Belasten zonder excess burden

Belasting heffen is om twee redenen vervelend. Behalve dat geld afstaan van zichzelf al niet leuk is, verstoren belastingen ook nog eens het efficiënte evenwicht. Neem de vermogensbelasting: door die heffing passen mensen hun gedrag aan en sparen ze minder dan ze eigenlijk van plan waren. Dat is niet efficiënt.

Beter zou het zijn om de spaargelden pas achteraf te belasten. Dus eerst aankondigen dat de vermogensheffing nul is, en een jaar later toch belasting heffen. Dat is nog steeds vervelend, maar de excess burden is eraf. Jammer dat je zoiets maar één keer kunt doen. Als het al lukt.

De Nederlandse fiscus, die plots geïnteresseerd is geraakt in buitenlandse tegoeden, komt dicht bij dit ideaal. Eerst de klanten de indruk geven dat ze hun geld zonder heffing in Zwitserland kunnen parkeren, en daarna dreigen met boetes zodat ze het alsnog aangeven. Als de Zwitsers meespelen kunnen ze, als de buit binnen is, het bankgeheim in ere herstellen om over een paar jaar nog eens hetzelfde te doen. [Zelfde principe, eerder: hier]

Slim

Uit onderzoek blijkt dat bedrijven die slimmer werken een hogere productiviteitsgroei kennen. Tja, dat lijkt mij ook een redelijke open deur, maar heus, het is onderzocht.  Er blijkt zelfs een hele Filosofie achter te zitten:

`Slimmer werken’ is het verbeteren van de manier van werken, bijvoorbeeld door taken anders te verdelen, taakroulatie of flexibel roosteren.

Op zich lijkt mij dat toch een beetje de essentie van het moderne kapitalisme, zie Adam Smith. Maar de Nederlandse overheid blijkt er nu een hele campagne voor te hebben opgezet, compleet met website.

Slimmer werken kan iedereen! Werknemers, managers, ondernemers, experts, adviseurs, vakbondsbestuurders en wetenschappers kunnen allemaal slimmer werken.

jubelt de website.

Goh.

Taxi!

We kunnen er niet onderuit, met de taxichauffeurs weer volop in het nieuws en een herziene aanpak van de minister moeten we het maar weer eens hebben over de taximarkt. Een overzicht van onze eerdere stukken staat hier.

Op het eerste gezicht lijkt de situatie met de taxi’s een typische uitwas van de vrije markt, waar onschuldige burgers de dupe worden van harteloze, op winst jagende ondernemers. Maar van marktwerking is helemaal geen sprake. Zo zitten de chauffeurs vast aan een slecht tariefsysteem waardoor korte ritten en ritten door een file te weinig opbrengen. Het is niet zo gek dat die ritten geweigerd worden (zie hier en hier). Het is een verbetering dat dat tariefsysteem nu overboord gaat.

Essentieel bij marktwerking is verder de vrije keuze van de consument. Die is er bij de “opstapmarkt” kennelijk ook niet; wie zelf wil kiezen uit de taxi’s kan een klap krijgen. De vraag is of het opstellen in slagorde in plaats van in een rij daar veel aan verhelpt. De staatssecretaris zoekt het nu in het verenigen van taxi’s in groepen [pdf] zodat de consument uit minder alternatieven hoeft te kiezen. Voor economen is dat een heel merkwaardig idee: het ideaal van volledige mededinging wordt verplicht vervangen door een oligopolie zodat de klant een beter overzicht heeft van de reputatie van de taxichauffeur. Men hoopt in Den Haag bovendien dat binnen die groepen een beetje wordt gelet op de malafide leden.

Veel slechter dan nu kan eigenlijk niet maar dit plan, met voorzienbaar hogere prijzen, is toch weinig ambitieus. Men legt zich feitelijk neer bij het informatieprobleem dat de klant heeft bij de keuze van een aanbieder, in een tijd dat de ontwikkelingen op informatiegebied razendsnel gaan. Om maar eens wat te noemen: vrijwel iedereen heeft een mobieltje op zak waarmee je de reputaties van, zeg, alle vakantieoorden of restaurants op elk moment kan checken. Waarom dan vasthouden aan die standplaatsen met vijandige groepen chauffeurs? Het kan toch niet moeilijk zijn om met mijn telefoon de dichtstbijzijnde taxi met een goede reputatie uit te nodigen voor een offerte? Of heb ik teveel vertrouwen in mijn mobieltje?

