De KNVB en de kaartjes

Ik geef het toe, wij hebben het al veel te vaak gehad over de pogingen om de zwarte handel in kaartjes te verbieden. Hier bijvoorbeeld, hier, hier en ook hier. Maar soms moet het gewoon weer even. De boosdoener vandaag: de KNVB. Als u naar het EK voetbal heeft gekeken, is u misschien opgevallen dat er aanzienlijk meer oranje op de tribune zat dan je op basis van de aan de Nederlanders toegekende kaarten zou verwachten. Uiteraard hebben we dat volledig te danken aan de zwarte handel. Desalniettemin pleit de KNVB toch voor een verbod. Waarom? Gaat u er vooral even rustig voor zitten:

[Er wordt] twintig, dertig keer te veel betaald voor een kaartje van 65 euro. Deze toernooien moeten een hoge mate van toegankelijkheid hebben. Het mag geen kwestie van vraag en aanbod zijn. [sic]

Goed. Laten we even de zaken rustig op een rijtje zetten. Wanneer denkt u dat deze toernooien toegankelijker zijn? Wanneer je goede contacten bij de KNVB moet hebben om aan een kaartje te komen, of wanneer iedere burger die bereid is de marktprijs te betalen, naar binnen mag? Precies.

Opnieuw wordt gesuggereerd dat er meer mensen in het stadion kunnen als er geen zwarte handel zou zijn. Natuurlijk is dat grote onzin. Het aanbod ligt vast. Het eerlijkst is dan om die plaatsen te gunnen aan degenen die bereid zijn daar het meest voor te betalen. Zo blijft het voor iedereen toegankelijk. En dat kan via zwarte handel. Al zou het natuurlijk veel slimmer zijn als de UEFA gewoon zelf de kaartjes veilt zodat de winst niet naar de zwarthandelaren gaat. De opbrengst kan dan desnoods naar een goed doel.

Kippensoep

Een van de spelletjes waar experimenteel economen dol op zijn is de ultimatum game. Speler A moet 10 euro verdelen met speler B, doet een aanbod, waarop B de keus heeft om dat aanbod te Accepteren of te Verwerpen. Accepteert zij, dan komt de voorgestelde verdeling tot stand, Verwerpt zij, dan krijgt niemand iets. Aangezien iets beter is dan niets, voorspelt de speltheorie dat B ieder aanbod zal accepteren. A weet dat en zal dus het kleinst mogelijke bedrag aanbieden en de rest zelf houden. In de praktijk blijken mensen zich echter duidelijk anders te gedragen. Biedt A minder dan 20% aan, dan wordt zo’n aanbod vaak verontwaardigd afgewezen, ondanks dat ook speler B dan helemaal niets krijgt.

Onderzoek naar het ultimatum game gaat nog steeds door. Zo ontdekten onderzoekers van de universiteit van Cambridge dat wie kippensoep en chocola eet, eerder geneigd is om een aanbod te accepteren. Ja heus. Zij publiceerden er over in Science. De Volkskrant maakte er afgelopen zaterdag al melding van (niet online), een uitgebreidere analyse staat hier. Het schijnt te maken te hebben met serotonine. Wie daar weinig van in zijn hersenen heeft, gedraagt zich agressiever en asocialer. Door de consumptie van kip en chocola stijgt het serotonine-niveau.

De beleidsimplicaties zijn duidelijk. Wie gaat onderhandelen, voert zijn opponent eerst kippensoep.

[dank aan Bart].

Scrabble

Het kwartaalblad van het IMF heeft een profiel van Jacques Polak, monetair econoom afkomstig uit Nederland, opgeleid aan de UvA en langdurig werkzaam bij het IMF.

Verreweg het interessantste op zijn publicatielijst blijkt echter een artikel uit 1955 in de American Economic Review over de Economie van Scrabble. Beginnende spelers, zo betoogt hij, proberen het aantal punten in een beurt te maximaliseren. Niet verstandig, je moet immers intertemporeel maximaliseren. Concreet leidt dat tot de volgende beleidsaanbevelingen: gebruik letters met 4 of 5 punten alleen als ze leiden tot een dubbele score, en gebruik letters met 8 of 10 punten alleen als ze leiden tot een driedubbele score. Wie toegang heeft tot JSTOR vindt het artikel hier.

Overigens meldt het IMF dat zijn vrouw hem toch regelmatig versloeg. [via]

Nibud en levensloop

Hoe moet je als rationeel denkend burger je consumptie over je hele levensloop uitsmeren? Simpel. Zodanig dat je verwachte nut over je hele leven gemaximaliseerd wordt. Concreet betekent dat dat je je niet zo zeer laat leiden door hoeveel je vandaag verdient, maar meer door hoeveel je in je hele leven denkt te verdienen. Inderdaad, de permanent income hypothesis. Nog concreter betekent dat voor een doorsnee burger dat hij op jonge leeftijd schulden maakt, die hij op latere leeftijd weer aflost. Voor de meeste mensen zal hun inkomen immers stijgen met hun leeftijd, en op die manier kunnen ze daar als ze jong zijn alvast een voorschot op nemen.

