Scheve schaats

Curieus bericht in de Volkskrant. Aanstaand weekend vinden in Thialf de WK Allround Langebaanschaatsen plaats. Momenteel schijnt er op internet een levendige handel plaats te vinden, waarbij kaartjes soms voor meer dan 200 euro worden verhandeld. De schaatsbond vindt dat een Grote Bron van Zorg.

Waarom, dat is niet helemaal duidelijk. Misschien is de bond bang dat er op deze manier Nederlandse of Friese fans terecht komen in vakken die gereserveerd zijn voor Italiaanse of Amerikaanse supporters, wat onherroepelijk zal leiden tot hevige supportersrellen. Of iets dergelijks. Tja, ik probeer ook maar wat.

Marketing- en sponsoringmanager Frank Bieleman van de KNSB noemt de zwarthandel ‘vreemde praktijken waar schaatsliefhebbers de dupe van worden’. Eens even kijken. De schaatsfans die het allermeeste voor de kaartjes over hebben, komen op deze manier aan hun trekken. De grootste fans krijgen dus de kaartjes! Economen zijn dolblij met deze uitkomst. Schaatsbobo’s zouden dat ook moeten zijn. Hoezo, schaatsliefhebbers worden de dupe?

Wie nog wat verder googelt, komt er al snel achter dat de KNSB ongeveer de hele Europese boterberg op haar hoofd heeft. Zo blijkt dat er van de 10.000 beschikbare plaatsen, slechts 750 in de vrije verkoop zijn gegaan. Dat zijn vreemde praktijken waar schaatsliefhebbers de dupe van worden.

Centenkwestie

In Nederland weten we eigenlijk niet goed wat we nu aan moeten met onze muntjes van 1 en 2 eurocent. Veel winkels nemen al niet eens meer de moeite om ze aan te nemen of uit te keren. De produktie is nog kostbaarder dan de waarde van de muntjes in het geldverkeer. Het alternatief, de muntjes maar gewoon afschaffen, is al helemaal weggegooid geld.

In de VS hebben ze hetzelfde probleem, maar dan met de penny (1 dollarcent). François Velde, van de Amerikaanse Centrale Bank in Chicago, komt met een even eenvoudige als briljante oplossing. Kondig per decreet af dat alle muntjes van 1 en 2 cent vanaf heden 5 cent waard zijn. De muntjes blijven dan een nuttige functie vervullen, de waarde ligt in een klap boven de produktiekosten, de produktie van 5-cent-muntjes kan voorlopig even stilgelegd worden en het is ook nog eens een meevallertje voor diegenen die relatief veel muntjes gebruiken, en dat zullen de laagste inkomensgroepen zijn. [via]

Wie een neusje heeft voor arbitragemogelijkheden gaat nu alvast 1- en 2-cent-muntjes hamsteren.

Veilen en bieden

Zoals wel al eerder meldden werd Corus een paar dagen geleden geveild. De bieders waren Tata en CSN. Hoe gaat zo’n veiling in zijn werk? Eerst brengt Tata een bod uit. Vervolgens brengt CSN een hoger bod uit. Vervolgens brengt Tata een nog hoger bod uit… In dit geval ging dat door totdat CSN een bod uitbracht van 603 pence per aandeel. Vervolgens bracht Tata een bod uit van 608 pence per aandeel. Daar ging CSN niet meer overheen. Tata natuurlijk ook niet, want ze hadden de veiling al gewonnen.

Betekent dat nu dat Tata absoluut niet meer dan 608 pence wilde betalen? Dat is natuurlijk mogelijk, maar erg waarschijnlijk is het niet. Sowieso hoefden ze niet, want ze hadden al gewonnen. Is het dus nieuws als blijkt dat Tata best bereid was om nog verder te gaan? Dat lijkt mij niet. Volgens het ANP wel.

