Oorzaak en gevolg

Ik heb hier wel eens zitten mopperen op financieel journalisten die inconsistente verhalen afsteken over het hoe en waarom van koersbewegingen. Laat ik vandaag eens iets positiefs zeggen: wat een prachtige keten van oorzaak en gevolg wordt hier gemaakt, en eentje waar ik ook nog eens mee kan instemmen (nou ja, grotendeels).

Hier komt het verhaal. U weet dat (plotselinge) (voor de kenners: discrete) koersbewegingen alleen ontstaan als er nieuwe informatie is. De vrijgekomen informatie is dat de orkaan Gustav minder schade aan Amerikaanse olieinstallaties heeft aangericht dan verwacht.

Dit nieuws leidt ertoe dat het verwachte aanbod van olie voor de komende maanden toeneemt. Dit leidt onmiddelijk tot een lagere olieprijs. (Hier zit mijn enige voorbehoud, de oorzaak van het “grotendeels” hierboven- is dit effect werkelijk zo groot?)

De lagere olieprijs is goed nieuws voor de inflatie overal ter wereld. Zo ook in Europa, waar de ECB het liefst de rente zou verlagen in verband met een dreigende recessie. Nu de olie goedkoper is, is de kans op een lagere Europese rente vergroot. De Amerikaanse rente is al een stuk lager dan hier; de kans dat daar nog wat afgaat is klein en dus zal het renteverschil teruglopen. Een reden voor valutahandelaren om Euro’s te verkopen en Dollars aan te kopen. En dus daalt de Euro vanochtend een dikke cent.

Mooi toch? Alleen jammer dat het verhaal pas achteraf tot stand komt.

Inefficiënties in de luchtvaart

Als nieuwe luchtvaartmaatschappij is het vrijwel onmogelijk om op een luchthaven als bijvoorbeeld Heathrow aan de bak te komen. Wie daar wil vliegen, heeft zogenaamde landing slots nodig; het recht om te landen en op te stijgen. Het is een curieus systeem. Wie in het verleden zulke rechten heeft weten te bemachtigen, is spekkoper. Op Heathrow is dat vooral British Airways. Wie ze niet heeft, is de pineut. Er is immers geen vrije markt in landing slots. De huidige eigenaars staan ze niet zo maar af, want meer concurrentie, daar zit niemand op te wachten, en wie weet ben je die landing slots later zelf weer nodig. Op vliegvelden moet gevlogen worden, daarom is iemand die een landing slot heeft, ook verplicht er gebruik van te maken.

Inefficiënt, zegt u? Reken maar. Zo meldde the Times vorige week dat luchtvaartmaatschappij bmi voorlopig met vrijwel lege vliegtuigen gaat vliegen om te voorkomen dat ze haar landing slots kwijt raakt. [via]

In het zelfde artikel (en ook hier) wordt melding gemaakt van prijsbreker Flybe. Die vliegt op Norwich, maar krijgt van de luchthaven een boete van een paar ton als er minder dan 15,000 passagiers per jaar worden gegenereerd. Het gevolg? Flybe zoekt naar acteurs om tegen betaling heen en weer te vliegen.

Als er weer van die spotgoedkope vliegtickets worden aangeboden, dan weet u nu waarom.

De schuld van de vliegtax

Over het algemeen stellen bedrijven het niet op prijs als nieuwe concurrenten hun rustige en comfortabele leventje komen verstoren. Gebeurt dat toch, dan willen ze nog wel eens reageren als kleine kinderen wiens speelgoed wordt afgepakt. “Niet eerlijk!” roepen de banken bijvoorbeeld als er iemand komt die een hogere rente aanbiedt. En natuurlijk worden de nieuwe concurrenten meteen tot zondebok gebombardeerd en krijgen ze de schuld van alles wat er misgaat in de bedrijfstak.

De KLM liet vanochtend in de Volkskrant een fraai staaltje zien, bij monde van directeur Peter Hartman. De vliegtax, die was toch door de overheid ingesteld? Nee hoor, weet Hartman, het is allemaal de schuld van die vermaledijde prijsbrekers:

Volgens Hartman zijn budgetmaatschappijen als easyJet en Ryanair medeverantwoordelijk voor de invoering van de vliegtaks. ‘Als je jarenlang luidkeels adverteert met tickets naar Nice voor 10 euro, is het niet gek dat politici denken: Hé, dat vliegen is zo goedkoop, daar kan nog wel een heffing bovenop.’

Als iedereen dus gewoon braaf de woekerprijzen van KLM was blijven betalen, dan was er nu geen vliegtax geweest. Eigen schuld.

De marktwaarde van Fernando Torres

Mooi doelpunt, gisteravond, van de Spaanse voetballer Fernando Torres. Commentator Frank Snoeks vond dat ook en maakte daarbij een opmerking over de marktwaarde van Torres, die “na dit doelpunt wel met 20 miljoen Euro omhoog is gegaan.”

Zou dat kloppen? Snoeks heeft verstand van voetbal en weet ook het een en ander van transfers. Maar hoe zit het met economie? Ik kan vier redenen bedenken waarom een goal in de EK-finale de marktwaarde verhoogt.

