Radio

De minister van EZ beheert voor u en mij een aantal van onze eigendommen. Namens ons verhuurt hij ze aan belanghebbenden en stort hij de opbrengst in de staatskas, waardoor onze belasting omlaag kan. Doet de minister het goed? Hij zou moeten zorgen voor een zo hoog mogelijke opbrengst, rekening houdend met de indirecte effecten die zijn verdeling op ons welzijn heeft.

Om precies te zijn: ik heb het over het spectrum, de FM-band, het recht om radio uit te zenden. De ether is van ons allen, maar de licenties worden uitgedeeld door de staat ter voorkoming van storing. Bij dat uitdelen is het een aantal jaren geleden misgegaan: de minister verhuurde de boedel niet aan de hoogste bieder, maar werkte met een zogenaamde beauty contest, een ingewikkeld proces waarbij niet de prijs de doorslag geeft maar de mate waarin een partij in het gevlei van een politieke commissie weet te komen. De winnende radiostations blij, natuurlijk, want die konden voor een koopje winst blijven maken. De geweigerde partijen boos, verdrietig, en vastbesloten via dure procedures alsnog een frequentie te bemachtigen. De opbrengst voor u en mij: te laag.

Waarom koos de minister voor een beauty contest? Hij was bang dat een rechtstreekse veiling niet tot het juiste aanbod zou leiden, dat brute marktwerking geen mooie radio op zou leveren: hij was bang voor de indirecte effecten op ons welzijn. Jammer genoeg voorzag de minister niet dat je marktwerking na afloop van de verdeling niet kunt verbieden: de winnaars van de contest kunnen hun kavel gewoon verkopen aan een andere partij en daarvoor de volle winst opstrijken. Aldus kregen ze een cadeautje van de staat, voor onze rekening. Nou ja, iedereen maakt fouten, zullen we maar denken. Als je er maar van leert.

Wat dat laatste betreft heb ik slecht nieuws voor u: EZ is van plan de volgende groep frequenties opnieuw via een beauty contest aan de man te brengen.

Pensioenen

Er is een onderzoek gedaan naar de ideeën van jong Nederland over pensioenen. Trefwoorden: dubbeltje, eerste rang. Het gezaghebbende dagblad nu.nl schrijft:

Ruim 40 procent van de jeugd wil tussen 6 en 10 procent van hun brutoloon opzij zetten voor hun oudedagsvoorziening en ruim eenvijfde niet meer dan 5 procent, terwijl alleen al de AOW-premie 18 procent van het brutosalaris bedraagt.

Je hoopt (voor hun eigen bestwil) dat deze jongeren er voorlopig niet achterkomen dat van die 18% AOW-premie exact nul procent naar hun eigen pensioen gaat; de AOW is een omslagstelsel waarbij de werkenden het inkomen van de gepensioneerden opbrengen. De stichting pensioenkijker, die beter zou moeten weten, stelt het precies zo in haar persbericht (pas op, MS Word document!).

Je kunt twee verschillende conclusies trekken uit de enquête: of de jeugd is optimistischer dan die zure handelaren op de beurs (wie van z’n 18e tot z’n 65e 5% opzij zet en verwacht met dat vermogen een jaar of 80 te worden, rekent op een reeël rendement van 4,5%) of ze heeft een hoge discount rate, economentaal voor onverschilligheid over de toekomst. Zegt u het maar.

Experimenten

Een groot nadeel van de economische wetenschap is dat het zo lastig is om experimenten uit te voeren. Op micro-schaal gebeurt dat tegenwoordig wel, maar het blijft lastig om een heel land, of een hele stad, aan een behandeling bloot te stellen om eens te zien wat er gebeurt.

Zo bestaat er bijvoorbeeld een uitgebreide theorie over de ontwikkeling van steden in een land. Maar ja, hoe test je of zoiets klopt? Aan iedereen vragen om een stad te verlaten en dan kijken of er weer een nieuwe stad op die plek verrijst, daar kleven nogal wat bezwaren aan.

Totdat de natuur een handje helpt, natuurlijk. De gebeurtenissen in New Orleans zijn, behalve heel erg, een natuurlijk experiment voor dit soort theorieën. En omgekeerd: nu de stad weer opgebouwd moet worden, worden economen die iets afweten van locatiebeslissingen van stal gehaald om advies te geven. En zo kon het gebeuren dat een aantal collega’s van Marco en mij deze maandag de New York Times haalde met hun werk over Duitse steden, die moesten herstellen van de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. Hun stelling: herstellen gaat beter als bedrijven de vrije hand wordt gegeven.