Corus

Stel, u bent een bedrijf. U wilt graag samengaan met een ander bedrijf. U heeft geluk. Er zijn meerdere liefhebbers. Met wie gaat u in zee? Uiteindelijk natuurlijk met die partij waarmee u de meest sterke, gezonde en winstgevende combinatie kunt vormen. Nu kunt u met iedereen om de tafel gaan zitten, eindeloos gaan praten en kijken of u er zo achter kunt komen wie voor u de meest aantrekkelijke partner is. Maar natuurlijk is er een veel slimmere manier. Degene met wie u de sterkste combinatie kunt vormen, heeft daar zelf ook het meeste baat bij, en is dus ook degene die bereid is het meest te betalen om met u te mogen samengaan. U houdt dus een veiling. Zeker als u werknemer bent, zult u daar een voorstander van zijn. Immers: bij een veiling weet u zeker dat de sterkste combinatie uit de bus komt. Als uw baas de gesprekken voert en de beslissing neemt, dan moet u dat nog maar afwachten. Hij heeft immers andere belangen dan die van het bedrijf. Zijn eigen topsalaris bijvoorbeeld.

De vakbond was dus een groot voorstander van de veiling van staalbedrijf Corus? Eh, nee. Sterker nog, FNV-bestuurder Jos Duijnhoven heeft het over “verkwanseling” en “ware koehandel”. Volgens voormalig Hoogovens-topman Olivier van Royen is het “een schande” en “een Uitwas van het Kapitalisme”.
Lees verder “Corus”

Ondertussen in de file

Onderzoeken naar het gevolg van de invoering van rekeningrijden buitelen in steeds hoger tempo over elkaar heen. Op 12 februari promoveert Taede Tillema aan de Universiteit Utrecht. Zijn conclusie?

Kilometerheffing tijdens spitstijden of tolheffingen op specifieke stukken bleken het effectiefst bij het bestrijden van de files. Het is duidelijk dat de filedruk zal afnemen als het rekeningrijden wordt ingevoerd.

En het fileprobleem valt niet op te lossen door extra geld te investeren in het openbaar vervoer zegt directeur Carl Koopmans van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

Stuitend

Al vaak genoeg schreven wij over zogenaamde beleggingsexperts. Daarom moet iemand het wel heel bont maken om nog het vermelden waard te zijn. Gelukkig is daar Adriaan Hiele. Columnist bij het NRC, een krant waar verder best wel zinnige dingen in staan. In zijn laatste column van afgelopen zaterdag (“Mijd de index”, pg. 27, niet gratis online) ageert hij tegen indexbeleggen. Indexfondsen worden steeds populairder, en dat is niet voor niets. Door te beleggen in een fonds dat nauwgezet de index volgt, hoef je niet te betalen voor dure fondsbeheerders die denken het beter te weten en door een actief beleggingsbeleid alleen maar hogere transactiekosten genereren die ten koste gaan van jouw winst. Immers, de markt valt niet te verslaan. Maar dat is grote onzin, weet Hiele. En de economen hebben het gedaan:

[Over een lange periode de markt verslaan] kan in ieder geval niet volgens de geleerden van de universiteiten. Die lui beschikken over tijd, geld en geduld om historische koersen (en andere indicatoren) te bestuderen en daarop een pakkende theorie te baseren. Als het een beetje meezit, kan je met zo’n bedenksel een Nobelprijs winnen. Vaak ben je dan al op leeftijd en drukker met je gezondheid in de weer dan met de centen. Helaas. Volgens die geleerden kan je de markt niet verslaan.

Goed. Inderdaad, kant noch wal. Dat je de index niet kunt verslaan is dus maar een theorietje om een Nobelprijs te winnen. Die stelling is op zijn minst inconsistent. Wie een Nobelprijs wil winnen, zal toch met iets nieuws moeten komen. Waarom hollen al die economen dan achter deze ene theorie aan? Economen kunnen immers geen geld verdienen met informatie die al bekend is. Net zo min als beleggers trouwens.
Lees verder “Stuitend”

Regionale tariefverschillen

De kamer is bezorgd over de tarieven van de OV chipkaart, zo leerden we eind vorige week. De invoering van de kaart mag niet leiden tot grote regionale tariefverschillen, vinden bijna alle partijen.

Waarom is niet duidelijk. Regionale tariefverschillen zijn overal. Zo zijn huizen op het platteland aanzienlijk goedkoper dan die in het hartje van Amsterdam. En daar is niets mis mee. Tariefverschillen in het openbaar vervoer zouden net zo logisch zijn. Sterker nog, sommige onrendabele lijnen die nu niet meer rijden, zouden misschien rendabel kunnen zijn als het tarief wat omhoog mag. En ook het hanteren van een piek- en daltarief, zoals de NS doet, is een uitstekende praktijk waar het openbaar vervoer uiteindelijk alleen maar beter van wordt.

