Van het een kwam het ander en zo zat ik ineens in een zaal in Washington te luisteren naar de Per Jacobsson lecture. Het was bij het IMF, en zo bezien was het verrassend dat de spreker Stanley Fischer was, en niet zijn co-auteur. Ongepland bovendien, ik zat nog in de zaal vanwege iets anders, maar wie gaat er weg als één van de groten het woord neemt? Helemaal als hij net is toegetreden tot het bestuur van de machtigste centrale bank ter wereld, en in het publiek Janet Yellen en Paul Volcker begroet?

Stil zitten en meeschrijven dus. Het verhaal (hier integraal te lezen) sprak mij als niet-Amerikaan bijzonder aan, want het betrof de effecten van het monetair beleid van de Fed op economieën buiten Amerika. Als de Fed de rente verhoogt, stijgt de rente in Europa mee. Waarom? Omdat tussen de twee gebieden kapitaalverkeer plaatsvindt, zie het Mundell-Fleming model.

Meer aansprekend wellicht: als het monetair beleid in de VS ruim is, stroomt het geld de wereld in, op zoek naar rendement. Gaat de geldkraan weer dicht, dan leidt dat niet zelden tot een crisis ergens in de rest van de wereld. Zie bijvoorbeeld de Azië-crisis van 1997. In zijn voordracht beschreef Fischer hoe de Fed hier tegenaan kijkt. Interessant, want de Amerikaanse centrale bank staat op het punt om het ruime beleid van de afgelopen jaren af te ronden.

Het was een verrassend simpel standpunt: kort samengevat hebben crises in de rest van de wereld de aandacht van de Fed, omdat ze via een omweg weer tot economische tegenwind in de VS kunnen leiden. Verdere gebeurtenissen die niet van belang zijn voor de Amerikaanse economie, worden geheel buiten beschouwing gelaten.

Dat klinkt hard, maar Fischer stond erop dat het mandaat van de Fed niet anders te lezen valt. Zoals voorheen is de dollar is hun munt maar ons probleem. Er zijn nog wel wat verzachtende omstandigheden. Zo gaat de rente in de VS alleen omhoog als de economie goed op stoom is. Dat is een omgeving waar de rest van de wereld ook van profiteert. Fischer beweerde zelfs dat hij in zijn tijd als president van de Israëlische centrale bank liever een verkrappende, dan een verruimende Fed zag.

Maar ik kon me ook niet aan de indruk onttrekken dat Fischer in deze zaal, vol met buitenlandse monetaire autoriteiten, een mooi staaltje tough love te zien gaf. Door van tevoren aan te kondigen dat de wereld geen hulp hoeft te verwachten, creëert hij maximale waakzaamheid bij de overige centrale bankiers. Dat is vrijwel zeker de optimale strategie voor de Amerikanen, zelfs als ze stiekem wél om de rest van de wereld geven.

Applaus na afloop, ook van de buitenlanders in de zaal. Ik stond op, en twee rijen voor mij deed de enorme figuur van Paul Volcker hetzelfde. Foto!

thijs_and_paul

Eigenlijk kent het Nobelcomite de prijs altijd toe aan één concrete bijdrage en niet aan verzameld werk. Bij Tirole ligt dat anders; hij krijgt de prijs in feite omdat hij zo ontzaglijk veel bijdragen heeft geleverd. De wetenschappelijke verantwoording van het Nobelcomite heeft 52 pagina’s nodig om al die bijdragen op te sommen. De draai die daar aan wordt gegeven? Zijn belangrijkste bijdrage is nu juist om aan te tonen dat waar het regulering en mededingingsbeleid geldt, er geen algemene regels zijn en dat de details van de specifieke industrie er toe doen. Slim. (Zie bijvoorbeeld Wolfers in de NYT).

In de NYT ook een mooi artikel over de relevantie van Tirole voor de internetecon0mie, met overzicht van ‘s mans werk over  two-sided markets, plus een kort maar lezenswaardig interview. De man blijft bescheiden:

I should pay attention to what I know and not talk more just because I won a Nobel Prize […] I’m worried that my new state might mean that people take everything I say seriously.

In het Nederlands valt er weer weinig zinvols te vinden over de prijs. Het bericht van het ANP is nogal pijnlijk. De persdienst haalt de onvermijdelijke Sylvester Eijffinger aan:

,,De grote verdienste van Tirole is het monumentale werk ‘Industrial Organisation’ dat hij schreef samen met Jean-Jacques Laffont”, zegt Eijffinger. ,,Dat gaat over een vakgebied dat daarvoor niet bestond.”

