Sannikov

De John Bates Clark medal, u weet wel, de prijs voor de beste econoom werkzaam in de VS van onder de 40 (eerder) gaat dit jaar naar Yuliy Sannikov, Rus Oekraiener, en werkzaam op Princeton.

Ging de prijs sinds 2010 steeds naar toegepaste micro-economen (zie bericht vorig jaar), dit jaar is er dan eindelijk weer een hardcore theoreticus aan de beurt. Sannikov bouwt dynamische speltheoretische modellen in continue tijd, over onderwerpen die tot voor kort vooral in discrete tijd werden gemodelleerd (kartels, principal-agent, maar ook corporate finance en macro). Nogal geavanceerd allemaal (de man won niet voor niets drie gouden medailles op wiskunde-olympiades), maar hier staat een zeer goed en relatief toegankelijk overzicht.

Vluchtelingendeal

In de vluchtelingendeal tussen de EU en Turkije zit de volgende regel:

For every Syrian being returned to Turkey from Greek islands, another Syrian will be resettled from Turkey to the EU taking into account the UN Vulnerability Criteria.

Vluchtelingen die de EU binnenkomen via Griekenland worden teruggestuurd, maar door deze regel helpen ze met hun overtocht wel een andere vluchteling, die als compensatie vanuit Turkije naar de EU gebracht wordt.

Mocht het plan werken (er zijn de nodige twijfels) dan zal er iemand in Turkije moeten gaan beslissen welke van de 2,7 miljoen Syriërs in dat land naar Europa mag. Van zo’n ticket hangt voor de vluchtelingen zeer veel af; het is een veel betere deal dan illegale migratie met een bootje, waarvoor duizenden hun leven waagden en zo’n $1,200 neerlegden.

Wat ik me afvraag, als econoom, is hoe die allocatie in Turkije plaats gaat vinden. De kwetsbaarheids-criteria van de VN, als ze al objectief vast te stellen zijn, zullen wel niet leiden tot een geordende lijst van 2,7 miljoen mensen. Dat is vragen om moeilijkheden. Turkije is geen super-corrupt land (66e van de 168 landen op de lijst van Transparency International), maar gegeven de waarde van de tickets zal de verleiding geweldig groot zijn om ze te gelde te maken.

Dag elders

Zoals gebruikelijk waren we onze tijd weer ver vooruit. In de begindagen van deze site hadden we al snel door dat niet iedere leuke vondst een heel bericht waard was. Een simpel linkje en een korte tekst konden de bezoeker ook prima verder wijzen.

Twitter in de dop, we noemden het “Elders te lezen” en jarenlang stond de rubriek rechtsboven op de site.

elders

Op de achtergrond maakten we gebruik van de gratis bookmark-site Delicious, en dat had ons natuurlijk aan het denken moeten zetten. Wie een gratis service gebruikt, is zelf het product, en langzaam maar zeker ging het mis met delicious. Advertenties die zomaar in onze rubriek opdoken, deden het doek vallen.

We moeten maar met de tijd mee. In het vervolg delen we korte linkjes via twitter, en als alles werkt komen de tweets ook weer rechtsboven op de site tevoorschijn.

Blijft over het archief van 1057 “elders” berichten. Het is te prijzen dat delicious niet moeilijk doet over het exporteren van onze bookmarks. Voor de verzamelaars staan ze, nog een keer, onder dit bericht.

“Dag elders” verder lezen

Peilingen moe

Vlaams datajournalist Maarten Lambrechts maakte een adembenemend mooie website waarop hij door middel van een fraai gevisualiseerde Monte Carlo simulatie laat zien hoe onbetrouwbaar politieke peilingen eigenlijk zijn.

De website neemt de Vlaamse situatie als uitgangspunt, maar is voor Nederland precies net zo relevant. Verplichte kost voor iedereen die zich wel eens druk maakt over peilingen. Op het toepasselijke adres peilingen.moe 

(via @wilte)

Bestaat de waardevrije econoom niet!?

