Vandaag zijn er verkiezingen. Voor wie zijn stem wil laten bepalen door Wat De Econoom Er Van Vindt (en inderdaad, wie wil dat niet) komt recent onderzoek van van Dalen, Klamer en Koedijk prima van pas. Zij vroegen Nederlandse economen (verbonden aan een universiteit, of lid van de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde) naar hun politieke voorkeur. Daaruit blijkt dat een verpletterende 41% vandaag zijn stem uitbrengt op D66. Opvallend, want een slordige 30 jaar geleden hoorde je er als econoom nog niet echt bij als je geen lid was van de PvdA. Anderzijds: uiteraard betekent deze uitslag ook gewoon dat de meeste economen niet op D66 stemmen.

Andere middenpartijen (PvdA, GroenLinks, VVD, CDA) scoren dik 10%, terwijl de SP op slechts 3% mag rekenen. Geen enkele academisch econoom bleek bereid zijn stem uit te brengen op de PVV. 50Plus krijgt überhaupt geen stem, terwijl het aantal KVS-leden in de doelgroep van deze partij toch aanzienlijk is.

Helaas blijft onduidelijk waar we bij de waterschapsverkiezingen op moeten stemmen.

Even iets heel anders nu. Johann Wolfgang von Goethe is volgens Wikipedia vooral bekend als wetenschapper, toneelschrijver, romanschrijver, filosoof, dichter, natuuronderzoeker er staatsman. Minder bekend is dat de man ook nog eens een briljant speltheoreticus was.

Het schijnt dat in de 18e eeuw auteursrechten nog niet zo goed geregeld waren. Een auteur verkocht zijn werk gewoon aan een uitgever, die daarmee alle rechten op het werk kreeg. Voor de auteur was het lastig in te schatten hoeveel de uitgever nu precies aan zijn werk kon verdienen. Bij de verkoop van zijn gedicht Hermann und Dorothea, verzon Goethe daar iets op:

Was das Honorar betrifft, so stelle ich Herrn Oberkonsistorialrat Böttiger ein versiegeltes Billet zu, worin meine Forderung enthalten ist, und erwarte, was Herr Vieweg mir für meine Arbeit anbieten zu können glaubt. Ist sein Anerbieten geringer als meine Forderung, so nehme ich meinen versiegelten Zettel uneröffnet zurück und die Negation zerschlägt sich, ist es höher, so verlange ich nicht mehr als in dem, alsdann von Herrn Oberkonsistorialrat zu eröffnenden Zettel verzeichnet ist.

Inderdaad. Goethe schrijft een bedrag op, stopt dat in een gesloten envelop, de uitgever mag een bod uitbrengen, is dat hoger dan het bedrag dan Goethe heeft opgeschreven dan krijgt hij het manuscript tegen het bedrag dat was opgeschreven, zo niet dan niet.

Liefhebbers herkennen hierin natuurlijk onmiddellijk een variant op de second-price sealed-bid auction, bijna twee eeuwen later opnieuw geintroduceerd door William Vickrey en daarom ook bekend als Vickrey auction. Bij zo’n veiling is eenvoudig aan te tonen dat het een dominante strategie is om je eigen waardering te bieden. Op die manier komt de veilingmeester (Goethe) er dus achter wat het geveilde goed waard is. En dat was precies de bedoeling.

Meer hier, en in het Duits hier. Moldovanu en Tietzel schreven er over in JPE.

Overigens liep het met Goethe’s veiling niet goed af. De tussenpersoon bleek niet geheel betrouwbaar, waardoor de uitgever een bedrag bood dat precies gelijk was aan het bedrag dat Goethe had opgeschreven. Op zich merkwaardig, want in principe maakte het voor de uitgever niet uit of hij weet wat dat bedrag is.

Zit u ook handenwringend te wachten op nieuws over de onderhandelingen tussen Griekenland en de eurozone? Wij wel, al was het alleen maar omdat de Griekse onderhandelaar een uitgebreide kennis over speltheorie bezit. Dat maakt het leuker dan, bijvoorbeeld, de mislukte pogingen van een stofzuigerhandelaar om een grote tegenpartij een loer te draaien.