  1. Informatie. De goal laat kwaliteiten van de voetballer zien waarvan we het bestaan niet vermoedden. Dat is niet zo’n gek idee: je kunt niet zo vaak laten zien dat je kunt scoren onder de druk van de finale van een groot tournooi. Die kwaliteiten zijn de productiefactor van een voetbalclub, en clubs zullen nu meer willen betalen.
  2. Kopers. Scoren in de EK-finale zorgt voor naamsbekendheid en waardoor zich meer kopers melden. Dat drijft de prijs op. Iets dergelijks zit volgens mij onder meer achter de oplopende beurskoers van Apple in 2006 en 2007, meer nog dan hogere winstverwachtingen.
  3. Bekendheid. Het pure feit dat je de doelpuntenmaker uit de EK-finale op het veld brengt doet de toeschouwers toestromen, en maakt de speler meer waard. Voetbal doet er niet toe. Zoals bij de gele-trui-drager uit de Tour in het criterium van Boxmeer.
  4. Scoren maakt beter. Juist door het maken van het winnende doelpunt wordt Torres een betere voetballer. Zelfvertrouwen, nietwaar? Dit punt, versus #1, lijkt wel wat op de discussie over de waarde van onderwijs.

Het lijkt mij sterk dat punten 1 en 2 veel gewicht hebben. De markt voor spelers is er te groot en te liquide voor. Alle informatie zou al in de huidige prijs verwerkt moeten zitten. Ik geloof ook niet heel erg in 4. Maar is punt 3 zoveel geld waard? Misschien wel: Beckham krijgt een miljoen per week voor zijn werk in een matige competitie. In dat geval is het voor Torres beter om met 1-0 te winnen en de enige doelpuntenmaker te zijn, dan met bijvoorbeeld 5-0.

Coase in Groningen

Externe effecten hoeven op zich geen probleem te zijn, zo leerde Coase ons. Als er vrij onderhandeld kan worden, dan komt er toch wel een efficiënte uitkomst tot stand, ongeacht de verdeling van eigendomsrechten. De fractie van de PvdA in de Provinciale Staten van Groningen wil het gaan proberen:

Volgens de Groningse PvdA is het soms lastig om windmolenparken aan te leggen in de provincie Groningen omdat gemeenten en buurtbewoners vrezen voor geluids- of slagschaduwoverlast. ‘We willen deze mensen graag tegemoet komen door hen recht te geven op goedkopere strooom. Technisch is dat straks heel goed mogelijk omdat iedereen binnen een paar jaar een ‘slimme’ meter in huis heeft. Die meter kan registreren wanneer de windmolens draaien zodat de korting op de stroomprijs uitsluitend geldt wanneer de windmolens draaien en dan dus voor overlast zorgen’, aldus Rijploeg.

(Deel 3 in de serie Coase is overal. Deel 1. Deel 2.)

Economen Tegen Hillary

Ondertussen begint de verkiezingsstrijd in de VS uiterst vermakelijk te worden. McCain stelde voor om in de zomer tijdelijk de belasting op benzine af te schaffen. Een volstrekt onzalig plan natuurlijk, maar vorige week van harte omarmd en verder uitgewerkt door Clinton. Die misgelopen belastingopbrengst moet ergens gecompenseerd worden, de verlaging zal waarschijnlijk vooral terecht komen in de zakken van de oliemaatschappijen en het milieu wordt er ook al niet beter van. Bij Freakonomics werd daarom beweerd dat er geen enkele econoom te vinden zal zijn die voor het voorstel is, en tot nu toe blijkt dat inderdaad het geval. Wel is er een indrukwekkende groep bereid gevonden zich tegen het plan uit te spreken. De reactie van Hillary is inmiddels legendarisch:

I’m not going to put my lot in with economists.

Het zou immers een mooie boel worden als de mening van een elite weer eens de gemiddelde Amerikaan de das om doet.

Uiteraard zijn alle Amerikaanse economen nu hevig aan het steigeren. De meest amusante reactie: hoogstwaarschijnlijk zal Clinton binnenkort beloven om uit een flatgebouw springen en weg te vliegen, om zo een lesje te leren aan al die elitaire natuurkundigen die altijd maar weer beginnen over zwaartekracht.

Het geld voor een ticket gaat niet naar KLM, en dat is niet erg

Een curieus mediafenomeen vandaag, begonnen door de Volkskrant en gevolgd door onder meer de Telegraaf. Een verslaggever van de eerste krant heeft ontdekt dat ongeveer een derde van de consumentenprijs van een vliegticket naar de luchtvaartmaatschappij gaat en de rest naar belastingen, heffingen en toeslagen van onder meer de luchthaven. Het ticket wordt daarom vergeleken met een “woekerpolis”, een slecht renderend hypotheekproduct.

