Toegegeven, het is nog wat vroeg, maar ook een van onze favoriete hobbies, speculeren op de Nobelprijs, dus wat de hek. De voorspellingen van Thomson Reuters (zie eerder) zijn binnen. Dit jaar worden genoemd: Diamond (Douglas in dit geval, Peter kreeg um vorig jaar al), Tullock/Krueger en Hausman/White. Van deze drie mogelijkheden lijkt de laatste me verreweg het meest kansrijk. Meer volgt.
Categorie: Nobelprijs
Jong Talent
De John Bates Clark Medal, prijs voor de beste econoom in de VS onder de 40, gaat dit jaar naar Jonathan Levin. Hij doet industrial organization, vooral empirisch, en heeft ook dingen geschreven met Susan Athey, winnaar van een paar jaar geleden.
Nu we het toch over jong talent hebben: de Review of Economic Studies organiseert elk jaar een toernee waarin de wereldwijd zeven meest veelbelovende jonge promovendi op een aantal universiteiten hun beste werk presentereren. Opvallend is dat daar dit jaar een Nederlander bij zit: Peter Koudijs, gestudeerd in Utrecht en gepromoveerd in Barcelona. Zijn onderzoek klinkt spannend: zo bestudeert hij het effect van nieuws op aandelenkoersen door te kijken hoe de koersen van Britse aandelen in Amsterdam in de achttiende eeuw reageerden op de komst van postboten uit Engeland. Koudijs gaat nu naar Stanford.
De hiërarchie
Daarbij staat de natuurkunde binnen de Nobelhiërarchie het hoogste in rang. Van der Meer, een verlegen mens en verre van een opschepper, vertelde me dat hij bij de uitreiking van de Nobelprijs in de eerste auto moest zitten en de economen in de laatste auto.
Parkeerprijs
Economie gaat over het efficient verdelen van schaarse goederen, dat weet u inmiddels. Een parkeerplaats bijvoorbeeld zou toegewezen moeten worden aan diegene die bereid is het meest te betalen, en dus niet aan degene die toevallig het verste weg woont. In de praktijk gebeurt dat vrijwel nooit, vandaar dat discussies over parkeren regelmatig onze kolommen sieren.
Toch benieuwd hoe ze dat op een topfaculteit in de VS doen. Parkeerplaatsen worden daar verhandeld op een interne markt? Geveild wellicht? Eh, niet dus. De volgende foto van de parkeerplaats van Northwestern dook vorige week op: [via]
En ze zijn niet de enige. Komisch is ook het commentaar bij het bericht (nou ja, voor vakidioten dan):
But I thought searching for an open spot was Dale’s favorite activity?
Meer over Diamond/Mortensen/Pissarides
Verreweg de beste Nederlandstalige inleiding op het werk over markten met zoekfricties is de oratie van Pieter Gautier, vorig jaar afgedrukt in TPE (zie ook de column van Mathijs Bouman hierover, zijn bijdrage bij RTL-Z meldde hij al in de opmerkingen). Bij Mejudice hebben Gautier en van der Klauw het over de prijs. Mooi is ook het verhaal van Ed Glaeser in de New York Times. Paul Krugman is het roerend eens met de toekenning. Ook Marginal Revolution heeft weer veel info, hier bijvoorbeeld.
Wat ook aardig is om te melden is dat Peter Diamond in de running is voor een toppositie bij de Amerikaanse Centrale Bank, maar dat die benoeming tot nu door de republikeinen werd geblokkeerd. Deze Nobelprijs kon daar wel eens verandering in brengen.
Mortensen en Pissarides
Het werk van Diamond leverde een flinke literatuur op over markten met zoekfricties, bijvoorbeeld in de Industriële Organisatie, mijn vakgebied (zie bijvoorbeeld deze uiterst interessante bijdrage?¦). In die latere literatuur variëren consumenten bijvoorbeeld in hun zoekkosten, of zijn producten gedifferentieerd, waardoor de uitkomsten wat minder extreem zijn dan die van Diamond.
Een belangrijk toepassingsgebied van dergelijke zoekmodellen is de arbeidsmarkt, en dat is waar Mortensen en Pissarides actief zijn. In plaats van consumenten die een product zoeken gaat het dan om werkgevers die een geschikte werknemer zoeken, en werknemers die een geschikte baan zoeken. Ook dat levert fricties op, zodat er werkloosheid kan bestaan zelfs als er meer vacatures zijn dan werklozen. In zo’n wereld zijn werkloosheidsuitkeringen niet noodzakelijk verstorend, maar kunnen ze juist leiden tot een beter functionerende arbeidsmarkt, omdat ze werknemers de gelegenheid geven om rustig te zoeken naar een baan die echt bij ze past. Sowieso is het in markten met zoekfricties niet evident dat de vrije markt tot de meest ideale oplossing leidt, bijvoorbeeld omdat mijn zoekintensiteit gevolgen heeft voor jouw kansen op een baan (negatief), maar het werkgevers helpt om een goede werknemer te vinden (positief).
Zoals altijd heeft het Nobelcomite meer info (voor leken zowel als deskundigen)
Diamond – Mortensen – Pissarides
Zoekfricties. Goed voorspeld op deze website door Marco.
