Lenen bij de cijferbank

De lokale krant schrijft vanochtend over een intrigerende innovatie op een internationale school in Nanjing: leerlingen die zakken voor een examen kunnen punten bijlenen bij een nieuw opgerichte cijferbank. De lening moet wel worden terugbetaald (met rente!) door op een volgend proefwerk méér dan een zes te halen. Het systeem is bedacht in samenwerking met ouders, die werken in de bankensector.

Zoals altijd ontbreken de cruciale details. Worden leningen van tevoren beoordeeld door een kredietafdeling? Moet de terugbetaling gebeuren met punten uit hetzelfde vak? Wat is de rente? En als je eerst een hoog cijfer haalt en dan pas een onvoldoende, staat je hoge cijfer dan ook op de bank?

Maar het idee is stimulerend, omdat opeens een collectie aparte, schaarse, goederen fungibel wordt, dat wil zeggen, verhandelbaar. Onmiddellijk herinner ik mij weer de klasgenoot die alle vakken gemakkelijk kon halen, maar bleef zitten op zijn vier voor Frans. Daar had de cijferbank goed werk kunnen verrichten, helemaal als het Nibud hem in de eerste klas gewaarschuwd had om altijd minstens een 6½ te halen.

Voor zover mijn (stokoude) kennis nog relevant is, kon je in Nederland altijd al compenseren binnen hetzelfde vak – met de gevleugelde uitdrukking “ik mag voor wiskunde een 3½ halen” tot gevolg. Binnen dat systeem is de student slachtoffer van de min of meer willekeurige afbakeningen tussen vakken, waardoor een onvoldoende bij wiskunde A wel gecompenseerd wordt door een hoog cijfer voor datzelfde vak, maar niet door een 10 bij wiskunde B. Dat is pure financiële repressie. Het idee van een cijferbank schetst een wereld waarbij de verhandelbaarheid van cijfers flink toeneemt, met een verhoogde welvaart tot gevolg.

Tenminste. De vraag is natuurlijk of kennis net zo fungibel is als cijfers bij de cijferbank. Wie wil er naar een dokter die zijn vier voor het examen infectieziekten heeft gecompenseerd met een acht voor sportblessures?

Ik neem aan dat tegoeden bij de cijferbank niet overdraagbaar zijn tussen leerlingen. Niet dat ik nou denk dat die ambitieuze Chinese studenten elkaar een beter rapport cadeau gaan doen, maar hoe zou het zijn om je eigen zoon of dochter te laten genieten van het tegoed dat je nog bij de cijferbank hebt staan? Een kleine cijfer-erfenis voor junior.

Niet eerlijk natuurlijk. Maar nu vraag ik mij af waarom we gewone erfenissen dan wel acceptabel vinden.

2016

Ach, verhip, is het alweer 5 januari? Dan krijgt u van mij al een tijdje de statistieken over het voorgaande jaar. 29 berichten, da’s nog steeds geen weekblad maar er zit groei in ten opzichte van 2015. Ook het aantal bezoekers nam weer toe, naar een nieuw record van iets meer dan 925.000 pageviews. Daarvan kwamen er precies 702 via de versleutelde site, waarvoor complimenten.

Er gebeurde genoeg in 2016: we stopten met Elders en gingen over op Twitter, deden en passant een correcte voorspelling, en ik verhuisde naar een ver buitenland. En ik kan natuurlijk  nog uren doorgaan, maar dan verstrijkt de termijn waarop ik u nog behoorlijk het beste kan wensen: een gelukkig en optimaal 2017!

Het meest gelezen van 2016

Gelukkig nieuwjaar! U was nog het overzicht te goed van de best gelezen berichten in 2016. Tussen haakjes, indien relevant, de positie in 2015.