Het Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) denkt daar duidelijk anders over. Het instituut kwam vorige week met een bufferberekenaar, die ook uitgebreid in de pers was. Tik je persoonlijke gegevens in en de bufferberekenaar rekent precies uit hoeveel geld je als buffer achter de hand moet houden. Dingen kunnen immers kapot gaan en dan, zo vindt het Nibud, moet je altijd genoeg geld achter de hand hebben om dat te kunnen opvangen. Immers, “het is dan niet nodig om een dure lening aan te schaffen”.

Dat suggereert dat het Nibud mikt op een consumptiepatroon waarbij de kans op schulden gelijk is aan nul. Dat klinkt niet heel erg optimaal.

Examen

Na het havo-examen was het deze week tijd voor het VWO examen economie. De liefhebber vindt het hier [pdf], wie er niet uitkomt vindt hier de uitwerkingen.

Snelle indruk: veel vragen over het interpreteren van de betekenis van cijfers (op zich nuttig), buitensporig veel macro en openbare financien, en zelfs de vragen over micro beperken zich tot mechanische begrippen zoals prijselasticiteit. Prikkels komen nauwelijks voorbij, toch een niet onbelangrijk onderdeel van ons vakgebied. Denken als een econoom lijkt wat dat betreft vrij onbelangrijk. Behalve misschien in de laatste vraag, dat is een aardige, over wanneer en waarom binnenlandse producenten zich tegen een invoertarief zullen verzetten. Verder: werkloosheid is inderdaad een belangrijk onderwerp, maar muggenziften over de verschillen tussen structuur- en frictiewerkloosheid (opgave 1), lijkt me tot weinig inzicht over die kwestie te leiden.

Coase in Groningen

Externe effecten hoeven op zich geen probleem te zijn, zo leerde Coase ons. Als er vrij onderhandeld kan worden, dan komt er toch wel een efficiënte uitkomst tot stand, ongeacht de verdeling van eigendomsrechten. De fractie van de PvdA in de Provinciale Staten van Groningen wil het gaan proberen:

Volgens de Groningse PvdA is het soms lastig om windmolenparken aan te leggen in de provincie Groningen omdat gemeenten en buurtbewoners vrezen voor geluids- of slagschaduwoverlast. ‘We willen deze mensen graag tegemoet komen door hen recht te geven op goedkopere strooom. Technisch is dat straks heel goed mogelijk omdat iedereen binnen een paar jaar een ‘slimme’ meter in huis heeft. Die meter kan registreren wanneer de windmolens draaien zodat de korting op de stroomprijs uitsluitend geldt wanneer de windmolens draaien en dan dus voor overlast zorgen’, aldus Rijploeg.

(Deel 3 in de serie Coase is overal. Deel 1. Deel 2.)

De paternalistische vakbond

‘Afkoop pensioen dupeert tienduizenden Nederlanders’ roept FNV Bondgenoten. Dat klinkt alarmerend. En de pensioenfondsen hebben het gedaan:

Tienduizenden Nederlanders dreigen na hun pensionering tot 2000 euro per jaar mis te lopen als gevolg van plannen van pensioenfondsen om op grote schaal kleine pensioenen af te kopen. Dat stelt vakbond FNV Bondgenoten donderdag.

Wat is er precies aan de hand? Pensioenfondsen hebben meer dan 5 miljoen pensioenen in de boeken staan die stuk voor stuk minder dan 400 euro per jaar waard zijn. Om dat decennia lang te administreren en bij te houden, dat gaat flink in de papieren lopen. Daarom mogen ze die pensioenen nu in een klap afkopen, door het geld nu al op de rekening van de pensioengerechtigde te storten. Dat lijkt me een zinnig plan dat de totale maatschappelijke welvaart flink verhoogt. Pensioengerechtigden krijgen gewoon waar ze recht op hebben, pensioenfondsen hebben een aanzienlijke besparing. Waarom is de bond dan zo opgewonden?

Hoofdbestuurder Willem Noordman van de vakbond waarschuwt voor de gevolgen van afkoopplannen. ?žMet name jonge mensen hebben de neiging om die paar honderd of duizend euro te incasseren en er iets leuks van te kopen. Verstandig is dat niet, want het gaat ten koste van de hoogte van je pensioen.”

