Verkwisten

Vandaag in de krant:

Een Nederlands huishouden verkwist jaarlijks gemiddeld ongeveer 57.000 liter schoon drinkwater. Dat stellen de schrijvers van het boek ‘Every drop counts’, dat woensdag verschijnt. Volgens de samenstellers kan het drinkwaterverbruik in Nederland zonder ongemakken ongeveer worden gehalveerd.

Economisch gezien is dat natuurlijk een vrij onzinnig concept, verkwisten. Mensen gebruiken een bepaalde hoeveelheid drinkwater. Die hoeveelheid wordt bepaald door de prijs van water. Als water duurder wordt, gebruiken ze minder, als het goedkoper wordt, gebruiken ze meer. Maar hoe bepaal je dan de hoeveelheid water die een mens redelijkerwijs mag verbruiken? En dus hoeveel er verkwist wordt? Dat lijkt me een vrij willekeurige keuze. Hoe minder water je verbruikt, hoe oncomfortabeler het wordt. De hoeveelheid die hier als ‘redelijk’ wordt bepaald, is geenszins een ondergrens. Minder kan ook, maar dan wordt het nog oncomfortabeler. Dat er een scherpe grens zou zijn waaronder het plotseling ‘ongemakkelijk’ wordt, is natuurlijk fictie.

Wie een bepaalde hoeveelheid water verbruikt, kiest daar zelf voor, door kosten en baten tegen elkaar af te wegen. Goedbeschouwd kan van verkwisting dan geen sprake zijn.

Zie ook dit gerelateerde bericht.

Nog even een misstand tussendoor

Gistermiddag op radio 1: aan de telefoon is Carlos Weeber, inwoner van het eiland Curaçao. Het gesprek komt op duurzame energie. Doen ze daar nog iets mee, op Curaçao?

Je kunt met een windmolen of zonnepanelen elektriciteit opwekken, maar dat is hier verboden. De overheid denkt dat als iedereen dat gaat doen, dan gaat de energiecentrale failliet.

Hier terug te luisteren, op ongeveer een derde van de uitzending.

Overbephishing

We hadden het al eens eerder over de “Tragedy of the Commons”: wanneer afzonderlijke personen beschikking hebben over gezamenlijke middelen, dan zal dat leiden tot een inefficiente overuitputting van die middelen. Nooit geweten dat dat in het Nederlands “Tragedie van de meent” heet, maar dit terzijde.

Volgens een Microsoft-rapport is er bij phishing (het op slinkse wijze via spam trachten te ontfutselen van passwords) ook sprake van zo’n meent-probleem:

De opbrengst van phishing is beperkt, terwijl er grote aantallen cybercriminelen zijn die proberen allemaal een stuk van de taart mee te pikken. “Omdat elke phisher een maximale opbrengst nastreeft, raakt de bron uitgeput en zijn de werkelijke opbrengsten uiteindelijk lager dan het potentieel.”

Overigens verdient de redactie van techworld zonder meer de prijs voor de mooiste kop:

Overbe-phishing leidt tot lagere criminele opbrengsten

Zoekopdrachten en het broeikaseffect

Iemand die Googlet op de zoektermen “broeikaseffect” en “CO2-uitstoot” veroorzaakt zelf 7 gram extra CO2 in de lucht, aldus een recent onderzoek.

Harvard-wetenschapper Alex Wissner-Gross rekende uit wat de gezamenlijke CO2-uitstoot van Googles datacentra zou zijn en deelde dat op het aantal gebruikers. Hij concludeert daaruit dat een keer Google’en evenveel broeikasgas oplevert als het zetten van een halve pot thee.

Dat is allemaal mooi, maar moet ik me hier als individuele gebruiker nu slecht over voelen? Het antwoord is natuurlijk nee, omdat de onderzoeker geen onderscheid maakt tussen de gemiddelde kosten (die hier worden uitgerekend) en de marginale kosten.

