Woningloterij

Er zijn nogal wat verstoringen op de Nederlandse woningmarkt. Er worden nogal wat plannen gelanceerd om die verstoringen op te lossen. Menig plan is niet zo’n heel goed idee en leidt alleen maar tot meer verstoringen (zoals deze of deze). Maar bij de meeste goedbedoelde plannen snap je op z’n minst nog waar de denkfout zit. Waar het mis gaat. Maar nu begrijp ik het niet meer. Ik heb mijn best gedaan. Heus. De Amsterdamse woningbouwverenigingen hebben een plan gelanceerd om de doorstroming op de Amsterdamse woningmarkt te stimuleren. Hoe? Door woningen te verloten in plaats van ze aan te bieden aan de langstwachtende. Hu!? Tja, ik zag het verband ook niet. Zelfs niet het vermeende verband. Ik begrijp het gewoon niet.

Over verloten zegt Ruud de Kort van woningcorporatie Ymere: ‘Dat zou eerlijker zijn. Nu gaan alle woningen naar degene die het langst wacht.’ Tja, dat is natuurlijk niet eerlijk, dat iedereen op zijn beurt moet wachten (misschien moet ik dat argument ook eens gebruiken als ik straks in de kantine weer achteraan sluit, maar dit terzijde). En Maaike Alles van Woongroep Holland zegt: ‘De bedoeling van het project is dat er meer mensen op de plek wonen waar ze willen wonen.’ Ja maar. Iedereen op de wachtlijst wil toch ook op die plek wonen waarvoor ze op de wachtlijst staan!? Wat win je dan met loten?

Er zit vast een hele goede bedoeling achter, maar ik begrijp het nog steeds niet. Blijkbaar zie ik iets over het hoofd. Help!

Kijktip

Gisteravond bij Zembla en nu nog te zien bij uitzendinggemist: De bouwfraudezaak, vijf jaar na dato. De belangrijkste conclusies zijn als volgt. Zeer ruwe schatting van het totale voordeel dat de bouwbedrijven hebben behaald van hun kartel: zo’n 20 miljard euro. Totaal aan opgelegde boetes en schadevergoedingen: 400 miljoen euro. Aantal klokkenluiders dat blijvend nadelige schade heeft ondervonden van de zaak: 3. Aantal topmannen dat blijvend nadelige schade heeft ondervonden van de zaak: 0. Een kartel loont!

(Dank aan Linda en Bastiaan).

Micro in Space!

Schrik niet als u op deze link klikt die leidt naar de homepage van het vak Principles of Microeconomics van de University of North Carolina. Het vak heeft een, ahum, iets andere opzet dan het gemiddelde micro-vak. De hele cursus is opgezet als video game in een Star Wars achtige zetting en gaat over een kolonie buitenlandse wezens die crasht op aarde en middels microeconomische principes het hoofd boven water moet houden. Spectaculair. Meer info hier. In Nederland hebben we trouwens al een tijdje Miniconomy. Iets bescheidener van opzet en je krijgt er geen studiepunten voor.

Sowieso hebben economen steeds meer belangstelling voor wat er zich allemaal afspeelt in games en virtuele werelden. Zie bijvoorbeeld het werk van Edward Castronova. De Amerikaanse belastingdienst overweegt inmiddels belasting te gaan heffen op transacties in Second Life.

Corrupt

De corruptie in Nederland is afgenomen, kopten de kranten gisteren. Waarom?

Stond ons land vorig jaar nog op plaats elf van de jaarlijkse lijst van de anticorruptieorganisatie Transparency International, dit jaar is Nederland gestegen naar plaats negen in de top tien van minst corrupte landen ter wereld.

Kort door de bocht. Het feit dat er vorig jaar nog 10 landen minder corrupt waren dan Nederland, en nu slechts 8, hoeft natuurlijk nog niet te zeggen dat Nederland daarmee minder corrupt is geworden. Misschien zijn al die andere landen het afgelopen jaar juist wel corrupter geworden. De website van Transparency International biedt uitkomst. Daar blijkt dat het corruptiecijfer van Nederland vorig jaar nog lag in het betrouwbaarheidsinterval (8.3, 8.9), en dit jaar in het betrouwbaarheidsinterval (8.3, 9.0), waarbij een hoger getal minder corruptie betekent. De correcte interpretatie is dus: de kans dat Nederland het afgelopen jaar minder corrupt is geworden is net iets groter dan de kans dat dat niet het geval is. Maar zie dat maar eens in een krantekop te krijgen.

Vertaalprijsafspraken

Altijd weer komisch om te zien met welke argumenten beroepsgroepen aan komen zetten om het in de lucht houden van een kartel te rechtvaardigen. Vandaag de Vereniging van Letterkundigen die op aandrang van de NMa haar adviestarieven voor vertalers en auteurs toch maar laat varen. “De NMa beschouwt het literaire boek als een puur economisch product, maar dat is het niet”, sputtert de voorzitter. Daarmee lijkt ze te bedoelen dat de kwaliteit van het geleverde werk ook van belang is, maar daarin is deze branche bepaald niet uniek. Of deze: “Schrijvers en vertalers werken al ver onder de marktprijs”. Hoe ze die marktprijs dan definieert, blijft onduidelijk.

