Over economie

Zoals iedereen die een weblog over de praktische kanten van de economie bijhoudt, maak ik mij zorgen over het beeld dat veel mensen van de economische wetenschap hebben. Het economische nieuws is niet echt verhelderend voor wie niet ingevoerd is, en er zijn veel economen die tegengestelde dingen beweren.

Zoals gebruikelijk in deze situatie besloot ik lang geleden om hier iets aan te doen, door middel van het publiceren van een toegankelijk boek over de wonderlijke kanten van de economie, voor al die kennissen die hoofdschuddend vertelden dat ze niets van die wetenschap moesten hebben.

En, zoals dat gaat, ligt het manuscript al wel een jaar onaf te wachten op een volgende ronde schrijfwerk waar ik voorlopig helemaal geen tijd voor heb.

Misschien wordt het tijd om het publiek eens bij dit project te betrekken. Voor wie tijd en zin heeft is hier een voorlopige versie van hoofdstuk 1, getiteld Andere mensen. Wees gewaarschuwd, misschien komt er wel nooit een hoofdstuk 2. Maar ook zonder vervolg zou het verhaal nuttig kunnen zijn. Commentaar welkom!

Diamond heeft um! (en Mortensen en Pissarides)

Ach, het zoet der overwinning. Zoals deze weblog al als een der weinigen voorspelde heeft Peter Diamond zojuist de Nobelprijs gewonnen, voor “markten met zoekfricties”. Oh ja, Mortensen en Pissarides mochten ook meedelen.

Diamond krijgt um dan vooral voor zijn werk over de Diamond Paradox. Stel dat er een aantal bedrijven concurreert op prijs. Normaal gesproken zou je volgens het Bertrand model dan verwachten dat iedereen een prijs zet die gelijk is aan marginale kosten. Maar stel nu eens dat er zoekkosten zijn: een consument moet een klein beetje moeite doen om achter de prijs van een bedrijf te komen. Dat kost een consument s per bedrijf. Als alle bedrijven dan een prijs gelijk zetten aan hun marginale kosten, dan kan een van de bedrijven daar van profiteren door z’n prijs net een tikje (maar minder dan s) te verhogen. Voor een consument die daar terecht komt is het dan niet de moeite waard om naar een ander bedrijf te gaan (immers: de extra zoekkosten wegen niet op tegen de lagere prijs). Een prijs gelijk aan marginale kosten is dan geen evenwicht, omdat elk bedrijf een prikkel heeft zijn prijs net iets hoger te zetten.  Maar met hetzelfde argument is een iets hogere prijs ook al geen evenwicht. De enige prijs waarbij niemand nog een prikkel heeft om die iets te verhogen is de monopolieprijs. Door de introductie van kleine zoekkosten klapt het evenwicht dus van een volledig competitieve prijs naar de monopolieprijs, en dat is verontrustend.

(later meer)

De tien geboden

Een nieuwe dag, een nieuw bericht over de hypotheekrenteaftrek (HRA). De strijd om de aftrek woedt vandaag vooral op de voorpagina’s van de landelijke dagbladen. Het is de Volkskrant (“63% voor aanpak hypotheekrenteaftrek”) tegen de Telegraaf (“Daarom NIET tornen aan de renteaftrek”).

Mooi om te lezen is het korte bericht waarin de laatste de “10 geboden van de hypotheekrenteaftrek” op een rij zet. De spanning tussen de geboden 1 en 6 is haast voelbaar:

  • 1. [Afschaffing HRA leidt tot…] Draconische daling van de huizenprijzen.
  • 6. Renteaftrek leidt niet tot duurdere woningen.

Prijs!

De macro-economen hadden het afgelopen jaar te kampen met een enorme deuk in hun reputatie. Maar voor de micro-economen ziet de wereld er ineens weer een stuk zonniger uit. Want zeg nu zelf, had u het ooit voor mogelijk gehouden dat het hoofd kartelbestrijding van de EU door Het Volk zou worden gekozen tot Nederlander van het Jaar!? Inderdaad, ik ook niet. Toch is dat precies wat gisteravond gebeurde. Nog voor Yvon Jaspers, Sven Kramer en Linda de Mol. Ik bedoel maar.

Er is hoop.

The informant!

Okay, even niet opgelet maar het is nog niet te laat: sinds vorige week draait in de Nederlandse bioscopen The Informant!, een film over kartels en de besprekingen in achterkamertjes die daarbij horen. En het is een comedy!

