lijstje van vorig jaar. Het lijkt me nogal onwaarschijnlijk dat de drie kanshebbers van dit jaar net precies gedurende het afgelopen jaar de drie kanshebbers van vorig jaar in citaties zijn voorbij gestreefd). Thomson schijnt ook nog een publiekspoll te hebben gehouden waar Blundell als winnaar uit kwam (methodologie ook hier onduidelijk).

Gelet op de ontwikkelingen in het vakgebied van de afgelopen tijd (gedragseconomie, steeds meer (veld-)experimenten en (micro-)empirie) is het eigenlijk nogal schokkend dat de laatste micro-econometrie prijs alweer 15 jaar geleden is (Heckman en McFadden). Dat wordt dus de hoogste tijd. Het Nobel-comite kan daar dan nog een leuke big-data draai aan geven, want dat is in. En als we het toch in die hoek gaan zoeken, dan is Blundell helemaal geen gekke keuze. In dezelfde categorie tipten we ook al eens Atkinson en Deaton. John List (veldexperimenten) gaat vast ook nog een keer winnen, maar daarvoor lijkt het nu nog veel te vroeg. Laten we het dus maar houden op een prijs voor Richard Blundell. Alvast van harte.

En, oh ja, uiteraard zijn er ook dit jaar de al even traditioneel stampvoetende betweters die roepen dat-dit-helemaal-geen-echte-Nobelprijs-is! (zie ook Dilbert) Alsof het aannemen van bloedgeld van een negentiende-eeuwse wapengigant de hoogst denkbare eer is (zie ook Justin Wolfers).

Delfi

Leuk! Bij DNB mag je nu zelf aan de knoppen van de macro-economie draaien door een aantal (maximaal 2) parameters te veranderen om vervolgens te zien wat volgens het Delfi-model van de bank de gevolgen zijn.

Helemaal hufterproof is het systeem niet: door de lonen met 5% per jaar te laten dalen en de wereldhandel met 10% per jaar op te jagen, slaagde ik er toch maar mooi in om de werkloosheid over 8 jaar naar een fabuleuze —21% te brengen. Maar goed, onder “tip bij het invullen van impulsen” wordt dat ook ruiterlijk toegegeven.

Hebben we zoiets niet eerder gezien? Tot op zekere hoogte; de site De Baas van Nederland, waar we in 2010 al eens over berichtten, is nog steeds in de lucht, maar vereist aanzienlijk gedetailleerdere beleidskeuzes.