Maar stijgen zijn kansen ook door deze theoretische kennis, of maakt het Griekenland juist kwetsbaar, omdat Europa weet met een rationele tegenstander van doen te hebben? Oh maar wacht – de onderhandelaar ontkent in de krant een strategisch spel te spelen, omdat er maar één mogelijke uitkomst is.

Heerlijk toch? Voor de niet-ingewijden, het kan niet lang meer duren voordat we Varoufakis gebruik zien maken van de volledige Madman-theorie, ooit geperfectioneerd door Richard Nixon. Een simpele inleiding voor Nederlanders vindt u hier onder de titel Slagbomen dalen automatisch.

Gelukkig nieuwjaar! Wij zijn dol op tradities, daarom bij deze het jaarlijks overzicht van de meest gelezen berichten van het afgelopen jaar (zie ook 2011, 2012 en 2013):

Verrassend genoeg dus dezelfde lijstaanvoerder als vorig jaar: onze berichtgeving over de affaire Reinhart & Rogoff, nu toch al weer bijna twee jaar geleden. Waar alle lezers van dat bericht nu precies vandaan komen blijft een raadsel. Verder duiken er twee berichten uit nota bene juni 2010 weer op. Dat over het winnen van de voetbalpool weet elke twee jaar de top 10 te halen, waar de interesse voor postzegels zonder prijs ineens vandaan komt is niet geheel duidelijk.

Cor ziet er niet best uit. Hij is de hele nacht opgebleven en heeft duizenden oliebollen gebakken. Het mag niet baten. De rij voor zijn zaak is bijna 30 meter lang en het lijkt erop dat de voorraad er ver voor sluitingstijd door gaat. Cor bakt de beste bollen van het dorp.

Ik heb gereserveerd en neem mijn zak bij de aparte balie in ontvangst. “Je moet je prijzen verhogen” probeer ik bij Cor. “Nu moet je straks mensen teleurstellen. En je had ook nog eens meer kunnen verdienen.”

Cor schudt zijn hoofd. “Weet je, ik vind het al moeilijk om er zoveel voor te vragen. Het blijft natuurlijk maar een balletje meel. Daar kun je de mensen geen kapitalen voor laten betalen.”

“Ja maar”, probeer ik nog, “nu moeten ze in een rij staan wachten. Misschien betalen ze liever iets meer voor een snellere service?”

“Dan hadden ze maar moeten reserveren.”

Het is inmiddels een jaar geleden dat ik dit gesprek voerde en ik ben er nog niet uit of mijn oliebollenbakker (olie-)dom is of een goed gevoel heeft voor het verloop van de vraagcurve. Gaan klanten werkelijk niet akkoord met een prijs die duidelijk veel hoger is dan die van de ingrediënten?  Of leidt een hogere prijs tot imagoschade voor de zaak waarmee Cor de rest van het jaar zijn geld verdient? In ieder geval zou hij de prijs voor gereserveerde bollen moeten verhogen, boven die voor de losse verkoop. Is die rij toch nog ergens goed voor.

Een schamele 31 berichten op de site, dit jaar. Laten we het positief bekijken: uw bloggers kregen ook de afgelopen 12 maanden weer meer verantwoordelijkheden buiten het runnen van eco.nomie.nl. De berichtenluwte is niet onopgemerkt gebleven:

Zelfs het bezoek liep dit jaar terug. We noteerden 772.531 pageviews, zo’n 13% minder dan in het recordjaar 2013.

2014

De top tien van zoektermen (oftewel, hoe kijkers op deze site terechtkomen) is, zoals ieder jaar, weer flink door elkaar gehusseld. We zien het WK voetbal prominent terugkomen op plaats 2 en 7, iets dat in het vorige WK-jaar nog niet het geval was. De zoekterm “solliciteren” zakt van 2 naar 8, een teken dat het met de arbeidsmarkt iets beter gaat. De vele mensen op zoek naar informatie over schuttingen komen steevast op dit bericht uit, wat ze niets verder helpt.