1.   Dag elders mrt 2016
2. (3) De econoom in de kaartenbak mei 2015
3.   Hoe win ik de voetbalpool jun 2010
4.   Vluchtelingendeal mrt 2016
5.   Incentive compatible advertising mrt 2016
6.   Spannend tot het eind mei 2016
7.   De optimale giscorrectie aug 2016
8.   Grijs gedraaid mei 2016
9.   Selten is dood sep 2016
10.   Sannikov mei 2016

Ik ben er nog niet helemaal uit wat het betekent dat het met afstand best gelezen bericht handelt over een ter ziele gegaan onderdeel van dit weblog, maar dit terzijde. Nummer 2 is een bericht van 2015 dat ook in 2016 verrassend goed scoorde. Nummer 3 is de ultieme clickbait van die om het jaar in aanloop naar EK of WK weer veel verkeer genereert.

Thomas Schelling

Thomas Schelling, strateeg en speltheoreticus, winnaar van de Nobelprijs (en ontvanger van een eredoctoraat van de EUR), is gisteren overleden.

Hij was misschien wel de econoom die we over de jaren het vaakst aangehaald hebben, omdat zijn inzichten van pas komen in de meest uiteenlopende situaties. Of gewoon omdat zijn boeken zo goed geschreven waren.

Wie nog nooit een Schelling las, begint het beste hier. En (her)lees ook nog eens dit bericht, één van mijn favoriete stukken op deze site.

Politiek risico

Op mijn bureaublad prijken tegenwoordig twee kalenders: naast de publicatiekalender met economische cijfers staat een kalender met politieke gebeurtenissen. Gisteren het Italiaanse referendum en de presidentsverkiezing in Oostenrijk. Verkiezingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland volgend jaar. En, voor de zekerheid ook maar, de parlementsverkiezingen Ghana op 7 december en in Roemenië op 11 december.

Het is bij beleggers gewoon om te praten over “politiek risico”, wat de zaken feitelijk omdraait. Voordat de politiek opspeelt, is het risico al lang en breed aangekomen bij de burgers, die vervolgens bij de stembus verhaal komen halen. De schokkende uitslagen van het Britse referendum en de Amerikaanse verkiezingen zijn boodschappers van onvrede, geen ongelukken uit het niets. Dat burgers hun ongenoegen kunnen uiten is één van de goede eigenschappen van democratie, die weliswaar op korte termijn leidt tot risico, maar er ook voor zorgt dat grotere problemen op langere termijn achterwege blijven.

Die langere termijn maakt het moeilijk om direct aan te tonen dat democratie leidt tot betere economische prestaties. De economische literatuur doet haar best, nu lijkt het weer dat democratie er inderdaad toe doet, maar de discussie is nog niet gesloten. Ongeacht de resultaten, lijkt de stemmer het stemmen an sich op prijs te stellen. Toch is er in veel Westerse landen een trend waarneembaar om het wel best te vinden met de democratie.*

Wat in zo’n geval helpt is een tijdje doorbrengen in een land met een gemankeerde vorm van democratie. Hier in Hongkong is na de teruggave aan China een systeem opgetogen waarbij er wel gestemd kan worden, maar de invloed van burgers beperkt blijft. Door bedrijven stemrecht te verlenen, bijvoorbeeld, of alleen al door de notie dat grote buur China in zal grijpen als er al te gekke dingen gebeuren.

Zoals eerder dit jaar, toen twee politici in het parlement gekozen werden die beloofden aan te sturen op onafhankelijkheid van China. Geen heel praktisch idee, maar dat maakte in dit geval niet uit: nog vóór de eerste vergadering waren de twee alweer uit het parlement gewipt, zoals blijkt uit dit lezenswaardige artikel. Zo is het politiek risico beperkt, in ieder geval voorlopig. Maar ondertussen loopt meer dan de helft van de jongeren rond met plannen om te emigreren. Een lange-termijn probleem waar de stad voorlopig nog geen antwoord op heeft.

* Een bericht dat nu trouwens tegengesproken wordt.

Pijlen op Trump

De afgelopen weken voorspelden de meeste peilingen (of, als het aan Maurice de Hond ligt: pijlingen) in de VS een duidelijke voorsprong voor Clinton. Behalve dan de UCS Dornsife/LA Times Poll waar Trump meestal voor ligt. Dat zou te maken kunnen hebben met een 19-jarige zwarte jongeman uit Illinois, al wordt dat verhaal ook weer ontkend.

