inshared (1)

Sinds vorige week is op TV regelmatig een commercial te zien van nieuwe verzekeraar inshared, waarin op bijzonder effectieve wijze het begrip moral hazard wordt uitgelegd:

Het kost wat moeite om op de website te achterhalen hoe het nu allemaal precies in elkaar zit. Maar het komt op het volgende neer. Van de ingelegde premies houdt inshared 20% zelf. Van de resterende 80% worden claims uitgekeerd. Wat er dan nog over is wordt onder de verzekerden verdeeld volgens een puntensysteem. Wie meer premie betaalt, langer klant is en meer voorzorgsmaatregelen neemt, krijgt meer punten. Wie een schade claimt raakt voor dat jaar zijn punten kwijt.

Het doel is natuurlijk dat mensen voorzichtiger worden en minder schade claimen. Maar dat is niet bijzonder: een gewone verzekeringsmaatschappij doet dat ook via een bonus-malussysteem. Bij zo’n systeem is het vantevoren helder hoe een schade je uitkeringen en premies gaat beinvloeden. Bij inshared moet je dat maar afwachten, daar hangt het immers ook af van het gedrag van de andere verzekerden. Theoretisch zou het hele systeem zelfs volledig in de soep kunnen lopen. Als alle andere verzekerden voorzichtig zijn, dan heb ik een prikkel om dat ook te doen, want dan kan ik meedelen in de dan aanzienlijke pot. Maar als alle andere verzekerden onvoorzichtig zijn, heb ik weinig reden om voorzichtig te zijn, omdat er in dat geval niets te verdelen zal zijn.

Voetbalplaatjes en mechanism design

Persoonlijk heb ik niet bijzonder veel met voetbal, en met het verzamelen van voetbalplaatjes al helemaal niet. Maar goed, Hollander als ik ben sla ik het aanbod van de kassajuffrouw van een zakje plaatjes bij elke 10 bestede euro’s natuurlijk niet af.

Wat blijkt? Er zijn tenminste twee collega’s die de plaatjes wel verzamelen. Inmiddels heb ik al tien pakjes liggen. Daar valt dus geld mee te verdienen. Het ligt voor de hand om de in mijn bezit zijnde plaatjes middels een veiling van de hand te doen.

Maar zo eenvoudig is dat niet. Hoe moet ik zo’n veiling organiseren? Uit de veilingtheorie weten wij inmiddels dat de keuze voor een Hollandse, een Engelse of een veiling bij opbod voor mijn opbrengst niet uit zal maken, mits we hier voldaan aan de voorwaarden van een private value veiling natuurlijk.

Maar de vraag die mij met name bezighoudt is: hoeveel informatie geef ik de bieders? Meer concreet, laat ik ze gewoon bieden op de afgesloten zakjes, of maak ik die zakjes eerst zelf open en laat ik de plaatjes zien aan de bieders? Verschillende collega’s missen verschillende plaatjes in hun album, en als blijkt dat in mijn collectie veel ontbrekende plaatjes zitten, dan zijn ze allicht bereid meer te bieden. Maar goed, als collega A veel ontbrekende plaatjes in mijn collectie ziet en collega B weinig, dan zal B niet veel bieden en zou A dus in staat kunnen zijn de gewilde plaatjes voor een prikje op de kop te tikken. Wellicht is het dan verstandiger om de zakjes maar dicht te laten.

Voor goed onderbouwde tips houd ik mij van harte aanbevolen. Misschien kan ik zelfs een deel van de opbrengst afstaan aan degene die voor mij het optimale mechanisme ontwerpt. Al moet ik dan natuurlijk wel weer eerst verzinnen hoe ik die provisie optimaal vaststel.

Benzineprijsverschillen

(Dit begon als commentaar op het bericht van Thijs, maar liep nogal uit de hand. Dan maar als zelfstandig bericht).

Gisteren had Thijs kanttekeningen bij de waarneming dat brandstof in dichtbevolkte gebieden duurder zou zijn. Natuurlijk heeft hij gelijk. Het aantal pompstations is endogeen, normaal leidt meer vraag juist tot meer aanbieders, dus meer concurrentie, dus lagere prijzen. Er moet dus meer aan de hand zijn.

Het aandeel snelwegstations kan een deel van de verklaring zijn, zoals Thijs suggereert. Om dat te beoordelen, zou je de prijs van alle individuele stations moeten regresseren op een provinciedummy, die aangeeft in welke provincie het station staat, en een snelwegdummy, die aangeeft of het station aan de snelweg staat. Op die manier zie je de provinciale prijsverschillen zonder dat die vervuild worden door het aandeel snelwegstations. Heeft Thijs gelijk en wordt het verschil volledig verklaard door snelwegstations, dan zouden in zo’n regressie de provinciedummies niet significant moeten zijn.

Laat een student van mij een paar jaar geleden nu precies die regressie gedraaid hebben, op basis van soortgelijke gegevens als waar dit onderzoek op gebaseerd is.

Lees verder “Benzineprijsverschillen”

Oscar

Het valt niet mee tegenwoordig, econoom zijn. Al die modellen van ons, dat is helemaal niks, markten zouden helemaal niet werken en we hadden niet eens de kredietcrisis aan zien komen. Qua gebrek aan aanzien doen we nauwelijks nog onder voor topbankiers, zo lijkt het.