Tja. Ten eerste heet het boek net even anders, ten tweede is het niet geschreven met Laffont, want dat was dit boek, ten derde is het boek in feite een enorm literatuuroverzicht, dus nogal curieus om te beweren dat “het vakgebied daarvoor niet bestond”. Laten we maar hopen dat hij verkeerd geciteerd is. Het FD doet een poging maar lijkt te suggereren dat Tirole zou vinden dat “het verbieden van kartels vaak meer slecht doet dan goed”. Quote van de dag:

Dat klinkt allemaal misschien wat vaag, te meer omdat Tirole niet altijd even gemakkelijk te lezen valt. ‘Ik snap zelfs zijn dankwoord niet’, bekent een krantencollega die ‘The Theory of Corporate Finance’ in zijn boekenkast heeft staan.

Overigens kwam de berichtgeving op deze site over de Nobelprijs wat trager op gang dan u van ons gewend bent, waarvoor excuus. Uw reporter-van-dienst zat ten tijde van de bekendmaking namelijk middenin een promotie die ging over, nou ja, marktmacht en regulering (gefeliciteerd, Peter!)

Inderdaad, zoals (nou ja, toch deels) voorspeld, gaat de Nobelprijs dit jaar naar Jean Tirole, onwaarschijnlijk productief en invloedrijk, de allerbelangrijkste exponent van het vakgebied Industrial Organization, en auteur van minstens drie standaardwerken, over industriele organisatie, speltheorie en regulering. Dat hij de prijs krijgt is geen verrassing. dat hij hem nu al krijgt, op de ongewoon jonge leeftijd van 61, misschien meer. Officieel krijgt hij de prijs voor “market power and regulation”. Dat laastste suggereert dat Jean Jacques Laffont zou hebben meegedeeld als hij nog geleefd had.

Het schijnt dat Tirole meer dan 100 academische papers heeft (en bepaald niet in kinderachtige bladen), en meer dan 80.000(!) citaties (zie hier). Uiteraard heeft het Nobelcomite zelf weer uitstekende informatie (hier) en kan de geinteresseerde lezer ook prima terecht bij Marginal Revolution (hier).

(meer volgt)

Het is weer oktober en ze beginnen te vallen: de Nobelprijzen. Traditiegetrouw is Economie de laatste in het rijtje (want geen echte Nobelprijs maar strikt genomen een Nobel Memorial Prize) en al even traditiegetrouw maken wij ons schuldig aan eindeloos speculeren over wie de prijs zal gaan winnen (hier bijvoorbeeld, hier, maar ook hier, hier, hier, hier, hier, en hier).

Vorig jaar wist ondergetekende nog met grote stelligheid te voorspellen dat Barro zou winnen. Helaas. Al beweren boze tongen dat Paul Krugman persoonlijk verantwoordelijk zou zijn voor het voorkomen van die prijs, en wel door dit strategisch getimede artikel. Al is dat misschien wat veel eer. Veel meer over die kwestie, en waarom de groeijongens wellicht toch de prijs zijn misgelopen in dit zeer lezenswaardige artikel.

Maar goed, wie wint dan wel? Thomson (eerder) geeft, net als elk jaar, 3 opties. Dit jaar zijn dat Aghion/Howitt (wel groei, maar niet voor de hand liggend, zeker niet zonder Romer) , Baumol/Kirzner (intrigerende optie) en Granovetter (moeilijk voostelbaar). Tyler Cowen houdt een warm pleidooi voor Baumol, hier een al even warm pleidooi voor Tony Atkinson. Grote namen die nog steeds met lege handen staan zijn wat mij betreft Dixit, Tirole en Milgrom.

Wie gaat dus winnen? Groei blijft een uitstekende kanshebber, met Barro en/of Romer. Ik hoop opnieuw op Tirole, Dixit en eigenlijk kunnen we Milgrom ook best aan dat rijtje toevoegen. En anders verdient Arrow best nog een Nobelprijs (dat kan!).

Maandag om 13:00 weten we meer.

Zeg niet dat er nooit iets ten goede verandert in Nederland. Vanaf 2017 is het afgelopen met de praktijk dat de schaarste aan opleidingsplaatsen, bijvoorbeeld bij geneeskunde, wordt opgelost door middel van een loterij. Het nieuwe systeem voorziet in selectie op basis van twee (per opleiding vast te stellen) eigenschappen. Of het allemaal zo transparant gaat worden als de minister voorziet, staat nog te bezien; de opleidingen zijn nog bezig met de precieze invulling. Maar allicht is dit nieuwe systeem te prefereren boven de lottoballetjes.

Althans. Dit weekend verscheen een opinie-artikel in de Volkskrant waarin Aleid Truijens zich afvraagt of loting, hoewel een rotsysteem, misschien niet tóch de minst slechte manier van selecteren is. Want wie zegt dat de criteria van opleidingen wel de beste studenten selecteren? Een meetfout is zo gemaakt. En niet iedereen komt even vroeg tot bloei:

Een lamlendige zesjesscholier kan, als hij eenmaal de geest heeft gekregen, een bevlogen dokter worden.