Economic Gangsters

Van trouwe lezer Bart mocht ik het boek Economic Gangsters van Fisman en Miguel lenen.

In de definitie van de auteurs is een ‘economic gangster’ een crimineel die puur zijn eigen belang nastreeft, ongehinderd door enige morele scrupules. Maar eigenlijk gaat het boek gewoon over ontwikkelingseconomie, over de discussies die in dat vakgebied spelen, over het gebruik en belang van gerandomiseerde experimenten om te toetsen of een bepaalde benadering werkt, over corruptie en wat daar aan te doen valt, en meer van dat soort dingen. Dat klinkt saai, maar het boek is bijzonder goed en pakkend geschreven en staat vol creatief onderzoek. Een beetje in de stijl van Freakonomics, behalve dan dit boek gestructureerder is en een duidelijker thema heeft.

De heren bespreken vooral hun eigen onderzoek. Meest in het oog springend is hoofdstuk 4. Diplomaten die bij de Verenigde Naties in New York werken hebben diplomatieke onschendbaarheid en hoeven dus hun parkeerbonnen niet te betalen. Fisman en Miguel tonen aan dat het aantal parkeerbonnen dat de gemiddelde diplomaat oploopt een opvallend sterk verband vertoont met de Wereldbank corruptieindex van zijn/haar land van herkomst. De mate van corruptie van een individu (hier: onbetaalde parkeerbonnen) hangt dus niet alleen af van kosten (geen) en baten (overal kunnen parkeren) maar ook van culturele aspecten (de mate van corruptie in het thuisland).

De dronkaard en de straatlantaarn

Maandag was het weer zover. Op een conferentie waar ik verzeild was geraakt begon een spreker de anekdote over de dronkaard en de straatlantaarn te vertellen. Ik moest denken aan mijn jonge jaren als econoom, toen ik me nog wel eens over het hoofd gekrabd heb over dit stuk wijsheid dat zich in steeds iets andere vorm herhaalde. Later bleek dat er twee versies van het verhaal zijn met een (subtiel) andere moraal.

De anekdote: een dronkaard raakt zijn autosleutels kwijt in een donkere steeg. Hij rent naar de nabijgelegen straat en begint te zoeken onder de straatlantaarn. “Maar daar liggen je sleutels toch niet?” vraagt een passant. “Nee, maar bij dit licht kan ik tenminste zoeken” antwoordt de dronkaard.

Het zegt iets over het vakgebied van de economie dat dit verhaal nog steeds van pas komt. U ziet hoe het van toepassing kan zijn op economen met een gebrek aan methoden, of vaker data, die toch iets willen onderzoeken. Ik heb het misschien wel tien keer gehoord de afgelopen jaren.

De andere versie is korter maar venijniger, en gaat meestal over econometrie. Het is meer een opmerking die je af en toe hoort: “hij gebruikt de methode zoals een dronkaard een straatlantaarn gebruikt: voor steun en niet voor verlichting”. Klinkt beter in het Engels, overigens (“support instead of enlightenment”). Een verhaal met dezelfde acteurs maar een iets andere boodschap.

Nu ik er zo over nadenk zijn er wel meer gouwe ouwen te bedenken. Na de klik een mop over economen en managers.

Lees verder “De dronkaard en de straatlantaarn”

De Google barometer stelt teleur

Wat gaat er gebeuren met de economie? De zoektocht voor een leading indicator is zo oud als de conjunctuur zelf. Regerend kampioen is nog steeds het, door het CBS gemeten, consumenten- en producentenvertrouwen. Een vrij lullige maatstaf waarbij statistici aan burgers vragen of ze het een beetje zien zitten. Maar het werkt: kijk op die mooie conjunctuurklok en zie hoe het vertrouwen keurig voorloopt op de rest van de cyclus.

Wie een betere indicator wil hebben moet het gemeten vertrouwen dus verslaan. En daarom kunnen we niet anders dan teleurgesteld zijn in de nieuwe Google barometer. Het idee is charmant (afhankelijk van hun verwachtingen zoeken mensen op andere termen) maar de hoge verwachtingen komen niet uit. Zie hier de barometer versus het consumentenvertrouwen voor de (turbulente) afgelopen vier jaar, in veranderingen:

googleconsvert

Groen = Google, blauw = CBS. Natuurlijk is het wel netjes van Google dat ze de mogelijkheid aanbieden om hun index direct te vergelijken. Maar voorlopig stap ik niet over.