“Prijsdifferentiatie kan ook veel voordelen opleveren”, zegt de woordvoerder van het CDA. Hij heeft gelijk.

iKoppelverkoop?

Er waart een spook door Europa. Dat begon vorig jaar al in Frankrijk, deze week volgde in rap tempo Duitsland, Noorwegen, en uiteindelijk ook onze eigen Consumentenbond. Aankopen bij iTunes kunnen alleen worden afgespeeld op een MP3-speler van Apple, en dat is niet eerlijk, vinden consumentenorganisaties. De consumentenbond dient een klacht in bij de NMa, wegens koppelverkoop en derhalve misbruik van marktmacht. Ook in de VS is al een rechtszaak gaande.

Lastige kwestie. Voor de consument is het natuurlijk uiterst irritant als je legaal aangeschafte muziek niet op je favoriete MP3-speler past. Maar misbruik van marktmacht? Apple is zeker niet de enige die legale downloads aanbiedt, en die markt lijkt ook redelijk toegankelijk voor nieuwe aanbieders. Ook is Apple niet de enige die MP3-spelers aanbiedt. Zoveel marktmacht heeft het bedrijf dus niet. Het is zeker een ander verhaal dan Microsoft, die door de EU werd bekeurd wegens het koppelen van Windows aan andere produkten: Microsoft heeft wel degelijk een bijna-monopolie voor besturingssystemen.

Apple verkoopt ook accesoires die alleen op de iPod kunnen, niet op concurrende spelers. Iets soortgelijks geldt voor veel auto’s. Ook koppelverkoop? Als ik een HP-printer koop, dan zit ik vast aan de absurde dure print-cartridges van dat merk. Dat is zeker koppelverkoop. Bovendien is het niet waar dat de aangeschafte muziek het alleen op Apple spelers doet. De muziek kan immers ook op 5 computers worden gezet. Ook als die niet van Apple zijn.

Er zijn zelfs argumenten in de literatuur dat dergelijk gebrek aan interoperabiliteit goed is voor consumenten. Minder interoperabiliteit leidt tot lagere prijzen. Bedrijven moeten nu scherper concurreren om een consument aan zowel de iPod als iTunes te krijgen, in plaats van aan de Microsoft Zune en de webwinkel die daarbij hoort. Ik gebruikte dat argument al eens eerder. Als Apple inderdaad wordt gedwongen om muziek te verkopen die op alle spelers past, dan zit het er dik in dat de prijs omhoog gaat.

iPod Index

Economen hebben een probleem als ze het inkomen in twee landen met elkaar willen vergelijken. Verschillende landen gebruiken vaak verschillende valuta en de wisselkoers weerspiegelt lang niet altijd de correcte relatieve waarde van die valuta. Daarom wordt gebruik gemaakt van Purchasing Power Parity: de wisselkoers waarbij de valuta dezelfde koopkracht hebben. In de praktijk komt dat neer op het bepalen van een mandje met goederen die de gemiddelde inwoner van het gemiddelde land consumeert, uitrekenen wat dat mandje in elk land kost, en op basis daarvan de ware wisselkoers bepalen.

Inderdaad, een heel gedoe. The Economist kwam daarom twintig jaar geleden met een mandje waarvan de waardebepaling een stuk eenvoudiger is: de Big Mac. Dat was niet eens zo’n gek idee, vooral omdat de onderdelen van een Big Mac meestal lokaal worden geproduceerd. De kosten van het produceren van een Big Mac zijn dus een redelijke afspiegeling van het prijsniveau in een land, en zolang McDonald’s de prijs van een Big Mac baseert op de productiekosten, is ook de prijs van een Big Mac een niet onaardige weerspiegeling van het algehele prijsniveau. Sterker nog, wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de Big Mac Index een verrassend goede voorspeller is van wisselkoersbewegingen.

Na de Big Mac Index introduceert een Australische bank nu de iPod Index, waarin de lokale prijzen van de 2 GB iPod Nano met elkaar vergeleken worden [via]. Helaas is zo’n iPod Index helemaal geen goed idee. Lees verder “iPod Index”