Gisteravond bij Met Het Oog op Morgen een boeiend gesprek met de man achter die peiling: Arie Kapteyn (tweede item in de uitzending, na ongeveer 20 minuten). Meer over de methodologie hier.

®andomiseren

De economen Kwast en Kwant werken jarenlang aan een onderzoek. In de publicatiefase nemen ze econoom Aantjes erbij voor wat laatste inzichten en daarmee gaat hun paper de wereld in als Aantjes et al.

Het sorteren op alfabet kan oneerlijk zijn, ook als de auteurs redelijk en van goede wil zijn. Misschien dat Aantjes het niet erg vindt om met Kwant, Kwast en Aantjes te gaan, en dan geeft de volgorde informatie over de relatieve inspanning. Maar als Aantjes toevallig Zwart geheten had, dan zegt de volgorde weer niets over de bijdrage die hij geleverd heeft, want bij Kwant, Kwast en Zwart kan er net zo goed op alfabet gesorteerd zijn.

In de muziek lost men dit probleem op door de groep een eigen naam te geven. Dat geeft mooi een extra vrijheidsgraad en zet de willekeur van de achternaam buiten spel. Maar dan wordt het wel weer lastig als de bandnaam bekendheid krijgt en één van de leden opstapt: moet de band dan ook van naam veranderen? (Zie ook: Frank en de zes Mirellas)

Dit voorstel van Ray ® Robson (2016) doet een andere poging: het symbool ® vertelt de lezer dat de volgorde van de namen bij toeval is vastgesteld. Dat is dus informatiever dan Ray en Robson (2016), wat ook gewoon de alfabetische volgorde had kunnen zijn. Maar wie een naam met een accent heeft weet dat het gebruik van niet-alfanumerieke tekens grote gevaren met zich meebrengt (zie ook: Gerard ’t Hooft). Bovendien geeft randomisatie maar één mogelijkheid: iedereen heeft gelijk bijgedragen aan het product.

De economische oplossing lijkt mij om aandelen uit te geven in ieder paper, en op de voorpagina de eigendomsverhoudingen te geven, desnoods per hoofdstuk. Het citeren van het paper gaat dan via de titel, die net zoals een tweet maximaal uit 140 (alfanumerieke) tekens mag bestaan. En wie zijn naam echt heel graag terug wil zien, zet 'm gewoon in de titel.

Economen tegen Trump

In de VS hebben 370 economen een brief ondertekend tegen Trump. Op zich niet heel verbazend, maar hij is het lezen waard. De auteurs weerleggen ongeveer alles wat Trump ooit over economie heeft gezegd, om te concluderen dat

His statements reveal a deep ignorance of economics and an inability to listen to credible experts. He repeats fake and misleading economic statistics, and pushes fallacies about the VAT and trade competitiveness. He promotes magical thinking and conspiracy theories over sober assessments of feasible economic policy options.

En daar is geen woord Chinees bij.

Ondertussen hebben 19 Nobelprijswinnaars Economie ook een brief geschreven, hier.

Maar goed, in het geval van Brexit hebben dergelijke acties ook niet heel erg geholpen.

Formulieren

img_0645

Met een oorverdovend lawaai landt de helikopter op de helipad aan het einde van de kustweg. We kijken toevallig toe vanaf een terras, de bierviltjes vliegen door de lucht. Zogauw de wielen van de helikopter op de grond staan springen twee mannen naar buiten en spoeden zich naar de ambulance die even verderop geparkeerd staat. De ene bekommert zich om de patiënt, zijn collega neemt een stapel papieren in ontvangst. Terwijl de formulieren gevaarlijk heen en weer wapperen neemt hij ze rustig door, zet hier en daar een krabbel, overlegt nog een paar keer met de chauffeur van de ambulance, stopt het hele pak papier in een tas. Pas daarna verheft de helikopter zich weer, op weg naar het ziekenhuis.