Gebaseerd op een waargebeurd verhaal en als ik vanochtend in de file niet naar de bijbehorende aflevering van This American Life (de overigens waanzinnige radioshow) had geluisterd dan hadden we het helemaal gemist. Daarin trouwens de echte opnamen van internationale kartelafspraken waarin de prijs van lysine in de jaren ’90 wereldwijd werd opgedreven, een misdaad waarvoor de boete uiteindelijk meer dan $100 mln. bedroeg.

Boekenprijs

Literaire types zijn doorgaans warm voorstander van een vaste boekenprijs. Zo zou het goed zijn voor auteurs omdat uitgevers nu allerlei zeer belangrijke dichtbundels gaan publiceren en de verliezen daarop goed maken door de winst die ze maken op bestsellers. Inderdaad, een nogal curieus argument, zie ook hier.

Maar gelukkig zijn er schrijvers als Jeroen Brouwers, die afgelopen vrijdag in de Volkskrant zomaar een haarscherpe economische analyse gaf van de effecten van deze minimumprijs. Helaas staat het stuk niet gratis online, maar inmiddels is het wel beschikbaar via de krantenbank. De hoogtepunten:

Het is verrassend dat iedereen het vanzelfsprekend lijkt te vinden dat schrijvers droog brood eten in dit kleine taalgebied, maar dat niemand zich afvraagt hoe het dan toch kan dat uitgeven en handelen in boeken zo buitengewoon profijtelijk is in datzelfde kleine taalgebied.

Uitgeven is gokken geworden. Smijt maar op de markt. […] Vooral de Wet op de Vaste Boekenprijs is de oorzaak van het gokgedrag van uitgevers, ergo van chronische en desastreuze overproductie. […] Van elke tien boeken die erkende uitgeverijen uitbrengen, blijven er ruim negen onbesproken. […] En wie is van dat alles de enige dupe? De schrijver […]

Een markt met een aanbodoverschot dat zo systematisch talent verspilt en dat schrijvers onder het bestaansminimum drukt, dat een groot deel van de literatuur degradeert tot een milieuvervuilend seizoensproduct en waar boek en lezer elkaar zijn kwijtgeraakt, die markt is doodziek, indien al niet verrot tot in de kern.

De president en de econometrist

Voor Sinterklaas kreeg ik het boek De herovering van de Amerikaanse droom, een memoire van Barack Obama over zijn belevenissen in de Amerikaanse politiek. Toen ik het gisteren eindelijk doorbladerde (het boek ligt in een hoge stapel nog te lezen) bleef mijn oog opeens hangen. Bovenaan pagina 111 prijkt, geloof het of niet, een vergelijking.

Meneer Hull beschouwde zijn bedrevenheid met cijfers trouwens als een groot voordeel. Op een gegeven moment tijdens de campagne onthulde hij tegenover een journalist een wiskundige formule die hij had ontwikkeld om verkiezingen te winnen, een algoritme dat begon met

Kans = 1/(1 + exp( -1 x ( 3,9659056 + (General Election Weight x 1,92380219…)

en verscheidene onbegrijpelijke factoren later eindigde.

Obama heeft het hier over zijn tegenstander in de campagne om senator te worden, ene Blair Hull. De econometrist herkent in meneer Hull natuurlijk meteen een collega die een logit-vergelijking heeft geschat op de kans dat een willekeurige burger zijn of haar stem op hem uit zal brengen. Daar is niets onbegrijpelijks aan. Maar wat waren de andere regressoren?

Het artikel van de journalist waar Obama over spreekt staat gelukkig nog steeds on line, lees het hier. Het levensverhaal van Hull is zeker de moeite waard: hij tilde onder meer de casino’s in Las Vegas met behulp van statistiek en werd multi-miljonair op de beurs. Hij verloor slechts van Obama omdat zijn ex-vrouw hem vlak voor de verkiezingen dwars zat.

En wat zegt de nieuwe president, nadat hij kennis heeft genomen van de regressie van zijn tegenstander? “Je kon mijn opponent dus gerust afschrijven.” En bedankt.

Overheidssteun

De Franse staat gaat haar autofabrieken steunen (hier met meer details in het Frans, 10% van de Franse beroepsbevolking doet iets in de autoindustrie). Het zou gaan om €5 à 6 mrd.

Eens even rekenen. De Amerikaanse automakers vroegen om $25 mrd, dat is zo’n €19,3 mrd oftewel €63 per Amerikaan. Grote consternatie, Bush geeft net genoeg geld om van het probleem af te zijn en de heersende opinie is dat er nu echt geherstructureerd moet worden.