Wat vindt U?

zou de overheid moeten zorgen voor kinderopvang? Het economisch debat wordt op vele plaatsen gevoerd en iedereen mag meedoen. Dat is niet bij elke discipline zo, zie bijvoorbeeld de nucleaire fysica, maar het maakt het vakgebied toch ook wel weer charmant. Helaas is de kwaliteitscontrole niet altijd aanwezig. Zo trof ik tijdens mijn vakantie nevenstaande vraag in het weekblad “Libelle” dat in mijn strandstoel beland was.

U denkt, de Libelle?, maar het is waarlijk een interessante kwestie die ook nu de herfst begint weer volop in de belangstelling staat. Waarom moet de overheid zich hiermee bemoeien, denk je, laat ouders lekker zelf beslissen en opvang inkopen zoveel ze nodig hebben. Totdat je bedenkt dat de overheid zich wél bemoeit met scholen, waar de kinderen vaak toch al zitten. En dat een gebrek aan beschikbare kinderopvang één van de ouders vaak belemmert te werken, wat slecht is voor de belastingbasis. Je kunt je afvragen of het (goedkope) aanbieden van meer opvang het probleem van de (dure) herintreders kan voorkomen. Ingewikkelde kwesties waar slimme mensen al jaren over nadenken. Ik las verder:

wat een onzin, dat kost alleen maar geld!

En daar ging de cocktail die op de leuning van mijn strandstoel balanceerde. Je probeert je voor te stellen wat er in het hoofd van Jopie omgaat, maar het lukt niet.

Vandaag wordt de Nobelprijs voor de economie uitgereikt. De eerste winnaar, de Nederlander Jan Tinbergen, zag een duidelijke taak voor de economen: breng de politieke keuzes in kaart, zoek uit wat de gevolgen zijn van elke keuze, en presenteer dát pakket aan degenen die moeten kiezen. Zo haal je alles wat niet ter discussie staat uit het debat en verhelder je het politieke proces. Heerste zijn geest bij de Libelle, dan was de vraag niet “Wat vindt u?”, maar “kiest u optie a of b?”, met bij beiden de kosten en de baten. Dat is een manier van vragen die wat mij betreft niet vaak genoeg gebruikt kan worden.

Maar goed, het was vakantie. Ik veegde de drank uit de stoel en spoedde mij naar de horoscopen.

Diefstal

Stelt u zich de volgende zwendel eens voor: u heeft een aardig vermogen en gaat daarmee naar de wandelgangen van uw parlement. Daar overtuigt u (met behulp van de kleine kas) een meerderheid van de parlementariërs van het volgende: er komt een wet die erin voorziet dat u een klein bedrag aan belasting mag heffen, van alle andere burgers. Gegarandeerde winst: het overtuigen kost u het startvermogen, maar de opbrengst loopt al gauw in de miljoenen, afhankelijk van de belastingbasis, en het mooiste is dit: bij een kleine belasting, zeg één euro, loont het voor een individuele burger niet om te protesteren. Ziedaar het principe van de lobby.

Gelukkig zijn parlementariërs principiële mensen en komt bovenstaande zwendel weinig voor. Belastingheffen is voor de staat en verder niemand. Behalve natuurlijk in ons eigen, op dat terrein onverbeterlijke, land. Ik stel u voor: de stichting thuiskopie.

“Diefstal” verder lezen

Frans nageslacht

Op weinig plekken in Europa worden zo weinig kinderen geboren als in Frankrijk. Dat geeft een hoop rust, zou je zeggen, maar daar denken de Franse politici anders over. Vanaf volgend jaar staat er een premie van €750 per maand, een jaar lang, op het krijgen van een derde kind. Uw derde kindje wordt een schatje, en het doel is duidelijk: deze financiële prikkel moet de Fransen aansporen meer kinderen te krijgen. Ook in Duitsland bestaan voorstanders van een kindersubsidie. Het idee is dat de kleine belastingplichtigen op termijn goed zijn voor het land.