Nonsens natuurlijk. Voor ieder product geldt dat de prijs valt te ontleden in kosten, belastingen en winst. Wie 15 euro aan de kapper betaalt, ziet maar een euro of 5 daadwerkelijk bij de knippende persoon terechtkomen. De huur van de zaak, de schaar, de stoel, de spiegel, de verwarming, de BTW en de vennootschapsbelasting moeten ook betaald. Er is (hopelijk) een beetje winst en wat overblijft is het uurloon van de kapper, waar zijn of haar inkomstenbelasting nog af moet.

Het verschil met het vliegticket is dat de reiziger met de neus op dit feit wordt gedrukt omdat de kosten niet uitsluitend via de ticketprijs afgerekend worden. Daar is wel een reden voor want sommige kosten zijn extern aan de maatschappij, zoals de bijdrage aan geluidsisolatie voor de mensen op de grond en die voor de beveiliging van de luchthaven. Maar voornamelijk is dat een keuze van de luchtvaartmaatschappij, die bijvoorbeeld de brandstof apart afrekent (ook bijna een derde van de prijs). Daar zal een psychologische reden voor zijn, in de trant van “wij kunnen er ook niets aan doen”. Maar het is natuurlijk een beetje maf om te stellen dat die kosten niet behoren tot “de daadwerkelijke ticketprijs, nodig om de passagier van Amsterdam naar Londen te vliegen en terug”.

Conclusie: van woekeren is, in deze competitieve markt, geen sprake. Wellicht dat sommige klanten zich aan laten trekken door de kale prijs van het ticket en dus teleurgesteld zijn in de totale prijs van de vlucht. Maar nieuws is dat niet.

Laag uurloon

Soms wordt een mens een beetje moe van de manier waarop economisch onderzoek in het nieuws komt. Neem nu dit bericht:

Het aantal werknemers in Nederland met een laag uurloon is sinds 1979 sterk gegroeid, van circa 0,6 miljoen naar 1,25 miljoen. Dit concluderen onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) dinsdag op basis van eigen onderzoek.

Ja maar. Een “laag uurloon”!? Hoezo een laag uurloon? Hoe wordt dat gedefinieerd dan, zo’n laag uurloon? En hoe is die definitie aangepast tussen 1979 en 2008? Of geven die werknemers zelf aan dat ze het laag vinden? En is het erg, dat veel mensen een ‘laag uurloon’ hebben? Of juist niet, omdat al die mensen anders werkloos zouden zijn? Allemaal vragen die in het bericht onbeantwoord blijven. Maar gelukkig, er is ook een verklaring voor het Fenomeen:

Als belangrijkste reden noemen de onderzoekers dat het aantal deeltijdwerkers sterk is toegenomen.

Ja maar. Verdienen deeltijdwerkers minder dan voltijders dan? Zij houden netto gezien toch juist meer over? Is daar rekening mee gehouden?

Het zou heel goed kunnen dat er met het onderzoek helemaal niets mis is. Maar met zo’n nieuwsbericht kunnen we weinig.

Een jaar studie in Nederland kost wat!?

Jacques Tichelaar, fractievoorzitter van de PvdA, stelt voor om studenten zelf hun studie te laten betalen. Nou ja, zelf. Er moet naar rato terugbetaald worden. Naar rato van wat? Ongetwijfeld het inkomen na de studie, een oud plan van de PvdA. Een weinig zalig idee, maar daar gaat het me vandaag niet om.

Wat alle nieuwsbronnen netjes overtypen is de prijs van een jaartje studie aan een Nederlandse universiteit:

Volgens Tichelaar betekent dit zo’n 65.000 euro per jaar voor studenten aan een universiteit en ongeveer 35.000 euro voor studenten aan een hogeschool.

U leest het goed: €65.000 per jaar. Ter vergelijking: een jaartje Harvard, een instituut dat zich goed kan meten met de Nederlandse universiteiten, kost $34.998, oftewel €23.823. Voor €31.053, en dus 4000 euro minder dan een jaartje hogeschool krijg je er zelfs eten en een kamer bij.

Astronomische prijzen

Als huizenprijzen overal op aarde hoog zijn, kan je altijd nog op de maan gaan wonen. Zou je denken. Maar helaas,

De Zwitserse investeringsbank UBS meldde maandag dat de grondprijzen op de maan het afgelopen jaar naar astronomische hoogten zijn gestegen. Sinds begin van dit jaar is een acre (0,4 hectare) op de vaste begeleider van de aarde 40 procent duurder geworden. Vorig jaar deed een lap maangrond nog maar 16 dollar, nadat in december 2005 nog een piek was bereikt van 37 dollar,

zo meldt de Volkskrant.  Sterker nog, volgens UBS zijn maanprijzen een leading indicator:

‘Onze berekeningen laten zien dat de grondprijzen op de maan een redelijk betrouwbare graadmeter zijn van de huizenprijzen in de Verenigde Staten binnen twaalf maanden’, aldus de onderzoekers. ‘Dat zou betekenen dat de Amerikaanse huizenmarkt aan het begin van 2008 door een dal zullen gaan.’

Persbureau Reuters weet nog meer woordspelingen. Het merkwaardige is overigens dat het absoluut geen rechtsgeldigheid heeft, zo’n eigendomsbewijs van een stukje maan.