Raketten en veertjes

Uit de empirische literatuur is bekend dat prijzen sneller een stijging in marginale kosten volgen dan een daling. Met andere woorden: als de kosten stijgen, dan wordt die stijging meteen doorberekend in de prijs, terwijl de consument in geval van een kostendaling een flinke tijd moet wachten voordat de prijzen naar beneden gaan. Zie bijvoorbeeld dit artikel van Peltzman. “Rockets and feathers” wordt dat in de literatuur genoemd: prijzen schieten omhoog maar dwarrelen slechts langzaam naar beneden.

Theoretisch is dat verdraaid lastig te verklaren. Op het eerste gezicht lijkt het fenomeen te duiden op een groot kartel. Maar een perfect kartel zet gewoon een monopolieprijs, en heeft geen reden om dat bij een kostenstijging eerder te doen dan bij een kostendaling.

En het fenomeen duikt opnieuw op:

De consumenten merken nog te weinig van de sterk gedaalde prijzen van groente, vlees en andere landbouwproducten. Supermarkten en andere handelaren rekenen de prijsdaling slechts traag door aan consumenten. Dat in tegenstelling tot de sterke prijsstijgingen vorig jaar, aldus de Europese Commissie maandag.

Minister Verburg van Landbouw weet de oplossing:  de consument “beter zicht geven in de prijzen van producten en grondstoffen.”:

Zet de spotlamp op die prijzen: dat zal helpen. Als het graan goedkoper wordt, mag je toch verwachten dat het brood ook goedkoper wordt.

Een interessante gedachte, maar zover ik kan beoordelen is er weinig empirische of theoretische onderbouwing voor de stelling dat dat zou helpen.

Reclame

U vindt dat er teveel geadverteerd wordt, dat adverteerders maar allerlei dingen beloven en de meest absurde claims doen? Dan bent u niet de enige.  Samuel Johnson zegt het als volgt:

Advertisements are now so numerous that they are very negligently perused, and it is therefore become necessary to gain attention by magnificence of promises, and by eloquence sometimes sublime and sometimes pathetic.

Is dat iets van de laatste tijd? Niet bepaald. Bovenstaand citaat is vandaag namelijk precies 250 jaar oud. Echt waar. 

Verkwisten

Vandaag in de krant:

Een Nederlands huishouden verkwist jaarlijks gemiddeld ongeveer 57.000 liter schoon drinkwater. Dat stellen de schrijvers van het boek ‘Every drop counts’, dat woensdag verschijnt. Volgens de samenstellers kan het drinkwaterverbruik in Nederland zonder ongemakken ongeveer worden gehalveerd.

Economisch gezien is dat natuurlijk een vrij onzinnig concept, verkwisten. Mensen gebruiken een bepaalde hoeveelheid drinkwater. Die hoeveelheid wordt bepaald door de prijs van water. Als water duurder wordt, gebruiken ze minder, als het goedkoper wordt, gebruiken ze meer. Maar hoe bepaal je dan de hoeveelheid water die een mens redelijkerwijs mag verbruiken? En dus hoeveel er verkwist wordt? Dat lijkt me een vrij willekeurige keuze. Hoe minder water je verbruikt, hoe oncomfortabeler het wordt. De hoeveelheid die hier als ‘redelijk’ wordt bepaald, is geenszins een ondergrens. Minder kan ook, maar dan wordt het nog oncomfortabeler. Dat er een scherpe grens zou zijn waaronder het plotseling ‘ongemakkelijk’ wordt, is natuurlijk fictie.

Wie een bepaalde hoeveelheid water verbruikt, kiest daar zelf voor, door kosten en baten tegen elkaar af te wegen. Goedbeschouwd kan van verkwisting dan geen sprake zijn.

Zie ook dit gerelateerde bericht.

Overbephishing

We hadden het al eens eerder over de “Tragedy of the Commons”: wanneer afzonderlijke personen beschikking hebben over gezamenlijke middelen, dan zal dat leiden tot een inefficiente overuitputting van die middelen. Nooit geweten dat dat in het Nederlands “Tragedie van de meent” heet, maar dit terzijde.

Volgens een Microsoft-rapport is er bij phishing (het op slinkse wijze via spam trachten te ontfutselen van passwords) ook sprake van zo’n meent-probleem:

De opbrengst van phishing is beperkt, terwijl er grote aantallen cybercriminelen zijn die proberen allemaal een stuk van de taart mee te pikken. “Omdat elke phisher een maximale opbrengst nastreeft, raakt de bron uitgeput en zijn de werkelijke opbrengsten uiteindelijk lager dan het potentieel.”

Overigens verdient de redactie van techworld zonder meer de prijs voor de mooiste kop:

Overbe-phishing leidt tot lagere criminele opbrengsten

Nierwaarde

De Volkskrant meldt vorige week

Een man in New York eist 1,5 miljoen dollar (1,1 miljoen euro) van zijn ex-vrouw omdat zij tijdens hun huwelijk een nier van hem kreeg. Betaalt ze niet, dan wil hij zijn nier terug. Dat melden Amerikaanse media. De 49-jarige arts stond in 2001 zijn nier af aan zijn zieke vrouw. Vier jaar later besloot zij bij hem weg te gaan. Hij eist 1,5 miljoen dollar omdat dit de marktwaarde van een nier zou zijn.