De Nederlandse pers komt met de volgende kwalificaties:
- Ze hebben onderzoek gedaan naar het marktmechanisme tussen aanbieders en kopers. (NOS, 0 punten)
- De drie krijgen de prestigieuze prijs voor hun werk aan een arbeidsmarktmodel. (ANP, 2 punten)
- De Zweedse Academie van Wetenschappen zei dat de drie worden onderscheiden voor hun analyse van markten met zogeheten search frictions. (en bedankt voor de uitleg. Novum, 0 punten)
-
Het zijn drie arbeidsmarktspecialisten die zich onder meer hebben gespecialiseerd in theorieën over werkloosheid. (het Belgische De Tijd, buiten mededinging, 6 punten)
- Ze krijgen de prijs voor onderzoek dat ze hebben gedaan naar de fricties op de arbeidsmarkt. Waarom hebben veel mensen geen baan en zijn er toch veel vacatures? (NRC, redelijk maar geen woord over zoeken en matching. 7 punten)
- De drie wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar fricties op markten, dat is wanneer aanbod en vraag niet of moeilijk bij elkaar komen. (FD, met een mooi gebalanceerd beeld. 10 punten)
Maurice Allais
Terwijl we wachten op de Nobelprijs van dit jaar, komt het bericht dat Maurice Allais, de winnaar van 1988, op 99-jarige leeftijd is overleden. Allais is vooral bekend van de Allais Paradox, en dus eigenlijk een voorloper van de huidige stroom aan behavioral economics. Verder blijkt de man onder meer ook grondlegger van het overlapping generations model, en houder van een eredoctoraat van de Rijksuniversiteit Groningen.
Nobel!
Ze beginnen al weer te vallen, de Nobelprijzen. Zoals gebruikelijk is die van Economie weer de laatste, want geen echte Nobelprijs. De prijs wordt volgende week maandag na 1 uur Nederlandse tijd bekend gemaakt. De hoogste tijd dus om in te zetten.
Volgend jaar tipten we Nordhaus, omdat het tijd was voor een outsider. Op zich bleek die observatie correct, alleen bleek de prijs te gaan naar twee andere outsiders. Dit jaar zal het weer tijd zijn voor een mainstream econoom. Nordhaus lijkt daarom niet kansrijk.
Topfavoriet volgens Ladbrokes vorig jaar was Eugene Fama, dit jaar lijkt het (nog) niet mogelijk om bij deze bookmaker te wedden. De andere favorieten waren Romer, Fehr, French, Nordhaus, Barro, Rabin en Tirole. Thomson noemt dit jaar Alesina, Kiyotaki, Moore en Murphy. Kiyotaki en Moore doen dingen die relevant lijken voor de actualiteit, en daar is het Nobelcomite altijd gevoelig voor. Murphy is een briljant empirisch econoom, maar lijkt te jong (mooie analyse over leeftijd en Nobelprijs staat hier) en voorzover ik kan inschatten ook niet baanbrekend genoeg. Marginal Revolution noemt Thaler/Schiller, Weitzman/Nordhaus, “3 econometristen”, Tirole/Hart, (Douglas) Diamond, Jorgenson.
Bij ons vaste rijtje voorspellers voegen zich dit jaar, curieus genoeg, de Simpsons. Ja heus. In de eerste aflevering van dit jaar in de VS schijnen Lisa en drie vrienden een pooltje te hebben voor alle Nobelprijswinnaars. De aflevering is in Nederland niet te zien, maar hier staat een screenshot. De genoemde economen: Bhagwati, Holmstrom, Dixit, Helpman. Helemaal geen onaardig rijtje.
Fama en Barro verdienen um zeker, maar zijn politiek nog te gevoelig. Tirole’s kansen nemen met het jaar toe, maar is nog steeds jong. Op zich is het ook weer eens tijd voor een econometrist, Jerry Hausman misschien? Vooralsnog hou ik het op Peter Diamond, een econoom die ontstellend veel gedaan heeft, en inmiddels ook de juiste leeftijd heeft. Bovendien is hij met name bekend om zijn werk over sociale zekerheid, dus daar kan het Nobelcomite zich niet echt een buil aan vallen.
Nobel 2009 (2)
Zoals gebruikelijk geeft het Nobelcomite weer uitstekende achtergrondinfo [pdf] over de winnaars van dit jaar. Oliver Williamson houdt zich bezig met organisatietheorie: waarom worden sommige transacties op een markt afgehandeld en andere “transacties” binnen een bedrijf. Met andere woorden, hoe en waarom beslist een autofabrikant om, zeg, de ruitenwissers voor een auto extern in te kopen of juist zelf te produceren. Elinor Ostrom krijgt de prijs voor haar bestudering van de “Tragedy of the Commons” (die al veel vaker figureerde in onze kolommen). Ze schijnt op dat gebied uitgebreide case studies te hebben gedaan en verzameld en daar algemene lessen uit te hebben getrokken, en ook nog eens experimenten te hebben gedaan.
Het Nobelcomite presenteert de prijs als eentje voor organisatietheorie; beide economen bestuderen immers hoe een bedrijf of overheidsdienst het beste bestuurd zou kunnen worden (governance). De prijs voor Williamson ligt duidelijk in het verlengde van die voor Coase in 1991; de prijs voor Ostrom heeft een gedragseconomisch en experimenteel tintje en ligt ook wat in het verlengde van de prijs voor Aumann in 2005. Opmerkelijk is dat beide auteurs niet echt van de hevige wiskunde zijn, en dat is in het verleden wel eens anders geweest.
Williamson heb ik ooit eens als student in Groningen gezien, waarschijnlijk in het kader van zijn toenmalige eredoctoraat. Hij bleek toen, ehm, niet echt een begenadigd spreker, met veel onverstaanbaar Amerikaans gemompel en nogal onleesbare teksten op het bord. En dat geeft de burger toch weer moed.