1 vrijdag humor
2 meest voorkomende uitslag wk
3 (3) inkomensverdeling nederland
4 (10) producentensurplus
5 (7) accijns op vuurwerk
6 schutting schade
7 hoe win ik voetbalpool
8 (2) solliciteren
9 phillips curve data
10 schutting ideeen

Dat was, wat ons betreft, 2014. Ik zou graag eindigen met goede voornemens over de vele berichten die we in 2015 gaan schrijven. Maar laten we wel wezen: sinds het begin van eco.nomie.nl, bijna 10 jaar geleden, is ervoor de lezende econoom ook heel erg veel bijgekomen op het Nederlandstalige internet. Wij blijven onze kleine bijdrage leveren en hopen op uw onregelmatige bezoek in het nieuwe jaar.

In de film Léon werkt de gelijknamige huurmoordenaar in New York voor de Italiaanse maffioos Tony. Behalve zijn opdrachtgever is Tony ook de bank van Léon: zijn loon bestaat uitsluitend uit een tegoed bij Tony. Omdat hun relatie al lange tijd bestaat is het tegoed aanzienlijk, maar Tony bezweert dat het vermogen op ieder moment opeisbaar is.

Er gebeurt nogal wat in de film, maar mij staat onder meer bij dat de opmerking van Léon dat hij overweegt zijn geld op te nemen, voor de nodige spanning zorgt. De kijker krijgt het vermoeden dat vertrekken uit New York, met het verdiende geld, voor Léon niet echt tot de mogelijkheden behoort.

Onder de straten van die stad, in kluizen die een aardbeving kunnen weerstaan, lag tot voor kort meer dan de helft van de Nederlandse goudvoorraad. De afgelopen maanden is in het geheim 122 ton, iets minder dan de helft van ons tegoed, naar Amsterdam verscheept. De redenen (een betere spreiding en een mogelijk positief vertrouwenseffect) zijn niet heel overtuigend en makkelijk onderuit te halen. Het angstige vermoeden bestaat dat DNB gezwicht is voor politieke druk op basis van samenzweringstheorieën.

Aan de andere kant, het goud is alleen van Nederland als we ook echt in staat zijn om erover te beschikken, wanneer we dat willen. Mocht blijken dat we met de Amerikanen een soort van Tony-relatie hebben, dan zou dat een heel ander licht op de zaak werpen. De enige manier om uit te vinden hoe de verhoudingen echt liggen, is af en toe het tegoed opeisen. Dat houdt de relatie gezond en ontzenuwt geruchten over samenzweringen. Amerikanen die er boos over worden, kunnen worden verwezen naar deze gouwe ouwe van Ronald Reagan.

Helaas is het Nederlandse goud misschien wel het kleinste onderdeel van onze relatie met de Amerikanen, of de andere bevriende naties waar we economisch verkeer mee hebben. Nederland had in 2013 een overschot op de lopende rekening van zo’n €60 mrd – dat is 15 keer de waarde van het verscheepte goud, die we in dat jaar toevertrouwden aan buitenlanders. De kans is groot dat we dit jaar weer een dergelijk bedrag aan tegoed in het buitenland opbouwen, en volgend jaar weer.

Het is een prettig feit dat we genoeg vertrouwen in onze tegenpartijen hebben om zulke kredieten te geven. Internationale handel en kapitaalverkeer maken de wereld, en zeker Nederland, rijker. Als dat vertrouwen af en toe de bevestiging van een vrachtwagen met goud nodig heeft, is dat de moeite meer dan waard.

Deze vrijdag kan de Nederlandse econoom gaan luisteren naar één van zijn meer beroemde vakbroeders uit de VS: Lawrence H. Summers (zie de filmscene; familie van en van; en het schilderij). Hij spreekt dan de Tinbergenlezing uit op de Nederlandse Economendag. In plaats van een verslag ter plekke, zoals vorig jaar, kijk ik dit jaar vast vooruit naar de lezing.