Maar verreweg de leukste is deze: “Het loslaten van de tarieven betekent uren van individuele onderhandelingen. Daar is niemand bij gebaat.” Precies. Dat is ook de reden dat ik altijd naar winkels ga die aangesloten zijn bij een kartel. Bij winkels die wel concurreren zit je alleen maar uren te onderhandelen over de prijs.

Leaserijders

Economen hebben vaak hun mond vol over moral hazard, het principe dat mensen minder voorzichtig zijn als ze niet zelf alle negatieve gevolgen van hun gedrag ondervinden. Voorbeeld: in het verkeer zal iemand die verzekerd is zich roekelozer gedragen dan iemand zonder verzekering. Wie een autogordel omheeft, zal ook minder voorzichtig zijn. En omdat schade vaak leidt tot een lagere inruilwaarde, zullen leaserijders roekelozer rijden dan chauffeurs die eigenaar zijn van hun auto. Dat geldt vooral voor de kleine ongemakken, zoals parkeerschade: de kans op lichamelijk letsel is daarbij nihil en omdat blikschade nauwelijks negatieve gevolgen heeft voor leaserijders, mag je verwachten dat die aanzienlijk minder voorzichtig inparkeren.

Toch altijd weer leuk om krantenberichten te lezen waarin dergelijke theorieën onderbouwd worden met harde cijfers. Neem nu De Telegraaf van vanochtend: Tot grote schrik van verzekeringsmaatschappijen blijken leaserijders ruim tweeënhalf keer meer schade te maken dan eigenautobezitters. Daarbij blijkt inparkeren het zwakste punt.

Loonverschillen

Eerder deze week was het op verschillende plekken en op verschillende manieren in het nieuws: het onderzoek van Regioplan, in opdracht van Loonwijzer. Daaruit zou blijken dat een ambtenaar in de Randstad gemiddeld 6% meer verdient dan daarbuiten. Ambtenaren en medewerkers in de zorg of het onderwijs verdienen gemiddeld 10 tot 20% meer dan werknemers in de private sector. Vrouwen verdienen tussen 10 en 30% minder dan mannen.

Schokkende resultaten. Belangwekkend onderzoek. Belangrijke beleidsimplicaties. Zou je denken. Totdat je ziet hoe het is uitgevoerd. De gegevens zijn verzameld onder iedereen die op de website www.loonwijzer.nl de moeite heeft genomen om de online enquete in te vullen. Dat lijkt niet bepaald een representatieve steekproef. De analyses die vervolgens met die gegevens zijn uitgevoerd, zijn zo mogelijk nog bedroevender. Zo is het gemiddelde uurloon van iedereen die aangeeft ambtenaar te zijn en in de Randstad te wonen, vergeleken met het gemiddelde van iedereen die aangeeft ambtenaar te zijn en niet in de Randstad te wonen. Daar komt dat 6% verschil vandaan. Nogal wiedes. Topambtenaren zitten haast per definitie in Den Haag en dus verdienen ambtenaren in de Randstad daar gemiddeld meer.

Hetzelfde geldt voor de andere Schokkende Resultaten. Er is nauwelijks rekening gehouden met opleidingsniveau, ervaring, en meer van dat soort dingen. Het onderzoeksrapport beweert dat wel te doen, maar blijft daarbij steken in staatjes waarin bijvoorbeeld onderscheid wordt gemaakt in “jonger dan 45” en “ouder dan 45”, in plaats van gebruik te maken van gedegen econometrische analyses. De uitkomsten van het onderzoek zeggen dus bijzonder weinig. Ook niet dat vergelijkbare werknemers bij de overheid meer verdienen dan in de private sector. Want dat zou de relevante vergelijking zijn.

Merkwaardig genoeg lijkt het onderzoek niet meer terug te vinden op de website van Loonwijzer. Gelukkig heeft een alerte medewerker van deze weblog het eerder deze week gedownload en hier geplaatst.

Zingen onder de douche

Van de directeur van Energy Australia mogen landgenoten niet meer onder de douche zingen en dagdromen, zo leerden wij dit weekend. Dat leidt maar tot verspilling. De gemiddelde Australische douche duurt zeven minuten en dat kan best wat korter.

Het is een klassieke fout: een kosten-baten-analyse doen, en dan maar naar een van beide kanten kijken. Natuurlijk kost het je wat, zeven minuten onder de douche staan, maar daar staan ook baten tegenover. Als Australiers zeven minuten onder de douche willen staan, dan doen ze dat blijkbaar omdat ze bereid zijn de kosten die daarmee gepaard gaan, te betalen. De enige reden om te pleiten voor een beperking van douchetijd zou dan zijn een situatie waarbij er negatieve externe effecten zijn van lang douchen: negatieve effecten die niet door de individuele doucher worden meegenomen in zijn of haar douchetijdafweging.

Maar het tegendeel lijkt het geval. Er zijn juist positieve externe effecten. Al dat dagdromen onder de douche, zo is mijn ervaring, leidt vaak juist tot uitstekende ideeen. Ideeen die niet alleen positief zijn voor de doucher in kwestie, maar soms zelfs voor de ganse mensheid. Stel dat deze meneer O’Brien een slordige 2500 jaar geleden directeur was geweest van Energy Hellas. Als het aan hem had gelegen was Archimedes dan al binnen zeven minuten uit zijn bad gestapt, nooit tot zijn Eureka-inzichten gekomen, en was daarmee de ontwikkeling van de westerse beschaving nodeloos vertraagd. Ik bedoel maar. Lang douchen moet juist gesubsidieerd worden.