Groei

De media hebben wel eens de neiging zich blind te staren op het groeicijfer van een economie, vooral China is daarvan een goed voorbeeld. Het nieuws van vandaag geeft een aardige illustratie van waarom dat soms weinig zinvol is.

De Noord-Koreaanse economie groeit dit jaar met 3,7%. Daarmee behoort het tot de best presterende economieen ter wereld. Is de gemiddelde Noord-Koreaan daarmee beter af dan zeg de gemiddelde Zuid-Koreaan, die woont in een land waar de economie dit jaar 1,5% krimpt? Is er grootschalige economische migratie van Zuid naar Noord te verwachten?

Eh, niet echt. Het inkomen per hoofd staat op zo’n 500 dollar in Noord, tegen 16500 in Zuid, en daar zit nog altijd een factor 33 tussen. Zelfs als de huidige trends zich voort zouden zetten, duurt het nog steeds 68 jaar voordat Noord op hetzelfde niveau zit als Zuid.

Heb vertrouwen

We zijn inmiddels dus zover dat de Tweede Kamer een minister ontbiedt om te controleren of autoverkopers de sloopsubsidie van de overheid wel helemaal doorgeven aan hun klanten. Kan het nog lang duren voordat de kamer zelf de autoverkoop maar ter hand neemt omdat de private partijen er niks van bakken?

Beste parlementariërs, heb vertrouwen. Ik weet dat uw geloof in marktwerking is geschaad maar dit zal echt nog wel goed komen. Zolang de consument goed oplet en de handelaren geen kartel vormen wordt de subsidie, naar rato van vraag- en aanbodelasticiteit, netjes verdeeld onder de partijen. Dat de klant niet alles krijgt is een gevolg van de oplopende aanbodcurve en geen nationaal schandaal.

Snelkookpan

In de categorie Volstrekt Irrelevante Bijzaken: heeft u thuis een snelkookpan? Ik ook niet. Maar bij Freakonomics meldt Daniel Hamermesh dat die dingen mateloos populair zouden zijn in Nederland:

My Dutch friend tells me that everybody there has one and uses it all the time, as they save on energy costs.

Als dit een trend is, dan toch zeker eentje die mij is ontgaan. Mijn enige associatie met dit keukengerei is dat je er vrij lugubere misdrijven mee kunt plegen.

De context suggereert dat die ‘Nederlandse vriend’  een econoom is met de initialen S.F.

Een mens wordt er wel nieuwsgierig van.

Statistiek en de Iraanse verkiezingen

Inmiddels lijkt duidelijk dat er met de Iraanse verkiezingsuitslagen geknoeid is. De vraag is of dat ook statistisch valt aan te tonen.

Als mensen getallen uit hun duim gaan zuigen, dan zorgen ze er bewust dan wel onbewust voor dat alle cijfers ongeveer even vaak voorkomen, dus de 1 net zo vaak als de 2 net zo vaak als de 3 etcetera.

De werkelijkheid is echter niet zo willekeurig. Als je kijkt naar getallen uit de echte wereld, aandelenkoersen, nationale inkomens, bevolkingsaantallen, stemmen in een verkiezing, dat soort dingen, dan blijken die getallen in ruwweg 30% van de gevallen te beginnen met een 1, in 17% van de gevallen met een 2 en in slechts zo’n 5% van de gevallen met een 9. Die reeks kansen staat bekend als Benford’s Law en heeft te maken met het feit dat veel fenomenen in de echte wereld logaritmisch groeien. Verzin maar eens een willekeurig getal, schrijf dat op een papiertje, tel er zeg 5% bij op, doe dat pakweg duizend keer en zo’n 30% van de resulterende getallen zal beginnen met een 1.

Benford’s Law is ideaal om fraude op te sporen. Het schijnt gebruikt te worden door belastinginspecteurs. En inderdaad, even Googelen levert op dat ook de Iraanse verkiezingsuitslag aan deze analyse [pdf] is onderworpen. Uitkomst: de kans dat de verkiezingsuitslag niet uit de duim is gezogen is minder dan 0.7%. Dit bericht geeft een mooie samenvatting van de analyse, maar plaatst ook wat kanttekeningen.