Met het Franse voorstel is echter wel het één en ander aan de hand. Het doet niets voor de overweging van een eerste of tweede kind, toch ook een bron van nageslacht, en gezien de enorme kosten van een baby kun je je afvragen of het er bij de derde veel toe doet. Economen drukken de beïnvloedbaarheid van een beslissing vaak uit in elasticiteiten, en de vruchtbaarheids-elasticiteit is berucht laag.

Maar dat die €750 eigenlijks niks uitmaakt zal weinig ouders beletten het geld gewoon aan te vragen, bij de geboorte van nummer drie. Eén op de vijf kreeg toch al een derde kind, en die ontvangen nu een extraatje. De situatie na invoering van de subsidie is dus: een paar extra kinderen voor een heleboel extra geld. Naar verluidt kost het plan €140 mln. per jaar, en er staat geen hogere belasting tegenover.

Nog niet. Uiteindelijk leidt het natuurlijk tot een hogere Franse schuld, af te betalen door de toekomstige generaties, de huidige kinderen. Zo bezien is de regeling niet meer dan een voorschot, en betalen de kleine Fransen de opvoeding van hun tweede broertje zelf.

Olieprijzen

Het lijkt hier zo langzamerhand wel een olie- en benzinelog, maar het is nou eenmaal de actualiteit en dus nog even over dat plan om burgers te compenseren voor de hoge olieprijs. U weet, de energierekening valt dit jaar een paar honderd euro hoger uit, wat alle kleine voordeeltjes van regeringswege teniet doet. Het parlement wil nu compensatie voor de burger, en hoewel de MF tegen is zal het er wel van komen. Wat vindt de econoom?

Zoals u weet zijn prijzen een signaal: de olie is zo duur omdat er moeilijk aan te komen is, en de hoge prijs spoort gebruikers aan op zoek te gaan naar alternatieven. Dat is goed en leidt tot verbeteringen: aan de vorige olieschok hebben we bijvoorbeeld die zuinige Japanse auto’s te danken. Mooi laten staan dus, die olieprijs.

Maar er is ook iets anders aan de hand, waardoor de zaak minder eenvoudig wordt: de hoge olieprijs leidt tot een terugval van de (macro-)vraag naar binnenlandse productie. In lekentermen: omdat al ons geld naar Saudi-Arabië gaat blijft er minder over voor een nieuwe fiets, of een weekendje weg. Op die manier kan de hoge olieprijs leiden tot een recessie in Nederland, en het is de taak van de regering daar iets aan te doen. In tijden van terugval voert de regering stabilisatiebeleid om de werkgelegenheid op peil te houden.

Zoals altijd zit de crux hem in de uitvoering. Het kan verstandig zijn de hoge olieprijs aan te grijpen om de burgers lump sum te compenseren, dat wil zeggen dat iedere burger een vast bedrag krijgt ter compensatie van het gemiddelde verlies. Het is buitengewoon onverstandig, Maxime Verhagen, om de compensatie te geven door een verlaging van de belasting op olie. In dat geval verstoor je het signaal dat uitgaat van de hogere prijs. Zulk beleid is contraproductief en op termijn niet vol te houden, en wat erger is, het miskent de realiteit van schaarse olie.

Slagbomen dalen automatisch

Slagbomen dalen automatischToen uw verslaggever onlangs via de sluizen aan de noordzijde de Afsluitdijk opreed, viel zijn oog op dat bordje dat bij elke grote ophaalbrug in Nederland staat: slagbomen dalen automatisch. Een schijnbaar nutteloze mededeling over de rood-witte boom, die nu keurig in verticale positie stond.

Maar de Afsluitdijk is lang en nodigt de berijder uit tot diepe gedachten, en zo kwam het dat ik mij plotseling iets voor kon stellen bij het mysterieuze bordje. Iets economisch, zelfs. In mijn enthousiasme trapte ik het gaspedaal nog wat verder in, zodat ik eerder achter mijn bureau zou zitten om mijn ingeving na te rekenen. En wat blijkt: het klopt! Dit bedacht ik mij:

“Slagbomen dalen automatisch” verder lezen

Netwerk

In de VS is het met de frequenties van TV-stations net zo geregeld als met de radio: wie op kanaal 9 uitzendt, zit op knopje 9 van de afstandsbediening. Geen discussie over mogelijk. Nee, dan Nederland. De tv-kijker wendt zich hier tot zijn kabelboer om de frequentie van een TV-zender op te zoeken, en programmeert dan zelf de knopjes van de afstandsbediening.