Stel dat het bij 5 miljard euro blijft, in Frankrijk. Dat is €77 euro per Fransman, zo’n 21% meer dan wat de Amerikanen hadden moeten betalen. Maar van een publieke oproer geen spoor.

(Overigens: maakt u zich zorgen over wisselkoersen en arbeidsparticipatie bij dit soort berekeningen? Eenhedenvrij is het verschil nog groter: de Amerikaanse steun zou 0,18% van het BBP zijn, de Franse steun 0,26% van het BBP).

De schuld van de vliegtax

Over het algemeen stellen bedrijven het niet op prijs als nieuwe concurrenten hun rustige en comfortabele leventje komen verstoren. Gebeurt dat toch, dan willen ze nog wel eens reageren als kleine kinderen wiens speelgoed wordt afgepakt. “Niet eerlijk!” roepen de banken bijvoorbeeld als er iemand komt die een hogere rente aanbiedt. En natuurlijk worden de nieuwe concurrenten meteen tot zondebok gebombardeerd en krijgen ze de schuld van alles wat er misgaat in de bedrijfstak.

De KLM liet vanochtend in de Volkskrant een fraai staaltje zien, bij monde van directeur Peter Hartman. De vliegtax, die was toch door de overheid ingesteld? Nee hoor, weet Hartman, het is allemaal de schuld van die vermaledijde prijsbrekers:

Volgens Hartman zijn budgetmaatschappijen als easyJet en Ryanair medeverantwoordelijk voor de invoering van de vliegtaks. ‘Als je jarenlang luidkeels adverteert met tickets naar Nice voor 10 euro, is het niet gek dat politici denken: Hé, dat vliegen is zo goedkoop, daar kan nog wel een heffing bovenop.’

Als iedereen dus gewoon braaf de woekerprijzen van KLM was blijven betalen, dan was er nu geen vliegtax geweest. Eigen schuld.

6+5 en de buitenlandse voetballers

De FIFA, de wereldvoetbalbond, lijkt langzaam maar zeker af te stevenen op een regel die zegt dat clubs maximaal vijf spelers op mogen stellen die niet voor het eigen nationale elftal uit mogen komen. Doel van de regel is onder meer het beschermen van de kansen van jonge spelers in landen waar het grote geld de competitie over heeft genomen (Engeland wordt vaak als voorbeeld genoemd). De Europese Commissie dreigt met een verbod op de regel, die niet strookt met het vrije verkeer van personen in de EU.

Dat vrije verkeer van personen is een belangrijk recht, dat economisch goed uitpakt. Het idee is dat elke EU-burger overal in de Unie mag werken, en als de burger daarbij kiest voor het hoogste loon dan leidt dat tot efficiënte uitkomsten. Efficiënt omdat bedrijven het best mogelijke team samen kunnen stellen, en efficiënt omdat lokale economische schokken makkelijker opgevangen kunnen worden.

Maar je kunt je afvragen of voor voetbalteams dezelfde principes gelden. Een efficiënt bedrijf, met de beste werknemers van over de hele wereld, maakt zijn klanten blij door een hoge productie en een lage prijs. Daarbij is iedereen gebaat. Een efficiënt voetbalteam, opgebouwd uit de beste spelers ter wereld, wint van iedere tegenstander. Dat is leuk voor de fans, maar vervelend voor de rest van de teams. Het zero-sum-product voetbal is veel meer gebaat bij teams die ongeveer even goed (of slecht) zijn, zodat het resultaat onvoorspelbaar is. Onvoorspelbaarheid is ook één van de doelen die de FIFA zegt te dienen met de 6+5-regel.

Maar als onvoorspelbaarheid het doel is, zijn er dan geen andere middelen die niet tegen het vrije verkeer van personen ingaan? Een logische kandidaat is het draft-systeem van de Amerikaanse NFL.

The fundamental principle of the draft is that the team with the worst record from the previous season will have the first choice of players, and the team with the next worst record will choose next, and so forth.

Een dergelijk systeem heeft ook als voordeel dat de allocatie van jonge spelers op een georganiseerde markt plaatsvindt en niet onderhands, zoals nu vaak het geval is. Dat is beter voor de jonge spelers zelf, die daarmee een groter gedeelte van hun waarde incasseren. Wel is het waarschijnlijk dat er dan meer buitenlanders in elk team spelen.

Het zal mij benieuwen hoe deze krachtmeting tussen de FIFA en de EU uitpakt. De EU is de baas, maar de FIFA kan een joker inzetten met schier eindeloze krachten: JC is voor 6+5. Update 5/6 De NRC vindt dat het geld, niet de spelers, eerlijker verdeeld moet worden.