De reden: we weten al wat Summers in Amsterdam gaat zeggen. Het moet wel heel raar lopen als zijn lezing niet grotendeels gaat over het onderwerp waarover hij bijna een jaar geleden voor het eerst sprak: secular stagnation, of hoe de uitval van vraag leidt tot een stilvallen van de economische groei. Symptomen: lage investeringen, minieme inflatie, lage rente, hoge werkloosheid. Daarmee kun je Europeanen goed om de oren slaan: zie bijvoorbeeld op deze video (ca. 14:40) hoe Larry de heren Schäuble en Padoan onder handen neemt, recent bij het IMF.

Zijn aanbeveling is even simpel als controversieel: oppeppen die vraag, met monetaire middelen en, als die zijn uitgeput, door te investeren met geleend geld. Onder de huidige omstandigheden verdient een goede investering (bijvoorbeeld in infrastructuur) zichzelf makkelijk terug, en stimuleert ook nog eens de groei. Uiteindelijk is dit een hoopvol verhaal, want het stelt dat de huidige lage groei niet wordt veroorzaakt door een lage potentiële groei: er is een manier om weer uit de put te komen.

Het is een mooi betoog en Summers is een prettige spreker. In combinatie met zijn sterk Keynesiaanse boodschap, die er bij het Nederlandse publiek doorgaans goed ingaat, lopen we het risico op een kritiekloos applaus. Daarom nu vast wat kritische vragen.

1. Investeren in infrastructuur is het tovermiddel voor landen die te maken hebben met stilval. Maar neem bijvoorbeeld Spanje, een land dat wel wat stimulatie kan gebruiken. De reden dat het land in de touwen hangt, is juist een overinvestering in infrastructuur in de jaren voor de crisis. Moeten we daar nog meer van doen? En moet Italië, om een andere klant te noemen, echt meer gaan lenen om weer te groeien?

2. De Duitse infrastructuur is een stuk slechter, en Duitsland is in een positie om de beurs te trekken. Maar er is wellicht een reden dat de Duitsers zo op de centen zijn. Niet vanwege die nationale inflatie-angst, maar vanwege de dynamische budgetrestrictie: de demografie van Duitsland is buitengewoon ongunstig en sparen voor de oude dag gebeurt slechts sinds een jaar of tien.

3. Investeren doe je waar de marginale productiviteit het hoogst is. Sinds kapitaal makkelijk de wereld over kan, gaat het Europa uit, op weg naar opkomende landen of de VS. Pleit Summers eigenlijk voor het weer afsluiten van het vrije kapitaalverkeer, zodat onze besparingen verplicht lokaal worden ingezet?

Van het een kwam het ander en zo zat ik ineens in een zaal in Washington te luisteren naar de Per Jacobsson lecture. Het was bij het IMF, en zo bezien was het verrassend dat de spreker Stanley Fischer was, en niet zijn co-auteur. Ongepland bovendien, ik zat nog in de zaal vanwege iets anders, maar wie gaat er weg als één van de groten het woord neemt? Helemaal als hij net is toegetreden tot het bestuur van de machtigste centrale bank ter wereld, en in het publiek Janet Yellen en Paul Volcker begroet?

Stil zitten en meeschrijven dus. Het verhaal (hier integraal te lezen) sprak mij als niet-Amerikaan bijzonder aan, want het betrof de effecten van het monetair beleid van de Fed op economieën buiten Amerika. Als de Fed de rente verhoogt, stijgt de rente in Europa mee. Waarom? Omdat tussen de twee gebieden kapitaalverkeer plaatsvindt, zie het Mundell-Fleming model.

Meer aansprekend wellicht: als het monetair beleid in de VS ruim is, stroomt het geld de wereld in, op zoek naar rendement. Gaat de geldkraan weer dicht, dan leidt dat niet zelden tot een crisis ergens in de rest van de wereld. Zie bijvoorbeeld de Azië-crisis van 1997. In zijn voordracht beschreef Fischer hoe de Fed hier tegenaan kijkt. Interessant, want de Amerikaanse centrale bank staat op het punt om het ruime beleid van de afgelopen jaren af te ronden.