Het grote verschil? Eigendomsrechten. Is Channel 5 in de States de onbetwiste eigenaar van knopje 5, alhier staat dat nog maar te bezien. En als de eigendomsrechten niet goed geregeld zijn, kun je donderop zeggen dat er een coördinatieprobleem volgt. Vooral als je gelooft dat de kijker in volgorde over de kanalen zapt, en je dus maar beter zo laag mogelijk kunt zitten.

En dus is daar de vraag: wie is er eigenlijk kanaal 5 in dit land? Is het RTL 5, dat als eerste met de aanduiding 5 schermde, of is het Net 5? (En, voor de Amsterdammers: waar zet u AT5?) Wie het weet mag het zeggen, maar het is duidelijk dat de huidige oplossing voor iedereen onhandig is: één van de twee komt onder een knopje anders dan de 5. Bij ons thuis zit RTL5 onder de 7.

Het einde is nog niet in zicht: de cijferloze zender Yorin verandert binnenkort in RTL 7. De zender Talpa heeft inmiddels de 10 geclaimd. Daarmee zijn de eerste 10 kanalen min of meer vergeven, alleen hebben we twee keer een 5 en geen 8.

De oplossing uit het economisch handboek komt van Nobelprijswinnaar Coase: het probleem lost zichzelf op als iemand de exclusieve eigendomsrechten van de nummers heeft. Dat lijkt een kans voor open doel voor de veel verguisde kabelmaatschappijen: schep duidelijkheid in de zenders, maak uw klanten beter af, en verkoop de 5 aan de hoogste bieder!

update: Inmiddels mengen zich meer partijen in de strijd: Discovery wil op 9 en NGC wil, iets minder ambitieus, op 11.

Klooien met prijzen

Wat bepaalt een prijs? Meerdere dingen, dat is duidelijk. Over het algemeen speelt verlangen een rol (vraag, zegt de econoom), waardoor begerenswaardige zaken vaak duur zijn. Maar er is meer: waarom is de prijs van diamanten bijvoorbeeld zoveel hoger dan die van water? Als je kijkt naar het belang van beiden voor het dagelijks overleven zou je verwachten dat water waardevoller (en dus duurder) is dan zo’n glimmende steen. Maar dat is waar ook, er is nog een tweede factor: aanbod. En diamanten zijn een stuk zeldzamer dan H2O.

Dit samenspel van vraag en aanbod maakt prijzen zo nuttig: slechts één getal, en het bevat alle informatie over de beschikbaarheid van een goed, maar ook over de voorkeuren en verwachtingen van alle klanten. Gaat de prijs omhoog, dan is het product populairder. Of minder makkelijk te maken.

Triviaal, zegt u? Dan neem ik u graag (opnieuw) mee naar de site van de anwb, dat bastion van hardleerse autorijders, en naar de meest besproken prijs van het land: de benzineprijs. De benzineprijs is gestegen, vanwege de verminderde beschikbaarheid van olie. Mooi, zegt de econoom: de hoge prijs geeft gebruikers informatie over het feit dat het moeilijker wordt om benzine te maken. En spoort ze aan er minder van te gebruiken. Nee, zegt de anwb. De hoge prijs is niet eerlijk. Een gedeelte wordt namelijk veroorzaakt door belastingen en accijnzen op benzine.

Tja, daar heeft de anwb een punt. Die belastingen maken de prijs hoger dan vraag en aanbod zouden doen. Maar daar is een reden voor: de benzinegebruiker verbruikt ook meer dan alleen benzine. Hij verbruikt de weg, de bereikbaarheid, de schone buitenlucht en incidenteel het leven van een jonge voetganger. De belasting stopt die informatie in de benzineprijs. Of dat correct gebeurt, daar kun je over twisten. Maar één ding kan niet: de belastingen verlagen op het moment dat het aanbod van benzine daalt. Dan haal je namelijk belangrijke informatie weg bij de consument, die denkt dat er nog net zoveel olie is als tien jaar geleden. En pardoes een PC Hooft-tractor bestelt in plaats van wat dichter bij zijn werk te gaan wonen.

Ja maar, de meeste mensen kunnen helemaal niet minder rijden, hoor je dan. Niks van waar, zegt de econoom, u heeft de alternatieven bekeken en rijdt nog steeds: kennelijk is het de moeite waard.