Op MeJudice is een nieuw stuk verschenen van van Dalen, Klamer en Koedijk, naar aanleiding van hun enquete onder economen van ruim een  jaar geleden. Ook nu leidt de analyse tot nogal boude uitspraken en grote claims. De vraag is in hoeverre die claims daadwerkelijk uit de analyse volgen. Het antwoord is ontkennend (zie hier over een eerder artikel in dezelfde serie).

Allereerst de belangrijkste conclusie: politieke voorkeuren zouden “een grote rol spelen in de uitspraken die economen doen”, een conclusie waarmee bijvoorbeeld de Volkskrant meteen aan de haal ging. Die conclusie blijkt gebaseerd op het feit dat de mate waarin economen het met een bepaalde stelling eens zijn, meestal blijkt te correleren met hun zelfgerapporteerde politieke voorkeur. Maar uiteraard wordt politieke voorkeur ook bepaald door je mening over bepaalde zaken. Misschien was een betere conclusie dus geweest: de uitspraken die economen doen spelen een grote rol bij het bepalen van hun politieke voorkeur.

“Bestaat de waardevrije econoom niet!?” verder lezen

Complexe econometrie

De beste inzichten komen op latere leeftijd, en dus is het verstandig om even naar deze presentatie van Paul Krugman [pdf] te kijken. De econoom en columnist, die binnenkort 63 wordt, doet een opmerkelijk levensinzicht aan de hand: complexe econometrie overtuigt niemand. En complexe econometrie begint voor Krugman bij lineaire regressie met meerdere variabelen, een methode die op de middelbare school onderwezen wordt.

Dat is slecht nieuws, niet in het minst voor mensen die jaren van hun leven hebben besteed aan het onder de knie krijgen van complexe econometrie (ahem). Maar klopt het ook?

In ieder geval is het doel van econometrie niet altijd overtuigen. Soms werkt een complex model gewoon, zoals een handelsalgoritme of een model dat beslissingen neemt voor een verzekeraar. Dat de meeste mensen niet begrijpen hóe het werkt, laat staan overtuigd zijn, dat maakt niet uit – het model draait, net zoals de motor in mijn auto, zonder dat ik helemaal begrijp waarom.

Krugman probeert wél te overtuigen, vooral op het specifieke terrein van de macro-economie. Daar is de scepsis wellicht groter dan elders, omdat de data niet altijd heel goed is, en er veel afhangt van de keuzes die de econometrist maakt. Toch is het nogal onbevredigend dat zelfs zijn slimme collega’s een model niet overtuigend vinden als dat ingewikkelder is dan een simpel lineair verband.

Maar het raakt wel een snaar. Ook in Nederland zien we dat de tijd van “het model zegt nu eenmaal” voorbij is, en het CPB op de knieën moet uitleggen waar bepaalde inzichten vandaan komen. Het respect voor de onderzoeker, die het wel zal weten, is verdwenen. Dat is jammer, voor de onderzoeker, maar niet helemaal onterecht.

Wat is eraan te doen? Krugman zoekt de oplossing in “natuurlijke experimenten”, wat in zijn slides een verzameling puntenwolken, tijdreeksen en verdelingen is, en in “verrassende voorspellingen die uitkomen”. Dat laatste is een echo van Milton Friedman, die theorieën ook al beoordeelde op het vermogen om voorspellingen te genereren. Dat biedt enige hoop, want ook een complex model kan simpele voorspellingen doen. Alleen lijkt het nogal inefficiënt, omdat er altijd tijd zal zitten tussen de voorspelling en het resultaat. Krugman hoopt nu eindelijk zijn gelijk te halen over een analyse van 7 jaar geleden.

Ik heb zelf mijn hoop gevestigd op een betere oplossing. Aangenomen dat complexe econometrie soms nuttige inzichten oplevert, is er een voordeel te behalen voor degene die de moeite neemt om de resultaten te begrijpen. Nu het makkelijk is om datasets en computercode te delen, kan dat ook.  Het feit dat “niemand” overtuigd wordt door een complexe analyse biedt een voordeel aan degene die wél kan doorgronden of de econometrist een punt heeft. Een goede reden om een eigen econometrist in huis te halen.