In zulke tijden ga je je wanhopig vastklampen aan elk positief geluid. Elk nieuwtje dat maar een beetje bij kan dragen aan een wat positievere beeldvorming van De Econoom, je grijpt het met beide handen aan.

Valt er iets positiefs te melden dan? Toch wel. Bij de aankondiging van de Oscarnominaties vorige week bleek een van de genomineerden voor Beste Acteur Richard Jenkins voor zijn rol in The Visitor. En nu komt het: Jenkins speelt in die film een econoom.  Ik bedoel maar.

Hart en Ziel

Vanavond bij de publieke omroep alweer een soort van programma over economie. Op Nederland 2, Hart en Ziel, een psychologisch magazine,om 19:20. Dit keer over geld:

Geld is volgens sommige psychologen de meest gevoelige zenuw in het menselijk lichaam. En daarom doet de kredietcrisis ook zoveel pijn. Over geld en de invloed ervan op het menselijk gedrag gaat deze aflevering. Te gast is prof. dr. Henriette Prast. Zij is emotie-econoom en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Mannen en vrouwen blijken anders om te gaan met financiën en elk mens heeft een financieel karakter. Onderzocht wordt wat voor ‘geldtype’ Mieke van der Weij is. Verder zijn te gast Jerry de Leeuw, voormalig beurshandelaar, en filmmaker Frans Bromet, die vertelt over zijn nieuwe documentaire ‘Slapend rijk’ . Bromet doet ook een psychologische test.

[dank aan Linda].

Het mysterie van de particuliere belegger

Nog even terugkomen op een bericht van Thijs, vorige week, waarin hij constateerde dat CBS-cijfers suggereren dat gedurende de eerste 9 maanden van vorig jaar de Nederlandse particuliere belegger óf het aanzienlijk beter heeft gedaan dan de markt (wat zeer onwaarschijnlijk is), óf massaal aandelen heeft bijgekocht (wat vrij onwaarschijnlijk lijkt).

Gisteren berichtte NRC next over de cijfers (helaas niet online). Opvallend citaat:

Het CBS constateert tevens dat particuliere beleggers per saldo voortdurend aandelen verkopen.

Prijseffecten van benzineveilingen

Sinds 2002 worden elk jaar de huurrechten geveild van een aantal benzinestations langs de snelweg. Het idee was dat er op die manier meer concurrentie zou komen, en dus lagere prijzen. De grote maatschappijen hadden bovendien een reductieverplichting: zij moesten voor 2006 een aantal van hun stations langs de snelweg afstoten.

Vandaag verschijnt in economenvakblad ESB een onderzoek naar de prijseffecten van die veilingen, van de hand van onder meer ondergetekende. De conclusie?

De veiling van pompstations langs de snelweg als zodanig heeft dus geen effect op concurrentie. Pas wanneer deze gepaard gaat met een reductieverplichting, is een prijseffect [van zo’n 2%] waarneembaar. In de toekomst kan meer concurrentie worden bewerkstelligd door een nieuwe reductieverplichting, niet door de veilingen in hun huidige vorm.

Wie (werkt bij een instituut dat) een abonnement heeft, haalt hier een pdf-je. De echte liefhebber leest hier [pdf] het volledige onderzoek.

Raketten en veertjes

Uit de empirische literatuur is bekend dat prijzen sneller een stijging in marginale kosten volgen dan een daling. Met andere woorden: als de kosten stijgen, dan wordt die stijging meteen doorberekend in de prijs, terwijl de consument in geval van een kostendaling een flinke tijd moet wachten voordat de prijzen naar beneden gaan. Zie bijvoorbeeld dit artikel van Peltzman. “Rockets and feathers” wordt dat in de literatuur genoemd: prijzen schieten omhoog maar dwarrelen slechts langzaam naar beneden.

Theoretisch is dat verdraaid lastig te verklaren. Op het eerste gezicht lijkt het fenomeen te duiden op een groot kartel. Maar een perfect kartel zet gewoon een monopolieprijs, en heeft geen reden om dat bij een kostenstijging eerder te doen dan bij een kostendaling.

En het fenomeen duikt opnieuw op:

De consumenten merken nog te weinig van de sterk gedaalde prijzen van groente, vlees en andere landbouwproducten. Supermarkten en andere handelaren rekenen de prijsdaling slechts traag door aan consumenten. Dat in tegenstelling tot de sterke prijsstijgingen vorig jaar, aldus de Europese Commissie maandag.

Minister Verburg van Landbouw weet de oplossing:  de consument “beter zicht geven in de prijzen van producten en grondstoffen.”:

Zet de spotlamp op die prijzen: dat zal helpen. Als het graan goedkoper wordt, mag je toch verwachten dat het brood ook goedkoper wordt.

Een interessante gedachte, maar zover ik kan beoordelen is er weinig empirische of theoretische onderbouwing voor de stelling dat dat zou helpen.

Reclame

U vindt dat er teveel geadverteerd wordt, dat adverteerders maar allerlei dingen beloven en de meest absurde claims doen? Dan bent u niet de enige.  Samuel Johnson zegt het als volgt:

Advertisements are now so numerous that they are very negligently perused, and it is therefore become necessary to gain attention by magnificence of promises, and by eloquence sometimes sublime and sometimes pathetic.

Is dat iets van de laatste tijd? Niet bepaald. Bovenstaand citaat is vandaag namelijk precies 250 jaar oud. Echt waar