Vergelijk het met die andere milieuvervuilende activiteit, een reisje met het vliegtuig. Als ik vandaag besluit geen tickets meer te kopen dan werk ik niet meer mee aan de CO2-uitstoot van vliegtuigen. Tegelijkertijd neemt die uitstoot niet af, omdat het zeer onwaarschijnlijk is dat er door mijn besluit ook maar één vliegtuig minder vliegt. Idem voor zoekopdrachten. Het datacentrum staat er en stoot CO2 uit, ongeacht mijn beslissing wel of niet te zoeken. Het marginale effect is nul. Natuurlijk, als iedereen minder ging zoeken waren er minder datacentra nodig. Maar voor de individuele zoeker is die overweging irrelevant.

Overigens brengt het antwoord van Google nog een belangrijk gegeven in beeld: zelfs al was de marginale uitstoot 7 gram, de vraag is hoe het eerste alternatief milieutechnisch uit zou pakken. Een autorit naar de bibliotheek, misschien?

Nierwaarde

De Volkskrant meldt vorige week

Een man in New York eist 1,5 miljoen dollar (1,1 miljoen euro) van zijn ex-vrouw omdat zij tijdens hun huwelijk een nier van hem kreeg. Betaalt ze niet, dan wil hij zijn nier terug. Dat melden Amerikaanse media. De 49-jarige arts stond in 2001 zijn nier af aan zijn zieke vrouw. Vier jaar later besloot zij bij hem weg te gaan. Hij eist 1,5 miljoen dollar omdat dit de marktwaarde van een nier zou zijn.

Wat een afzetter. Man in kwestie is duidelijk geen vaste lezer, anders had hij geweten dat zo’n nier toch zeker niet meer dan 10.000 euro hoeft te kosten.

Een voorbeeldige markt

Er wordt wat afgestolen en bedrogen in Nederland. De laatste jaren gebeurt dat meer en meer via internet, schrijft de Volkskrant. In dat artikel wordt gedaan alsof list en bedrog endemisch zijn aan het internet, maar al eerder schreven we hier dat het misschien ook een kwestie is van de verkeerde instituties. Maar de bron van alle kwaad is natuurlijk de heterogeniteit van producten. Wie ongezien een gebreide trui of een gebruikte radio koopt kan nou eenmaal op vele manieren bedrogen worden.

Hoe anders is het bij de handel in gestandaardiseerde producten. Mijn favoriete voorbeeld (en veelgebruikte hulp) is de website tweakers.net, die een pricewatch bijhoudt van computers en -onderdelen. De econoom haalt zijn hart op: voor de meeste producten is er vrijwel volledige mededinging. De artikelen zijn natuurlijk overal hetzelfde, maar bijgeleverde diensten zoals service, garantie en snelheid zijn dat niet. Daarom is er een rating-systeem met uitgebreide ervaringen van klanten. Van elk product bestaat een lijst met aanbieders, hun prijs en rating en een historie van de laagste en gemiddelde prijs (voorbeeld). Het is de wachten op de eerste Nederlandse econoom die met deze data een baanbrekend empirisch onderzoek doet.

Waarom gaat dit zo goed? Een gedeelte van het antwoord moet zijn dat techneuten, voor wie deze informatie bedoeld is,  mensen zijn die snel van zo’n on-line service gebruik maken. Dat biedt weer een mooie niche advertentiemarkt, die de site zo te zien in de lucht kan houden. Ook zijn de taal en de wensen binnen deze doelgroep homogeen, zodat de beschreven ervaringen van de één inderdaad nuttig zijn voor de ander. Vergelijk dat maar eens met een algemene variant als kieskeurig of vergelijk.

Goudzoekers

Vanaf vanavond 19:25 op Nederland 2 bij de VPRO: de tiendelige serie Goudzoekers. De website belooft dat

Goudzoekers is er voor iedereen die wil snappen waarom economische principes zijn leven beïnvloeden. Met de actualiteit als leidraad gaat Goudzoekers in op de échte economie: de economie van alledag.