Unanimiteit misleidt

Stel iemand wordt verdacht van moord en u moet bepalen of hij daarvoor gestraft gaat worden. Gelukkig heeft u de beschikking over een panel van onafhankelijke en uitstekende rechters. Om precies te zijn, elke rechter doet met een kans van 70% de juiste uitspraak. Toegegeven, ze zitten er nog wel eens naast, maar u heeft de beschikking over een flink aantal en in het kader van de wisdom of the crowd moet u dus eenvoudig tot een uitstekende beslissing kunnen komen.

Stel dat 3 rechters unaniem tot de conclusie komen dat verdachte schuldig is. Dat lijkt al voldoende voor een veroordeling. En bij 5 unanieme rechters weet u het helemaal zeker.

Maar bij 10 unanieme rechters begint u zich toch een beetje ongemakkelijk te voelen. Zelfs als verdachte schuldig, dan is de kans dat alle 10 rechters unaniem en onafhankelijk van elkaar tot die conclusie komen slechts 0.7 tot de macht 10, dus 2.8%. En bij 20 unanieme rechters weet u het zeker. Hier is iets niet in de haak. De kans daarop, zelfs bij schuld, is immers minder dan 0.1%.

Gunn et al.  (via) introduceren de mogelijkheid van een systeemfout. In dit geval betekent een systeemfout dat iemand die onschuldig is zonder meer door iedereen schuldig wordt verklaard. Dat kan veel oorzaken hebben. Misschien is er met het bewijsmateriaal geknoeid. Of zijn de rechters een corrupt zootje. Of is er iets anders mis gegaan. Veronderstel voor het gemak eens dat de kans op een systeemfout 1% is.

Ineens ziet de wereld er heel anders uit. Bij 10 unanieme rechters weten we dat de kans dat dat toevallig gebeurt 2.8% is. Maar we kennen ook de kans op een systeemfout: 1%. Middels Bayesian updating vinden we dan een kans van ongeveer  1/(1+2.8)=26% dat de verdachte onschuldig is. En bij 20 unanieme rechters is die kans zelfs 93%. Paradoxaal genoeg geldt dat hoe meer unanieme rechters er zijn, des te groter de kans is dat verdachte onschuldig is. Immers: hoe meer unanieme rechters, hoe kleiner de kans dat dat op toeval berust, en hoe groter de kans dat er iets echt niet in de haak is. Maar als er een rechter is die verdachte onschuldig  vindt, maakt dat de kans dat hij schuldig is juist veel groter. Er kan nu immers geen sprake meer zijn van een systeemfout.

Wanneer in Israel een panel van 23 rechters unaniem vond dat de doodstraf gerechtvaardigd was, moest de verdachte volgens de Talmud worden vrijgesproken. Waarschijnlijk was die regel helemaal niet zo gek. Volgens sommige beleggers geldt dat wanneer alle beuranalisten roepen dat de beurs nog veel verder gaat stijgen, het tijd wordt om uit te stappen. En andersom. Bij unanimiteit wordt het tijd je zorgen te gaan maken.

Overigens houdt het artikel geen rekening met de mogelijkheid van strategisch gedrag.

Was de euro te goedkoop?

Nu de inflatie in de eurozone (December: 0.2%) zo rond nul schommelt, denk ik wel eens terug aan een stukje dat ik vlak voor de introductie van de euro in ESB las. Daarin sprak een (oud?) medewerker van DNB zich uit voor een hogere aanvangswaarde van de munt.

Ik vond dat destijds een goed idee. Jaarlijkse inflatie maakt geld steeds minder waard. Als je begint met een situatie waarin de kleinste muntjes eigenlijk al snel waardeloos zijn en afgeschaft worden, duurt het niet lang of je bent voor elke transactie aangewezen op uitsluitend bankbiljetten (of je moet een herdenominatie doen). Waarom met de euro niet beginnen op 10 gulden, in plaats van 2,20? De introductie van een nieuwe munt was een unieke kans om eens lekker hoog te beginnen.

Tenzij, tenzij – de inflatie uiteindelijk uitkomt rond nul en je niet langer op een bewegend doel schiet. Wat de vraag opwerpt: stel dat we hier blijven hangen, qua prijsniveau. Hebben we dan de juiste verdeling munten-biljetten?