Het was een verrassend simpel standpunt: kort samengevat hebben crises in de rest van de wereld de aandacht van de Fed, omdat ze via een omweg weer tot economische tegenwind in de VS kunnen leiden. Verdere gebeurtenissen die niet van belang zijn voor de Amerikaanse economie, worden geheel buiten beschouwing gelaten.

Dat klinkt hard, maar Fischer stond erop dat het mandaat van de Fed niet anders te lezen valt. Zoals voorheen is de dollar is hun munt maar ons probleem. Er zijn nog wel wat verzachtende omstandigheden. Zo gaat de rente in de VS alleen omhoog als de economie goed op stoom is. Dat is een omgeving waar de rest van de wereld ook van profiteert. Fischer beweerde zelfs dat hij in zijn tijd als president van de Israëlische centrale bank liever een verkrappende, dan een verruimende Fed zag.

Maar ik kon me ook niet aan de indruk onttrekken dat Fischer in deze zaal, vol met buitenlandse monetaire autoriteiten, een mooi staaltje tough love te zien gaf. Door van tevoren aan te kondigen dat de wereld geen hulp hoeft te verwachten, creëert hij maximale waakzaamheid bij de overige centrale bankiers. Dat is vrijwel zeker de optimale strategie voor de Amerikanen, zelfs als ze stiekem wél om de rest van de wereld geven.

Applaus na afloop, ook van de buitenlanders in de zaal. Ik stond op, en twee rijen voor mij deed de enorme figuur van Paul Volcker hetzelfde. Foto!

thijs_and_paul

Eigenlijk kent het Nobelcomite de prijs altijd toe aan één concrete bijdrage en niet aan verzameld werk. Bij Tirole ligt dat anders; hij krijgt de prijs in feite omdat hij zo ontzaglijk veel bijdragen heeft geleverd. De wetenschappelijke verantwoording van het Nobelcomite heeft 52 pagina’s nodig om al die bijdragen op te sommen. De draai die daar aan wordt gegeven? Zijn belangrijkste bijdrage is nu juist om aan te tonen dat waar het regulering en mededingingsbeleid geldt, er geen algemene regels zijn en dat de details van de specifieke industrie er toe doen. Slim. (Zie bijvoorbeeld Wolfers in de NYT).

In de NYT ook een mooi artikel over de relevantie van Tirole voor de internetecon0mie, met overzicht van ‘s mans werk over  two-sided markets, plus een kort maar lezenswaardig interview. De man blijft bescheiden:

I should pay attention to what I know and not talk more just because I won a Nobel Prize […] I’m worried that my new state might mean that people take everything I say seriously.

In het Nederlands valt er weer weinig zinvols te vinden over de prijs. Het bericht van het ANP is nogal pijnlijk. De persdienst haalt de onvermijdelijke Sylvester Eijffinger aan:

,,De grote verdienste van Tirole is het monumentale werk ‘Industrial Organisation’ dat hij schreef samen met Jean-Jacques Laffont”, zegt Eijffinger. ,,Dat gaat over een vakgebied dat daarvoor niet bestond.”

Tja. Ten eerste heet het boek net even anders, ten tweede is het niet geschreven met Laffont, want dat was dit boek, ten derde is het boek in feite een enorm literatuuroverzicht, dus nogal curieus om te beweren dat “het vakgebied daarvoor niet bestond”. Laten we maar hopen dat hij verkeerd geciteerd is. Het FD doet een poging maar lijkt te suggereren dat Tirole zou vinden dat “het verbieden van kartels vaak meer slecht doet dan goed”. Quote van de dag:

Dat klinkt allemaal misschien wat vaag, te meer omdat Tirole niet altijd even gemakkelijk te lezen valt. ‘Ik snap zelfs zijn dankwoord niet’, bekent een krantencollega die ‘The Theory of Corporate Finance’ in zijn boekenkast heeft staan.

Overigens kwam de berichtgeving op deze site over de Nobelprijs wat trager op gang dan u van ons gewend bent, waarvoor excuus. Uw reporter-van-dienst zat ten tijde van de bekendmaking namelijk middenin een promotie die ging over, nou ja, marktmacht en regulering (gefeliciteerd, Peter!)

Oudere berichten »