Aha. De bond slaat dus niet alarm omdat de pensioenfondsen de zaak zouden flessen, maar omdat ze er geen vertrouwen in heeft dat de burger het uitgekeerde geld daadwerkelijk spaart voor het pensioen. Die tienduizenden Nederlanders worden dus niet de dupe van de afkoop, maar van het feit dat ze volgens de bond zelf niet verstandig genoeg zijn om het uitgekeerde geld te sparen. Dat is op zijn zachtst gezegd nogal vreemd.

Het gaat steeds minder beter

Premier Balkenende vindt dat er in Nederland te veel geklaagd wordt. Als je in de Volkskrant van vanochtend leest over de laatste werkloosheidscijfers, zou je hem haast gelijk gaan geven.

De werkloosheid is sinds 2002 niet meer zo laag geweest. Dat is goed nieuws, zou je zeggen. Maar de Volkskrant weet er toch nog een negatieve draai aan te geven:

Het tempo waarmee de werkloosheid daalt, neemt af. […] In de eerste helft van 2007 telde Nederland elke maand 7.000 werklozen minder. Dit jaar zijn dat er 3.000 per maand. […] De daling van de werkloosheid per maand is met 57 procent verminderd. Volgens Michiel Vergeer, econoom van het CBS, had dat nog erger [sic] kunnen zijn als de kredietcrisis in Nederland diepere sporen had nagelaten.

Moet Duitsland Europees kampioen worden?

Volgens economen is er sprake van een efficiente allocatie als goederen terecht komen bij degene die er de hoogste waardering voor heeft. Wat betekent dat voor het komende EK voetbal? De ING heeft het uitgezocht [pdf, zie ook hier] . De gemiddelde Nederlander heeft er 30 euro voor over als Nederland kampioen wordt. Een verrassend laag bedrag, overigens. Met 16.5 miljoen inwoners [bron], waarbij we voor het gemak alle zuigelingen en anderszins niet handelsbekwamen ook maar even meerekenen, komt dat op een totale nationale willingness to pay van een half miljard euro. ING heeft het ook uitgezocht voor een aantal andere Europese landen. Via een soortgelijke berekening komen we dan op 300 miljoen voor Belgie (30 per inwoner), 790 miljoen voor Frankrijk (13), 3 miljard voor Engeland (59), 3,5 miljard voor Italie (60) en een verpletterende 6,7 miljard voor Duitsland (80 per inwoner). Andere landen zijn helaas niet onderzocht, maar komen vast niet hoger uit.

Op basis hiervan lijkt het wel duidelijk wie er Europees kampioen moet worden. Hoewel. Stel nu eens dat we alle niet-Duitse Europeanen vragen hoeveel zij er voor over hebben als Duitsland geen Europees kampioen wordt. Ik vrees dat dat een behoorlijk bedrag gaat opleveren, misschien nog wel meer dan wat de Duitsers bereid zijn op te hoesten voor een titel. En natuurlijk moeten we ook dat bedrag meenemen als we de totale Europese welvaart berekenen. De Engelsen en Italianen hebben ook zo hun vijanden, zij het waarschijnlijk in wat mindere mate dan de Duitsers. Bijna iedereen, daarentegen, vindt het Nederlands elftal sympathiek.

Misschien kunnen we zo toch nog op economische gronden argumenteren dat het Nederlands elftal de Europese titel moet winnen.

Overigens staat hier de theorie achter dergelijke veilingen met externaliteiten. Van een Duitse, een Franse en een Italiaanse econoom.

Adverteren bij Google

Wie een zoekterm intikt bij Google, krijgt vaak ook een paar advertenties te zien. Die advertenties worden via een veiling verkocht, zo legt huiseconoom Hal Varian uit in een recente bijdrage aan Google’s eigen blog. Adverteerders kunnen bieden op zoektermen, en de winnaar betaalt het bod van de op 1 na hoogste bidder. Inderdaad, een Vickrey veiling.

Nu betalen adverteerders Google niet voor elke advertentie, maar pas als er iemand ook daadwerkelijk klikt op zo’n advertentie. Dat levert problemen op bij de organisatie van de veiling. Een adverteerder kan wel bereid zijn een hoog bedrag per klik te betalen, maar als er vervolgens niemand op die advertentie klikt, dan levert dat nog niets op.

Natuurlijk is daar rekening mee gehouden. Bij de veiling speelt ook de kwaliteit van de advertentie mee. In de praktijk is die kwaliteit gedefinieerd als hoe vaak iemand die zo’n advertentie voor z’n neus krijgt, er daadwerkelijk op klikt. Google houdt z’n veilingen vervolgens niet op basis van het hoogst geboden bedrag per klik, maar op het hoogst geboden bedrag per klik maal de kwaliteit van de advertentie. Op die manier gaat die adverteerder winnen, die voor Google de hoogste verwachte advertentieopbrengst genereert. Slim.