Wat een afzetter. Man in kwestie is duidelijk geen vaste lezer, anders had hij geweten dat zo’n nier toch zeker niet meer dan 10.000 euro hoeft te kosten.

Goudzoekers

Vanaf vanavond 19:25 op Nederland 2 bij de VPRO: de tiendelige serie Goudzoekers. De website belooft dat

Goudzoekers is er voor iedereen die wil snappen waarom economische principes zijn leven beïnvloeden. Met de actualiteit als leidraad gaat Goudzoekers in op de échte economie: de economie van alledag.

Klinkt goed. Het is lastig te beoordelen of het ook iets is. De leader op de website schept weinig duidelijkheid. We gaan gewoon kijken.

Veelbelovend

Elke tien jaar geeft The Economist in het kerstnummer een overzicht van de meest veelbelovende jonge economen van pakweg onder de 35 jaar. Dat begon in 1988. Het lijstje van toen is nu nog steeds indrukwekkend: Summers, Sachs, Shleifer, Krugman, Mankiw, Grossman, Alesina en Tirole. Het lijstje van 1998: Kremer, Glaeser, Mulligan, Levitt, Hoxby, Ellison, Pesendorfer, Rabin en Laibson. Toch minder indrukwekkend dan het lijstje van tien jaar eerder, als je het mij vraagt. Zulke duidelijke sterren als toen zijn er nu niet meer, beweert het artikel.

Inmiddels zijn we weer tien jaar verder, en dus kwam The Economist met weer een nieuw lijstje. Daar zijn ze: Shapiro, Fryer, Duflo, Finkelstein, Chetty, Werning, Gabaix, en Melitz. [via]

En nu we het toch over veelbelovende economen hebben: de John Bates Clark Medal, de prijs voor de beste econoom in de VS onder de 40 (zie onze eerdere berichtgeving), gaat nu elk jaar uitgereikt worden, in plaats van eens per twee jaar.

Gelukkig nieuwjaar!

Ook namens mij. Het afgelopen jaar was inderdaad bijzonder enerverend voor De Econoom. Mochten wij u er in het verleden nog graag enthousiast op wijzen wanneer er weer een econoom ergens in de media verscheen, de afgelopen maanden was het werkelijk niet meer bij te houden en waren die mannen (en zelfs ook een enkele vrouw) niet meer van het scherm te slaan.

Wie goed leest, heeft gemerkt dat dat niet de enige manier is waarop het karakter van dit weblog het afgelopen jaar subtiel is verschoven. In het verleden mochten wij ons ook graag en vaak opwinden over onzinnige proefballonnetjes en anderszins kortzichtige uitspraken met een economische inslag, of vooral, een gebrek daaraan. Het afgelopen jaar werd dat minder. Misschien werd er minder van dergelijke onzin uitgekraamd (iedereen had het immers druk met de kredietcrisis), of misschien ontstond er bij ons op dit punt enige vermoeidheid en waren we er minder alert op. Vaak gaan die voorstellen immers ook over dezelfde onderwerpen en maken ze dezelfde denkfouten, en er zijn grenzen aan hoe vaak we kunnen uitleggen dat de woningmarkt niet gebaat is bij het subsidieren van starters, en dat files alleen kunnen worden opgelost door het in de file staan duurder te maken.

Dat betekent ook dat er in het afgelopen jaar in onze kolommen te weinig genomineerden waren te vinden voor de uitreiking van nog een Jopie Award. Helaas. Maar als het toch had gemoeten, dan was het FNV wat mij betreft een uitstekende kandidaat geweest, vanwege het beweren dat hoge lonen goed zijn voor de economie. Verder heb ik mij in ernstige mate gestoord aan minister Bos, die leek te vinden dat die kredietcrisis toch ook vooral de schuld is van al die consumentistische consumenten die zich alleen maar laten leiden door de hoogste rente. Foei!

Als u vindt dat de PvdA de beste partij is, dan raad ik u aan bij de komende verkiezingen ergens anders op te stemmen. Als burgers moeten wij immers maar eens leren niet steeds het allerbeste te willen.

Depressie

Sommige media lijken er genoegen in te scheppen om de economie de put in te praten, of op z’n minst te suggereren dat het Allemaal Heel Erg Is.

Neem nu de Volkskrant. Anders dan je zou verwachten is in Nederland de werkloosheid nog niet eens gestegen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in de VS. De Volkskrant weet aan de laatste cijfers toch nog een negatief-klinkende draai aan te geven: “Daling werkloosheid ten einde“.

Dan bedrijfsfaillissementen. Die blijken inderdaad te zijn gestegen. De stijging van 34% is zelfs de hoogste van Europa. “Nederland Europees koploper faillissementen” juicht de krant. Natuurlijk is dat niet waar. Als het aantal faillissementen in Nederland vorig jaar erg laag is geweest, dan zegt het niet zo heel veel dat dit jaar de relatieve toename in Nederland het sterkst is.

De huizenprijzen dan. Ook daar is er weinig aan de hand. Een daling is niet of nauwelijks waarneembaar, en prijzen zouden volgend jaar zelfs nog met 1% stijgen. Maar gelukkig heeft de Volkskrant een makelaar gevonden die er heel anders over denkt en gaarne bereid is paniek te zaaien: “Huizenprijs is al met een kwart omlaag“.

Je zou er spontaan een depressie van krijgen.