Dit is allemaal waar en toch is loting een waardeloze manier van selecteren. De reden daarvoor is dat de loten machteloos maakt. Het maakt niet uit of de scholier zich uit de naad werkt, of zijn dagen slijt als lamlendige zesjesscoorder. Dit is op zichzelf al onverdraaglijk, maar het heeft bovendien het zeer schadelijke effect dat het de prikkel wegneemt om te presteren. Wetende dat na het diploma de loting wacht, kan de scholier de kantjes er rustig vanaf lopen.

De denkfout van loters is dat de groep kandidaat-studenten niet verandert door het systeem dat ze bij de poort van de vervolgopleiding te wachten staat. Gegeven de groep die zich meldt, kun je allerlei verhalen ophangen over eerlijkheid en rechtvaardigheid. Maar hoe die groep eruit ziet, wordt direct beïnvloed door het gewicht dat aan eerdere prestaties wordt toegekend.

Als dat er toe leidt dat scholieren zich bekwamen in nutteloze, maar indrukwekkende, kwaliteiten zoals babbelkunde dan krijgen we uiteindelijk nog geen betere dokteren. Maar als de selectie competent gebeurt, zal het nieuwe systeem ertoe leiden dat zich scholieren aandienen met betere kwaliteiten om uiteindelijk de opleiding goed te doorlopen.

Dit zijn geen nieuwe ideeën (zie eerder 2007, 2009) en met een beetje geluk zijn ze de reden dat de loting straks zijn laatste slachtoffers eist. Als het goed is, leidt het nieuwe systeem straks tot betere studenten. Dat moet, circa 2021, makkelijk aan te tonen zijn.

Op de website van the Economist stond gisteren een prachtig figuur, waarin de relaties tussen verschillende partijen in het Midden-Oosten weergegeven worden:

economist_groups

Bekijk ’m vooral even: er zijn 14 partijen die een rol spelen in het Midden-Oosten, en bij ieder van die partijen staat aangegeven of een andere partij bevriend is, neutraal, of een vijand. Al snel valt op dat de relaties niet consistent zijn. Bijvoorbeeld, volgens deze informatie is Rusland bevriend met Iran en Israël, maar staan die twee landen weer op vijandige voet met elkaar.

Ik weet niet hoe het met u is, maar als ik zo’n overzicht zie krijg ik meteen zin in matrix-algebra. Het is makkelijk om de tabel te vertalen in een 14-bij-14 matrix, waar je het getal 1 invult als de landen/groepen bevriend zijn, -1 voor vijanden en 0 voor neutraal. Voorlopig vul ik in dat een land zichzelf ook als neutraal beschouwt.

(meer…)

De uitslag van de jaarlijkse veiling van snelweg-benzinestations is bekend. Het resultaat? De overheid is 7 miljoen euro rijker, en dat is mooi, maar meer concurrentie heeft de veiling niet opgeleverd, zo meldt vakblad TankPro. Bij de eerste drie veilingen was er nog wel een effect. weet  TankPro, al blijft onvermeld dat dat komt omdat toen een reductieverplichting gold voor de grote maatschappijen, die een aantal stations langs de snelweg moesten afstoten.

Voor wie meer wil weten over deze veilingen en hun effect: zojuist verscheen in het Journal of Industrial Economics een gedegen analyse. Al zeg ik het zelf. Maar de conclusie is hetzelfde als die van TankPro: effect op concurrentie is er niet, behalve wanneer een reductieverplichting geldt, dan dalen de prijzen met zo’n 2%.

Trouwe lezers weten misschien nog dat we een verbijsterende ruim vijf jaar geleden ook al over dat onderzoek schreven. Maar zo gaat dat nu eenmaal in de wetenschap.

Dat prikkels werken, is een frequent terugkomend thema op dit weblog. De afgelopen zomer leverde weer een aantal fraaie voorbeelden.

Ten eerste. In Cambodia bekeren zich steeds meer mensen tot het christendom. De reden? De traditionele religies worden te duur:

Tradition mandates elaborate ceremonies involving sacrifice of chickens, pigs and even buffaloes. But with access to food and forest products shrinking, such rituals are becoming rapidly untenable. Many Bunong, church officials included, admit financial realities have driven them to convert.

Ten tweede. Reuzenpanda Ai Hin zou de eerste worden die live op TV ging bevallen. Dat werd afgeblazen toen ze helemaal niet zwanger bleek te zijn. Ze deed maar alsof, om te profiteren van de aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarden voor een zwangere panda:

Fake pregnancies are common in the endangered species, but some shrewd bears take the motherhood scam a step further. Some clever pandas have used this to their advantage to improve their quality of life.