Klinkt goed. Het is lastig te beoordelen of het ook iets is. De leader op de website schept weinig duidelijkheid. We gaan gewoon kijken.

Veelbelovend

Elke tien jaar geeft The Economist in het kerstnummer een overzicht van de meest veelbelovende jonge economen van pakweg onder de 35 jaar. Dat begon in 1988. Het lijstje van toen is nu nog steeds indrukwekkend: Summers, Sachs, Shleifer, Krugman, Mankiw, Grossman, Alesina en Tirole. Het lijstje van 1998: Kremer, Glaeser, Mulligan, Levitt, Hoxby, Ellison, Pesendorfer, Rabin en Laibson. Toch minder indrukwekkend dan het lijstje van tien jaar eerder, als je het mij vraagt. Zulke duidelijke sterren als toen zijn er nu niet meer, beweert het artikel.

Inmiddels zijn we weer tien jaar verder, en dus kwam The Economist met weer een nieuw lijstje. Daar zijn ze: Shapiro, Fryer, Duflo, Finkelstein, Chetty, Werning, Gabaix, en Melitz. [via]

En nu we het toch over veelbelovende economen hebben: de John Bates Clark Medal, de prijs voor de beste econoom in de VS onder de 40 (zie onze eerdere berichtgeving), gaat nu elk jaar uitgereikt worden, in plaats van eens per twee jaar.

De consumentenbestedingen blijven hoog

Het FD meldt vanochtend dat veel winkels een ge-wel-dige kerst hebben gedraaid. Dat is opmerkelijk in het licht van de economische crisis, waar de kranten sinds een jaar vol van staan.

‘We hebben de afgelopen weken meer verkocht dan ooit in die periode, stelt ook André Sprangers, algemeen directeur van schoenwinkel Zwartjes in Amsterdam. ‘De recessie zit heel erg in bepaalde hoofden, maar kennelijk niet in die van de consument.’

Wat is er aan de hand?

  1. Het valt wel op dat de bedrijven in het overzicht allemaal relatief goedkope spullen verkopen en niet met grote voorraden zitten. Afwezig zijn de autodealers en de makelaars. De conclusie dat de consument echt alles zomaar blijft kopen is een beetje voorbarig.
  2. Los van veranderingen in de totale bestedingen zijn er natuurlijk altijd structurele verschuivingen. De internetwinkels doen het erg goed, maar dat is een structurele verschuiving en geen conjuncturele. De berichten over de totale bestedingen zijn minder goed.
  3. De bedrijven die omzetstijgingen melden verkopen allemaal aan consumenten, niet zozeer aan andere bedrijven. De bestedingen van bedrijven (vooral investeringen) lopen wel terug. Het is mogelijk dat bedrijven beter rekening houden met de toekomst dan individuele consumenten. Die groep krijgt nog gewoon de normale salarisstrook en gedraagt zich of er niets aan de hand is.
  4. Maar wat zou een consument dan moeten doen? Er zijn twee redenen om rustig door te consumeren:
    • Op een heel leven gezien valt deze schok wel mee. De permanente inkomenshypothese stelt dat schokken in het jaar-op-jaar inkomen helemaal geen rol zouden moeten spelen bij bestedingen.
    • Voor veel mensen gaat de kredietcrisis helemaal niets betekenen. Zij die ontslagen worden, ondernemers, bankiers met een lagere bonus krijgen een inkomensschok. Maar dat laat grote groepen personeel, ambtenaren, gepensioneerden, jongeren voor wie er niets verandert.

Of is er nog iets anders aan de hand? Ik hoor het graag. Vanmiddag geef ik om 16:10 op Radio 1 de weerslag van deze overwegingen. update: voor alle fans, hier is de MP3 (624Kb)