We zijn sinds een paar maanden in Hongkong, en het moet gezegd, over het algemeen lopen de zaken hier gesmeerd. De bussen rijden op tijd, het internet is snel, en kennelijk hoeft zelfs een hartaanval op één van de eilanden niet meteen fataal af te lopen. Toch viel het me op dat er zo vreselijk veel administratie kwam kijken bij het verhuizen naar dit nieuwe land. Dat kan natuurlijk normaal zijn, maar ik heb zo’n gevoel dat het niet alleen aan mijn verhuizing ligt. De voorliefde van een Hongkonger voor een geheel en naar waarheid ingevuld formulier is groot, en geen gelegenheid lijkt te onbelangrijk om vast te leggen op papier. Grote dingen als het openen van een bankrekening lopen al gauw in de tientallen pagina’s, maar ook het kopen van iets kleins, de toestemming voor het schoolreisje, of het insturen van een tekening voor een kleurwedstrijd loopt vaak uit op een behoorlijk invulwerk.

Dat ligt niet echt voor de hand. Het land is modern en veel zaken kunnen in principe online. Grote buur China lijkt alles over het internet te laten lopen. Maar aan deze kant wordt het netwerk vooral gebruikt om al vóór de afspraak een formulier door te kunnen sturen. Liefst vragend om informatie die allang bekend is. En helemaal prachtig is het betalingsverkeer, waarin het mini-formulier dat u wellicht nog kent onder de naam “cheque” het voornaamste medium is. Digitaal overschrijven kan alleen tegen hoge kosten.

Als ik mijn collega’s vraag naar het nut van al dit nijvere invullen, dan halen ze hun schouders op. Zonder formulier doet nu eenmaal niemand iets, en dus ligt er al snel een stuk papier op tafel. Het komt op de buitenlander vreemd over dat wat bezweringen, een stempel en een handtekening op een blaadje de mensen in beweging kunnen krijgen, maar goedbeschouwd is ons gebruik van bankbiljetten niet heel veel vreemder. Ik vraag me af of het iets zegt over de hoeveelheid vertrouwen, of sociaal kapitaal, dat alles op schrift moet. Of zou het een uitvloeisel van het rechtssysteem zijn? In ieder geval is het weer een goede herinnering aan het feit dat veel van onze handel gaat volgens lokale gewoontes, in plaats van universele regels.

Blijft over de vraag wat er met alle ingevulde formulieren gebeurt als de handeling verricht is. Zouden ze allemaal in een archief belanden, of is er een groot aanbod van oud papier?

(kruispost vanaf ESB)

Waarom niemand een pech-hedge wil

Mag ik nog even terugkomen op iets dat ik hier tien jaar geleden in een reactie geschreven heb?

de mogelijkheid voor een emotionele hedge. Speelt Nederland een beslissende halve finale tegen Italië en durft u niet te denken aan een scenario waarin Oranje opnieuw het onderspit delft? Ga voor €1000 in aandelen Italië-wint en je ruilt een gedeelte van je vreugde in het ene geval voor een financieel voordeel in het andere. Gemiddeld gezien ben je dan beter af.

Zoals Marco correct opmerkte maakt niemand gebruik van deze mogelijkheid.

Precies! Om die reden heb ik mij ook altijd al afgevraagd waarom Nederlanders meestal geneigd lijken om te wedden op een overwinning van het Nederlands elftal. Vanuit portefeuilletheoretisch oogpunt is dat nogal onverstandig.

Goed, we moesten er even op wachten maar er is onderzoek verricht naar het hoe en waarom van deze anomalie. Dit stuk in de New York Times geeft een korte beschrijving, het langere paper staat onder meer hier. Ten eerste klopt de observatie dat mensen in de praktijk niet graag tegen hun eigen favoriet inzetten, zelfs als ze daartoe (kosteloos!) de gelegenheid krijgen. En waarom?

Reluctance to hedge desired outcomes stemmed from identity signaling, a desire to preserve an important aspect of the bettor’s identity. Reluctance to hedge occurred when the diagnostic cost of the negative self-signal that hedging would produce outweighed the pecuniary rewards associated with hedging.

Oftewel, er zijn emotionele kosten verbonden aan het inzetten op de tegenstander, omdat het afbreuk doet aan je identiteit. Bij verkiezingen of wedstrijden waar je persoonlijk hecht aan de uitkomst, doet het inzetten op de tegenstander zoveel schade aan de loyaliteit, dat zelfs de verwachte geldelijke troost bij verlies er niet tegen opweegt.