De wereld in 2014 is helemaal niet zoals ik die mij in 1984 voorstelde. Feitelijk is het een grote teleurstelling: vliegtuigen lijken nog sterk op die van 30 jaar geleden, een maanbasis is er niet en we maken nog altijd ruzie met Rusland. Maar in één opzicht hebben we de perfectie bereikt: de distributie van muziek is onherkenbaar ver weg van het vinyl en de cassette uit mijn jeugd. Sparen voor een elpee uit de platenzaak, opnemen van de radio; jonge mensen kijken je verward aan als je erover begint. Muziek is er gewoon, voor een symbolisch bedrag gaat de oneindige catalogus open.

Spotify. Hans Stegeman schreef er een gedurfd stuk over, waarin hij de voordelen van de oude situatie opnoemt. Spotify is als een warm buffet waar je met buikpijn vandaan komt, en waardoor je uiteindelijk slechter af bent. De auteur noemt twee argumenten tégen. Ten eerste, het uitbundige aanbod en de lage prijs verhogen ons reële inkomen zo, dat we ons niet langer wensen in te spannen. Dat remt de economische groei. Ten tweede, door de overvloedige muziek verdwijnt de kracht van de herhaling. Dat maakt dat de moderne mens niet langer de tijd neemt om zich in de muziek te verdiepen en er zo minder van geniet.

Nou kunnen we ons wel vrolijk maken over deze oude man en zijn cassettebandjes, maar feitelijk geeft Stegeman hier een een fraai stukje post-scarcity economics ten beste. Als het aanbod alsmaar verder stijgt, houdt economie – de wetenschap van de schaarse middelen – dan op? Is dat ook het einde van het verlangen, en is dat erg?

Er zit een rare tegenspraak in het eerste argument, dat rijkdom zorgt voor lagere groei. Want, wie treurt erom dat de groei afneemt, als het resultaat van die groei alleen maar meer rijkdom is? Als de verdere vooruitgang louter zaken als Spotify oplevert, waar we ons vervolgens zorgen over moeten maken, dan is wat minder vooruitgang wellicht niet erg.

Het tweede argument is (om in muziektermen te blijven) een gouwe ouwe: gegeven een grote vrijheid zijn mensen niet in staat het beste voor zichzelf te doen. Want niets verhindert natuurlijk dat de consument zijn Spotify-abonnement gebruikt om telkens maar weer dezelfde Bach-sonate af te spelen en op die manier de diepere waardering op te bouwen. Het is een argument dat vaker wordt gebruikt (verplichte pensioenpremies, leerplicht, de verplichte helm) maar dat hier toch wat bizar aandoet. Met eenzelfde logica zou je vragen kunnen stellen bij het grote aanbod van de openbare bibliotheek. Zo komt de consument nooit toe aan het herlezen van de klassiekers. Onze ervaring met boeken laat zien dat het zo’n vaart niet loopt.

Diepe vragen bij een simpele aanbieder van streaming muziek. Gelukkig is er al vaker over nagedacht. In het bekende Economic Possibilities for our Grandchildren [uit 1930, pdf] loopt Keynes de gevolgen van een sterk toegenomen welvaart na. Hij ziet er wel naar uit: de verminderde druk om te produceren laat de mens vrij om te doen wat werkelijk de moeite waard is: pluck the hour of the day virtuously and well, inderdaad, er komt een hoop virtue kijken bij het doorkomen van de dag. Voor Keynes is dat het antwoord op de toegenomen vrijheid: de mens moet zelf deugdzaam genoeg zijn om er wat van te maken. Een goede raad voor Spotify-gebruikers: af en toe netjes een heel album beluisteren en niet alleen de categorie most popular aanzetten. Juist omdat het niet meer hoeft, is de voldoening des te groter.

In het verlengde van het bericht van Thijs, eerder vandaag:  Nederlandse media melden dat die boycot ons een half miljard zou kosten:

Bedrijven voerden vorig jaar namelijk voor een kleine vijfhonderd miljoen euro uit aan goederen, die nu uit het land worden geweerd.

Die schade is dus schromelijk overdreven. De totale waarde van goederen die naar Rusland ging, was een half miljard; als Rusland ze niet meer wil betekent dat nog niet dat we al die kaas, peren en wrongel dus maar weg moeten gooien. Allicht dat we ze elders nog van de hand kunnen doen. In een ideale wereld met volledige mededinging zou het effect zelfs nihil zijn. Ga maar na: Rusland koopt zijn peren nu gewoon van buiten de EU, de totale wereldperenvraag blijft onveranderd, het aanbod ook en dus is er geen enkel effect op de wereldperenprijs en daarmee op de positie van de Nederlandse perenboer te verwachten.

Oudere berichten »